door
Jan Engelen
De Bijbelse
Literatuur maak je niet toegankelijk door alles in het kort te vertellen.
Alles is hier een verhaal dat niet te vertellen is, ook niet bij
benadering. Te veel gegevens zijn onduidelijk, zoek geraakt en verdwenen in
de geschiedenis. Verwacht dus niet een alles omvattende en uitputtende inleiding
in de bijbelse literatuur. Deze tekst neemt je terzijde.
Even kijken we voor de eerste keer achter de schermen. Even mag je zien dat
een stad niet hetzelfde is als een fietsewiel of een dorpsplein.
Deze inleiding wil niet alles vertellen. Het gaat om te beginnen over bijbelse
literatuur en geloven.
De geschiedenis
van het christendom wordt bepaald door twee constanten. Die twee zijn één.
Het zijn: het Boek en de geschiedenis rond het Boek. Het Boek staat middelpunt
zoekend en middelpunt vliedend in het midden. Het boek is de hoogste norm.
Niet omdat het ooit tot hoogste norm is uitgeroepen, maar omdat de joodse
en zo ook de katholieke gemeenschap van alle kanten
steeds rond het boek, de verhalen, bijeen komt.Van week tot week van dag tot dag werd en wordt (uit)
het boek voorgelezen, bestudeerd en uitgelegd. De
praktijk plaatst het Boek al die eeuwen door in het centrum. Het Boek is het
waarvandaan en waarheen. Heel de christelijke literatuur, ook de meer normatieve
teksten binnen die traditie, baseren zich op de Bijbel, op het Boek van Alle
Verhalen. Wat is de Bijbel dan?
De naam
Bijbel vertelt eigenlijk al direct wat er aan de hand is. Het woord Bijbel
is afgeleid van het griekse woord biblia,
boeken. In feite is de bijbel een pakket boeken, een greep in of uit de geschiedenis,
een bibliotheek. Europa is aan de hand van deze boekenrij
bepaald. De Bijbelse Literatuur is de stok die de de
cultuur van al die mensen in zoveel tijden en plaatsen overeind gehouden heeft.
Zij is een bron van humaniteit, van vermoeden, verlangen en waarden gebleken,
gebleven. In de katechese zal het Boek van Alle Verhalen als vanzelf een centrale
plaats innemen.
Zo simpel
als dit is, zo hachelijk is het ook. Geen boek is zo gebruikt en dus ook zo
misbruikt als Dit Boek. Iedereen in het Westen kent wel mensen of groepen
die op een merkwaardige wijze zichzelf en hun gedrag onbespreekbaar maken
(aan de communicatie onttrekken) door zich te verschuilen achter dit boek,
zonder te beseffen dat zij alleen de eigen wijzen van lezen koesteren.
Het christendom dat daardoor aan het licht komt is voor anderen precies de
reden om het Boek gesloten te laten.
Maar een Boek is een Boek. Open of welhaast onopgemerkt, het blijkt in de
geschiedenis meegegaan.
Daarnaast. Het Boek is zodanig open geweest, heeft zich zo in fragmenten gedrag,
inzichten en intuities uitgezaaid, dat het een keer open niet meer te sluiten
is. Het Boek, en heel de geschiedenis rond het Boek is niet ongedaan te maken.
Het kan hoogstens anders, veranderen.
Of we iets van heel die geschiedenis rond het Boek geleerd hebben, wie zal
het zeggen. Wie weet of wij het beter doen. Het niveau van de communicatie
met elkaar rond het Boek is hier bepalend. En daar komt bij.
Misbruik
van vertrouwen mag en kan onder volwassenen geen reden zijn om niet meer te
vertrouwen. Ondanks ook bizar gedrag en misbruik, de Bijbel
blijft een bron van vertrouwen en cultuur, geeft woorden en beelden aan de
taal en/van ons verlangen, en gaat door ten dienste van het leven van en voor
veel mensen. Het Boek ligt simpel in ons midden.
Gezien
de effecten van het Boek in onze geschiedenis en cultuur loont het de moeite,
kennis te maken met deze bron.
In een gangbare, Nederlandse uitgave is de Bijbel ongeveer 1400 pagina's. Waar dat over gaat? Dat is een beetje grote vraag. Misschien is het mogelijk de vraag te beperken. Is het geheel van "onze Bijbel" in delen te verdelen? Wellicht kunnen we binnen een zekere beperking een eerste toegang banen tot de delen en gehelen van "de Bijbelse Literatuur".
Bijbel,
biblia, boeken. De verzameling Boeken, de
bibliotheek in feite die Bijbel heet, kun je om te beginnen verdelen in twee
delen. Het eerste deel noemt men vaak het Oude Testament (OT). Het tweede
deel zal dan het Nieuwe Testament (NT) heten. Uit beide namen blijkt ook direct
het misleidende signaal van die namen. Het zogenaamde Oude Testament
heet immers "Oud" (met alle gevolgen die dat met zich meebrengt)
omdat het Nieuwe Testament "Nieuw" heet. Zonder het Nieuwe zou het
Oude niet Oud heten.
Mensen
die aan het Nieuwe Testament niet de christelijke betekenis toekennen
zullen het Oude Testament ook
niet “Oude Testament” noemen. Komt dat dan ook voor? Jazeker, dat komt voor.
De Joodse Bijbel bestaat uit wat Christenen noemen "'alleen het oude testament". Voor hen is de Joodse
Bijbel de Schriftelijke Traditie.
Keren
we terug naar de namen (OT en NT) en beginnen we voor het gemak even achteraan,
bij wat we voor het gemak even deel II kunnen noemen, het zogenoemde NT.
In feite
beslaat het NT ongeveer 1/6 van de gangbare, Christelijke Bijbel. Alle boeken
uit het zogenaamde Nieuwe Testament zijn teksten ontstaan na wat achteraf
het begin van de christelijke jaartelling heet. Het zogenoemde Nieuwe Testament
is in feite (de uitwerking van) één naam. "Jezus".
De taal
van het Nieuwe Testament is Grieks. Een toegankelijke beschrijving van dat
wordingsproces vind je in J.Roomer, Geschiedenis en archeologie van de bijbel. (Teleac, 1996. Je vind het in iedere bibliotheek.)
In feite
is het zogenoemde Oude Testament verreweg het grootste deel van de bijbelse
literatuur (5/6). In een gangbare nederlandse bijbeluitgave
vormen 1100 van de 1400 pagina's het Oude Testament. De teksten zijn niet
in één keer geschreven. Een eeuwenlang proces heeft tot dit resultaat geleid.
Wanneer de apostolische geschriften, (het Nieuwe Testament) ontstaat, is het
Oude Testament ongeveer 1800-300 jaar oud. De taal is hoofdzakelijk hebreeuws.
Martin
Buber (1878-1965), een in Europa bekende Joodse
leraar, heeft eens gezegd: "Het Oude Testament is niet oud en geen testament."
Het is een uitspraak die vreemd aandoet. Alhoewel.
In feite
is het zogenoemde OT een verzameling teksten, ontstaan, gegroeid, gegroepeerd,
gelezen en vertolkt, van week tot week en/of van dag tot dag, binnen de Joodse
gemeenschap. Hebben Joodse mensen dan geen eigen naam voor het OT? Dat hebben
ze wel.
Het hebreeuwse woord Tenach is een merkwaardig woord. Het is eigenlijk geen hebreeuws en je kunt het niet vertalen. Encéërvé of Aënwebé kun je ook niet vertalen. Spreek je die woorden hardop uit, dan merk je dat het blijkbaar om de medeklinkers gaat! TeNaCH: T (Tora), N (Nevie-iem); CH (Chetoviem)
Het
woord Tora is afgeleid van het hebreeuwse werkwoord
harah. Dat betekent aanwijzen, laten zien.
Zie bijv. Ex 15,25. Tora wordt in de regel vertaald met Wet.
Een permanent misverstand ligt dan voor het oprapen. "Wet" brengen
wij altijd in verband met "moeten en zullen". Toch is Tora interessanter,
evenals het Nederlandse woord wet.
Het
nederlandse woord wet is volgens de nederlandse
etymologie, afgeleid van het werkwoord weten. Wet betekent: wat je
geacht wordt te weten, wat het weten waard is. De Tora bestaat uit de eerste vijf boeken van een gangbare Bijbel:
Genesis (Gen), Exodus (Ex), Leviticus (Lev), Numeri (Num) en Deuteronomium
(Deut). In de Joodse traditie worden deze boeken de vijf boeken van
Mozes genoemd. Meer voledig: het onderricht van Mozes.
Wat Mozes aan zijn volk leert. In didactische terminologie: de Wet, de Tora,
is de leerstof: dat waar de les over gaat.
Een
oude, bekende naam voor de vijf boeken van Mozes is de Pentateuch.
(Ieder kent de naam van het Pentagon. Het gebouw draagt die naam omdat het
vijf hoeken heeft.) Pente is grieks. Het betekent vijf. Teuchos
betekent tuig, gereedschap, tot en met, later, boek. De Pentateuch is
het uit vijf delen bestaande instrument, de Tora.
In de
Joodse gemeenschap staat de Tora centraal. Waarom staat de Tora centraal?
Waarschijnlijk omdat daar de belangrijkste zaken in staan. Toch is dit antwoord
rationeel en dus niet correct. Als iets belangrijk is, dan is dat geen kwestie
van denken. Dat zou immers vrijblijvend zijn. De Tora staat centraal in
de praktijk, in het doen.
Iedere
week (als het goed zou zijn iedere dag) wordt de Tora gelezen en bestudeerd.
Iedereen wordt geacht zich op die lezing studieus voor te bereiden. (Wat bij
ons de Schrift heet, noemt de joodse traditie mikra, het geroepene, wat
voorgelezen wordt, de lezing. Zo kun je begrijpen: "Het geloof is uit
het horen" - Rom 10,17.)
Je kunt
alleen studeren door zelf met het studiemateriaal in gesprek te gaan. Het
gesprek rond het Boek is al eeuwenlang gaande. Je wordt, als je mee doet,
uitgenodigd om mee te praten. Meepraten begint met luisteren en vragen stellen.
Zie eventueel het evangelie van Lukas 2,46v.
De tekst
die de Synagoge ten aanhore van allen voordraagt,
is dus in feite de gehoorde en bestudeerde tekst. Dit liturgisch voordragen
vindt plaats in de synagoge. Ook het woord synagoge is Grieks. Syn-agoo:
samen komen. Een meer hedendaagse, gangbare joodse naam voor synagoge is sjoel
- school. Daar school je samen, ga je bij Mozes in de leer.
Week
in week uit wordt de Tora voorgelezen, gelezen en bestudeerd. Daarom, puur
praktisch, staat de Tora centraal. Marc Chagall heeft dat op nog al wat schilderingen laten zien.
De Tora
in de strikte zin van het woord bestaat uit de eerste vijf boeken van je bijbel.
In de regel noemt men de Tora ook 'de vijf boeken van Mozes'. Meer in
het algemeen kan het woord ook een aanduiding zijn voor alles wat het
leren waard is. Uiteraard is dat persoonlijk. Maar het is ook zakelijk. Bijvoorbeeld:
wat moet ik kennen en kunnen om een goed onderwijsgevende
of verpleegkundige te zijn? Het antwoord op die vraag is voor een (aanstaand)
onderwijsgevende of verpleegkundige ook Tora.
In de
regel gebruikt men (niet-Joden) ter aanduiding van
Nevie-iem het woord dat de Septuaginta
(de vertaling uit het hebreeuws in het grieks, gemaakt
rond de tweede eeuw voor de gangbare jaartelling) als vertaling geeft: Profeten.
De naam
'profeet' wordt in de regel verkeerd verstaan. Een profeet heet in de volksmond
een 'voorspeller'. Profètès (LXX): fèmi
is grieks. Het betekent: spreken. Een profeet
is dus iemand die pro spreekt. Pro betekent voor. Maar wat betekent
vóór?
In het
woord voorspeller wordt vóór begrepen als een voorzetsel van tijd. Een profeet
zou dan iemand zijn die vóórdat het zover is, vertelt wat er gaat gebeuren.
Maar in pro of contra heeft voor niets met tijd te maken. In
'wil je dit voor me doen?' heeft voor ook geen betekenis van tijd. In de uitdrukking
iemand knollen voor citroenen verkopen, betekent voor: in plaats van, namens.
Een profeet is iemand die spreekt namens.
Profeten
spreken dus 'namens'. Namens wie of wat? Op de eerste plaats namens Mozes,
namens de Tora. Profeten leggen de Tora uit. Ook dit kun je verder proberen
uit te leggen: Profeten spreken namens God, namens Mozes, namens de armen,
namens het verbond. Profeten geven hun stem.
De synagoge
leest na het gedeelte uit de Tora altijd een klein gedeelte uit de profeten
als begin van de uitleg van Mozes. Profeten geven uitleg van het onderricht
van Mozes. Zij spreken namens Mozes. Zij doen met de Tora wat de onderwijsgevende
doet met de leerstof.
Bij
de profeten staat de Tora centraal. Zoals Mozes gelijk staat met de Tora,
zo zijn de profeten verzameld in de naam Elia. Elia is de vader van de profeten.
Mozes
en Elia zijn Tora en Profeten. Tora en profeten is in feite een andere naam
voor de Tenach, voor heel de schrift.
Het
derde deel van de Tenach heet in de taal van de Tora: chetoviem. Ook hier ligt de klemtoon op de laatste
lettergreep. Het woord chetoviem is afgeleid
van het hebreeuwse werkwoord katav.
Het betekent (inkrassen, kerven), graveren, schrijven. Het woord loopt parallel
met het griekse graphein,
schrijven (denk aan griffel of gravure). Gods Schrift, de taal van het verbond,
is gegraveerd op stenen tafelen (Ex 32,16).
Chetoviem
betekent Geschriften. De geschriften reageren op de uitleg en het onderricht.
Je zou kunnen zeggen: de 'geschriften' doen wat de leerlingen doen. Zij echoën
de leerstof.
Het
woord katechese is afgeleid van het griekse
kat-echeoo. Het betekent oorspronkelijk echoën.
Echoën wat je geleerd hebt, mee laten klinken, resoneren,
resonantie. In meer strikte zin werd het binnen de kerken gebruikt voor laten
meeklinken van wat je als gelovige geleerd hebt. Maar je mag nog niet te zwaar
tillen aan deze uitleg. Eerst moeten we uitleggen wat geloven betekent.
In de
regel functioneert geloven in zinnen als:
·
"Vertrekt hier om kwart over twaalf
een bus naar Sloterdijk-station?"
·
"Ik geloof het niet."
Geloven
betekent in zo'n zin: niet zeker weten, vermoeden.
Dat is niet de bijbelse betekenis van het woord.
Een
perfecte uitleg van het woord geloven vindt je via het engelse
love: houden van, iets/alles zien in. Het
nederlandse woord geloven is afgeleid van het gotische
galaubjan, zich hechten aan.
Voor
de goede verstaander: religieus geloven is even kwetsbaar en weerloos als
houden van muziek. In de teksten bij Ex 3 zullen we daar op terug komen.
Voorlopig
kun je zeggen: een goede werkomschrijving van katechese voor kinderen van
de basisschool zou kunnen zijn: leren meepraten wanneer het over "deze
dingen" gaat.
De Tora
wordt derhalve als het ware omgeven door de profeten
en de geschriften. Haal je de Tora uit het midden weg, dan gebeurt hetzelfde
als wanneer je uit het wiel van een fiets de as weghaalt.
Katechese is uiteindelijk: kennis maken met en het verkennen van de mogelijkheden van bijbelse verhalen. Waar gaan die verhalen over, wat bewaren ze uiteindelijk en stellen ze veilig door het te vertellen? Dat is een uitstekende vraag van waaruit je kunt beginnen te studeren.
© Jan Engelen, Herten/Roermond 1997,
Amsterdam, december 2008