|
College 1 In 2006 week 16 Wil je weten waar
een tekst over gaat? Kijk naar het einde. Dan zie je met eigen ogen
waar hij, de tekst, het verhaal, naar toe wil. Voor Markus kijken
we dus naar het einde van Markus. Waar laten we het einde van Markus beginnen? In een verhaal kan iemand tegen het einde sterven. Wellicht
volgt dan nog iets over de begrafenis. Het verhaal over dit leven
van de betreffende persoon is dan in de regel afgelopen[1]. Hoe lezen we deze tekst. (plaatsen en verplaatsingen) 15,40 Er zijn ook vrouwen,
die uit de verte toeschouwen, onder wie ook Maria van Magdala en Maria,
de moeder van Jakobus, de jongere, en van Joses, en Salome, 41 die, toen Hij in Galilea
was, Hem volgden en Hem dienden, en vele andere vrouwen,
die met Hem opgegaan zijn naar Jeruzalem. (tijd!) 42 En wanneer het reeds avond geworden
is, komt omdat het Voorbereiding, dat is de voorsabbat, is, (drie aanduidingen van tijd) 43 Jozef van Arimatea, een aanzienlijk
lid van de Raad, die ook zelf het Koningschap van God[2] verwacht; en hij waagt het naar Pilatus te
gaan en het lichaam van Jezus te vragen. 44 En het bevreemdt Pilatus, (opeens twee psychologische opmerkingen:
eerst “het wagen”, nu “bevreemden”. Welke inhoud wordt zo “verpakt”,
aangekondigd?) dat Hij reeds gestorven
zou zijn, en hij ontbiedt de hoofdman en vraagt hem, of Hij reeds
lang gestorven is.45 En wanneer hij het van de hoofdman
vernomen heeft, schenkt hij het lichaam aan Jozef. 46
En deze koopt linnen en legt Hem in een graf, dat in een rots uitgehouwen
is, en hij wentelt een steen voor de ingang van het graf. 47 Maria van Magdala en Maria,
de moeder van Joses, zien, waar Hij is neergelegd. (Daarmee is de tekst terug bij
de plaats. Binnen de omlijsting van “de vrouwen”
[15,40 en 47] gaat het over het gestorven lichaam
van Jezus. Het verhaal is dus klaar. O nee, nog een kleinigheid. Ook
een vorm van genegenheid. Blijkbaar was het een begrafenis
in haast. Het moet nog afgemaakt worden. 16,1
En wanneer de sjabbat voorbij
is, kopen Maria van Magdala en Maria (de moeder) van Jakobus, en Salome
specerijen om Hem te gaan zalven. (Een bruggetje. Er moet nog iets
gedaan worden. Dit heilige moeten wordt een confrontatie.) 2 En zeer vroeg op de eerste dag
der week gaan zij naar het graf, terwijl de zon opgaat. 3 En zij zeiden
tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het
graf? 4 En wanneer zij opzien, aanschouwen zij, dat de steen afgewenteld
is; want hij was zeer groot. (Er ligt een blok tussen hen en
de binnenkant van dat graf. Hoe moeten ze binnenkomen? Dat blijkt geen probleem. Ze zijn ook niet verbaasd. Blijkbaar verwachten ze dat iemand
anders bezig is.) 5 En wanneer zij in het graf gegaan
zijn, zien zij een jongeling zitten aan de rechterzijde, bekleed
met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar. (Ze verwachten hun geliefde dode,
maar wat ze zien stelt hen niet gerust!) 6 Hij zegt tot hen: Weest niet
ontsteld. Jezus zoeken jullie, de Nazarener,
de gekruisigde. (Zo heet hij voortaan, de Nazarener,
de gekruisigde. Hij is niet meer verkrijgbaar,
los van het verhaal van deze catastrofe.) Hij is opgewekt, Hij is hier niet; (Het object van hun zoeken dat ze hier [object] hebben neergelegd
– de plaats uit het einde van hoofdstuk 15 – dat object is subject geworden. Wie ze zoeken Is hier niet. Waar is hij (subject) dan?) zie de plaats, waar zij Hem gelegd
hebben. 7 Maar gaat heen, zegt zijn leerlingen en Petrus, dat Hij jullie voorgaat naar Galilea;
(Er komt een nieuwe plaats: Galilea. Wat is er met die plaats?) daar zullen jullie Hem zien, zoals
Hij jullie gezegd heeft. 8 En zij gaan naar buiten
en vluchten van het graf, want siddering
en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets,
want zij waren bevreesd. Hier eindigt het evangelie van
Markus. De rest is bijschrift, sinds de 2e eeuw deel uitmakend
van de tekst. Blijkbaar was het einde onbevredigend. Want: wat moet
je met zo’n einde? Stel je die vraag – op basis van
de samenhang tussen begin en einde denk je als vanzelf aan het begin.
Dat blijkt een wonderlijke intuïtie. Want ga je naar het begin, dan
vind je in Mk 1,9 dat Jezus Galilea verlaat om naar de jordaan te
gaan. In 1,14 gaat hij onder bedreiging (Johannes is overgeleverd,
zoals hij later ook overgeleverd wordt!) terug naar Galilea. Daar
begint Jezus het goede verhaal, namelijk dat niet de
pharao maar God, de bevrijder, koning is. Het evangelie gaat van Galilea
naar Jerusalem. De reis naar Jerusalem begint in
Markus 10,1. De structuur van Markus lijkt als
die van een muziekstuk. Da capo al fine! Tot hoever moet je in de
herhaling teruglezen. Waar houdt de muziek op? Dat zou goed het einde
van Mk 9 kunnen zijn: bewaar de vrede onder elkaar. Begin nu vanuit het einde aan het
begin. Wonderlijk is: Dit is een van de
zeldzame teksten die begint met het woord begin. Wonderlijk is ook: Zie, ik stuur
mijn engel voor jouw aangezicht die jouw weg
klaar zal maken. (de tekst laat de
lezer zeggen: ik, mijn, jouw, jouw – het wordt heel persoonlijk. Alsof het over mijn weg gaat. Dat zou kunnen, ja. Jouw weg, your way, wordt in de tekst de weg van de heer, de heerlijke
weg. Heerlijk – want hij voert naar vrijheid en bevrijding.) Stem van een die roept In de woestijn bereid
de weg van de Heer. Voor een inleiding kun je ook hier beginnen. Amsterdam, 19 april 2006 [1] Er zijn meer redenen om het einde van Markus in 15,40 te laten beginnen. Maar deze exegetische opmerkingen vallen buiten het bestek van deze les. [2] Denk aan: niet … maar … (Niet als de farao, over de rug van slaven, maar als Hij die Bevrijdt.) |