M. (D2) schrijft.

De tekst is recht gezet.

Ondergetekende zal wat eerste commentaar geven.

Het wordt een notitie over lezen aan de hand van twee voorbeelden,

 

De recht gezette tekst is het eerste concept. Het commentaar gaat cursief en is kleiner.

 

 

8, 4

Gelijkenis van het zaad.

12, 13

Gelijkenis van een hebzuchtige boer.

12, 22

Maak je geen zorgen.

Mijn werkstuk zal gaan over het zaaien, oogsten en delen. Deze drie begrippen wil ik centraal stellen. Daarom heb ik bovenstaande verhalen uit Lucas gekozen.

 

Op een of andere manier ben je aan die drie opeenvolgende woorden gekomen. Ze vormen een compleet verhaal, het verhaal van alles dat leeft bijna, of over hoe de dingen gaan in het leven – gaan of niet gaan. Je kunt immers ook "niet delen", verstenen.

Toch moet je ook een beetje oppassen wanneer je zo te werk gaat. Want op een of andere manier druk je daarmee de verhalen in een vorm die jij al enigszins hebt. Zoiets als bevooroordeeld. Je zet jezelf een gekleurde bril op en gaat daarmee het verhaal binnen.

Uit je verdere commentaar begrijp ik waarom. Je zegt: een openbare basisschool. Niet te veel. Je moet terughoudend zijn. Maar dat is natuurlijk ook een verenging. Ik zou zeggen: als het verhaal gezaaid is, gebloeid en gegroeid heeft, tot oogst gekomen – pas dan moet je kijken naar wat het heeft opgeleverd en wat je er uit kiest voor een eventueel concrete groep. (De uitvoering in de praktijk hoort niet bij de opdracht.)

 

Ik begin bij 8,4: Gelijkenis van het zaad.

Jezus, vertelt hier het verhaal van een zaaier en het zaad wat hij zaait. Het zaad dat op het pad valt en plat wordt getrapt en door vogels wordt opgegeten. Het zaad wat tussen distels terecht komt en verstikt in het donker.

 

Hier ben je een beetje te snel.

Je moet de tekst voor ogen zien gebeuren. Met de hand afdraaien en onderweg de zinnen en woorden even bekijken, zien, gebeuren laten.

 

Veel volk is toegestroomd. Lukas zegt er zelfs bij: mensen uit elke stad. Heel Israël bij wijze van spreken. Bij elkaar geharkt als het ware, verzameld, - geoogst? Een soort grote klas, bij hem bij elkaar gekomen. Je vraagt je af waarom. Wat zien ze in Hem? Wat zoeken mensen in en bij elkaar?

Je kunt hier ingaan op het voorafgaande. Bijvoorbeeld vanaf 7,36. Daar gebeurt iets. Jezus is uitgenodigd om te eten bij mensen, bij goeie mensen zelfs. Farizeeën waren de mensen die het goed bedoelden, die probeerden iets van hun leven te maken. En dat wordt een heel gesprek over al dan niet bevooroordeeld of onbevooroordeeld met elkaar omgaan, over de ander kansen geven – dus doen alsof iemand niet alleen verleden is, en veel meer toekomst.

iemand zijn schuld vergeven betekent dat een ander verhaal mogelijk is. Niet alleen maar droefheid over schuld, maar ook vreugde over opnieuw durven beginnen, je leven weer ter hand nemen.

Je merkt: ik ben helemaal niet bezig met een klas kinderen.Alsof het er niet toe doet probeer ik de tekst eerst maar eens op mijn eigen niveau te lezen. Hoe spreekt hij mij toe? Waar heeft hij het over? Waar is hij op uit? Blijkbaar mag ik op mijn leven niet uitgekeken zijn. En terwijl ik zo peins,  - dit verhaal wordt onderstreept door de "dienende vrouwen". In Hem zien ze ongetwijfeld een nieuw leven voor zich – terwijl ik zo peins begint het woord zaaien zich op te dringen, alsof toekomst bestaat, alsof je daar iets aan kunt doen, alsof je het komende kunt voorbereiden. Is dat zo?

 

Je merkt, ook bij mij dringen woorden en beelden zich op. De klas. Het bij elkaar komen, bij elkaar horen. Misschien is daar al wel iets over te zeggen of te vragen, een boom over op te zetten. Simpel: over bij elkaar zijn of bij elkaar horen. Is het zinvol om kinderen gevoelig te maken voor "bij elkaar horen" of "samen zijn".

 

Hoe het ook zij: al die mensen maken bij Jezus volgens Lukas een gelijkenis los.

Een zaaier gaat uit om te zaaien…

Dat is ook typisch. Waarom het woord zaaier. Waarom niet gewoon "boer"? En je merkt al: het woordje zaaier en zaaien en zaad worden door zo te vertellen vanaf het begin regelmatig onderstreept. Moeten mensen weten dat ze zaaigoed zijn?

Daarna hoor je hoe het gaat. Het wordt allemaal eigenlijk niks: langs de weg, op de rots en verstikt door het donker van al dat onkruid. Gelukkig, met een deel komt het toch goed, erg goed zelfs. Honderdvoudige vrucht. Blijkbaar moet er best iets fout gaan voordat het tenslotte goed gaat.

Terwijl ik zo wik en weeg wordt ik geďnterrumpeerd door de tekst. Wie oren om te horen heeft, die moet horen. Alsof het verhaal nog nauwelijks begonnen is. Wat is er dan te horen?Precies dit doen de leerlingen. Wat is de bedoeling van dit verhaal? Zij, wij, mogen het weten.

Wat dan komt is eigenlijk een wonderlijk verhaal. Let op woorden als: God, het koninkrijk Gods, de geheimen van dat koninkrijk, zien en niet zien, zien en wel zien. Het woord Gods. Wat mag dat allemaal wezen.

Jezus die dit verhaal vertelt is blijkbaar met voor ons grote woorden bezig, mikt op wat de krant of de tv niet haalt. Eigenlijk zijn dat voor ons geheime woorden, niet allerdaags.

Het vervelende van die grote woorden is, dat mensen ze ook misbruikt hebben om de baas over anderen te spelen. Dat heb je altijd met iets dat ouder is dan vandaag. Maar geef de woorden hun eigen speelruimte. God is dan iemand (blok 1) die er blijkbaar op uit is dat mensen niet kapot getrapt worden of kleingemaakt (slavernij in Egypte). Hij is er in het verhaal voor dat de mens mag opstaan, dat hij zelf mag gaan staan, iemand is om naar op te zien. Kleine mensen zijn eigenlijk groot. Daar gaat God als koning over. Hij draagt mensen op handen. The whole world. In heel moeilijke omstandigheden hebben mensen toch moet gevonden om een ander verhaal te vertellen dan dat van vernietiging en mislukking. Daarover gaat "het woord van God", de Tora. Wij waren … en hij…! Een woord om je aan vast te houden, om het te laten groeien waar je bij bent.

 

Zo blijkt het verhaal bij eerste lezing andere, oudere verhalen op te roepen.

Het hangt nu van de groep en van het eerdere onderwijs af wat je gaat doen. Zeker met oudere kinderen kun je "tekenen van hoop" verzamelen. Blijkbaar is er in een wereld van "het heeft toch geen zin" wel zoiets als zin. Je kunt zelfs op de tv programma's vinden die daar over gaan.

Dus: je mag best woorden uit het verhaal laten komen als meer algemene themata en los van het verhaal aan de orde laten komen.

 

 

 

 

Het zaad wat in de goede grond terecht komt en groeit tot gezonde plant.

Achter deze woorden zit, volgens de bijbel, een hele uitleg, maar ik beperk me tot het zaaien.

Omdat ik zoals nu op een openbare school niet te diep op de bijbel en zijn teksten mag ingaan, zou ik de les op de nu volgende manier willen geven.

 

 

Er waren eens drie boeren. Alle drie kregen ze van een vreemdeling een handje vol zaden. De vreemdeling vertelde hen dat wanneer ze het zaad goed verzorgden, ze een geweldige oogst zouden hebben. Alle drie beloofden ze hun best te zullen doen.

De eerste boer kwam thuis en schudde het zaad uit zijn broekzak zo op de grond. Hij keek er niet meer naar om, het werd vertrapt door verschillende voeten, of opgegeten door de hongerige vogels.

De tweede boer vond het een heel interessant verhaal, maar geloofde er weinig van. Het waren schijnbaar zaden van niets, hij stopte de zaden in de grond, gaf ze water en daarna vergat hij de zaden. Het onkruid om de zaden groeide ook mee, dus de zaden verstikten in de schaduw van de andere planten.

De derde boer greep zijn kans en toen hij thuis kwam, zocht hij een mooi plekje voor de zaden, zodat de zaden in alle rust op konden komen.

En door deze goede verzorging kwamen de zaden heel mooi op.

En de boer oogstte als geen ander.

 

Dit is een heel simpele en meesterlijke verwerking van het geheim van het verhaal. Wat doet hij anders? Wat voor vertrouwen geeft hem zo'n mooi resultaat.

 

 

De les

Een groepje kdn zou ik zaad op een tegel laten zaaien, daar hoeven ze niets meer aan te doen. Maar de kinderen zullen ook wel begrijpen, dat er niets gebeurt. Ik zal ze moeten uitleggen dat het om een proef gaat.

De tweede groep zou ik zaad laten strooien op aarde en deze bak vervolgens in het donker laten zetten.

De derde groep kinderen zou ik zaad laten strooien en dit dagelijks goed laten verzorgen. Als het eind resultaat duidelijk is, wil ik kinderen hiermee tonen, dat wanneer je, je best ergens voor doet en er in gelooft en blijft geloven, je altijd zult oogsten.

 

Je kunt hier ook ingaan op het begrip oogst. Of het woord "goed".  Distilleer uit het gesprek titels voor andere, zelf te bedenken verhaaltjes over: en toch zet ik me er voor in… Heel veel literatuur gaat over zaken die fout gaan totdat het uiteindelijk toch …

 

 

 

Het tweede verhaal dat je aanreikt is "de hebzuchtige boer". 12,13

Het is weer zo'n verhaaltje waarin Jezus doet alsof hij niet aardig is. Iemand wiol dat Jezus zich ervoor inzet, dat iemand zijn erfenis deelt met zijn broer. En hij zegt: zoek het zelf uit. Nee, dat zegt hij niet.Hij zegt dat hij geen rechter of scheidsman is. Het leuke is, dat Lukas de enige is die deze tekst heeft. Blijkbaar heeft hij dit zozeer de moeite waard gevonden dat hij er ruimte voor reserveert. Dus: waar heeft hij het over, wat wil hij duidelijk maken?

Mij dunkt: Jezus zou best een rechter kunnen zijn. Hij is in het evangelie degene die veroordeeld wordt, ten onrechte. Hij heeft dus zeker recht van spreken: het slachtoffer heeft het woord. Bovendien is hij het slachtoffer van "hoe zijn broers met hem omgaan". Denk aan het verhaal van Jozef en zijn broers. Aan Kaďn en Abel ook. Maar hij zegt dat hij geen rechter of scheidsrechter is. Watr is hij dan wel.

Die vraag lijkt niet gehoord. Jezus vertelt dat je er voor moet oppassen dat je niet onverzadigbaar blijkt. Want leven is niet "in overvloed zijn". Blijkbaar moet je niet bang zijn te kort te komen. Blijkbaar is hij daar niet bang voor.

Dan komt het verhaal over het erf van de rijke man wiens erf goed gedragen heeft. En hij begint te plannen en te bouwen. Het is immers genoeg voor jaren. En dan blijkt dat allemaal zonder zin te zijn. Een mens leeft niet voor jaren. Een mens leeft van dag tot dag. Zodra die arme ziel vooruit denkt te kunnen voor jaren gaat hij dood. In tegenstelling tot Jozef bouwt hij schuren voor zichzelf, voor zijn vruchten (mijn vruchten). In eenzaamheid zegt hij tot zichzelf.

Het is nog steeds een vreemd programma: schatten verzamelen voor jezelf heeft geen zin. Je zult blijkbaar schatten moeten verzamelen voor anderen. Zo, om niet, worden ze ons ook aangereikt. Is dat zo? Hebben de mussen een les voor ons en kunnen bloemen ons iets over ons leven uitleggen?

 

Voor vandaag, dinsdag 24 december moet dat even genoeg zijn.

Zeer gegroet en fijne dagen

Jan Engelen