een bijlage
met
overwegingen en feiten
Denk bij het woord geschiedenis
aan uitdrukkingen als:
‘Dat is me een fraaie geschiedenis!’
Vgl Gen 2,4a: Dit is de geschiedenis
van hemel en aarde: ze zijn geschapen.
Het
scheppingsverhaal moet je niet zozeer beschouwen als een verhaal over de fysieke
geschiedenis van de aardkorst met haar bewoners binnen de constellaties van
respectievelijk ons zonnestelsel en de melkweg. Het scheppingsverhaal geeft
geen ietwat primitief verhaal over hoe de wereld van niets tot iets kwam.
Welke behoefte zouden wij hebben aan die kennis. Wat zou het er toe doen?
Wat verklaart een dergelijke verklaring? Veel verder dan een steeds meer genuanceerd
niet weten komen we toch niet. Met het verfijnen van ons onderzoek worden
ook de feiten fijner. Aardig voor wie daarin geïnteresseerd is, maar verder!
Daarover gaat Genesis 1 dus niet, ondanks – voor niet ingewijden – de schijn
van het tegendeel. Het scheppingsverhaal, meer precies het eerste scheppingsverhaal,
het zeven-dagen-verhaal vertelt min of meer over de geboorte van een nieuwe
God.
Je moet goed bedenken: de Goden garanderen
de autoriteit van de machtssystemen, van de economische structuur, van de
vooruitgang of de militaire macht. Plato bijvoorbeeld wordt aangeklaagd voor
asebeia, goddeloosheid. Hij erkent
de staatsgoden niet. Daarmee ondergraaft hij de sociale code, plaatst hij
zich buiten de samenleving, en wordt hij, staatsgevaarlijk, veroordeeld tot
de gifbeker.
De slavernij in Egypte functioneert
in de bestaande machtsverhoudingen waarbinnen alles met zichzelf samenvalt
en hetzelfde blijft tot meerdere eer en glorie van de koning die in die dagen
de wereld – Egypte – regeert. Het refrein in alle verwikkelingen, het systeem
in de terugkerende overstroming en dus vruchtbaarheid van de Nijl en Egypte
zegt: ‘Zo is het nu eenmaal!’
Tegen deze hiërarchie stelt Genesis
1 zich buitengewoon, zeg maar gerust onnozel, naïef op. Het doet net alsof
de goden van deze wereld niet de dienst uitmaken. Het doet alsof je als David
van Goliath kunt winnen, alsof zwakheid een macht is, alsof de laatste de
eerste kunnen zijn en de laagsten de hoogsten (zie het magnificat,
Lukas 1,46-55, vergelijk 1Samuel 2,1-10)
. Alsof "Na U" een mogelijkheid biedt om tot menselijke verhoudingen
te komen.
Genesis 1 doet net alsof er alternatief bestaat, alsof het eigenlijk anders
is. Alsof God is niet degene voor wie alles en iedereen door het stof moet
gaan, maar Degene die ruimte schept, die licht[1] geeft voor onze voeten
(Psalm 119, 105). Zijn heersen is mogelijk maken (Genesis 1,18).
Voor
de goede orde: de naam Genesis is jong. Hij dateert uit de LXX (Septuaginta).
Genesis als geheel is dan al 2, 3 of 400 jaar oud. De naam Genesis is in zoverre
misleidend, dat hij suggereert een boek aan te bieden dat de genetics van de wereld en de menselijke
soort aanreikt. Dit is evenwel een misvatting. In de dagen van Genesis weet
men niet dat zoziets als genetics bestaat. Men heeft daar nog geen oren voor.
Genesis 1 is een afrekening met alles
wat in de omgevende wereld goddelijk is: de zon, de maan, dieren en planten
(bomen). In Genesis 1 worden al die grootheden zaken die de God van
dit verhaal maakt. Kijk je door de ogen van de andere volkeren, dan is Genesis
1 een atheïstische verhaal . Het houdt opruiming in de wereld van de goden
die mensen verplichten te buigen, opruiming van alles wat mensen heilig is
zonder heilig te zijn, als een must beschouwen zonder dat er iets is
dat moet.
Genesis 1 geeft het verhaal over de
schepping van de wereld van ‘hemel en aarde’. De hemel van dit verhaal kom
je nergens ter wereld tegen, valt buiten het object van de paleontologie,
archeologie en prehistorie. De ‘hemel’ is de hemel van God, komt enkel in
de Tenach ter sprake en in alle literatuur die door de Tenach gedragen wordt.
De ‘aarde’ is evenzo niet het object van de geografie, maar de plaats van
de mens, een plek: ruimte bij gratie Gods voor de mens - een uitsparing binnen
het geheel waarin de mens hopelijk mens wil zijn, is. Zie eventueel Ps 115,16.
(Van de God van de bijbel – de eigennaam in vier letters - bestaat grammaticaal
geen meervoud! God is geen soortnaam, geen zelfstandig naamwoord.)
Ook ‘de menselijke soort’ bestaat bijbels
gesproken niet. Planten en dieren zijn gemaakt naar hun aard. De mens is geschapen naar Gods beeld op hem gelijkend, als God een uitzondering. Nederlandse
uitdrukkingen als ‘een aardje naar zijn vaartje’ en ‘de appel valt niet ver
van de boom’ doen alsof er wezenlijk niets nieuws onder de zon is. Die suggestie
(er is niets nieuws in de zon) is fundamenteel in strijd met de bijbelse idee
van een geschiedenis is met en door God oorspronkelijk is.
Exodus
is niet het verhaal over een massale vlucht. De Tenach geeft het epos waarin
de mens zich ‘God zij dank’ afkeert van de slavernij. Dank zij verhalen die
verwantschap aanreiken (Abraham, Isaak en Jacob) sluiten stammen zich aaneen.
Zij zullen gaan leren wat vrijheid betekent en hoe woorden om een antwoord
vragen: verantwoordelijkheid. Wellicht is dit te herkennen in de vragen aan
het begin: ‘Adam, waar ben je?’ en:’Waar is je broer Abel?’ (Gen 3,9 en 4,9).
Wie meent de toekomst naar zijn of haar hand te kunnen zetten doet hetzelfde
als de pharao. Door de kinderen te vermoorden probeert hij een einde te maken
aan de geschiedenis.
Exodus betekent het vertrek uit een
samenleving waar priester-koningen de dienst uitmaken. Israël is in de ogen
van de anderen atheïstisch: het accepteert de goden van de volkeren niet.
Israël is anarchistisch: het ziet de koningen niet als de top van de hiërarchie
en de bekroning van de wereld.
Rond
1250 voor De uittocht.
Rond
1200 voor De rechters.
1000 - 960 voor David door Samuel gezalfd. Jerusalem wordt hoofdstad.
960
- 920 voor Salomo
922 voor Noordrijk (Israel) met Samaria, Zuidrijk (Judea) met Jerusalem.
587 voor Babylon verwoest Jerusalem en de Tempel.
Ballingschap
Diaspora, Synagoge, Tenach.
539 voor De ballingen mogen van Cyrus terug. Een deel gaat. Vanaf nu overal
synagogen. Jerusalem en Tempel opnieuw gebouwd.
Na zijn dood: Seleuciden in Syrië, Ptolomeen in Egypte.
250
voor LXX, de Septuaginta, de griekse vertaling van de Tenach.
167- 164 voor De
Seleuciden maken per decreet een einde aan het Jodendom. Een beeld van Zeus wordt in de Tempel
opgericht.
Opstand van de Maccabeeën. Channoeka ingesteld.
Ong. 150 voor Religieus-politieke partijen ontstaan: Sadduceeën, Farizeeën, Essenen.
63 voor Pompeius verovert Jerusalem. De Romeinen maken de dienst uit.
37 voor Herodes (de Grote) wordt zetbaas/koning.
27 voor Augustus keizer.
6 (?) voor geboorte van Jezus
26-36 Pilatus landvoogd.
Vanaf
50 na: de eerste christelijke teksten,
brieven van Paulus. Rond 70 evangeliën.
rond
63 Jacobus gestenigd in Jerusalem, Petrus en Paulus sterven onder Nero’s vervolgingen.
66-70 Eerste
Joodse oorlog tegen de Romeinse bezetters.
Val en verwoesting
van Jerusalem en Tempel.
84 De joodse gemeenschap zeer verzwakt door alles wat
er gebeurd is spreekt ter bescherming van de eigen groep uit: Wie Christen
is kan geen Jood meer zijn.
Vanaf
rond 100 verschijnt na-bijbelse christelijke literatuur.
132-135
Tweede Joodse Oorlog tegen de Romeinen. Jerusalem wordt verboden gebied voor
Joden. Het Romeinse Jerusalem heet Aelia Capitolina.
Vanaf
rond 200 wordt de joodse mondelinge traditie op schrift gesteld als omheining
van de Tora.
330 Constantijn Keizer. Daarvoor is het vaak levensgevaarlijk om christen te zijn. Daarna hoor je er echt bij wanneer je christen bent. Het christendom wordt staatsgodsdienst.
In dit korte lijstje
zijn de belangrijkste gegeven vet weergegeven.
[1] Rabbi Simon zegt: in deze passage wordt vijf keer over het licht gesproken. Dat komt overeen met het aantal boeken van de Tora. En God zegt: er zij licht spreekt over Genesis waarin versteld wordt dat de Heilige Hij zij geprezen bezig is met de schepping van de wereld. En er is licht spreekt over Exodus (in het hebreeuws het boek Namen geheten). Daarin trekken de kinderen van Israël weg uit de duisternis naar het licht. En God ziet het licht spreekt over Leviticus dat vol is met zovele wetten (om te weten, wetenswaardigheden). En God verdeelt het licht spreekt over Numeri. Daarin wordt onderscheid gemakt tussen degenen die vertrekken uit Egypte en degenen die het land binnen gaan. En God noemt het licht dag verwijst naar Deuteronomium waar zoveel wetten in staan. Iemand bracht daar tegenin: maar er staan toch ook zoveel wetten in Leviticus! Dat klopt. Ook de formulering is een herhaling. En laten we wel wezen: het licht en de dag zijn hetzelfde. GenR, III, 5.
Jan Engelen, 5 november 2001