Een ongedurige vraag.In de eerste serie colleges kwam vaak de verbaasde
vraag: Wij zijn hier in katechese- of godsdienstlessen toch bezig met
‘christelijk’ of ‘katholiek’! Waarom gaat het dan voortdurend over ‘Joods’?
|
| "Christen-zijn", katholiek of protestant, voor mensen uit onze kultuur is dat een vrij vanzelfsprekend gegeven. Wij weten dan waar het over gaat. Nou ja, weten ...? Maar goed.
Stel je voor: we maken een tekenfilm. De meest onwaarschijnlijke dingen kun je dan laten zien en horen alsof ze echt zijn. In onze film landt Jezus op Schiphol. Vanzelfsprekend gaan wij als IPABO, zo dicht bij Schiphol, acte de présence geven en Hem begroeten. Terwijl hij de aankomsthal binnenloopt roepen we Hem toe. Hij zal hoogstens opkijken van het kabaal, maar Hij zal niet vermoeden dat we het over Hem hebben. Wanneer in de Kalverstraat iemand John roept, dan zal niemand die Jan of Hans heet opkijken. Zo heet Jezus op het Schiphol van de hierboven aangeduide tekenfilm Jehosjoea of Jesoea. Er bestaat een groot risico, dat Hij van onze kerken niets zal herkennen - die komen in zijn wereld niet voor. Komt Hij in een synagoge: hij zal zich terstond thuis voelen. Met dit hand- en studeerwerk is hij vertrouwd.
Je kunt Jezus of die eerste literatuur over hem - ook na een geschiedenis van ettelijke eeuwen - niet verstaan zonder enige vertrouwdheid met Zijn wereld. Zijn wereld is een cultuurhistorische wereld, die van Mozes en de Profeten. Zonder Mozes en de Profeten versta je Hem, Jezus en Zijn verhalen, buiten Zijn eigen context. Hij is dan een vreemde eend in de bijt, een anachronisme. Niet toevallig begint Mattheüs zijn verhaal over Jezus met David en Abraham, met Abraham Isaak en Jacob (Mt 1,1-2). Niet toevallig begint Markus met gelijk geschreven staat. Niet toevallig begint Lukas met een oude man en een oude vrouw die geen kind hebben - het lijkt Abraham wel. Niet toevallig begint Johannes met om te beginnen, het woord - de Tora ...? - of bij de Jordaan). Willen wij in die wereld een beetje binnen komen, dan zullen we geduld moeten hebben. Nog kunnen we vragen of we mee mogen leren wat het betekent in de wereld van die verhalen te leven. © Jan Engelen, Herten 1997
|