Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar
Deeltijd

Aarzelend, onzeker, zelfs bang
zo begint het twee jaar geleden.
Nu, twee jaar verder, na twee modules
hebben deze twee studentes onderstaand werkstuk geheel zelfstandig uitgevoerd.
Het getuigt van vele vaardigheden en vele mogelijkheden
voor aansprekend en op de naam onderwijs aanspraak makende mogelijkheden.
Jan Engelen, 30 november

Esther

 

Zelfstudie D3

Door Els Beers & Mei Veenendaal

 

Inhoud:

Inleiding
Uitleg Esther: het verhaal
Handleiding lessenserie: overzicht
De lessen uitgewerkt
Bronnen
reflectie een en twee

 INLEIDING:

Van 11 tot en met 13 april 2003 wordt in de Samen op Weg kerk in Wieringerwerf werd de musical Esther uitgevoerd. (Zie bijlage A) Het is prachtige, jongeren zingen en spelen.

De tekst is geschreven door Gerard van Midden, de muziek is van Gerard van Amstel.

De musical laat zien, welke rol Esther gespeeld heeft. Er is ook een duidelijke link met het heden. Twee kernthema’s nemen wij uit het verhaal:

1e rassenstrijd

Er zijn nog vele mensen die elkaar verdriet aan doen:

als de paal niet met wortel en tak wordt gekanteld, blijven de Hamans voor altijd bestaan. Zo gaat het als kwaad wordt doodgezwegen, als een woekerend onkruid dat wortel schiet.

2e Je eigen gezicht laten zien

Wat we zelf denken en voelen voor elkaar moeten we niet verbergen, maar juist durven uitspreken.

 

Belangrijk vinden we, dat het verhaal van Esther positief eindigt met het Poerimfeest. Tijdens dit feest wordt de redding van het Joodse volk gevierd en de ondergang van Haman. Deze Haman is de persoon, die door zijn rol in het verhaal het symbool van het kwade is.

 

De musical eindigt positief:

Je durft het haast niet te geloven

We komen deze klap te boven

We kunnen hier aan Babels stromen

voorzichtig weer een droom gaan dromen.

We halen de ontstemde harpen

weer hoopvol uit de dode bomen.

En zingen tegen alles in:

Het heeft toch zin, het heeft toch zin!

 

Zonlicht breekt door …

 

Wij willen proberen de kinderen te laten ervaren dat er overeenkomsten zijn tussen deze twee kernthema’s uit het verhaal van Esther en hun of onze eigen belevingswereld.

 

 

Rembrandt: Esther

 

Uitleg: Esther, het verhaal

Waar vind je het verhaal over Esther?

In de Willibrordvertaling vind je Esther bij de toegevoegde verhalen die na de Koningen komen. Het boek wordt samen met de boeken Tobit en Judit genoemd in de inleiding van de Willibrordbijbel. De drie boeken komen overeen in de literaire vorm: het zijn vrij gecomponeerde verhalen. De gegevens van historische, chronologische en geografische aard worden willekeurig worden gebruikt.

In de kinderbijbel Woord voor Woord vind je Esther op blz. 248 - 259.

 

De karakters zijn psychologisch goed getekend. Gods naam wordt niet één keer genoemd. Toch wordt, vaak tussen de regels door, gesproken over de macht en het bestuur van Israëls God. Het boek laat zien dat het goede het van het kwade wint. Het goede vind je in de personen van Esther en Mordechaï en het kwade in de personen Haman en Ahasveros.

 

Een boodschap van het verhaal is voor ons: Het is beter om jezelf trouw te blijven, dan je anders voor te doen, dat als je bent. Voor kinderen en ook voor volwassenen is dit zeer herkenbaar. Wees zo moedig om je eigen gezicht te laten zien!

 

Voor het Joodse volk heeft dit verhaal een extra betekenis: God neemt het op voor zijn volk. Met het jaarlijks terugkerende Poerimfeest wordt de goede afloop van het verhaal gevierd.

Haman is het kwaad in eigen persoon, de massamoordenaar, de Hitler van zijn tijd.

Hij is uit het geslacht van Agag, de koning van de Amalekieten. De Amalekieten zijn in de bijbel een stam in de woestijn. Eerst willen ze niet dat de bevrijde slaven door de woestijn op weg naar hun bevrijding gaan, later vallen ze het volk in de woestijn op weg naar het veelbelovende land was, in de rug aan. Achteraan liepen vrouwen, kinderen en oude mensen. De Amalekieten staan bekend als kinderdieven en stalen de baby' s uit de 'wieg'. (Ze zijn tegen de toekomst! Alles moet blijven zoals het was!)

Haman is het beeld van alles, wat zich tegen God verzet. Hij leeft nog steeds onder ons!

Tegenovere hem staat Mordechaï uit de stam van Benjamin, de zoon van Kis. Hij verloochent zijn geloof en afkomst niet. Hij doet wat God van hem verwacht.

 

Leuk om te weten.

Enkele namen in dit verhaal hebben een bijzondere betekenis:

- Hadassa (Joodse naam)     = mirt   (Mirtetakken wordt gebruikt bij het Loofhuttenfeest om de loofhutten te versieren)

- Esther    (Perzische naam) = sterretje

- Vasthi                                = de begeerde

- Ahasveros                         =  sjah der sjahs, de koning der koningen.  (Xerxes I)

 

 

Korte inhoud van het boek Esther:

Het boek Esther vertelt ons, hoe in de tijd na de ballingschap het Joodse volk op de rand van de afgrond balanceerde (ca. 485 v. Chr.).

Haman, een gunsteling van de koning, wil uit wraak het hele volk de dood in jagen, omdat de Jood Mordechaï niet voor hem wil knielen. Het plan van Haman wordt door Esther, de koningin en nicht van Mordechaï verijdeld. Esther ontmaskert Haman en smeekt voor haar volk om genade bij de koning. Omdat Haman door het lot (pur, uitspreken: poer) de dag van de ondergang van de Joden heeft vastgesteld, wordt het feest ter herdenking van hun bevrijding het 'Poerimfeest' genoemd. Op dat feest wordt in de synagoge het boek Esther gelezen. Dit boek laat zich lezen als een historische roman, vol spanning.

 

 

Handleiding bij de lessenserie:

In het boek Esther staat de volgende thema' s centraal:

 

*  rassenstrijd

* je eigen gezicht laten zien

 

Toelichting thema’s:

In het verhaal van Esther gaan diverse stukken tekst over rassenstrijd. Het verhaal uit de kinderbijbel Woord voor woord is daarbij een uitgangspunt.

 

-         In het begin van het verhaal staat dat de Joden verspreid wonen in allerlei steden op de

      wereld als gevolg van strijd tussen diverse volkeren. Haman is een anti-semist: zijn

      voorouders hebben al van geslacht op geslacht een strijd met het volk Israël.

-         En als er een groep vreemdelingen in een stad woont kan dat ook achterdocht

opwekken. Joodse mensen waren in de loop van de Europese geschiedenis altijd een aparte groep. Daarom werden ze verdacht, vaak gepest, gevangen genomen en zelfs gedood.

-         Haman, de eerste minister van Ahasveros krijgt een enorme woedebui, nadat de Jood Mordekai zegt dat hij niet voor mensen knielt, maar alleen voor God. Haman wil daarom het hele Joodse volk uitroeien.

 

Andere stukken tekst gaan over je eigen gezicht laten zien:

 

-         Mordechai laat tegen Haman zijn eigen gezicht zien, want hij buigt niet voor Haman.

-         Esther laat in het begin, als ze de vrouw van Ahasveros is, niet haar eigen gezicht zien,

want zij vertelt niet dat zij een Joodse is. Later, als Haman het bevel geeft het Joodse volk te vernietigen,  ziet ze in dat ze haar ware afkomst niet moet verloochenen. Ze komt voor haar Joodse afkomst uit en daardoor redt ze haar volk.    

-         De keizer Ahasveros, is iemand die in het verhaal heel lang geen eigen mening heeft. Hij laat dus niet zijn eigen gezicht zien. Als Esther hem vertelt dat haar leven bedreigd wordt, ziet hij zijn fout in. Hij laat dan zijn ware gevoelens voor zijn vrouw blijken.

 

Wij hebben gekozen voor een manier van verwerken van het verhaal van Esther, waarbij het van belang is, dat de kinderen de volgende vaardigheden al onder de knie hebben:

Begrijpend lezen en het goed onder woorden kunnen brengen van gedachten en gevoelens.

De lessen zijn daarom bestemd voor groep 6 tot en met acht.

 

De lessen behoren tot diverse vakgebieden:

Kringgesprekken , Begrijpend lezen, Stellen, Drama, Rekenen, Aardrijkskunde, Muziek, Beeldende vorming (beschouwen en zelf maken), Muziek, Geschiedenis.

 

We hebben voor een zorgvuldige opbouw in de lessen gekozen. Vanuit de actualiteit gaan we via het verhaal naar verdere verdieping van het verhaal. Uiteindelijk eindigen we met een les, waaruit blijkt, dat onze twee thema’s, niet alleen nog actueel zijn, maar altijd al hebben gespeeld door de eeuwen heen bij de mens.

We kiezen voor het maken van een wandfries.
Een wandfries is een soort bulletinbord, liefst ter grootte van een hele klassenmuur. Het wandfries geeft de kinderen overzicht van de voortgang van het onderwerp. Het wandfries helpt de kinderen en de leerkracht om de draad van het onderwerp weer op te pakken. Dit is belangrijk, omdat de lessenserie enkele weken duurt.

 

 

Kort overzicht van de lessenserie:

 

Les 1: Een krantenknipsel over bijv. de grote problemen tussen de Israëlieten en de Palestijnen. Dit bericht dient als uitgangspunt voor een kringgesprek. Het kan ook een artikel zijn over een volk dat op de vlucht slaat voor oorlog.

Les 2: Meegebrachte artikelen worden voorgelezen en besproken. We maken er een collage van.

Les 3: We vertellen van het verhaal over Esther. Boekje maken.

Les 4: Over de betekenissen van namen.

Les 5: We gaan in 4 groepen werken. Elke groep krijgt een verhaal. Bij dit verhaal horen

enkele attributen. In dramaspel laten de kinderen een stukje van het verhaal zien. Na afloop volgt er een gesprek.

Les 6: Terugblik op les 5 en invullen van werkblad.

Les 7:  Groep 7 en 8:de kinderen zoeken uit welke landen tot het Perzische rijk behoren. Ze gebruiken een atlas en een kaart van het Perzische rijk. Een wandkaart in de klas dient ter ondersteuning. Groep 6 leert een lied.

Les 8: Vertellen over het Poerimfeest en het maken van maskers en het maken van 'Hamans-oren' (gevulde driehoekige koeken).(muziek op de achtergrond).

Les 9: Inleiding: gedicht uit musical. Daarna maken de kinderen een stelopdracht: schrijf, op een apart vel, wat er in de wet stond die Haman voor de Joden had gemaakt.

Les 10: De kinderen krijgen diverse afbeeldingen van kunstwerken te zien. Kijken maar.

Wat valt je op? (Het zijn kunstwerken met boodschappen over de ellende die mensen hebben meegemaakt, dreiging, dood, maar ook hoop.

Les 11: Ter afsluiting maken de kinderen zelf een kunstwerk. Ze geven daarin uiting aan hoe zij wensen dat mensen met elkaar omgaan. Deze kunstwerken krijgen een plaats in de klas.

 

 

De uitgewerkte lessenserie

 

LES 1:

De leerkracht heeft 1 of meerdere artikelen meegenomen die gaan over de strijd tussen Israëlieten en Palestijnen. Via een woordweb wordt de voorkennis van de kinderen geactiveerd. De leerkracht vertelt aanvullende informatie over het ontstaan van de haat tussen deze twee volkeren. Ook wordt ingegaan op de 2e wereldoorlog.

Via vragen zoals: wie kent verhalen over Joodse mensen in de 2e wereldoorlog en

wie weet welke volkeren nu nog op de vlucht zijn omdat het niet veilig is in hun eigen land,

probeer je de betrokkenheid van de kinderen te vergroten.

Een suggestie om de les te beëindigen is het vertellen van een stukje uit het dagboek van Anne Frank.

Als opdracht voor de volgende les nemen de kinderen zelf artikelen mee die gaan over het thema: rassenstrijd.

 

Les 2:

De kinderen gaan in groepjes van vier zitten en praten om de beurt over hun meegebrachte artikelen met als richtlijn de volgende opdrachten:

-     Kun je in een paar zinnen zeggen waar het over gaat?
-         Waarom heb je dit artikel uitgekozen?
-         Waarom heeft dit artikel indruk op jou gemaakt?

Iedere groep krijgt een vel karton en plakt daar de artikelen erop. De vellen karton worden goed zichtbaar in de klas aan de muur opgehangen.

 

Les 3:

De kinderbijbel Woord voor Woord heeft het Estherverhaal op een duidelijke en korte manier beschreven.

De leerkracht leest dit verhaal voor. Daarna houd je een kringgesprek.

Vragen zouden kunnen zijn: wat vind je van het verhaal? Waren er dingen die je vreemd vond? Vind je Ahajveros een goede koning? Denk je dat dit verhaal echt gebeurd is? Waarom zou Esther verzwegen hebben dat ze een Jodin is? Verzwijgen wij ook wel eens iets? Wat wordt er op het Poerimfeest gevierd? Ken je nog andere feesten waarop mensen zich verkleden?

 

Les 4:

In deze les gaan we meer in op de namen die in het verhaal voorkomen.

De naam Esther is niet de eigenlijke naam van de koningin, maar een soort schuilnaam.

Wat betekent Esther? En wat was haar echte naam?

Ook ga je in op de andere namen: Wasthi (de begeerde), Ahasveros (sjah der sjahs) Wat zou hiermee bedoeld worden?

Je vraagt aan de kinderen waarom ze denken dat deze mensen zo zijn genoemd in dit verhaal.

Wat betekent jouw naam?

Zelf een aantal namenboeken meenemen en de kinderen in groepjes laten opzoeken wat hun naam betekent.

Alle betekenissen worden door een leerling in de computer getypt. Iedere leerling krijgt een kopie. De lijst wordt op een muur geprikt.

-5-

Les 5:

In deze les worden vier verhalen door verschillende groepen kinderen gelezen en later uitgebeeld. (zie bijlage B) De leerkracht maakt met de digitale camera van school, vier  foto’s per groepje.

De verhalen hebben als onderwerp:

a)      Ik laat niet met me pronken

b)      Haman de Jodenhater

c)      Mordechaï

d)      Het Joodse volk blijft leven en viert feest

 

Attributen bij verhaal a) zijn: rode cape (omroeper)

                                                koker (omroeper)

                                                bankje of 2 stoelen (koning)

                                                beker (koning)

                                                kroon (koning)

 

Bij verhaal b): driehoekig hoedje (Haman)

                         gebedsmuts  (Mordechaï)

                         schild, zwaard (soldaat)

                         zegelring (stempel en doos) (koning)

                         vel papier  (schrijver)

 

Attributen bij verhaal c) zijn:  rode cape (omroeper)

                                                hoofddoeken  (Joden)

                                                jute zakken en as

                                                kroon (koningin)

                                                gebedsmuts (Mordechaï)

                                                papier en pen

                                                koninklijk bevel

 

Bij verhaal d): mooi gewaad en kroon (koningin)

                        driehoekig hoedje (Haman)

                        kroon (koning)

                        tafel, bestek, borden, glazen

                        grote stok, paal (galg)

                        boek van de koning

                        zegelring 

 

Alle kinderen van de klas kiezen en spelen een rol.

 

 

Les 6:

De volgende dag laat je de kinderen de foto’s die je van hun toneelstukje hebt gemaakt, opplakken op een groot blad, met de volgende opdracht:

bovenaan het blad zet je in grote letters de titel van het toneelstuk en onder elke foto, in ongeveer twee zinnen, schrijf  je wat er wordt uitgebeeld op de foto.

Deze bladen worden wederom aan de muur geprikt.

 

En we leren de kinderen een lied aan. Keuzemogelijkheden: zie bijlage E

 

 

Les 7:

Je hebt een wandkaart voor de klas hangen, waarop je het Perzische rijk aanwijst.

Je vertelt over Israël, dat ongeveer 1000 jaar voor Christus een grote bloeiperiode beleefde.

Koning David regeerde toen over Israël. Daarna kwamen er slechtere koningen. Zij hieven

veel belasting en het volk van Israël kwam daardoor in opstand. Israël viel uiteen in een noordelijk en een zuidelijk deel. Doordat ze daardoor militair verzwakt werden, kregen volkeren zoals de Assyriërs en de Babyloniërs de kans om Israël te veroveren.

Assyrië was een wereldmacht tot 612 voor Christus en daarna was Babel de wereldmacht tot 539 voor Christus. De Perzische koning Cyrus veroverde daarna de gebieden van de Babyloniërs. Israël was een klein stukje van dit gebied.

De kinderen maken het werkblad, wat je hebt laten uitdelen. (zie bijlage C ) Ze maken hierbij ook gebruik van een atlas. Tegen het einde van de les bespreek je de antwoorden met de kinderen.

 

 

Les 8:

Je vertelt dat het Poerimfeest voor joodse kinderen de leukste dag van het jaar is. Het is een dag vol plezier met veel snoep en prachtige verkleedpartijen Op Poerim leest men in de synagoge (soort kerk) het verhaal van Esther voor. Zelf vertel je dat 1 dag in het jaar kan men Joodse kinderen verkleed op straat zien lopen als koninginnen en landlopers. Ze lopen met maskers en ratels en dragen korven met vruchten en koeken. Deze dag valt gewoonlijk ergens in maart, op de veertiende dag van de Hebreeuwse maand Adar. Deze dag staat bekend onder de naam Poerim en is een van de vrolijkste dagen van het Joodse jaar, net zoals wij het carnavalsfeest kennen.

Thuis wordt een feestelijke maaltijd gehouden. Vrienden en kennissen sturen elkaar voor die maaltijd geschenken, etenswaren en dranken. Ook eet men een bijzonder poerimgebak.

Uit een stukje deeg, dat dun is uitgerold, worden lapjes gesneden en vervolgens in een koekenpan gebakken. Bij het bakken krukken die lapjes om en dan lijken ze op oren. Deze koekjes noemt man Hamansoren.

Het recept van de Hamansoren staat op bijlage D

In groepen van vier kinderen maken ze Hamansoren. Bij het uitvoeren van het recept dienen ze goed te kijken naar het aantal grammen, deciliters, waarbij het meetaspect dus ook om de hoek komt kijken. 

.

Het is verstandig om voldoende tijd te nemen voor deze les: ongeveer 1,5 uur.

Aan het einde van de middag kunnen de kinderen dan gezamenlijk hun gebak opeten.

 

 

Les 9:

Oom Mordechai probeert in een brief Esther over te halen haar ware identiteit te onthullen voor haar man, de koning van Perzië. Hij hoopt daardoor, dat de koning zich het lot van de Joden gaat aantrekken en zal voorkomen, dat de Joden allemaal omgebracht zullen worden.

Je leest de brief voor:

Lieve Esther,

Weet je nog hoe moeilijk jij het vroeger had?

Denk een terug aan die tijd. Esther. Ik heb je gered, ik heb je verzorgd en eten gegeven.

Haman, de belangrijkste man na de koning, heeft de koning voorgesteld om ons allemaal te doden. Het is vreselijk! Lief kind van me, roep de Here aan en vraag de koning om de wet ongedaan te maken. Jij moet ons redden.

Ik hou van je.

 

Je oom Mordechai.

 

De kinderen krijgen een stelopdracht.

Ze schrijven een brief, waarin Esther een brief terug schrijft naar haar oom. Die brief moet minimaal een half A viertje lang zijn.

De brieven worden later op het wandfries opgehangen.

 

Les 10:

De leerkracht heeft diverse afbeeldingen van kunstwerken meegenomen.

Als voorbeelden vindt u hier
Malevich , Picasso, Truus Menger, Constant en het monument in Dachau.

Malevich

Malevich: de oogst

Malevich: De schilder

kindermonument amsterdam
Truus Menger

Truus Menger, Hoorn

Het monument in Dachau

constant

Margitte, de geliefden

Picasso: Guernica

De afbeeldingen worden uitgedeeld aan groepjes met vier kinderen.

Ze schrijven per groep op welke boodschap het kunstwerk bij hen oproept.

Elke groep heeft een blad waarop vragen staan als:

Zie je overeenkomsten tussen de kunstwerken en het verhaal van Esther.

Eindopdracht: presenteer de kunstwerken van je groepje aan de klas en vertel wat jullie gevonden hebben als overeenkomsten.

Op het bord maak je als leerkracht een korte inventarisatie van wat de kinderen hebben ontdekt.

De klassikale eindopdracht luidt: vinden jullie dat bepaalde kunstwerken bij elkaar horen?

Hoe zouden jullie de kunstwerken dan indelen?

Toelichting: De kinderen halen zelf de twee hoofdthema’s van de lessencyclus eruit:

Rassenstrijd en je eigen gezicht laten zien.

Met de afbeeldingen van taferelen uit het verhaal van Ester verwerken ze het verhaal nog eens heel goed.

 

Les 11:

Deze laatste les zijn de kinderen zelf de kunstenaars.

Hun opdracht luidt: maak nu zelf ook een kunstwerk wat met het verhaal van Esther te maken heeft en geef dit kunstwerk een titel.

Ze mogen zelf kiezen, met welke technieken ze willen werken.

De kinderen werken op A3 formaat en kiezen een eigen achtergrond kleur.

De werkstukken worden na afloop geëvalueerd in groepjes.

In de klas en op de gang worden alle werkstukken opgehangen.

 

 

 

Gebruikte informatie voor deze lessenserie komt uit:

 

-         Werkmap Leven met Toekomst

-         Verhalen uit de Joodse verteltraditie

-         Musical Ester  uitgevoerd in Wieringerwerf

-         Willibrordbijbel

-         De reis door de Bijbel : schrijver V. Gilbert Beers

-         Het verhaal gaat …

-         Volksverhalen uit kleurrijk Nederland

-         Joodse dagen en feestdagen

-         Kinderbijbel: Woord voor woord

-         Liederen van o.a. Ipabo

-         Boeken van diverse kunstenaars

 

Websites.

 

 

 

REFLECTIE EEN

A)    Waarom vind ik dit materiaal goed voor kinderen?

Dit materiaal is goed voor kinderen, omdat het aansluit bij de belevingswereld van de kinderen. Krantenartikelen en gesprekken hierover, het uitbeelden van verhalen, het kijken naar diverse kunstwerken en nadenken over wat het bij de kinderen zelf oproept, het bakken van koekjes, het zingen van liedjes en het opzoeken van landen in de atlas: in dit geheel hebben wij een tweetal thema's als rode draad verwerkt. Alles wat de kinderen plakken en schrijven en foto' s die gemaakt worden, wordt op een muur geprikt: Wandfries.

De kinderen kunnen voor zichzelf dan nog eens kijken wat er gedaan is in de afgelopen lessen.

Het materiaal van deze lessenserie is hiermee vakoverstijgend, zoals in de handleiding is vermeld. Ik heb tijdens mijn stage gewerkt met thema's, vooral bij de kleuters. Dit is prettig en zinvol werken voor de kinderen en mij. Juist daarom hebben Mei en ik gekozen voor een tweetal duidelijke thema' s, die in de lessen terugkomen.

 

B)    Welke mogelijkheden biedt het vak katechese op de Hogeschool ons als aanstaand onderwijsgevende op een basisschool?

Het vak katechese biedt ons erg veel mogelijkheden. Het was erg verrijkend voor mij om met een onbekend persoon zoals voor mij Esther, aan de slag te gaan en informatie te verzamelen en uit te werken.

Doordat ik dit nu een keer heb uitgeprobeerd is het gemakkelijker om het nog eens te gaan doen. Op mijn vorige stageschool heb ik ervaren dat het vak katechese wel extra aandacht kon gebruiken. Er werd niet een methode gevolgd, de leerkracht had wat verhalen en liedjes in een map. Dit waren toch wat losse lesjes, terwijl zo' n lessenserie veel meer blijft hangen bij de kinderen en bij mij. Ik heb hier veel van geleerd!

Ik wil katechese zoveel mogelijk toepassen als een geheel van lessen die raakvlakken hebben met andere vakken. Eén los lesje blijft niet zo gauw hangen bij de kinderen en bij mij.

Ook wil ik af en toe terugkomen op lessen, die gegeven zijn, want een onderwerp als vrede, hoort ook bij niet ruzie maken, niet pesten. Zo' n onderwerp blijft actueel!

Katecheselessen die worden aangeboden volgens de bladen tussen hemel en aarde bieden veel mogelijkheden. Er staan herkenbare verhalen in voor de kinderen en de verwerkingsuggesties zijn erg leuk. Dit heb ik de afgelopen maanden mogen ervaren tijdens mijn kleuterstage.

Zelf heb ik inmiddels meerdere bijbels voor kinderen aangeschaft: Kijkbijbel (Kees de Kort),

Bijbel voor kinderen  oude en Nieuwe testament (Marianne Busser en Ron Schröder),

Mijn eerste Bijbel (vertaling Nelleke van der Zwan), De Reis door de Bijbel (V. Gilbert Beers). Ook heb ik een paar uitklapboeken over enkele bijbelverhalen. In heldere kindertaal staan de vele verhalen en ik vind het heel belangrijk, dat verhalen duidelijke teksten en platen hebben voor de kinderen.

Ik vind het heel fijn concrete lessen te bedenken bij stukken bijbeltekst.

Dit maakt de bijbeltekst zinvol voor mij en straks voor de kinderen.

 

 

REFLECTIE TWEE

A. Waarom is dit materiaal goed voor kinderen?

Ik zelf ben een grote voorstander van thematisch onderwijs. Ik vind dat het de mogelijkheid biedt om in een samenhangend geheel met integratie van alle vakken een onderwerp voldoende uit te diepen en niet alleen aan de oppervlakte te blijven.

Het verhaal van Esther sprak ons zeer aan, omdat het in deze tijd ook nog zo actueel is.

Wij hebben er twee items uitgelicht, namelijk “je eigen gezicht laten zien, laten zien wie je bent” en “rassenstrijd”. Dit zijn 2 dingen waar we ons zelf zeer betrokken bij voelen en waar we van denken dat ze de kinderen ook genoeg mogelijkheden bieden om vanuit hun eigen belevingswereld deze onderwerpen te beschouwen en er over te praten. Deze items speelden in de tijd van het verhaal van Esther, vele duizenden jaren geleden, maar ook nu zijn het items die ons mensen bezig houden.

In de lessenserie hebben we geprobeerd om zowel een serieuze, zwaardere kant van het verhaal te belichten, maar ook een vrolijkere lichtere kant.

 

B) Welke mogelijkheden biedt ons het vak Katechese op de Hogeschool ons als aanstaande onderwijsgevende op een basisschool?

Eerst iets over mezelf:

Ik ben thuis “niet gelovig” opgevoed. Integendeel, mijn ouders waren eigenlijk atheïsten. Ondanks mijn opvoeding heb ik heel bewust voor de Ipabo gekozen en niet voor de Pabo. Atheïsme vind ik te radicaal en persoonlijk vind ik radicale denkbeelden tamelijk kortzichtig. Ik wilde meer weten van de bijbel en het vak Katechese.

Ik ben blij dat ik op de Ipabo het vak gekozen heb (al zou ik als ik het vak godsdienst had gekozen ook veel geleerd hebben).

Katecheseles geven vanuit het startpunt van een bijbels verhaal blijkt me zeer aan te spreken.

De verhalen die ik tot nu toe heb kunnen lezen vind ik erg mooi. Ik kan in elk verhaal vele passages (eigenlijk bijna elk woord) vinden waar ik graag over verder wil filosoferen. Wat zijn de overeenkomsten met de belevingswereld van de kinderen, wat zijn de overeenkomsten met mijn belevingswereld, wat zou met bedoeld hebben met? Bovendien zijn het naar mijn idee stuk voor stuk verhalen, die je ook nog naar nu, onze wereld kan vertalen. Natuurlijk, realiseer ik me, want het gaat over mensen.

Dat is, heb ik nu geleerd ook mijn insteek als ik les zou geven in Katechese. De kans is groot dat ik dat inderdaad Katechese zal gaan geven, aangezien ik tot nu toe alleen nog maar op katholieke stagescholen stage heb gelopen en het mij daar erg goed bevallen is.

Ik hoef, heb ik begrepen, niet elke zondag naar de kerk te gaan om Katechese les te mogen geven. Of ík in God geloof (wat ik eigenlijk niet weet), daar hoef ik het in de klas ook niet over te hebben. Het gaat erom dat de kinderen zélf hun godsbeeld,waarden en normen ontwikkelen. Wij als leerkracht mogen niet moraliseren en betuttelen, wordt ons op de Ipabo verteld.

Als werkomschrijving voor Katechese werd in de les genoemd: Tijd en aandacht uittrekken voor de ontwikkeling van creativiteit van kinderen. Het ontwikkelen van creativiteit betekent het ontwikkelen van leren zien, leren stilstaan bij, leren verwerken, leren weergeven, leren objectiveren, durven en proberen, leren luisteren, meemaken, leren je te verplaatsen in, gaan herkennen, begrijpen, aanvoelen.

Ik zou daar nog het volgende aan toe willen voegen: Een paar weken geleden vroeg mijn zoontje aan mij waarom hij van mij altijd maar een beperkte tijd achter de Playstation (computerspelletjes machine) mag zitten. Ik heb het hem zo uit proberen te leggen: Aan het met de Playstation spelen zitten best ook goede kanten: je leert beslissingen te nemen, snel te reageren, vol te houden, met je vrienden te overleggen (ze spelen vaak samen het spelletje), maar ik vind er een groot nadeel aanzitten (behalve dat ik ook grote waarde hecht aan buitenspelen). Ik heb namelijk gemerkt dat het zijn creativiteit inperkt. Als Marc (mijn zoontje) veel achter de computer heeft gezeten, merk ik dat hij grote moeite heeft om met ander speelgoed te spelen. Hij weet dan niet meer wat hij nog meer kan doen, behalve achter de computer. Ik heb hem uit proberen te leggen dat creativiteit onmisbaar is bij het “leefbaar” maken van je leven. Hoe vaak lopen dingen niet anders in je leven dan je voor ogen had? Meerdere malen op een dag kom je van deze momenten tegen. Daar moet je creatief mee om weten te gaan. Gaat het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het ken, zeggen de West-friezen hier (ik woon vlakbij Hoorn). En zo is het. Je hebt creativiteit nodig om de situatie (in eerste instantie wat minder leuk) toch zo om te buigen dat het voor jezelf acceptabel wordt. Hoe zal ik het dan wel doen? Welke mogelijkheden zijn er nog meer? Voor het uitvinden van de antwoorden moet je creatief en flexibel zijn. Daarom kan ik mij geheel vinden in het werkconcept voor catechese zoals dat door de Ipabo wordt aangeboden.

 

Ook vind ik heel aantrekkelijk aan het vak Katechese, dat het wordt aangeraden dit vak in de regel thematische, geïntegreerd in andere vakken, te onderwijzen. Ik kom deze werkwijze bij geen enkel ander vak aangeboden op de Ipabo, zo duidelijk tegen. Ik denk dat het geweldig is om op deze manier katechese te mogen geven. Ik heb er dan ook van genoten om een lessencyclus op deze manier te mogen verzinnen. Ik denk dat je daardoor pas goed in staat bent het vak katechese met genoeg diepgang aan te bieden. Mij biedt het vak zoals jullie dat uitdragen dus veel mogelijkheden. Ik kan me in deze manier erg goed vinden.

 home website voor katechese Hogeschoool IPABO