Naar een meer bijbelse katechese

met een beperkte inspanning

voetnootjes zijn alleen voor de aardigheid of voor wie toch meer wil

 

Stel je voor, je merkt als onderwijsgevende op een katholieke of meer oecumenisch ingestelde, gastvrije school, of als groep min of meer samenwerkende collegae, dat je toch op een andere manier met katechese om wilt gaan. Stel je voor, je zou je eigen werk willen gaan veranderen. Hoe pak je dat aan – zonder daar een berg tijd in te investeren. Onderwijs is behoorlijk arbeidsintensief. Hoe bereik je met een beperkte inspanning een goed resultaat?

 

Om te beginnen moet je de gang van zaken door laten gaan. Ga niet alles veranderen. Doe een beperkt experiment, bijvoorbeeld 3 à 4 weken. Evalueer daarna hoe het gegaan is. Ben je als team tevreden, herhaal je experiment. Bijbelverhalen genoeg. Zo komt er steeds meer kennis en ervaring met verhalen, met het gezamenlijk (onderwijsgevende en kinderen) en speels reflecteren op het potentieel van bijbelverhalen. Het criterium waarin je meet of je tevreden bent zou moeten zijn: is het goed voor kinderen. Dat woord goed kun je op veel manieren uitleggen, maar het heeft in ieder geval alles te maken met "ik en de anderen".

 

Anders bezig zijn met katechese is meer een kwestie van solidariteit of samenhorigheid dan van het verwerven van nieuwe kennis. Een kleine groep bereidt iets voor. De aangereikte info moet kort en overzichtelijk zijn, een indruk[1] geven. Wil het team meer[2] info, dat kun je altijd binnen het team, of als collegae onderling, met elkaar bespreken.

 

De voorbereidende groep reikt aan het team het verhaal aan, en de veronderstelde interessante woorden en dus mogelijkheden van een verhaal. Doe dat zo uitbundig mogelijk. Neem vaak uitdrukkingen op als: "Je zou ook kunnen zeggen …" Het gaat over zoveel mogelijk in en uitgangen van een verhaal. Zie het verhaal als een pleintje waarop en waaromheen van alles te doen is. Of een soort Artis. Het verhaal houdt een grote verscheidenheid[3] bijeen. In deze website vindt je voldoende aanzetten of handvaten.

 

Gedurende 3 weken staat het verhaal centraal. Het wordt een soort detective naar het verhaal. Begin bij de mogelijkheden. Het zal dus eerst los zand zijn. Bijvoorbeeld allerlei toestanden over vreemdeling-zijn, of over nood, of over zoiets simpels en ontroerends als vertrouwen, een beetje vertrouwen. Langzaam maar zeker lopen de ideeën in de richting van situatie en dan komt uiteindelijk een verhaal, het verhaal, een van de verhalen. In het voorbeeld dacht ik aan Ruth, een klein bijbelverhaal.

 

Wat kunnen de leden van het team dan doen met en rond dit verhaal. Ja, dat moet je eigenlijk zelf weten. Wat lijkt je leerzaam of toegankelijk, spannend of ontroerend (enz.)  voor de kinderen van je groep. Het gaat dus meer om de kinderen dan om het verhaal. Het verhaal is bindmiddel – al blijkt dat pas aan het einde. Wanneer na de drie weken dat poppetje op tafel Ruth is, dan weet je dat ze heel wat heeft meegemaakt, gekozen heeft en zich heeft laten kiezen, meegegaan en gedurfd.

 

Derhalve: beperkte info, beperkte opdracht, en zee van mogelijkheden bekroond door het verhaal dat in het midden staat, of in het midden blijkt te staan.

 

Een onderwijsgevende heeft wanneer het kinderen en verhalen betreft, veel kwaliteit. Die ervaring is de gids, ook zoiets onbekends als een verhaal in. Als oude verhalen (dat ken ik wel) nieuw zijn, dan wordt het pas echt spannend.

 

Hebt u als team ervaringen of vragen met betrekking tot een meer bijbelse katechese op de basisschool, neem contact op met mij. Ik zal zien wat ik doen kan. Als je iets anders wilt, werkelijk wilt, heb je aan weinig voldoende.

 

Herten, 10 augustus 2001.

Jan Engelen

[1] De indruk is de stem van de of het andere. Zo je wil: het woord of aanspraak. Wanneer je een idee krijgt raak je geïnspireerd. Alleen door te vliegen leert een merel op zijn vleugeltjes te vertrouwen. Ook haperend en aarzelend kun je vliegen. Zelfs vleugeltjes zijn vleugels als je het goed beschouwd.

[2] Het is essentieel om te leren dat je geen visie op de bijbel hoeft te hebben. Je hebt geen totaaloverzicht nodig, geen globale of totale kennis. Je hebt alleen iemand nodig die je een beetje het verhaal in helpt. Het verhaal zal je om te beginnen wel vertellen wat je weten moet.

[3] Zoeken naar een thema of naar een moraal betekent de dood van het verhaal. De katechese van het opgeheven vingertje maakt het kiezen onmogelijk. Als je alleen "het goede" mag kiezen, waar moet je dan met de rest van jezelf terecht. Al generaties lang is dat voor kinderen een onmogelijke opgave. Trouwens ook een oneerlijke.