‘Breken en delen’.
Hieronder
volgt een opzetje voor enkele lessen over “breken en delen” naar aanleiding
van en rond het bijbel-verhaal Lucas:
12,17: het verhaal van de 5 broden
en 2 vissen
Ik heb juist voor dit onderwerp gekozen, omdat delen
soms best moeilijk is voor kinderen. Het is de bedoeling dat kinderen na het lezen
van dit verhaal wat meer gaan nadenken over wat zij hebben. En wat een ander
juist niet heeft, dus dat delen niet overbodig is.
Ik heb voorbeelden bij dit verslag gedaan van wat
wij in Nederland hebben en wat de mensen in arme landen niet. Op deze manier
denk ik dat het duidelijker zal worden voor kinderen als zij het lezen.
Ik heb beeldmateriaal bij dit verslag gedaan, omdat
ik denk dat het dan meer zal aanspreken.
Er zit een beschrijving bij van hoe je brood kunt
maken omdat je als het brood gemaakt is de kinderen hun eigen brood dan ook
kunt laten delen. En omdat als je in een les alleen maar tekst moet lezen
is er niet veel aan dus dit vond ik een leuke onderbreking van een leerzame
les.

Amy de Vries
D 1 - 2003.
De broodvermenigvuldiging.
Er zijn veel mensen
bij Jezus. Ze luisteren naar zijn verhalen over het koninkrijk van God. Ook
maakt Jezus de mensen gezond die genezing nodig hebben. Het is al laat. De
mensen krijgen honger. De leerlingen van Jezus willen de mensen naar huis
sturen, maar Jezus zei tegen de leerlingen: “Geven jullie hen maar te eten”.
Er is een jongen die vijf broden en twee vissen bij
zich heeft. Jezus neemt de broden en de vissen, spreekt
er een zegen over uit en geeft ze aan zijn leerlingen om rond te delen.
Dat doen ze.
Alle mensen delen van wat ze krijgen. Als ze klaar
zijn met eten is er nog een heleboel over.

Delen.
Delen van eten, is dat koekje of snoepje wat jij
hebt niet alleen opeten, maar het delen met iemand anders. De ander krijgt
ook een deel van jouw koekje of snoepje, zodat jullie allebei wat hebben en
niet alleen jij.
Delen is soms best wel moeilijk,
want je kunt bijvoorbeeld dat koekje of snoepje dat je hebt gekregen wel in
je eentje op. Maar je bent niet alleen en je vriendje of vriendinnetje lust
ook wel wat.
Je hoeft niet altijd alles dat je krijgt te delen,
maar het is wel goed om te bedenken dat er ook nog anderen zijn en dat jij
niet de enige op de wereld bent.
Je kunt niet alleen met eten delen, maar ook met
speelgoed. Jij hebt een game boy, en jouw vriendje of vriendinnetje niet.
Maar hij/zij mag van jou ook met jouw game boy spelen. Dan mag jij van hem/haar
met die bal spelen.
Jullie delen dus samen de dingen waar jullie allebei
graag mee spelen en wat de ander misschien niet heeft.
Zo gaat het ook in het verhaal van de vijf broden
en twee vissen.
Jezus spreekt een zegen
over de vijf broden en twee vissen uit, hierdoor is er steeds
genoeg voor iedereen, hij zorgt ervoor dat iedereen te eten heeft.
De mensen delen alles weer met elkaar ze houden het
eten niet allemaal voor zichzelf, ze houden ook rekening met de ander. Hierdoor
is er op het laatst zelfs nog een heleboel over.
Het
verhaal van het brood.
Er is heel wat nodig om brood te maken, daar zijn
een heleboel mensen voor nodig. Hieronder staan 12 plaatjes, op die plaatjes
zie je wat er allemaal moet gebeuren voordat je brood hebt.


Tegenwoordig
wordt het graan gedorst met een machine. De graankorrels worden ook door een
machine gemalen om meel te krijgen. Behalve meel heb je nog van alles nodig
om brood te maken.
Kijk maar op de volgende bladzijde wat je allemaal
nog meer moet doen voordat het brood klaar is, je kunt het zelf ook maken.
1
Ingrediënten:
Neem drie ons meel,
10 gram gist: om het deeg te laten rijzen
een kop lauwe melk
een flinke klont boter
een lepeltje zout,
anders is het brood erg flauw
een paar lepeltjes
suiker.
Wat
moet je doen:
2
De gist lost op in de melk,
daarna doe je de melk langzaam bij het meel.
Dan doe je het zout en de suiker erbij.
Maak de boter
zacht en doe die erin.
3
Nu goed kneden en kneden.
Dat is hard werken. Van kneden worden je handen moe.
Maar kneden is nodig, je moet goed kneden om het
deeg goed te krijgen.
4
Laat het deeg een uurtje
rijzen. Maak er bolletjes van. Leg de bolletjes op het bakblik en laat ze
weer rijzen, nu een half uurtje. Knip met een schaarpunt wat vormen boven
op de bolletjes en zet ze dan in de oven.
Tien minuten is genoeg om
mooie bruine broodjes te krijgen.
Je ziet het, er is heel
wat nodig om brood te maken.
om te kunnen leven
om te kunnen werken
om te kunnen spelen.
Als de bolletjes klaar zijn, haal ze dan uit de oven,
je kunt ze nog niet meteen eten, ze zijn nog te heet.
Breek het brood als het is afgekoeld in stukjes en
deel het met kinderen uit jouw klas. Nadat je hebt gedeeld, mag je jouw brood
eten.
Het breken van jouw brood en het delen ervan, dat
is precies wat Jezus in het verhaal ook heeft gedaan. Hij spreekt eerst een
zegen over het brood en de vis uit, hierna geeft hij het aan de mensen en
deze deelden al het brood en de vis met elkaar. Iedereen heeft nu te eten, er hoeft niemand
honger te lijden.
Nederland is
een ‘rijk’ land.
Wij wonen in Nederland, dit is een ‘rijk’ land met rijk bedoel ik niet alleen
het geld dat wij hebben. Maar ook de etenswaren, loop maar eens een supermarkt
binnen en let op al het eten dat daar is. Er zijn verschillende soorten groenten
en fruit (vers en in blikken of potten). Er is vlees en vleeswaren, er zijn
een heleboel soorten brood (bruin, wit, bolletjes, puntjes, en ga zo maar
door).
Ook is er volop snoep en koek in de supermarkt en
er zijn een heleboel verschillende soorten drinken. Al deze etenswaren hebben
samen één woord, dat is het woord ‘producten’. Dus als je het woord ‘product’
ziet, kan dat bijvoorbeeld eten of drinken zijn.
Je ziet, in een supermarkt is heel veel te koop aan
eten en drinken. Maar al die etens- en drinkwaren,
(producten) komen
die ook uit Nederland?
Nee, niet alles komt uit Nederland, er wordt ook
heel veel ‘geďmporteerd’. Wat is
dat geďmporteerd? Ik zal het je uitleggen, importeren
betekent dat er spullen als bijvoorbeeld eten en drinken, maar ook kleding
of stof uit een ander land naar Nederland worden gebracht. Dit gebeurt met
de boot en/of de vrachtauto.
Dit zijn producten die wij niet in Nederland hebben,
bijvoorbeeld, verschillende soorten kruiden, fruit, hout enzovoorts. Ook worden
er producten vanuit Nederland naar andere landen gebracht dit heet dan exporteren.
De dingen die vanuit Nederland naar een ander land worden gebracht, zijn bijvoorbeeld,
onze kaas en bloemen.
Importeren is dus dat er producten vanuit een ander
land hierheen worden gebracht, omdat wij ze hier niet hebben.
Exporteren is het wegbrengen van producten vanuit
Nederland die ze in andere landen niet hebben.
Wij hebben
in Nederland dus een heleboel producten en als we producten niet hebben, dan
halen we deze uit een land waar ze dat wel hebben.
Dat is wat ik bedoel met dat Nederland een rijk land
is, we hebben hier alles wat de mensen nodig hebben en als we iets niet hebben
in Nederland, dan wordt dat uit een ander land gehaald.
De ‘arme’ landen.
Maar, er zijn ook landen waar ze niet veel of niet
genoeg eten en drinken hebben voor iedereen in dat land. Dat heet een ‘arm’ land, dat is dus het tegenovergestelde
van een rijk land.
De mensen die hier wonen, wonen niet in huizen zoals
wij, maar in hutjes van stro en takken. Stenen of hout om een huis te bouwen
is erg duur voor de mensen die daar wonen.
Zij hebben geen dure kleren aan zoals jij en ik,
die ze bij Hennes en Mauritz hebben gekocht, of
bij V&D, want die winkels zijn er niet. De mensen
hebben kleren aan die misschien wel van jou of mij zijn geweest,
maar dit zijn oude kleren die wij weg hebben gedaan omdat ze te klein zijn
of omdat we ze niet meer mooi vinden.
Ook hebben de mensen die hier wonen niet elke dag
een lekker ontbijt met brood en beleg, of yoghurt met muesli. En tussen de
middag eten zij niet een lekker broodje met kaas of worst of hagelslag. En
ook ‘s avonds hebben zij niet een bord vol met aardappels en spinazie, of
bloemkool of prei en daarbij een lekker stukje vlees.
Deze mensen hebben elke dag hetzelfde eten, zij eten
alleen maar droge witte rijst. Lusten zij niets anders dan? Nee, er is niets
meer voor deze mensen, zij hebben niets anders in dat land.
Deze mensen leven van producten die vanuit andere
(rijke) landen zijn gebracht.
Soms worden er bijvoorbeeld producten als eten en
drinken ‘ingezameld’ dat betekent
dat er producten worden opgehaald en verzamelt. Als er dan heel veel spullen
zijn zoals eten, drinken, kleding, schoenen, speelgoed. Dan wordt dit naar
de arme landen gebracht.
Inzamelen is dus het ophalen en verzamelen van kleding en schoenen die wij
niet meer gebruiken en de etenswaren die wij afstaan omdat wij die etenswaren
wel kunnen missen want wij hebben heel veel.
Misschien heb je dat thuis ook wel eens gezien, soms
komt er met de post een grote plastic zak in de brievenbus. Hierop staat dan
dat je hier kleding in kunt doen. Dit wordt dan ook opgehaald, maar dat zie
je niet altijd omdat jij dan op school bent. Maar je ziet op die dag dat de
zak wordt opgehaald wel vaak bij meerdere mensen in de tuin die zak staan.
Hierin zitten dus allemaal kleren die de mensen willen afstaan, omdat ze het
niet meer aankunnen of niet mooi vinden.
Bij sommige (schoenen)winkels staan wel eens bakken,
hierin kan iedereen zijn oude schoenen doen, ook deze schoenen worden dan
naar ‘arme’ landen gebracht.
Je ziet dus, wij hebben het niet slecht in Nederland
wij hebben hier alles dat we nodig hebben.
Ben jij soms ook wel eens boos omdat jullie weer
spruitjes eten, of iets anders dat je niet lekker vindt? En zeg je ook wel
eens tegen mama, dat je dan maar niet eet?
Mensen in de ‘arme’ landen, hebben elke dag hetzelfde,
zij kunnen niet kiezen. En moeten het ook gewoon eten ondanks dat ze er geen
trek in hebben.
Je moet dus eigenlijk blij zijn met het eten dat
je elke dag krijgt, ondanks dat je het niet altijd lekker vindt. Want er zijn
zoals je gelezen hebt
dus mensen die of niets, of heel weinig of elke dag hetzelfde eten. En zij
zouden heel graag dat bordje met spruiten dat jij niet wilt eten van jou willen
hebben.
Heb jij ook een trui of broek of iets anders in de
kast die je eigenlijk niet zo mooi vindt? En zeg je wel eens tegen mama dat
je die broek of trui stom vindt en dat je hem eigenlijk niet meer aan wilt?
Mensen in de ‘arme’ landen hebben geen mooie kleding,
zij hebben alleen maar hele oude kleding met gaten erin. Of ze hebben lappen
stof die ze om hun heen moeten wikkelen. En deze kleding hebben zij elke dag
weer aan, zij kunnen dit niet zoals jij en ik in de wasmachine doen, zodat
het weer schoon is en fris ruikt.