Kim Schuyt, L2, 2002-03
Jezus en de vrouw uit samaria
een echte herder zijn

Hoe breng je een verhaal naar kinderen? Hoe kom je verder dan eenvoudigweg dom voorlezen en wat praten over. Voor de (aanstaande) onderwijsgevende betekent dat tweerichtings-verkeer. Je zult je een moeten kunnen vinden in het verhaal en je moet leren kijken naar kinderen en naar wat hen aangaat, meeneemt.
Halverwege de opleiding. Een momentopname in een veelzijdig proces. Voor goede lezers en mensen die mee willen denken in dit spoor.

Jan Engelen, 25 augustus 2003

Maak een kinderbijbelverhaal over Johannes 4, Jezus en de Samaritaanse vrouw.

 

 

Eerst een stukje Aardrijkskunde:

Wat is er aan de hand met Judea en Samaria? De Samaritanen als Godsdienst bestaat nog steeds. Samaritanen en Joden hebben dezelfde oorsprong. De Samaritanen woonden in de bergen. Zij hebben de ballingschap in Babylon niet meegemaakt. Voor hen houdt het Oude Testament op met het Boek Jozua. De naijver en onderlinge kritiek tussen Joden en Samaritanen was blijkbaar erg groot. Ze spraken niet met elkaar.

 

 

Dan nog één woord: Alles.

In dit verhaal vind je drie keer alles. Wat is “alles”? wat betekent het?

Eigenlijk is “alles” heel relatief. Het kan zelfs bijna niets zijn. Maar voor de persoon in kwestie betekent dit heel veel.

Denk ook aan: jij bent alles voor mij…

Je zult merken: dit verhaal gaat over alles. Wat mag dat zijn?

 

 

 

Het verhaal:

De mensen zijn jaloers op Jezus, omdat hij meer mensen doopt dan Johannes. Daarom gaat Jezus op weg naar Galilea. Om in Galilea te komen, moet hij door Samaria. De weg is lang en zwaar. Het is midden op de dag. Jezus is moe en wil graag uitrusten. Gelukkig ziet hij  een put. Daar kan hij lekker uitrusten.

 

Er komt een vrouw aanlopen. Ze komt water uit de put halen.

Jezus, heeft zo’n dorst gekregen, dat hij aan de vrouw vraagt of hij wat water mag drinken. De vrouw wordt boos. Ze zegt:  ‘Hoe durft U. Hoe kunt U als Joodse man dit aan mij, een Samaritaanse vrouw te vragen! Joodse mensen willen niets met ons te maken hebben.’

Jezus zegt; ‘Als U eens wist wie ik was, dan zou U mij om water hebben gevraagd en dan zou ik U stromens water hebben gegeven. Wie van dit water drinkt en Jezus wijst naar de put, krijgt weer dorst. Maar wie het water drinkt dat ik geef, zal nooit meer dorst hebben en zal eeuwig leven’.

De vrouw vraagt aan Jezus; ‘Mag ik dan wat van dat water drinken, want dan heb ik geen dorst meer en hoef ik nooit meer naar de put’.

Daarop zegt Jezus tegen de vrouw; ‘Ga uw man roepen en kom dan hier terug’.

Maar de vrouw kijkt treurig en zegt; ‘Ik heb iemand lief, maar het is niet mijn man’.

‘U hebt gelijk’ zegt Jezus.

‘U bent een profeet. U weet wat ik denk. U zegt ook, dat Jeruzalem de plaats is om te aan bidden!’ Jezus is verbaast en zegt; ‘Hoe kunt U Jeruzalem aanbidden, zonder dat U het kent? U moet God vinden in uw eigen geest en waarheid’.

 

Na een poosje komen de leerlingen van Jezus bij hem terug. De vrouw laat haar waterkruik staan en gaat terug naar de stad. Ze wil iedereen in de stad vertellen over de man die zij net is tegengekomen. Ze vraagt aan iedereen:  ‘Zou dit de Messias(, wij zouden zeggen Christus) zijn?’

 

Bij de put staan nog steeds de leerlingen van Jezus. Zij hebben net in de stad eten gehaald en geven Jezus wat van het eten. Want die zou vast wel honger hebben na zo een lange en zware tocht door de woestijn. Maar Jezus vertelt dat hij al wat te eten heeft gehad. De leerlingen kijken elkaar verbaast aan; ‘Want wie heeft Jezus dan eten gebracht?’ Jezus antwoordt hierop; ‘De wil om te werken en de mensen te helpen, lest mijn hongerige gevoel’.

Alle mensen in de stad, geloven wat de vrouw op haar woord. Zij gaan de stad in, Jezus zoeken. Ze vinden hem en vragen Jezus of hij 2 dagen langer in de stad wil blijven. Nu geloven de mensen echt in Jezus. Ze hebben hem zelf gehoord.

 

Na deze 2 dagen gaat Jezus verder met zijn tocht/reis naar de landstreek Galilea. De mensen daar zijn heel erg blij dat Jezus bij hen komt. Ze hebben over hem gehoord. Nu kunnen ze hem zelf horen.

 

 

Tot zover.

Ik vond dit een heel erg leuk college om aan mee te doen. Wij waren in dit college zelf heel erg actief en nuttig bezig. In een groepje hebben we het bijbelverhaal omgeschreven tot een kinderverhaal. Best een lastige opgave. Je zult toch eerst zelf een beetje in het verhaal moeten komen. We hebben het een aantal keren doorgenomen en langzaam zie je hoe het verhaal zichzelf in elkaar steekt.

 

Wat ik heel erg handig vind aan dit college, is het feit dat je de stof nu gaat oefenen. Het komt vast wel eens voor, dat ik later als leerkracht een verhaal moet omschrijven naar het niveau van de kinderen. Door dit college, heb ik hier al ervaring mee. Handig voor later!!

 

Met de kinderen kun je dit verhaal lezen en bespreken. Waar gaat het nu precies over? De kinderen kunnen hier met elkaar over praten en discussiëren. Vervolgens kunnen de kinderen in een klei werkstuk een beeld maken van hun idee over het verhaal. Wat betekent namelijk de zin; ‘De wil om te werken en de mensen te helpen, lest mijn hongerige gevoel’.

 

De kinderen proberen dit te verwoorden door met elkaar te praten en vervolgens een eigen mening te vormen en dit te verwerken in een werkstuk van klei. Klei  is namelijk, van dat materiaal waar je van alles mee kunt doen. Het is heel goed vormbaar en dit werkt voor de kinderen het lekkerst.

Ik ben van mening, dat je heel veel dingen met de kinderen kunt bespreken.

 

- - -

 

 

 

‘De goede herder’ is een bekend begrip.

Veel kerken en scholen heten zo.

Het idee van de goede herder gaat in feite terug op Mattheüs 18,12-14. Jezus vertelt daar over de herder die zich bekommert over het verloren schaap. Johannes vertelt eigenlijk een ander verhaal. Dat verhaal gaat over hoe dat gaat als je herder bent. Waaraan herken je een herder?

 

Jezus vertelt hier over drie kenmerken tussen herder en kudde:

  de schapen kennen zijn stem.

  hij kent ze bij naam.

ƒ  en hij voert ze naar buiten.

                    â

Naar buitenvoeren: Exodus. Doe echte herder lijkt op God en op Mozes. Mozes bevrijdt letterlijk in ’s hemels naam de slaven uit de slavernij.

 

‘Ik ben de deur, door mij moet je naar binnen…..’

Dit beeld lijkt vremd, maar toch, als je beter kijkt.

De herder telt de schapen terwijl zij tussen zijn benen door naar binnen gaan. Ze tellen voor hem. Hij gaat wijdbeens in de opening van de muur staan en telt ze, stuk voor stuk terwijl de schapen naar binnen gaan. Hij stelt zijn leven letterlijk boven de schapen!

 

Een goede herder is een herder die zijn leven geeft aan zijn vrienden. Je leven geven is nog iets anders dan sterven. Je leven zetten boven dat van je vrienden als om tegen te houden wat gaat komen.

 

*  Één ding niet vergeten, als je dit verhaal gebruikt in de klas. Er zijn momenten dat

    kinderen ook de herders zijn. Soms kun je als kind al groot zijn als herder!

 

Pastor is latijn. Het betekent herder.

Iedereen kent de staf van Sinterklaas. De staf hoort bij de bisschop. Een bisschop is een herder. Daarom heeft de staf ook een krul, om de schapen een duwtje te geven.

 

Ik vind het woord herder een heel mooi veelzeggend woord. Het laat zien wat mensen voor elkaar overhebben. De zes lessen rond het evangelie van Johannes, wil ik dan ook laten draaien rond het woord Herder.

 

 

Ik vond dit een heel moeilijk en ingewikkeld verhaal, maar het is uiteindelijk toch heel helder geworden door uw uitleg hierover. Het woord herder, is namelijk een heel duidelijk, kort maar krachtig woord.

 

Ik denk dan ook dat je hier heel goed met kinderen over kunt praten. Belangrijk in deze gesprekken vind ik dan ook, het feit dat kinderen kunnen gaan inzien, dat zij ook een herder kunnen zijn voor anderen en dat het niet gaat om iets hemels of iets dergelijks. Ook zijn er tal van lessen te bedenken rond het woord herder. Dit zie ik als uitdaging en wil hier iets mee doen.

 

 

*  ‘De mens in de schrift gooit hoge messiaanse ogen’

Mensen uit de bijbel kunnen wel lijken op de verlosser à Messias.

â

De mens is een samenvatting van alle verhalen. Alle verhalen brengen de mens in beeld, en alles wat mensen eigen is. De Tora, het boek van alle verhalen, is als een vijgenboom. Er is voor ieder wat wils en voor ieder is er wat hij/zij zoekt.

 

*  Bijbelverhalen zijn eigenlijk niet de verhalen die gedrukt staan, maar het zijn de verhalen

   die vertelt worden, of die anderen horen.

 

 

 

Een paar uiterst actieve lessen bij de echte herder van Sint Jan.

Het zullen lessen worden, waarin kinderen zich thuis voelen. Het wordt hun eigen werk. Alle aandacht zal uitgaan naar de kinderen.

Hoe denken zij over de bijbel en op welke manier geven zij daar uiting aan?

 

Ik heb gekozen voor dit éne verhaal uit Johannes. Met de kinderen wil ik rond dit verhaal werken.

 

De goede herder.

Het verhaal spreekt mij heel erg aan.

Ook het woord Herder vind ik zo een veelzeggend woord. Het is kort maar krachtig.

 

Ik denk dan ook dat je hier heel goed met kinderen over kunt praten. Belangrijk in deze gesprekken vind ik dan ook, het feit dat kinderen kunnen gaan inzien, dat zij ook een herder kunnen zijn voor anderen en dat het niet gaat om iets hemels of iets dergelijks. Ook zijn er tal van lessen te bedenken rond het woord herder. Dit zie ik als uitdaging en wil hier iets mee doen.

 

 

De goede herder.

Intro

Er kwamen altijd veel mensen naar Jezus luisteren Ook allerlei mensen die niet zo goed bekend stonden. Een aantal mensen (de vrome vooral, de Farizeeën bijvoorbeeld) vonden dat erg. Ze zeiden: ‘Die man gaat om met tollenaars, met allerlei mensen die er niet bij horen bovendien eet hij met ze’.

 

Jezus vertelde daarop het volgende verhaal.  

Moet je horen! Iemand heeft honderd schapen en opeens is er één verdwenen. Wat doet hij dan? Laat hij het maar zitten? Zeker niet. Hij laat de negenennegentig andere schapen achter waar ze aan het grazen zijn, om dat ene schaap te gaan zoeken. Tot hij het vindt. En als hij het heeft teruggevonden neemt hij het dolblij op zijn schouders. Hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren en zegt: “Laten we samen feestvieren, want ik heb het schaap teruggevonden dat ik kwijt was”.

 

Ook zei Jezus het volgende tegen de mensen:

“Ik ben als een echte Herder. Voor mijn kudde wil ik mijn leven geven.

Als iemand niet door de poort op het erf komt waar de schapen zijn, dan is hij een dief en een rover. Maar hij die door de poort naar binnen gaat is de herder van de schapen. Hij roept zijn schapen bij de naam één voor één, en zij volgen hem naar buiten. Als ze allemaal buiten zijn loopt hij voor hen uit. De schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Een onbekende zullen ze niet achterna gaan. Ze kennen zijn stem niet, herkennen hem niet.

Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Als iemand alleen maar op de schapen past om geld te verdienen, en als de schapen niet van hem zijn, dan zal hij zijn schapen in de steek laten en er vandoor gaan zodra hij de wolf ziet komen. En dan jaagt de wolf de kudde uit elkaar en sleurt de schapen weg. Ik ben de goede herder, ik ken mijn schapen, en mijn schapen kennen mij.

 

Ik zet mijn leven op het spel voor mijn kudde. Nog andere schapen heb ik die niet uit deze kooi zijn. Ook voor hen wil ik een goede herder zijn en zij zullen naar mijn stem luisteren. Alle mensen zullen samen één kudde van God zijn. Zij zullen maar één herder hebben, de goede herder”.

- - -

 

 

Belangrijk:

Ik zou het verhaal aan de kinderen vertellen. Ik lees het niet voor, want dan komt het heel anders over. Als je een verhaalt vertelt in je eigen beleving en met je eigen ideeën, dan wordt het verhaal levendig. Het komt tot leven. Voor de kinderen is het dan veel interessanter om naar te kijken en te luisteren.

 

Ik vertel het verhaal door middel van teacher in role. Dit betekent dat ik het verhaal al spelend vertel.

 

 

Het begin van het werk.

Nadat ik het verhaal heb verteld, krijgen de kinderen een blanco blaadje voor zich en mogen zij individueel een kleine schets/tekening maken over het verhaal. Hier kunnen zij hun eigen ideeën in kwijt, zodat zij ideeën binnenkrijgen van andere kinderen. De tekening is dus nog echt iets van henzelf.

 

Hierna gaan wij in de kring zitten.

Ik ga met de kinderen het verhaal en de tekeningen bespreken.

Wat is er te zien op de tekening en waarom heb je dat getekend?

Wat is eigenlijk een herder?

Wat doet hij?

Jezus is een herder, maar hij heeft geen schapen. Wat maakt hem dan toch tot een herder?

 

Dit zijn dingen waar ik met de kinderen over wil praten.

Ik wil dat de kinderen met elkaar gaan bespreken wat hun eigen visie op een herder is.

Wat maakt een herder tot een goede en echte herder?  

Ook wil ik dat de kinderen elkaars tekening en mening respecteren.

Op deze manier schep ik een veilige sfeer in de klas, waar alle kinderen zich in thuis voelen.

 

Hierna laat ik de kinderen nadat wij alle tekeningen hebben besproken, nog een tekening maken over het verhaal. Waarschijnlijk hebben zij na het gesprek een nieuw idee gekregen over het verhaal. Ze zullen waarschijnlijk een andere tekening maken.

 

Deze twee tekeningen stoppen wij in een tweeluik. Het proces dat de kinderen hebben doorgelopen wordt daarmee duidelijk. Dat is leuk voor de kinderen om te zien en het maakt voor mij ook duidelijk hoe de kinderen tegenover het onderwerp en het verhaal staan.

 

Ik wil het met de kinderen hebben over je vrienden.

Wat heb je over voor je vrienden en wat betekenen je vrienden voor je. Dit in verband met het feit, wat er in de tekst staat en wat Jezus tegen de mensen zegt: ‘Ik ben de deur, door mij moet je naar binnen…..’

 

De herder telt de schapen, als zij door zijn benen naar binnen gaan. Hij stelt zijn leven boven de schapen! Een goede herder is een herder die zijn leven geeft aan zijn vrienden. Je leven zetten boven dat van je vrienden als tegen te houden voor wat gaat komen.

 

Ik wil in dit gesprek naar voren laten komen, dat ieder die wat voor zijn vrienden over heeft, ook als een herder kan zijn. De kinderen dus ook. Ik denk dat dit voor kinderen in eerste instantie heel lastig te begrijpen is. Daarom wil ik het eerst hebben over vrienden en wat betekenen deze voor jou?

 

De kinderen luisteren naar elkaar. Zij moeten dit uitbeelden of uitleggen in één of twee woorden. De andere kinderen uit de klas mogen vragen stellen en/of erop reageren.

 

Als het gesprek is afgelopen of eindigt, gaan de kinderen een werkstuk maken, waarin ze hun vriendschap duidelijk maken. Uit het werkstuk moet naar voren komen, wat vriendschap voor hun betekent. Dit lijkt misschien wat te hoog gegrepen, maar naar mijn mening kunnen kinderen uit de bovenbouw hier heel goed op in spelen.

 

 

Dit werkstuk gaan wij bespreken als het af is. Dat is dus de volgende les. Alle kinderen zetten hun werkstuk op een tafel. Ieder kind mag over zijn of haar werkstuk vertellen. De andere kinderen moeten raden over welk werkstuk het kind vertelt. Op deze manier moeten de kinderen goed naar elkaar luisteren en ook nog eens de werkstukken van elkaar gericht gaan bekijken. Ook mogen de kinderen in de kring vertellen wat zij zelf van het werkstuk vinden. Word het idee achter het werkstuk duidelijk?

 

Ik vind het in dit stadium van de lessen belangrijk, dat de kinderen naar elkaar luisteren en elkaar ook respecteren om wie zij zijn en om hun eigen gedachten en ideeën.

Als volgende les wil ik echt een onderzoeksles.

De kinderen mogen in boeken en op Internet gaan kijken, wat zij kunnen vinden over de woorden Herder en Schapen.

 

De kinderen gaan zoeken naar verschillende spreekwoorden, naar liedjes en naar verhalen. Ze moeten zichzelf daarbij de vraag stellen of de herder altijd wordt gezien in verhouding met de schaap, of net zoals Jezus met zijn vrienden en andere mensen.

 

De dingen die we gevonden hebben gaan wij bespreken in de klas. Wat zijn voor jullie als kinderen de belangrijkste dingen/informatie die jullie gevonden hebben. Wat betekent het voor jullie?

 

Vervolgens mogen de kinderen de verschillende stukjes selecteren en elk een eigen stukje informatie overschrijven/herschrijven, zodat alle kinderen er een kopie van krijgen. Uiteindelijk kunnen wij er een krant van maken, die de kinderen zelf hebben ontworpen en dus ook zelf kunnen lezen tijdens het werken aan dit thema.

 

Op deze manier zijn de kinderen heel intensief bezig met het thema en kijken en onderzoeken zij ook wat voor ruimte het thema in de actualiteit plaatsneemt.

Hoe denken andere mensen erover en hoe denken de kinderen er zelf over?

 

 

 

 

 

Als afsluiting op dit thema, wil ik met de kinderen een al omvangend/ overkoepelend werkstuk maken, waaruit naar voren komt, hoe de kinderen denken over een herder. Wat betekent een herder voor de kinderen? De kinderen mogen alle soorten materialen gebruiken die zij kunnen vinden. Ik wil namelijk bereiken, dat de kinderen echt een werkstuk maken, dat gemaakt en gevormd is door henzelf.

Deze werkstukken die gemaakt worden door de kinderen, gaan wij als laatste nog een keer bespreken. Dan mogen de kinderen vertellen hoe zij eerst dachten over een herder zijn en of die gedachte is veranderd in de loop der tijd.

Ook hier moeten de kinderen weer naar elkaar luisteren. Alle werkstukken die zijn gemaakt worden in de kring erbij gehaald. Op deze manier wordt het proces dat de kinderen hebben doorlopen duidelijk.

 

 

 

Achteraf terugkijkend.

Voor mij is dit weer een heel leerzaam blok geweest. Ik heb veel nieuwe dingen geleerd en ik ben de bijbel op een hele andere manier gaan bekijken. Op deze één of andere manier begin ik de bijbel steeds meer te respecteren en te waarderen. Eerst vond ik de verhalen altijd heel erg duf en saai, maar ik ga ze beter begrijpen en ze ook heel interessant vinden. Dit heeft dan ook tot gevolg, dat ik steeds opener tegenover Katechese ga staan, zowel op de IPABO, als in de basisschool. Ik ben dan ook van mening, dat het heel erg belangrijk is, dat de kinderen kennis maken met de bijbel. Zij hoeven niet gelovig te zijn of de bijbel verhalen uit hun hoofd te kennen. Maar ik vind het wel belangrijk dat de kinderen ervaring hebben opgedaan met de bijbel. Hier zijn wij als aanstormend leerkracht voor, om dat waar te maken!!