|
Hoe
breng je een verhaal naar kinderen? Hoe kom je verder dan eenvoudigweg
dom voorlezen en wat praten over. Voor de (aanstaande) onderwijsgevende
betekent dat tweerichtings-verkeer. Je zult je een moeten kunnen vinden
in het verhaal en je moet leren kijken naar kinderen en naar wat hen
aangaat, meeneemt.
Halverwege de opleiding. Een momentopname in een veelzijdig proces.
Voor goede lezers en mensen die mee willen denken in dit spoor.
Jan
Engelen, 25 augustus 2003
Maak
een kinderbijbelverhaal over Johannes 4, Jezus en de Samaritaanse vrouw.

Eerst
een stukje Aardrijkskunde:
Wat
is er aan de hand met Judea en Samaria? De Samaritanen als Godsdienst
bestaat nog steeds. Samaritanen en Joden hebben dezelfde oorsprong.
De Samaritanen woonden in de bergen. Zij hebben de ballingschap in Babylon
niet meegemaakt. Voor hen houdt het Oude Testament op met het Boek Jozua.
De naijver en onderlinge kritiek tussen Joden en Samaritanen was blijkbaar
erg groot. Ze spraken niet met elkaar.
Dan
nog één woord: Alles.
In
dit verhaal vind je drie keer alles.
Wat is “alles”? wat
betekent het?
Eigenlijk
is “alles” heel relatief. Het kan zelfs bijna niets zijn. Maar voor
de persoon in kwestie betekent dit heel veel.
Denk
ook aan: jij bent alles voor mij…
Je
zult merken: dit verhaal gaat over alles. Wat mag dat zijn?
Het verhaal:
De
mensen zijn jaloers op Jezus, omdat hij meer mensen doopt dan Johannes.
Daarom gaat Jezus op weg naar Galilea.
Om in Galilea te komen, moet hij door Samaria.
De weg is lang en zwaar. Het is midden op de dag. Jezus
is moe en wil graag uitrusten. Gelukkig ziet hij een put. Daar kan hij lekker uitrusten.
Er
komt een vrouw aanlopen. Ze komt water uit de put halen.
Jezus,
heeft zo’n dorst gekregen, dat hij aan de vrouw
vraagt of hij wat water mag drinken. De vrouw wordt boos. Ze zegt:
‘Hoe durft U. Hoe kunt
U als Joodse man dit aan mij, een Samaritaanse vrouw te vragen! Joodse
mensen willen niets met ons te maken hebben.’
Jezus
zegt; ‘Als U eens wist wie ik
was, dan zou U mij om water hebben gevraagd en dan zou ik U stromens
water hebben gegeven. Wie van dit water drinkt en Jezus wijst naar de
put, krijgt weer dorst. Maar wie het water drinkt dat ik
geef, zal nooit meer dorst hebben en zal eeuwig leven’.
De
vrouw vraagt aan Jezus; ‘Mag ik dan wat van dat water drinken, want
dan heb ik geen dorst meer en hoef ik nooit meer naar de put’.
Daarop
zegt Jezus tegen de vrouw; ‘Ga uw man roepen en kom dan hier terug’.
Maar
de vrouw kijkt treurig en zegt; ‘Ik heb iemand lief, maar het is niet
mijn man’.
‘U
hebt gelijk’ zegt Jezus.
‘U
bent een profeet. U weet wat ik denk. U zegt ook, dat Jeruzalem de plaats
is om te aan bidden!’ Jezus is verbaast en
zegt; ‘Hoe kunt U Jeruzalem aanbidden, zonder dat U het kent? U moet
God vinden in uw eigen geest en waarheid’.
Na
een poosje komen de leerlingen van Jezus bij hem terug. De vrouw laat
haar waterkruik staan en gaat terug naar de stad. Ze wil iedereen in
de stad vertellen over de man die zij net is tegengekomen. Ze vraagt
aan iedereen: ‘Zou dit de Messias(, wij zouden zeggen Christus) zijn?’
Bij
de put staan nog steeds de leerlingen van Jezus. Zij hebben net in de
stad eten gehaald en geven Jezus wat van het eten. Want die zou vast
wel honger hebben na zo een lange en zware tocht door de woestijn. Maar
Jezus vertelt dat hij al wat te eten heeft gehad. De leerlingen kijken
elkaar verbaast aan; ‘Want wie heeft Jezus dan eten gebracht?’ Jezus
antwoordt hierop; ‘De wil om te werken en de mensen te helpen, lest
mijn hongerige gevoel’.
Alle
mensen in de stad, geloven wat de vrouw op haar woord. Zij gaan de stad
in, Jezus zoeken. Ze vinden hem en vragen Jezus of hij 2 dagen langer
in de stad wil blijven. Nu geloven
de mensen echt in Jezus. Ze hebben hem zelf gehoord.
Na
deze 2 dagen gaat Jezus verder met zijn tocht/reis naar de landstreek
Galilea. De mensen daar zijn heel erg blij dat Jezus bij hen komt. Ze
hebben over hem gehoord. Nu kunnen ze hem zelf horen.
Tot
zover.
Ik
vond dit een heel erg leuk college om aan mee te doen. Wij waren in
dit college zelf heel erg actief en nuttig bezig. In een groepje hebben
we het bijbelverhaal omgeschreven tot een kinderverhaal. Best een lastige
opgave. Je zult toch eerst zelf een beetje in het verhaal moeten komen.
We hebben het een aantal keren doorgenomen en langzaam zie je hoe het
verhaal zichzelf in elkaar steekt.
Wat
ik heel erg handig vind aan dit college, is het feit dat je de stof
nu gaat oefenen. Het komt vast wel eens voor, dat ik later als leerkracht
een verhaal moet omschrijven naar het niveau van de kinderen. Door dit
college, heb ik hier al ervaring mee. Handig voor later!!
Met
de kinderen kun je dit verhaal lezen en bespreken. Waar gaat het nu
precies over? De kinderen kunnen hier met elkaar over praten en discussiëren.
Vervolgens kunnen de kinderen in een klei werkstuk een beeld maken van
hun idee over het verhaal. Wat betekent namelijk de zin; ‘De
wil om te werken en de mensen te helpen, lest mijn hongerige gevoel’.
De
kinderen proberen dit te verwoorden door met elkaar te praten en vervolgens
een eigen mening te vormen en dit te verwerken in een werkstuk van klei.
Klei is namelijk, van
dat materiaal waar je van alles mee kunt doen. Het is heel goed vormbaar
en dit werkt voor de kinderen het lekkerst.
Ik
ben van mening, dat je heel veel dingen met de kinderen kunt bespreken.
- - -
‘De
goede herder’ is een bekend begrip.
Veel kerken en scholen heten zo.
Het
idee van de goede herder gaat in feite terug op Mattheüs 18,12-14. Jezus vertelt daar over de herder die zich bekommert over het
verloren schaap. Johannes vertelt eigenlijk een ander verhaal. Dat verhaal
gaat over hoe dat gaat als je herder bent. Waaraan herken je een herder?
Jezus
vertelt hier over drie kenmerken tussen herder en kudde:
de
schapen kennen zijn stem.
hij
kent ze bij naam.
en
hij voert ze naar buiten.
â
Naar
buitenvoeren: Exodus. Doe echte herder lijkt op God en op Mozes. Mozes
bevrijdt letterlijk in ’s hemels naam de slaven
uit de slavernij.
‘Ik ben de deur, door mij moet je
naar binnen…..’
Dit
beeld lijkt vremd, maar toch, als je beter
kijkt.
De
herder telt de schapen terwijl zij tussen zijn benen door naar binnen
gaan. Ze tellen voor hem. Hij gaat wijdbeens in de opening van de muur
staan en telt ze, stuk voor stuk terwijl de schapen naar binnen gaan.
Hij stelt zijn leven letterlijk boven de schapen!
Een
goede herder is een herder die zijn leven geeft aan zijn vrienden. Je
leven geven is nog iets anders dan sterven. Je leven zetten boven dat
van je vrienden als om tegen te houden wat gaat komen.
* Één ding niet vergeten, als je dit
verhaal gebruikt in de klas. Er zijn momenten dat
kinderen ook de herders
zijn. Soms kun je als kind al groot zijn als herder!
Pastor is latijn.
Het betekent herder.
Iedereen
kent de staf van Sinterklaas. De staf hoort bij de bisschop. Een bisschop
is een herder. Daarom heeft de staf ook een krul, om de schapen een
duwtje te geven.
Ik
vind het woord herder een heel mooi veelzeggend woord. Het laat zien
wat mensen voor elkaar overhebben. De zes lessen rond het evangelie
van Johannes, wil ik dan ook laten draaien rond het woord Herder.
Ik
vond dit een heel moeilijk en ingewikkeld verhaal, maar het is uiteindelijk
toch heel helder geworden door uw uitleg hierover. Het woord herder,
is namelijk een heel duidelijk, kort
maar krachtig woord.
Ik
denk dan ook dat je hier heel goed met kinderen over kunt praten. Belangrijk
in deze gesprekken vind ik dan ook, het feit dat kinderen kunnen gaan
inzien, dat zij ook een herder kunnen zijn voor anderen en dat het niet
gaat om iets hemels of iets dergelijks. Ook zijn er tal van lessen te
bedenken rond het woord herder. Dit zie ik als uitdaging en wil hier
iets mee doen.
*
‘De mens in de schrift gooit hoge messiaanse
ogen’
Mensen
uit de bijbel kunnen wel lijken op de verlosser à Messias.
â
De
mens is een samenvatting van alle verhalen. Alle verhalen brengen de
mens in beeld, en alles wat mensen eigen is. De Tora, het boek van alle
verhalen, is als een vijgenboom. Er is voor ieder wat wils en voor ieder
is er wat hij/zij zoekt.
* Bijbelverhalen zijn eigenlijk niet
de verhalen die gedrukt staan, maar het zijn de verhalen
die vertelt worden,
of die anderen horen.
Een paar uiterst actieve
lessen bij de echte herder van Sint Jan.
Het zullen
lessen worden, waarin kinderen zich thuis voelen. Het wordt hun eigen
werk. Alle aandacht zal uitgaan naar de kinderen.
Hoe denken
zij over de bijbel en op welke manier geven zij daar uiting aan?
Ik heb gekozen
voor dit éne verhaal uit Johannes. Met de kinderen wil ik rond dit verhaal
werken.
De goede herder.
Het verhaal
spreekt mij heel erg aan.
Ook het
woord Herder vind ik zo een veelzeggend woord. Het is kort maar krachtig.
Ik
denk dan ook dat je hier heel goed met kinderen over kunt praten. Belangrijk
in deze gesprekken vind ik dan ook, het feit dat kinderen kunnen gaan
inzien, dat zij ook een herder kunnen zijn voor anderen en dat het niet
gaat om iets hemels of iets dergelijks. Ook zijn er tal van lessen te
bedenken rond het woord herder. Dit zie ik als uitdaging en wil hier
iets mee doen.
De
goede herder.
Intro
Er
kwamen altijd veel mensen naar Jezus luisteren Ook allerlei mensen die
niet zo goed bekend stonden. Een aantal mensen (de vrome vooral, de
Farizeeën bijvoorbeeld) vonden dat erg. Ze zeiden: ‘Die man gaat om
met tollenaars, met allerlei mensen die er niet bij horen bovendien
eet hij met ze’.
Jezus
vertelde daarop het volgende verhaal.
Moet
je horen! Iemand heeft honderd schapen en opeens is er één verdwenen.
Wat doet hij dan? Laat hij het maar zitten? Zeker niet. Hij laat de
negenennegentig andere schapen achter waar ze aan het grazen zijn, om
dat ene schaap te gaan zoeken. Tot hij het vindt. En als hij het heeft
teruggevonden neemt hij het dolblij op zijn
schouders. Hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren en zegt:
“Laten we samen feestvieren, want ik heb het schaap teruggevonden dat
ik kwijt was”.
Ook
zei Jezus het volgende tegen de mensen:
“Ik
ben als een echte Herder. Voor mijn kudde wil ik mijn leven geven.
Als
iemand niet door de poort op het erf komt waar de schapen zijn, dan
is hij een dief en een rover. Maar hij die door de poort naar binnen
gaat is de herder van de schapen. Hij roept zijn schapen bij de naam
één voor één, en zij volgen hem naar buiten. Als ze allemaal buiten
zijn loopt hij voor hen uit. De schapen volgen hem omdat ze zijn stem
kennen. Een onbekende zullen ze niet achterna gaan. Ze kennen zijn stem
niet, herkennen hem niet.
Ik
ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.
Als iemand alleen maar op de schapen past om geld te verdienen, en als
de schapen niet van hem zijn, dan zal hij zijn schapen in de steek laten
en er vandoor gaan zodra hij de wolf ziet komen. En dan jaagt de wolf
de kudde uit elkaar en sleurt de schapen weg. Ik ben de goede herder,
ik ken mijn schapen, en mijn schapen kennen mij.
Ik
zet mijn leven op het spel voor mijn kudde. Nog andere schapen heb ik
die niet uit deze kooi zijn. Ook voor hen wil ik een goede herder zijn
en zij zullen naar mijn stem luisteren. Alle mensen zullen samen één
kudde van God zijn. Zij zullen maar één herder hebben, de goede herder”.
- - -
Belangrijk:
Ik
zou het verhaal aan de kinderen vertellen. Ik lees het niet voor, want
dan komt het heel anders over. Als je een verhaalt vertelt in je eigen
beleving en met je eigen ideeën, dan wordt het verhaal levendig. Het
komt tot leven. Voor de kinderen is het dan veel interessanter om naar
te kijken en te luisteren.
Ik
vertel het verhaal door middel van teacher in role.
Dit betekent dat ik het verhaal al spelend vertel.
Het
begin van het werk.
Nadat ik het verhaal heb verteld, krijgen de kinderen een blanco blaadje
voor zich en mogen zij individueel een kleine schets/tekening maken
over het verhaal. Hier
kunnen zij hun eigen ideeën in kwijt, zodat zij ideeën binnenkrijgen
van andere kinderen. De tekening is dus nog echt iets van henzelf.
Hierna
gaan wij in de kring zitten.
Ik
ga met de kinderen het verhaal en de tekeningen bespreken.
Wat
is er te zien op de tekening en waarom heb je dat getekend?
Wat
is eigenlijk een herder?
Wat
doet hij?
Jezus
is een herder, maar hij heeft geen schapen. Wat maakt hem dan toch tot
een herder?
Dit
zijn dingen waar ik met de kinderen over wil praten.
Ik
wil dat de kinderen met elkaar gaan bespreken wat hun eigen visie op
een herder is.
Wat
maakt een herder tot een goede en echte herder?
Ook
wil ik dat de kinderen elkaars tekening en mening respecteren.
Op
deze manier schep ik een veilige sfeer in de klas, waar alle kinderen
zich in thuis voelen.
Hierna
laat ik de kinderen nadat wij alle tekeningen hebben besproken, nog
een tekening maken over het verhaal. Waarschijnlijk hebben zij na het
gesprek een nieuw idee gekregen over het verhaal. Ze zullen waarschijnlijk
een andere tekening maken.
Deze
twee tekeningen stoppen wij in een tweeluik. Het proces dat de kinderen
hebben doorgelopen wordt daarmee duidelijk. Dat is leuk voor de kinderen
om te zien en het maakt voor mij ook duidelijk hoe de kinderen tegenover
het onderwerp en het verhaal staan.
Ik
wil het met de kinderen hebben over je vrienden.
Wat
heb je over voor je vrienden en wat betekenen je vrienden voor je. Dit
in verband met het feit, wat er in de tekst staat en wat Jezus tegen
de mensen zegt: ‘Ik ben de deur, door mij moet je naar binnen…..’
De
herder telt de schapen, als zij door zijn benen naar binnen gaan. Hij
stelt zijn leven boven de schapen! Een goede herder is een herder die
zijn leven geeft aan zijn vrienden. Je leven zetten boven dat van je
vrienden als tegen te houden voor wat gaat komen.
Ik
wil in dit gesprek naar voren laten komen, dat ieder die wat voor zijn
vrienden over heeft, ook als een herder kan zijn. De kinderen dus ook.
Ik denk dat dit voor kinderen in eerste instantie heel lastig te begrijpen
is. Daarom wil ik het eerst hebben over vrienden en wat betekenen deze
voor jou?
De
kinderen luisteren naar elkaar. Zij moeten dit uitbeelden of uitleggen
in één of twee woorden. De andere kinderen uit de klas mogen vragen
stellen en/of erop reageren.
Als
het gesprek is afgelopen of eindigt, gaan de kinderen een werkstuk maken,
waarin ze hun vriendschap duidelijk maken. Uit het werkstuk moet naar
voren komen, wat vriendschap voor hun betekent.
Dit lijkt misschien wat te hoog gegrepen, maar naar mijn mening kunnen
kinderen uit de bovenbouw hier heel goed op in spelen.
Dit werkstuk gaan wij bespreken als
het af is. Dat is dus de volgende les. Alle kinderen zetten hun werkstuk
op een tafel. Ieder kind mag over zijn of haar werkstuk vertellen. De
andere kinderen moeten raden over welk werkstuk het kind vertelt. Op
deze manier moeten de kinderen goed naar elkaar luisteren en ook nog
eens de werkstukken van elkaar gericht gaan bekijken. Ook mogen de kinderen
in de kring vertellen wat zij zelf van het werkstuk vinden. Word het
idee achter het werkstuk duidelijk?
Ik
vind het in dit stadium van de lessen belangrijk, dat de kinderen naar
elkaar luisteren en elkaar ook respecteren om wie zij zijn en om hun
eigen gedachten en ideeën.
Als
volgende les wil ik echt een onderzoeksles.
De
kinderen mogen in boeken en op Internet gaan kijken, wat zij kunnen
vinden over de woorden Herder
en Schapen.
De
kinderen gaan zoeken naar verschillende spreekwoorden, naar liedjes
en naar verhalen. Ze moeten zichzelf daarbij de vraag stellen of de
herder altijd wordt gezien in verhouding met de
schaap, of net zoals Jezus met zijn vrienden en andere mensen.
De
dingen die we gevonden hebben gaan wij bespreken in de klas. Wat zijn
voor jullie als kinderen de belangrijkste dingen/informatie die jullie
gevonden hebben. Wat betekent het voor jullie?
Vervolgens
mogen de kinderen de verschillende stukjes selecteren en elk een eigen
stukje informatie overschrijven/herschrijven, zodat alle kinderen er
een kopie van krijgen. Uiteindelijk kunnen wij er een krant van maken,
die de kinderen zelf hebben ontworpen en dus ook zelf kunnen lezen tijdens
het werken aan dit thema.
Op deze manier zijn de kinderen heel intensief bezig met het thema en
kijken en onderzoeken zij ook wat voor ruimte het thema in de actualiteit
plaatsneemt.
Hoe
denken andere mensen erover en hoe denken de kinderen er zelf over?

Als
afsluiting op dit thema, wil ik met de kinderen een al omvangend/ overkoepelend
werkstuk maken, waaruit naar voren komt, hoe de kinderen denken over
een herder. Wat betekent een
herder voor de kinderen? De kinderen mogen alle soorten materialen
gebruiken die zij kunnen vinden. Ik wil namelijk bereiken, dat de kinderen
echt een werkstuk maken, dat gemaakt en gevormd is door henzelf.
Deze
werkstukken die gemaakt worden door de kinderen, gaan wij als laatste
nog een keer bespreken. Dan mogen de kinderen vertellen hoe zij eerst
dachten over een herder zijn en of die gedachte is veranderd
in de loop der tijd.
Ook
hier moeten de kinderen weer naar elkaar luisteren. Alle werkstukken
die zijn gemaakt worden in de kring erbij gehaald. Op deze manier wordt
het proces dat de kinderen hebben doorlopen duidelijk.
Achteraf
terugkijkend.
Voor
mij is dit weer een heel leerzaam blok geweest. Ik heb veel nieuwe dingen
geleerd en ik ben de bijbel op een hele andere
manier gaan bekijken. Op deze één of andere manier begin ik de bijbel
steeds meer te respecteren en te waarderen. Eerst vond ik de verhalen
altijd heel erg duf en saai, maar ik ga ze beter begrijpen en ze ook
heel interessant vinden. Dit heeft dan ook tot gevolg, dat ik steeds
opener tegenover Katechese ga staan, zowel op de IPABO, als in de basisschool.
Ik ben dan ook van mening, dat het heel erg belangrijk is, dat de kinderen
kennis maken met de bijbel. Zij hoeven niet gelovig te zijn of de bijbel
verhalen uit hun hoofd te kennen. Maar ik vind het wel belangrijk dat
de kinderen ervaring hebben opgedaan met de bijbel. Hier zijn wij als
aanstormend leerkracht voor, om dat waar te maken!!
|