Maarten van Brunschot

L2-2003

 

je bent geconcentreerd met de collegestof bezig
wikkend en wegend maak je een keuze
je laat een mogelijkheid zien

wereldorienterend
levensbeschouwelijk
bijbels

een momentopname,

halverwege de opleiding
- bij "vrede" en "de bron" -
jan engelen

 

Week 1: De slavernij

 

Allereerst even dit…

 

De komende weken gaan jullie werken aan het project: “De herdertjes lagen bij nachten, maar de schaapjes lagen niet stil”. Voordat jullie hieraan gaan werken moeten jullie even 1 ding goed in je opnemen: waar denk je aan bij herders en waar denk je aan bij schapen. Ik zal jullie een stukje op weg helpen:

 

Een herder

Een herder is iemand die een groep begeleidt, leidt, denk maar aan een schapenherder. Hij loopt voor de kudde uit en zorgt ervoor dat zijn kudde op een veilige manier het doel bereikt. Dat zijn goede herders. Maar je hebt ook herders die minder goed zijn. Ze nemen wel de rol van leider in, maar vergeten lief en aardig te zijn. Het gaat ze alleen om hun eigen succes. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een goede herder nooit een foutje kan maken.

Je kunt een herder dus ook gewoon als leider van een groep zien, deze kan zowel goed als slecht zijn. Vanaf nu wordt een leider dus herder genoemd.

 

Noem zelf eens een paar goede en een paar slechte herders, noem er minstens 3 bij.


 

Goede herders

Slechte herders

Koningin Beatrix

Adolf Hitler

Je ouders

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

………………………….

 

Een schaap

Als een herder dus een leider is, dan is een schaap iemand die door hem of haar geleid wordt. Het is iemand uit een groep. Je juf of meester heeft dus eigenlijk allemaal schapen in de klas.

 

Noem nu zelf eens een paar groepen op die de schaapjes van een herder zouden kunnen zijn.

-         ………………………….

-         ………………………….

-         ………………………….

-         ………………………….

 

Het thema van dit project: “De herdertjes lagen bij nachten, maar de schaapjes lagen niet stil” gaat dus over (slechte) leiders die `s nachts rustig slapen en denken dat ze alles op orde hebben, maar de schaapjes liggen niet stil! Die liggen `s nachts een plan te bedenken om de herder te verdrijven. Om het beter te krijgen, of anders gezegd om vrede te krijgen! Vrede waarin iedereen gelijk is!

 

Daarover gaat dit project, over vrede en hoe je vrede kunt bereiken.

 

*Elke les wordt op maandag gegeven en besproken, bij elke les (behalve de laatste) zit een opdracht waar je een week aan kan werken, op vrijdag wordt deze besproken.

 

 


Slavernij in Noord-Amerika

Slavernij bestaat al heel lang. Eeuwen geleden hadden de Grieken en de Romeinen al slaven. De Romeinen, die bijna heel Europa veroverden, kwamen na elke veldtocht met vele gevangenen terug. Deze gevangenen werden slaven die heel zwaar werk moesten doen.

Zelfs in deze eeuw was er nog slavernij in de wereld. We hoeven dan ook niet zo ver terug te gaan in de geschiedenis om wat meer te weten te komen over de slavernij.

 

De eerste koloniλn in Noord-Amerika

In 1492 werd Noord-Amerika door Columbus ontdekt. Vele Europeanen trokken naar de nieuwe wereld om daar een beter leven op te bouwen. De eerste Europeanen die daar aankwamen waren de Spanjaarden. Al gauw werden zij gevolgd door de Portugezen, Engelsen, Fransen en Nederlanders.

Ze namen vruchtbaar land in bezit. Ze woonden in groepen van hun eigen landgenoten. Deze groepen groeiden snel in aantal en hadden een eigen bestuur. Zo`n groep mensen die samen leefden noemen we een kolonie. Ze bouwden hun eigen huizen en legden enorme plantages aan. Deze plantages werden gebruikt om suiker, tabak en katoen te verbouwen. Doordat de plantages zo groot waren en er nog weinig mensen woonden in Noord-Amerika, was er een groot tekort aan arbeiders voor op de plantages. De Spanjaarden probeerden de Indianen te dwingen om voor ze te werken. Dit lukte helemaal niet.

De Engelsen stuurden misdadigers naar Noord-Amerika om hun straf uit te zitten. Ze moesten dan hard werken op de plantages van Engelse kolonies. Toch was dit geen succes. Velen ontsnapten en anderen bezweken onder de hitte. Het bleef een groot probleem totdat de Portugezen de kust van Afrika gingen verkennen.

 

Het begin van de slavenhandel

De Portugezen hadden gehoord dat er in Afrika veel goud te vinden was en dat er mensen woonden die zo zwart waren als roet. Toen de Portugezen deze mensen voor het eerst zagen, dachten ze dat het een merkwaardig diersoort was. Er werd op ze gejaagd en ze werden meegenomen naar Europa, waar ze tentoongesteld en verkocht werden.

De Portugezen gingen langs de kust van Afrika veel forten bouwen en lieten de slaven (negers) al het zware werk doen. Steeds meer mensen trokken met schepen richting de Goudkust (niet de soap, maar de kust in Afrika waar men goud zocht). De kapiteins van die schpen wisten dat er in Amerika een tekort aan arbeiders was. Zo kwam Sir John Hawkins op het idee om slaven uit Afrika te halen en ze naar Amerika te brengen. Dit was het begin van de slavernij in Noord-Amerika. De slaven werden in Noord-Amerika verkocht en de handelaren verdienden er heel veel geld mee. Doordat Noord-Amerika steeds groter werd waren er steeds meer slaven nodig om het zware werk te doen. De handel in slaven werd daardoor steeds groter. Er werd zelfs een speciale handelsorganisatie voor opgericht.

 

Hoe kwamen de schepen aan de slaven?

De Europeanen waren heel gedreven in het vangen van slaven. Een stamhoofd of een negerkoning werkte vaak aan de handel mee omdat ze erg goed betaald werden. Er werd ook voor gezorgd dat er stamoorlogen uitbraken. Degene die daarbij gevangen werden genomen, werden als slaven aan Europeanen verkocht. In een lange slavenkaravaan moesten de negers, aan elkaar geboeid, wekenlang door het oerwoud trekken. Ze moesten alles achterlaten waar ze van hielden. Als ze bij de kust waren aangekomen, werden ze in schuren of in vochtige kelders opgesloten. Ontsnappen was dan onmogelijk.

 

De verkoop van slaven

Als er schepen voor de kust lagen om slaven te kopen begon het onderhandelen. Op het land werden de gevangen slaven “opgeknapt”. Ze kregen dan goed te eten en werden met olie ingesmeerd. Zo zagen ze er gezond uit en konden de handelaren er een flinke prijs voor vragen. Als ze waren “opgeknapt” werden ze aan de koper getoond. Als de koop was gesloten kregen de negers een brandmerk op hun schouder. Zo kon je zien of de slaaf van een Portugees, Engelsman of een Hollander was. Omdat men in die tijd nogal gelovig was werden de negers vaak voor de reis nog gedoopt.

 

De reis naar Noord-Amerika

In het schip moesten zoveel mogelijk slaven Wat is het verschil tussen dit vervoer van slaven en van de huidige internationale transporten van dieren over duizenden kilometers? Klik op de figuur voor een vergroting.gestouwd worden. Ze lagen in lange schepen en ze konden dus niet zitten. Ze lagen daar aan elkaar geboeid. Ze werden twee keer per dag door de matrozen gevoed. De matrozen moesten de slaven ook ιιn keer per dag luchten. De boeien werden dan losgemaakt en dan moesten de slaven in troepen tegelijk het dek o. Daar moesten ze bewegen en kregen ze eten. Je snapt wel dat de negers, tijdens deze gruwelijke reis doodsbang waren. Ze dachten dat ze vergiftigd werden of dat ze opgegeten zouden worden door de blanken. Veel negers stierven tijdens de reis van uitputting en ziekten. Er gingen ongeveer 500-900 slaven per overtocht mee, afhankelijk van de ruimte en “voorraad” in Afrika. Als het schip in Noord-Amerika aankwam werden de slaven weer “opgeknapt”. Daar werden ze op een veiling verkocht aan plantage eigenaren. Ze werden dan weer gebrandmerkt, zodat men wist wie de eigenaar was.

 

Het werken op de plantages

De plantages waarop de slaven moesten werken konden suiker-, tabak-, of katoenplantages zijn. Vele slaven dachten dat het na de boottocht beter zou worden. Helaas was dit vaak niet waar. Doordat de plantages zo groot waren moesten de slaven van `s ochtends vroeg tot `s avonds laat werken. De slaven hadden totaal geen rechten. Hij was bezit van de eigenaar en die kon doen met hem wat hij wilde. De meningen waren nogal verdeeld over hoe hard je een slaaf moest laten werken. Het ene deel van de planters vond het voordeliger om slaven zo hard te laten werken dat ze zich na 10 jaar letterlijk dood hadden gewerkt. Dan kocht de planter gewoon een nieuwe. De andere planters beweerden dat het goedkoper uitkwam ze minder hard te laten werken, zodat ze langer meegingen.

 

 

 

De eerste protesten tegen slavernij

In Amerika en in Engeland woonden steeds meer mensen die tegen de slavernij waren. In Noord-Amerika was een godsdienstige groep “De Quakers”. Zij waren fel tegen de slavernij en dit met veel succes. Leden van de groep hielpen negers te ontsnappen naar de Noordelijke Staten. Veel mensen die niet lid waren van “De Quakers”, maar wel tegen de slavernij waren sloten zich aan bij de “Abolition”, dit betekent “afschaffing”. Het was dus een organisatie die tegen de slavernij was.

In het noorden van Noord-Amerika schafte de ene na de andere staat de slavernij af. Er werd zelfs een wet gemaakt die slavernij in het Noorden verbood en in het zuiden toeliet. In de zuidelijke staten was men wel voor slavernij. Geen slavernij zou het einde van de plantages betekenen. De groep van het Abolitionisme kreeg steeds meer aanhangers. Er waren zoveel mensen tegen de slavernij dat in 1807 werd besloten dat slavernij wettelijk verboden moest worden.

Toch ging de slavenhandel in grote getale door, er viel nog steeds heel veel geld mee te verdienen. De handel en slavernij gingen dus op een illegale manier door.

In 1852 kwam het boek “Negerhut van Oom Tom” uit. Dit boek werd geschreven door Harriλt Beecher Stowe. Het boek zorgde voor veel opschudding. Iedereen sprak erover en hield zich bezig met het probleem van de slavernij.

De spanningen liepen heel hoog op tussen de Noordelijke (waar slavernij verdwenen was) en de Zuidelijke (waar het nog illegaal doorging) Staten, onder andere daardoor brak er in 1861 een burgeroorlog uit.

 

De burgeroorlog

In deze oorlog moesten de Zuidelijke staten het afleggen tegen de Noordelijke staten. Het leger “Yankees” trok naar de Zuidelijke staten. Veel negers werden bevrijd. Ze waren dan eindelijk vrij, maar voor velen van hen was dit niet altijd prettig. Groepen negers trokken langs de wegen zonder een dak boven hun hoofd of zonder eten. Ze moesten een heel nieuw leven beginnen. In 1865 kwam er een einde aan de gruwelijke burgeroorlog. President Lincoln stelde een hele strenge wet  tegen de slavernij op. Een nieuw tijdperk voor de negers brak aan. Langzamerhand kregen ze een meer gelijkwaardige behandeling in Amerika. Helaas zijn er nog steeds groepen mensen die de negers niet als volwaardig zien.

 

 


Vragen bij “Slavernij in Noord-Amerika”

Deze vragen kun je komende week maken en zullen vrijdag worden besproken.

 

1.      Waarom trokken groepen mensen van Europa naar Noord-Amerika?

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

2.      Leg in eigen woorden uit wat een kolonie is.

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

3.      In Noord-Amerika was een groot tekort aan arbeiders.
Wat deden de Europeanen om arbeiders te winnen?

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

4.      Vertel in eigen woorden hoe de slavernij in Noord-Amerika is ontstaan.

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

5.      Waarom werd ervoor gezorgd dat er stamoorlogen uitbraken?

………………………………………………………………………

6.      Wat wordt er bedoeld met het “opknappen” van slaven en waarom deden ze dat?

………………………………………………………………………

 

7.      Waarom ging ondanks de wet in 1807 de slavernij toch door?

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

8.      Vertel in eigen woorden hoe er een einde kwam aan de slavernij in Noord-Amerika.

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

*Neem voor volgende week een krant mee

 

Tekstvak: Week 2: Racisme

 

 

 

Vorige week hebben we het al gehad over de slavernij. Dat is ook een vorm van racisme. Want racisme wil zeggen dat (over het algemeen) een groep mensen wordt buitengesloten of anders wordt behandeld doordat ze afwijken van het “normale” beeld. Dat kan zijn dat ze een andere huidskleur hebben, maar ook een ander geloof, andere opvattingen of een andere levenswijze zijn aanleidingen voor sommige mensen om anderen te discrimineren. Uit de geschiedenis kennen we heel veel vormen van racisme. Zoals we al zeiden de slavernij, maar ook de Tweede Wereldoorlog, waarbij de Joden door de Duitsers werden gediscrimineerd en vermoord. De apartheid in Zuid-Afrika, waarbij donkere en blanke mensen allebei andere rechten hadden. Helaas is het niet allemaal geschiedenis.

 

Ik denk dat iedereen wel eens met racisme te maken heeft gehad. Vertel eens, ben jij wel eens met racisme in aanraking gekomen? Heb je het wel eens gehoord, of heb je je er misschien zelf wel eens (wellicht toen je boos was) schuldig aangemaakt.

 

Schrijf je belangrijkste gebeurtenis met racisme op:

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

 

Ik denk dat we nu dus wel hebben gezien dat iedereen wel eens met discriminatie of racisme (deze twee begrippen betekenen vrijwel hetzelfde) te maken heeft gehad. Het is dus iets waar we nog elke dag mee te maken krijgen. Kijk nu eens in je krant die je hebt meegenomen. Zoek daar eens een artikel in op dat te maken heeft met een vorm van discriminatie. Plak hem achterop dit vel, vertel er wat over in de klas, maar schrijf er hieronder ook een stukje over.

 

Titel: ……………………………………………………………………

Waar gaat het over: ……………………………………………………….

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

Wat heeft het te maken met discriminatie? …………………………………….

…………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………

 

Dan nu de opdracht voor komende week, en die is wat uitgebreider als vorige week, maar de inleiding op papier was nu ook een stuk korter, vandaar. We gaan komende week een hoek/tafel in de klas maken die alles met discriminatie te maken heeft. Neem zoveel mogelijk mee. Denk bijvoorbeeld aan: boeken, artikelen, posters, campagnemateriaal (wat is dat?), etc. Vrijdag bespreken we de hoek.

 

 

 

 

Tekstvak: Week 3: Kinderrechten

 

 

 

Deze week gaan we het hebben over rechten en plichten, normen en waarden. Er is namelijk maar 1 manier om vrede te krijgen en te behouden. En dat is door regels en wetten op te zetten. Iedereen krijgt plichten, regels waaraan iedereen zich moet houden. Maar ook rechten, dingen die je WEL mag, waarop je recht hebt. Enkele van die rechten zijn bijvoorbeeld:  recht op onderwijs en goede voeding. In Nederland houden de meeste mensen zich wel aan de wetten (plichten). Al rijdt iedereen natuurlijk wel eens te hard…

Er zijn ook een hoop landen waar dat heel anders is. Daar worden de plichten wel goed nageleefd, maar de rechten niet. De mensen mogen dus bijna niks. We gaan nu eens kijken hoe dat met de kinderrechten zit. Even in makkelijke taal: wat mogen of wat mogen ze niet?

 

Geschiedenis van de kinderrechten

Na de Tweede Wereldoorlog werd de VN (Verenigde Naties) opgericht. De VN is een organisatie van politici uit verschillende landen. Bijna alle landen zijn lid. De VN praten over wereldproblemen. Zo proberen de landen problemen op te lossen. Proberen ze een oorlog tussen de landen te voorkomen. De VN zijn dus opgericht om te zorgen dat er vrede en veiligheid blijft bestaan! In 1948 legde de VN de rechten van de mens vast. Hierin staan alle rechten en plichten van volwassenen. Op 20 November 1989 gebeurde er iets unieks. Kinderen kregen een eigen verdrag. Heel veel landen hebben het verdrag ondertekend. Hierdoor zijn de regeringen verplicht kinderen te beschermen. Kinderen kregen extra rechten en plichten die volwassenen niet hebben. UNICEF is een onderafdeling van de VN. Zij houden zich met deze kinderzaken bezig. UNICEF probeert het leven van kinderen te verbeteren. Waar ook in de wereld. Want veel kinderen hebben deze hulp hard nodig.


Je ouders en jij

Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind. Dat is een regel van het verdrag. Ze moeten zorgen voor voedsel, kleding en onderwijs. Hun beslissingen moeten in jouw belang zijn. Zo worden je rechten beschermd. Kinderen zijn verplicht deze beslissingen op te volgen. Bij rechten horen dus plichten! (snap je dat?)


Wie helpt je

Het is belangrijk dat je je rechten kent. Dan weet je precies wanneer er iets niet klopt. Jouw rechten zijn belangrijk. Ze moeten worden gehoord. Hiervoor is de kinderrechtswinkel. Deze is er speciaal voor kinderproblemen. Je kunt ook de kindertelefoon bellen. Dit is een gratis nummer. (Achterin ieder telefoonboek kun je het nummer vinden.) De medewerkers kunnen je vragen beantwoorden en hulp bieden. Je bent niet verplicht om je echte naam te vertellen. Natuurlijk kun je ook een leraar of de ouder van een goede vriend in vertrouwen nemen. Het is het belangrijkste dat je over je problemen praat. Dan kunnen ze worden opgelost.


Recht op voedsel

Lust je geen spruitjes? Natuurlijk vind je niet alles lekker. Toch is gezond eten een recht. Je ouders zijn verplicht hiervoor te zorgen.


Recht op onderwijs

Een baaldag, geen zin in rekenen en aardrijkskunde. Geen zin in school! In Nederland is ieder kind leerplichtig. Je hebt recht op onderwijs!
Gelukkig is school meestal wel leuk. En huiswerk... dat hoort er nu eenmaal bij.


Recht op gezondheid

De bibbers. Een afspraak bij de tandarts. Je kunt vast wel een leuker uitstapje bedenken! In Nederland heeft ieder kind recht op medische zorg. Het is fijn als je geen kiespijn meer hebt. Je hebt recht op gezondheid. Dus even doorbijten...


Recht van spelen

Schommelen, skaten, een partijtje voetbal...
Ieder kind heeft recht op vrije tijd. Maar soms is er geen speelplaats in de buurt. Of geen ruimte om te voetballen of verstoppertje te spelen. Hier mag je tegen protesteren. Dit kun je doen bij de gemeente. Je hebt recht op speelruimte!


Recht op bescherming van arbeid

Blaren! Lange dagen werken. In Nederland is kinderarbeid verboden. Niemand mag je hiertoe dwingen. Natuurlijk is een extra zakcentje handig. Vanaf je dertiende mag je daarom een bijbaantje hebben. Het werk mag niet zwaar zijn. Ieder kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling.


Recht op bescherming tegen mishandeling of verwaarlozing

Boos, scheldwoorden, klappen...
Sommige kinderen durven niet naar huis. Ze worden mishandeld. In Nederland heb je recht op bescherming. Er zijn mensen die kunnen helpen. Praat over je angst. Je hebt recht op een veilig thuis!


Recht op bescherming van seksueel misbruik en geweld

Een knuffel, een aai, zoenen...
Aangeraakt worden is meestal fijn. Maar soms gebeurt het opdringerig. Tegen je zin. Dit hoef je niet te pikken. Volwassenen mogen geen misbruik maken van hun macht. Ze kunnen je niet tot seks of seksuele handelingen dwingen. Overkomt dit je toch?! Praat er dan met iemand over. Je hebt recht op bescherming.


Recht op bescherming in gewapende conflicten

Tanks, een sirene. Gewapende soldaten rijden de straat in. Het is oorlog...
In Nederland is de dienstplicht afgeschaft. Niemand hoeft tegen zijn wil te vechten. Kinderen mogen hier zelfs niet in dienst. Je hebt recht op bescherming!

Recht op je eigen mening

Heb jij een eigen mening? Popel je om deze met anderen te delen? Hou je dan vooral niet in. Je hebt recht op een eigen mening! Natuurlijk moet je wel rekening met anderen houden. Het is niet aardig om kwaad over iemand te spreken. En je moet de mening van een ander respecteren. In Nederland heeft ieder kind vrijheid van meningsuiting. Laat dus wat van je horen...


Recht op vrijheid van geloof

Islamitisch, Christelijk, Joods, Hindoeοsme... Er zijn veel religies op de wereld. Wat je gelooft, is meestal afhankelijk van je opvoeding. Toch ben je vrij om een eigen keuze te maken. Ook als je ouders dat heel moeilijk vinden. Je hebt recht op vrijheid van geloof! Niemand mag dus gediscrimineerd worden. Of je een godsdienst aanhangt, is je eigen keuze!

 

Recht op vrienden

Lol trappen, spelletjes doen of samen op een sportclub. De meeste kinderen hebben vrienden. Ze zijn grappig, gezellig of lekker gek. Je voelt je bij ze thuis. Daarom is het leuk om samen dingen te doen. Soms hebben ouders een andere smaak. Vinden ze je vrienden niet geschikt. En verbieden ze ieder contact. Dat mogen ze niet! Want ieder kind heeft het recht op eigen vrienden. Je mag ze dus zelf kiezen.


Recht op informatie

Kinderrechten, jongerensites, discussiepanels... In Nederland hebben kinderen recht op informatie. Informatie over zaken die jou bezig houden. Sommige informatie is schadelijk voor je ontwikkeling. Hier word je tegen beschermd. Je ouders en de regering zijn hier samen verantwoordelijk voor. Veel informatie is echter nuttig en handig voor kinderen. Je hebt er recht op!


Recht op speciale zorg

Hollen, skaten, crossen op je nieuwe fiets... Bewegen is heerlijk! Helaas kan niet ieder kind dit doen. Wanneer je gehandicapt bent zijn er beperkingen. De regering moet dan zorgen voor aangepaste zorg. Ook jij moet de kans hebben om mee te doen in de samenleving. Lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen hebben recht op een volwaardig leven. Je hebt dus recht op speciale zorg!

 

Recht op contact met je ouders

Ruzie, koffers pakken. Je ouders gaan scheiden...
In Nederland blijven ouders samen voor hun kind verantwoordelijk. Ook als ze niet bij elkaar wonen. Daarom moeten ze goede afspraken maken. Helaas komen sommige ouders hun afspraken niet na. Of lukt het niet om rustig met elkaar te praten. In dat geval moet de rechter voor een goede omgangsregeling zorgen. Want ieder kind heeft recht op contact met beide ouders. Ook jij!


Recht op speciale bescherming

Marteling, moord. In sommige landen is het gevaarlijk. Je mag er niet voor je mening uit komen. Misschien heerst er wel oorlog. Je bent er niet meer veilig... Gevluchte kinderen hebben recht op speciale bescherming. In Nederland is de regering verplicht hulp te bieden. Dat doen ze samen met daarvoor bevoegde instanties. Ieder kind heeft recht op een veilig leven!


Recht op speciale zorg bij strafbare feiten

Winkeldiefstal, vernieling, graffiti... Jeugdcriminaliteit komt vaker voor dan je denkt. Misschien uit verveling of om stoer te doen. Je loopt echter altijd de kans om gesnapt te worden. En dan zit je opeens op het politiebureau. Langzaam dringt de ernst van de situatie tot je door. Je hebt de wet overtreden! In Nederland heeft ieder kind rechten. Ook wanneer je bent opgepakt. Dan zijn er speciale rechten die je beschermen. Gelukkig denken kinderen tegenwoordig goed na. Mocht je toch in de fout gaan... Zorg dan dat je je rechten kent!


 

Opdrachten bij de kinderrechten

Deze opdrachten worden vrijdag besproken

 

  1. Je hebt nu de meeste rechten van het kind gelezen en bij de meeste is het je vast wel opgevallen dat je het in Nederland goed hebt, maar dat andere landen nog ver achter lopen. Na, of tijdens de oorlog in Irak zijn er waarschijnlijk een hoop van deze rechten overtreden. Welke rechten zijn volgens jou overtreden? Vul het in het volgende schema in:

 

 

Dit kinderrecht is volgens mij overtreden

Dat denk ik omdat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.    Welk kinderrecht vind jij het belangrijkste? ……………………………………………………………………

3.    Waarom?

……………………………………………………………………

  1. Maak van dat recht een verkeersbord, zodat het voor iedereen duidelijk wordt. Hiernaast zie je een voorbeeld van iemand die een bord heeft gemaakt bij: “iedereen heeft het recht op onderwijs.

Het recht om naar school te gaan en te leren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


5.      Op tv zie je vaak een hoop narigheid, ook met kinderen, welke rechten van het kind heb jij op tv wel eens overtreden zien worden?

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

………………………………………………………………………

 

 

Tekstvak: Week 4: De BRON (Johannes 4)

 

 

 

Om te beginnen even een verhaal. Een stukje uit Johannes hoofdstuk 4.   

 

Jezus was te weten gekomen dat de Farizeeλn gehoord hadden dat Hij meer leerlingen trok en doopte dan Johannes. Eigenlijk doopte Jezus niet zelf, maar zijn leerlingen. Daarom verliet Hij Judea en vertrok Hij weer naar Galilea.

Hiervoor moest Hij door Samaria. Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: `Geef Mij wat te drinken.' Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. De Samaritaanse vrouw antwoordde: `Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?' Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. Jezus hernam: `Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven.' `Maar heer,' zei de vrouw, `U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?' Jezus antwoordde: `Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.' `Heer,' zei de vrouw, `geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.'

 

Zoals je ziet ontstaat er een kleine onenigheid bij de waterbron.Want al snel blijkt deze waterbron niet alleen ene bron te zijn voor water, maar wordt hij vervolgens ook als bron gezien voor het geloof (kan iedereen dat volgen?)

 

Vandaag gaan we het hebben over bronnen? Hebben bronnen dan ook met vrede te maken zul je misschien zeggen? Jazeker! Er zijn namelijk heel veel verschillende bronnen. Als je bijvoorbeeld de bron van een onenigheid vindt, kun je een ruzie oplossen of voorkomen. Als je de bron van haat vindt, dan kun je oorlog en geweld oplossen. Als je de bron van de liefde vindt, dan kun je gelukkig worden. Kortom er zijn heel veel verschillende bronnen, kun jij er ook 10 noemen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenlijk is voor alles wel een bron te vinden. Een andere bron is bijvoorbeeld een verkleedkist. Dat kan een bron zijn voor allemaal verschillende toneelstukjes. Als je die verkleedkist in gedachte neemt dan zijn je gedachten weer een bron voor die kist. Het wordt zo wat ingewikkeld, maar het is dus een feit dat er heel wat bronnen zijn.

 

We gaan die verkleedkist eens uitproberen. In het midden van de klas staat een denkbeeldige verkleedkist. Haal er allemaal een attribuut of vermomming uit en laat d.m.v. een handeling zien wat je bent, of wat je uitbeeldt.


Opdrachten bij de BRON

Deze opdrachten worden vrijdag besproken

 

We hebben al ontdekt dat er heel veel bronnen zijn. Ik wil het nu eens even over jouw bron hebben, waar haal jij de inspiratie vandaan (voor bijvoorbeeld een mooie tekening of een verhaal? Droom je veel, lees je veel, kijk je veel tv, etc.) schrijf er een klein stukje over.

_________________________________________________________

_________________________________________________________

_________________________________________________________

_________________________________________________________

_________________________________________________________

___________________________________________________

 

Als er een bron zou zijn waar jij alle goede ideeλn vandaan zou kunnen halen, hoe zou die er dan uitzien? Is het een ton, een bepaalde plek, een persoon? Maak er eens een tekening van.

 


Tekstvak: Week 5: Actualiteit

 

 

 

 

Een moeilijk woord, actualiteit. Het betekent gewoon: hier en nu. Wat er in het nieuws is van vandaag is bijna allemaal actueel, het is allemaal pas net gebeurd.

Wij hebben het over vrede. En bij vrede hoort ook oorlog. Tenminste daar hoop je altijd op. In het verleden zijn er al verschrikkelijke dingen gebeurd. Bijvoorbeeld de Eerste en Tweede wereldoorlog, burgeroorlogen overal ter wereld, kortom de vrede is soms nog ver te zoeken. ]

 

Helaas is momenteel niet veel beter. Nog steeds is er elke dag oorlog, nog steeds zijn er elke dag plekken op de wereld waar vrede hard nodig is, maar nog lang niet is bereikt.

Lees het volgende artikel maar eens, afkomstig uit het Noord-Hollands dagblad, 18 juni 2003

 

Iraniλrs steken zichzelf in Parijs in brand Jean Ayissi

 

 

 

 

Iraniλrs steken zichzelf in brand in Parijs

Van onze verslaggever
PARIJS/BERN/TEHERAN-Twee Iraanse vrouwen hebben zich woensdag in Parijs nabij het gebouw van de Franse inlichtingendienst DST in brand gestoken. Een van hen overleed korte tijd later aan haar verwondingen. De andere vrouw wordt verpleegd in een Parijs' ziekenhuis.

De twee vrouwen protesteerden daarmee tegen de Franse politieactie waardoor woensdag een groot aantal leden van de Iraanse oppositiegroep Mujaheddin Khalq (Strijders van het Volk) werden opgepakt.

Nog meer demonstranten dreigen uit protest tegen de grootschalige politie-invallen zelfmoord te plegen. Dinsdag- en woensdagavond voegden twee Iraanse mannen in respectievelijk Londen en Parijs de daad bij het woord en staken zichzelf in brand. Beiden zijn voorzover bekend vooralsnog niet bezweken aan hun verbrandingen. Bij een demonstratie van Iraanse ballingen voor de Franse ambassade in Bern overgoot een man zich met benzine, maar werd vervolgens door de Zwitserse politie opgepakt.

Waarom hebben deze twee vrouwen zich in brand gestoken? ………………………

………………………………………………..………………………

……………………….……………………….………………………

 

We hebben het gehad over herders met hun schapen, zijn deze twee vrouwen herders of schapen, of misschien wel allebei. Leg eens uit:

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

 

De politie is ook een soort herder. Hij zorgt ervoor dat iedereen zich aan zijn of haar plichten (de wet) houdt. Welke wetten worden vaak overtreden, waar houdt de politie zich veel mee bezig?

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………..

Opdrachten bij de Actualiteit

Deze opdrachten worden vrijdag besproken

 

Zoek zelf een krantenartikel op dat te maken heeft met 1 van de besproken onderwerpen. Dat kan dus bijvoorbeeld zijn: “herders en schapen”, racisme of kinderrechten. Beantwoord bij dit artikel de volgende vragen:

 

  1. Wat is de titel van dit artikel?
  2. Waar gaat het artikel over?
  3. Wat is het probleem?
  4. Zijn er voor- en tegenstanders, en zo ja wat willen die?
  5. Wat heeft het te maken met dit project?
  6. Hoe kan het probleem opgelost worden (als het niet is beschreven bedenk het dan zelf)?

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________

______________________________________________________


 

Tekstvak: Week 6: Afsluiting

 

 

 

 

We zijn nu 5 weken bezig geweest rondom het thema vrede. We hebben eerst eens gekeken hoe het kan dat er niet overal vrede is? Waar komen de problemen vandaan? Een belangrijke oorzaak voor de discriminatie vonden we in de slavernij terug. Waar heel erg respectloos met de mensen werd omgegaan.

Vroeger was er erg veel geweld en dus weinig vrede. Gelukkig hebben ze dat in de loop der jaren wel proberen op te lossen. Een oplossing zou kunnen zijn door regels en wetten op te stellen. Wij hebben gekeken naar die van kinderen. Helaas moesten we ook al constateren dat er een aantal regels niet in elk land worden nageleefd.

 

Tot slot hebben we een laatste opdracht voor onze kiezen. We weten veel meer over de oorzaak van geweld en die van vrede, anders gezegd, de bron van geweld en de bron van vrede. De vraag voor een opstel is nu:

 

Hoe kun je volgens jou wereldvrede bereiken. En hoe zou de wereld er dan vervolgens uit zien zonder geweld. Maak er een mooi verhaal van en denk er goed over na voordat je begint met schrijven.


Denk eraan dat een verhaal begint met een titel. Een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt.

Heel veel succes!