|
voor de bovenbouw – bij de bruiloft te
Kana Marion
Faassen V2 Marion maakt
van de bruiloft van Kana pakjesavond. Cultureel, intercultureel, veel
werk te doen voor de kinderen, naar aanleiding van Johannes 2, de bruiloft
te Kana. Dat verhaal opent en sluit een serie activiteiten. Je zou bijna
het verhaal zelf vergeten. Daar eindigen we dus ook weer mee. Het verhaal
als samenvatting van een serie activiteiten. Allereerst het verhaal van Jezus op het bruiloftsfeest uit Bijbelse verhalen voor jonge kinderen van D.A. Cramer-Schaap en Annemarie van Haeringen. Jezus trok nog maar pas door het land
toen een vriend uit het plaatsje Kana Hem vertelde dat hij ging trouwen.
En hij vroeg of Jezus met zijn leerlingen op de bruiloft wilde komen.
De moeder van Jezus, Maria, zou ook komen. Nu, dat wilde Jezus wel.
Hij hield van bruiloftsfeesten. Het werd een groot feest, dat zeven dagen duurde. Er werd gezongen,
gedanst en gelachen. Er werden verhalen verteld en raadsels opgegeven.
Er werd lekker gegeten en gedronken. En de kinderen deden tikkertje
tussen de grote mensen door. Maar er waren veel gasten gekomen, veelmeer dan ze hadden verwacht.
En zo kon het gebeuren dat halverwege het feest alle wijn op was. De
leider van het feest wist niet waar hij zo snel nieuwe wijn vandaan
kon halen. Hij overlegde met de bedienden wat te doen. Jezus’ moeder hoorde dat en ging naar Jezus toe en zei: “Ze hebben geen wijn!” Zij wist niet hoe, maar ze wist dat
Hij er wel voor zou zorgen. Hij zou een feest maken van de bruiloft.
Tegen de bedienden zei ze alvast:”Zie je die man daar? Ja, die met de
vissers staat te praten. Wat Hij ook zegt, je moet doen.” Nu stonden er in een hoek zes grote watervaten, die gebruikt
werden om gezicht, handen en voeten af te spoelen. Jezus zei tegen de
bedienden:”Vul die vaten eens met vers water.” Ze vulden alle zes vaten
tot de rand. “Goed,” zei Jezus, “schep er nu een beker uit en laat dat de
leider van het feest proeven.” De leider van het feest proefde langzaam en aandachtig. “Niet
te geloven,” riep hij toen opgetogen uit. “Dit is een heerlijke wijn!”
De bedienden zeiden:” Er staan zes van die vaten!” De leider van het feest ging naar de bruidegom en greep hem
bij zijn schouders. “Man, je bent er ook één! Iedereen geeft zijn gasten
altijd de beste wijn het eerst. De mindere wijn schenkt hij later op
het feest, als de gasten al zoveel gedronken hebben dat ze het toch
niet meer zo goed proeven. En jij bewaart de heerlijkste wijn tot het
laatste!” De bruidegom keek verwonderd en begreep er niets van. Maar er waren een paar mensen die
wel wisten wie er voor de lekkere wijn gezorgd had. Dat waren Maria, de bedienden en Jezus’ leerlingen. Zij vertelden
het aan iedereen. Zo werd de bruiloft, waarvoor Jezus was uitgenodigd, een feest
om nooit te vergeten. Les 1. Begrijpend lezen: De bruiloftJe hebt net het verhaal gehoord over de bruiloft waar Jezus
te gast was. Jij was ook een van de gasten op die bruiloft. Maar je
beste vriend, Kris, kon helaas niet komen. Schrijf nu een brief aan
Kris waarin je hem verteld wat er allemaal gebeurd was die dag. Denk aan het maken van alinea’s, schrijf hoofdletters, punten
en komma’s waar dat hoort en schrijf netjes. Succes! Les 2. SchrijvenJe hebt net een brief aan je vriend Kris geschreven. Plak deze
brief nu op een gekleurd vel papier en versier deze brief op een manier
waarvan jij denkt dat ze dat toen ook deden. Hieronder staan enkele
suggesties. Maar zelf verzinnen mag natuurlijk ook. Als je een kalligrafie-pen
wilt gebruiken, kom je die lenen.
De kinderen krijgen de tekst nu op papier. Maak met de tekst erbij de volgende vragen.
De volgende vragen bespreek je eerst met je tafelgenoten. Komen
jullie tot 1 antwoord of zijn er misschien meerdere antwoorden mogelijk?
Schrijf jullie antwoord(en) op in je schrift. We bespreken het als je
klaar bent, met de hele klas.
Les 4. DramaTijdens de komende drie keer hoekenwerk krijgen jullie als
de groep ‘drama’ de tijd om van het verhaal een toneelstuk te maken. Denk daarbij aan het volgende:
Les 5. DifferentiatieOok nu trouwen er mensen. Dat gaat echter niet overal op dezelfde
manier. Mensen uit verschillende landen, hebben verschillende gebruiken
als het om trouwen gaat. Mensen met verschillende geloven, hebben ook
andere bruiloften. Zoek nu eens voor de volgende items
uit hoe zij hun bruiloft vieren of wat de items te maken hebben met
bruiloften. Je maakt een praat-plaat met hierop
de kenmerken uitgeschreven en eventueel
foto’s of ander plaatmateriaal. Je kunt gebruik maken
van de informatieboeken in de klas, maar je mag natuurlijk ook het internet
op. Maak er iets moois van. ·
Bruiloftsmaal
(oud-Germaans gebruik) ·
Het planten
van de huwelijksmei vóór het huis van de bruid ·
Trouwringen
uitwisselen ·
Bruiloftsvlucht (bijen en
mieren) ·
Bruiloftsdans
van de Wolof (Senegal) ·
Choepa (joods) ·
Bruidstaart Les 6. BevoJe hebt nu al veel over bruiloften geleerd. In deze les schilder
je een moment van die bruiloft uit het verhaal waar jij in gedachten naar toe bent geweest. Denk
daarbij aan de kleuren die je gebruikt; wat zijn vrolijke kleuren, hoe
krijg je daar verschillende tinten van? Welke kwast kun je daar het
beste voor gebruiken? Om je een voorbeeld te geven, kun je kijken naar de afbeelding
van de schilder Paolo Veronese.
Dit schilderij hangt in Parijs in het Louvre-museum.
Les 7. FilosoferenTegenwoordig zijn er mensen die graag willen trouwen, maar
ook mensen die dat niet meer willen. Wat zouden deze groepen mensen
voor redenen hebben om wel te willen trouwen of niet te willen trouwen?
Wat betekent het als je met elkaar trouwt? Heb je er zelf wel eens over nagedacht of je zou willen trouwen?
Ook kunnen in Nederland lesbiennes en homo’s met elkaar trouwen?
Vind je het logisch dat dat kan? Wat vind
je ervan? Les 8. Het verhaal nog eens Hoe
werk je als onderwijsgevende het gemakkelijkst? We willen het verhaal
hernemen, studieus, en daarna creatief laten verbeelden. Hoe
werk je het gemakkelijks? Krijgt ieder kind de tekst uit de eerste les?
Maak je een vragenlijstje voor groepswerk. Kun je wat met onderstaande
vragen of stel je ze liever anders? De bedoeling van de vragen is: het
verhaal los maken, open trekken, een plek geven. Kijk
zelf hoe je de kinderen daartoe het best een kans geeft en laat hen
zelf (in groepen zoeken naar een verbeelding, een creatieve presentatie. Op
het niveau van de onderwijsgevende volgen hier een paar kijkwijzers.
We
zijn op allerlei manieren bezig geweest met de bruiloft naar aanleiding
van de bruiloft waar Johannes over verteld, de bruiloft in Kana. Je
vind het vooraan, alleen bij Johannes. Als
Johannes zijn verhaal gaat vertellen over Jezus en zijn leerlingen,
is dit het eerste verhaal, de eye-opener. Een goed begin is het halve
werk. Wat wil Johannes nu eigelijk vertellen? Wat
is zijn inzet? Zijn
opzet? Zijn uitkomt? Met
andere woorden: hoe zit dit verhaal in elkaar? Wat is het plot? Waar
draait het om? Waar verandert het verhaal. Als je het zou filmen, waar
gebeurt “waar niemand op rekent”? Rekent inderdaad niemand daarop? Je
zou er over kunnen denken: de bruiloft die toch doorgaat, het feest
dat toch een feest is. Wat kan een zo’n verhaal
verpakt zitten? Als
jij het zou meemaken: wat zou jouw vraag zijn? Misschien wel: Wie is
dat, Jezus? Wie is hij? Iemand om bij stil te staan, of om te volgen
– maar wat zou dat betekenen?
les
8 toegevoegd door Jan Engelen |