Concretiseren

Visualiseren

Semantiseren

Werken met verhalen

 

Bijvoorbeeld:

markt, reinigen, herder

 

Aan de slag rond de bijbelverhalen van Johannes

Drie voorstellen, gemotiveerd
Sabine Niekel L 2 - 2003

 

Wanneer je met bijbelverhalen aan het werk gaat in je klas is het denk ik van belang de bijbelverhalen eerst te vertellen. Niet als bijbel, maar als verhaal. Gewoon een mooi verhaal met een moraal, een kop en een staart. Niet te ver op in gaan. Aan de hand van dat verhaal kun je vaak heel goed filosoferen met de kinderen. Interessant, spannend en leuk, maar niet iets om keer op keer te herhalen. Bovendien is dit al lang en breed uitgewerkt in methodes als Trefwoord.

Ik vind het vooral belangrijk dat wanneer je met bijbelverhalen aan de slag gaat je dit doet om de verhalen te visualiseren. Zo krijgen ze meer betekenis voor de kinderen. Het wordt bijna een soort geschiedenis: hoe was het in die tijd?

Door er kleine thema’s uit te pikken kom je al een heel eind. De kinderen kunnen de thema’s zelf onderzoeken. Kijk maar: wat willen ze zelf weten? Op deze manier kun je ‘bijbellessen’ ook makkelijk combineren met andere vakgebieden, bijvoorbeeld drama en aardrijkskunde.

 

Wanneer je goed naar de verhalen kijkt zijn er vaak ook maatschappelijk ‘actuele’ thema’s in te ontdekken, bijvoorbeeld over blinden en handelen. Een voor de kinderen herkenbaar thema is ‘wassen’. Bij de lesbeschrijvingen en ideeën wordt denk ik al duidelijker wat ik bedoel. NB: deze lessen zijn bedoeld voor midden- en bovenbouw. Ik heb 2 lessen uitgewerkt, de rest heb ik hieronder neergezet als korte ideeën.

 

Idee: In Johannes 2 vers 13 trof Jezus een markt aan in een tempel.

Waarom zou dat daar opgezet zijn? Hoe zag zo’n markt er vroeger uit? Wat voor handelaars had je daar? Doe eens een dramaspel waarin je het handelen in bijvoorbeeld vee na doet. Hoe ding je af? Hoe drijf je de prijs op? Vraag een gastspreker, bijvoorbeeld een veehandelaar of een marktkoopman / -vrouw om te vertellen over zijn beroep. Kan er een demonstratie gegeven worden. In het regionale museum of archief is vaak veel te vinden over de handel in vroeger tijden. Het is leuk om met de klas naar de plek te gaan waar vroeger handel gedreven werd of waar nu markt is. Laat ze vergelijken tussen het verleden en het heden. Hoe zal het in de toekomst gaan?

 

Idee: In Johannes 3 vers 23 doopt Johannes mensen in de rivier.

Een paar leerlingen hebben een twistgesprek over reinigingskwesties. Reinigen? Wassen! Joodse en Islamitische mensen wassen zich volgens een ritueel voordat ze gaan bidden of een bezoek brengen aan de synagoge of moskee. Waarom zouden ze dit doen? Hoe verloopt dit ritueel? Wanneer wassen de kinderen zichzelf? Hoe doen zij dat? Zet een paar teiltjes met water neer (buiten op een zonnige dag?), doe het reinigingsritueel eens na.

(Als aanvulling hier op) Je kunt het ook hebben over dopen.

 

Idee: Laat kinderen eens voelen hoe het is om een herder, een voorbeeld en een leider te zijn door middel van imiteerspelletjes in de kring of tijdens een gymles.

 

Jezus ziet de blinde en spuugt op de grond. Hij vermengt het speeksel met aarde en dit wordt slijk. Het slijk smeert hij in de ogen van de blinde. Hij vertelt de blinde zich in een vijver te wassen. Hierna kan de blinde weer zien. Niet iedereen gelooft in het wonder. Uiteindelijk wijzen de Joden en de Farizeeën de blinde af. ‘Ze wierpen hem buiten.’ Maar daar is Jezus weer en hij helpt de blinde overeind.

 

Idee:

Voor het maken van een les bij dit verhaal is het het makkelijkst om de tekst letterlijk te nemen. Je kunt het hebben over mensen die blind zijn. Wat voor aanpassingen zijn daar voor nodig? Wat zie je op de straat? Is er rond de school gezorgd voor bijvoorbeeld stoeptegels met reliëf of stoplichten met een herkenbaar geluid? Kent een kind iemand die blind is? Hoe gaat dat met braille? Doe een spel met een blinddoek: kan het kind voelen wat het in zijn handen krijgt?Kan het aan het gezicht voelen wie er voor hem staat? Je kunt ook ‘tik,tik,tik, wie ben ik’ spelen; kunnen de kinderen elkaar herkennen aan hun stem? Je kunt kijken of de kinderen elkaar m.b.v. woorden door het klaslokaal kunnen leiden. Hoe ervaren ze dat? Hoe ervaren ze het om vooral af te moeten gaan op het gehoor en de tastzin?

 

 

Naschrift over werken met verhalen, dus ook met bijbelverhalen

door Jan Engelen.

 

Een verhaal, ook een bijbelverhaal, heeft veel ingangen, evenveel als er woorden en goede ideeën zijn. Of “een zwak moment” – je weet ook bij een verhaal nooit hoe een koe een haas vangt.

Het is dus helemaal niet nodig om het hele verhaal “uit te benen” of te overzien. Dat kan trouwens niet. Er hoeft maar één kind een associatie of idee te hebben – je weet hoe bijna vloeibaar kinderen kunnen zijn. Van het ene komt zonder een spoor van moeite het andere - en het verhaal heeft weer een groter bereik.

 

Haal iets uit het verhaal, zoek een sleutel voor jezelf. Door iets van een verhaal “als nieuw” te zien wordt het hele verhaal als nieuw. Het heeft een extra lichtpuntje gekregen. Dat lichtpuntje is de persoonlijke betrokkenheid van de onderwijsgevende – bereikt door zelf te zoeken, voor dit verhaal en voor de kinderen van de groep.

Het blijft dus altijd ook iets persoonlijks. Iets dat je dit jaar fascineert is je eerder nooit opgevallen of doet er volgend jaar voor jou niet toe. Toen was of dan ben je een ander.

Is een verhaal meer dan een “ad hoc”?, iets voorlopigs. Want het ene verhaal roept het andere op. Een verhaal is altijd een voorbeeld van “meer”, toekomst, dat wat je te wachten staat. Daarom is of wordt gedenken – oude verhalen blijken tijdens het vertellen als nieuw te zijn – en de herinnering de kern van het leven van mensen te zijn.

Neem je mensen verhalen af dan maak je hen sprakeloos, ontneem je hen het woord. Verhalen maken de soms harde werkelijkheid van het “gewone leven” zoet. Ze bouwen reserve en tijd in, en geven zo een vermoeden van toekomst.

Door je te concentreren op een verhaal komen er vanzelf variabele werkvormen en alternatieven. Dat hoef je als onderwijsgevende niet altijd te doen. Routine hoort ook bij professionaliteit. Maar soms iets dat je zelf plezier geeft - al was het maar om kinderen door de variatie op een spoor te zetten. Verhalen worden zo re-cratief, her-scheppend.