Exodus een project voor de bovenbouw   

 

BV_ D 21_2002

 

 

Het kan bijna niet korte

Het kan bijna niet praktischer

Als je er iets in ziet heb je een draaiboek "in a nutshell"

de rest is overleg en uitvoering

een groep kan laten zien dat ze zoiets als een volk zijn

Ik vind het mooi wanneer je als onderwijsgevende in opleiding zoiets voor je ziet en durft.

jan engelen 6 mei 2002

 

De eerste week.

 

Introductie.

In de kring lees ik de volgende verhalen voor uit de bundel “Bijbelse verhalen voor jonge kinderen” van D. A. Cramer-Schaap met de prachtige illustraties van Annemarie van Haeringen:

 

1- “Hoe broertje gered werd”.                            

2- “Mozes vlucht naar Midian”.

3- “Het brandende braambos”.

4- “Twee moedige mannen”.

5- “Eindelijk gelukt”.

6- “Het pad door de zee”.

7- “Het gouden kalf”.

8- “Mozes keert terug”.

 

Na elk verhaal zoeken we in de Bijbel de desbetreffende tekst op en lezen we een gedeelte:

ad 1- Exodus 2, 5 - 8.

ad 2- Exodus 2, 14 - 15.

ad 3- Exodus 3, 1 - 6.

ad 4- Exodus 4, 27 - 30.

ad 5- Exodus 12, 39 - 42.

ad 6- Exodus 14, 21 - 25.

ad 7- Exodus 32, 7 - 8.

ad 8- Exodus 32, 19 - 20.

Het opzoeken en lezen in de Bijbel is bedoeld om kinderen vertrouwd te

laten worden met de “echte” Bijbel, de "grote mensenbijbel". Als je op een school komt waar het niet vanzelfsprekend is dat de kinderen bekend zijn met de Bijbel en/of de verhalen is het raadzaam om eerst iets over de Bijbel en de inhoud te vertellen.

 

Na elk verhaal en Bijbeltekstgedeelte praten we in de kring over de inhoud.

Aangezien dit wat teveel zou worden om op één dag te behandelen, lezen we de eerste vier verhalen op maandag en de laatste vier verhalen op dins-

dag.

 

Ter verduidelijking laat ik de kinderen op een kaart zien waar de verhalen zich afspelen. Ik laat zowel een kaart zien zoals het gebied nu is en hoe het was ten tijde van de Exodus. Het mooist zou zijn om beide kaarten te scan-nen en door middel van een i-book ( of een laptop ) en een beamer naast

elkaar te projecteren.

 

De volgende dag wil ik een kringgesprek houden over "uittochten". De bedoeling is dat de kinderen andere uittochten weten te bedenken. Denk bijvoorbeeld aan:

- Vluchtelingen, als gevolg van oorlog en/of honger, droogte, overstroming,

  natuurramp

- Vakanties, de trek naar het zuiden/de zon in de zomer en naar de winter-             

  sport in de winter.

- Vogeltrek.

- Emigratie.

 

Naar aanleiding van het kringgesprek zijn er wellicht kinderen die meer hier

over willen weten. Deze kinderen krijgen dan de gelegenheid om een werk-

stuk te maken, waarbij gebruik gemaakt wordt van de schoolbibliotheek en

internet.

 

De hele groep krijgt ook een stelopdracht om een verhaal te schrijven met zichzelf in de hoofdrol, met als titel “uittocht”. De verhalen moeten uiterlijk volgende week vrijdag af zijn, zodat ze in de laatste week voorgelezen kunnen worden en er eventueel een bundel van gemaakt kan worden.

Enkele verhalen worden dan uitgekozen om in de afsluitende viering voor te lezen. Dit laatste geldt ook voor een eventueel gemaakt verslag.

 

Deze dag maken we ook een begin gemaakt met de voorbereidingen voor een toneelstuk over de voorgelezen Bijbelverhalen. Met de kinderen maken we afspraken om de acht verhalen uit te spelen.

In principe worden er acht groepjes gemaakt. Elke groep zal een verhaal gaan naspelen, de grootte van de groepjes is afhankelijk van het verhaal. Zo zijn er bij het verhaal van de brandende braamstruik maar twee spelers nodig, Mozes en God. Waarbij de laatste zelfs niet zichtbaar zal zijn, alleen hoorbaar. In deze opzet wordt de rol van Mozes door verschillende kinderen gespeeld. Dit heeft wel tot gevolg dat bij de uiteindelijke opvoering elke keer

de spelers zich voorstellen bij een nieuw verhaal zodat bekend is wie wie is.

Het grote voordeel van deze opzet is dat ieder kind een enigzins even grote rol heeft.

 

 

Op donderdag krijgen de groepen een kopie van het verhaal en schrijven daar zelf een kort script van. Als dit script is “goedgekeurd” ( vrijdag ) gaan de groepen een inventaris maken wat er nodig is aan spullen en kleding voor hun verhaal. Deze lijsten worden in de kring besproken, er zouden bepaalde spullen in meerdere verhalen gebruikt kunnen worden. Ik maak de uiteindelijke lijsten voor de groepen die ze de volgende week krijgen.

De tweede week.

Op maandag krijgen de groepen dus hun lijst met wat er nodig is. Vanaf nu moeten de groepen er voor zorgen dat wat op de lijst staat er komt, of meenemen van thuis of op school maken. Het hoeft geen betoog dat ze hier hulp bij krijgen hetzij van mij of een hulpouder.

Verder moeten de kinderen nog aan hun eigen “uittocht” werken en wordt er deze week een begin gemaakt met het oefenen van de toneelstukjes.

We kijken naar de documentaire “Wie was Mozes”.

Aansluitend een kringgesprek over de documentaire, met de vraag “is het zinvol om wetenschappelijk bewijs voor Bijbelverhalen te hebben?

Daarnaast leren we deze week een paar liedjes> Tijdens de uitvoering  tussen de verschillende verhalen kunnen die gezongen worden. Te denken valt aan:

 

- “Van de nieuwe Hemel en de Aarde” van Hanna Lam en Wim ter Burg.

- “De uittocht” van Hanna Lam en Wim ter Burg.

- “De Israëliten door Mozes bevrijd”.

-         “Toveren” van Herman van Veen.

 

De groepen van de verhalen krijgen deze week de opdracht om van hun

Bijbelverhaal een schilderij te maken. Deze worden dan bij de uitvoering van het toneelstuk als decor gebruikt, ze worden op volgorde opgehangen als een beeldverhaal.

Bij het maken van dat schilderij moeten de kinderen datgene schilderen wat zij belangrijk vinden in hun Bijbelverhaal en dus ook in hun uitvoering hiervan.

 

Op maandag introduceer ik het boek “Kinderen van de Maanvalk” van Peter Dickinson. De bedoeling is om hier elke dag een stukje uit voor te lezen. Het verhaal heeft diverse raakvlakken met het verhaal van de Exodus uit deBijbel. Zo trekken de mensen van de Maanvalkstam door de woestijn op zoek naar “Goede Plaatsen”, nadat ze gevlucht zijn voor andere stammen en honger - te vergelijken met het na de uittocht uit Egypte rond zwerven van de Israëlieten in de woestijn ( 40 jaar ) op zoek naar Het Beloofde Land.

Zoals God zich hoorbaar maakt aan de Israëlieten door tussenkomst van

in dit geval Mozes - zo maakt de “God” Maanvalk zich hoorbaar door tus-

senkomst van Noli, één van de hoofdrolspelers in het verhaal.

In beide verhalen komen de mensen moeilijkheden tegen die ze mede kun-nen overwinnen door hun geloof.

 

Is de Bijbel een levensboek van de Christenen die vragen als “Hoe zijn we hier gekomen?”, “Waarom gebeuren de dingen zoals ze gebeuren?” kan beantwoorden/verklaren zo zijn de “Oudverhalen” dat voor de Maanvalk-stam. Deze  “Oudverhalen” staan in het boek tussen de hoofdstukken in. Zowel de verhalen uit de Bijbel als de “Oudverhalen” vertellen over een God en de mensen, over mensen en hun zoeken naar en omgaan met een God.

 

Wat wel heel belangrijk is om aan de kinderen te vertellen is het feit dat

de Bijbel uit “echte” verhalen bestaat en dat het boek “Kinderen van de

Maanvalk” een fictief/verzonnen verhaal is, dus ook de “Oudverhalen”.

 

Woensdag wil ik een kringgesprek houden over de Tien Woorden, wat kun- nen deze voor de kinderen betekenen. Er zal ook over andere regels gepraat worden, regels op school, regels thuis, in het verkeer, etc. Allemaal om te zorgen dat je op een goede manier kunt samenleven en samenwerken. Kun je regels ook zien als een soort van perspectief, een visioen. Stel je voor dat we elkaar niet meer naar het leven zouden staan …

 

Vrijdag moeten de eigen “uittocht” verhalen klaar zijn. In de kring wordt er een deel van voorgelezen, de rest komt volgende week ( de derde week ) aan de beurt.

 

De derde week.

Ook deze week lezen we nog uit “Kinderen van de Maanvalk”.

De eigen “uittocht” verhalen worden voorgelezen in de kring, als ze allemaal zijn voorgelezen wordt er een bundel van gemaakt.

De schilderijen worden afgemaakt.

De laatste hand wordt aan de spullen voor de toneeluitvoering gelegd.

De toneelstukjes zelf moeten nu al aardig vorm krijgen.

Op donderdag worden alle toneelstukjes achter elkaar gespeeld als generale repetitie.

 

Op vrijdag is de uitvoering voor de hele school en belangstellende ouders

tijdens de weeksluiting die geheel in het teken staat van de afsluiting van het project.

In deze weeksluiting wordt verteld waar over gewerkt is en worden enkele

eigen “uittocht” verhalen voorgelezen uit de bundel, verslagen worden gepresenteerd, de schilderijen die als decor fungeren van het toneelstuk worden genoemd evenals de spullen die gemaakt zijn voor het toneelstuk.