De
eerste week.
Introductie.
In de kring
lees ik de volgende verhalen voor uit de bundel “Bijbelse verhalen
voor jonge kinderen” van D. A. Cramer-Schaap met de prachtige
illustraties van Annemarie van Haeringen:
1- “Hoe broertje gered werd”.
2- “Mozes vlucht naar Midian”.
3- “Het brandende braambos”.
4- “Twee moedige mannen”.
5- “Eindelijk gelukt”.
6- “Het pad door de zee”.
7- “Het gouden kalf”.
8- “Mozes keert terug”.
Na elk verhaal
zoeken we in de Bijbel de desbetreffende tekst op en lezen we
een gedeelte:
ad 1- Exodus 2, 5 - 8.
ad 2- Exodus 2, 14 - 15.
ad 3- Exodus 3, 1 - 6.
ad 4- Exodus 4, 27 - 30.
ad 5- Exodus 12, 39 - 42.
ad 6- Exodus 14, 21 - 25.
ad 7- Exodus 32, 7 - 8.
ad 8- Exodus 32, 19 - 20.
|
|
|
Het opzoeken
en lezen in de Bijbel is bedoeld om kinderen vertrouwd te
laten worden
met de “echte” Bijbel, de "grote mensenbijbel". Als
je op een school komt waar het niet vanzelfsprekend is dat de
kinderen bekend zijn met de Bijbel en/of de verhalen is het raadzaam
om eerst iets over de Bijbel en de inhoud te vertellen.
Na elk verhaal
en Bijbeltekstgedeelte praten we in de kring over de inhoud.
Aangezien
dit wat teveel zou worden om op één dag te behandelen, lezen we
de eerste vier verhalen op maandag en de laatste vier verhalen
op dins-
dag.
Ter verduidelijking
laat ik de kinderen op een kaart zien waar de verhalen zich afspelen.
Ik laat zowel een kaart zien zoals het gebied nu is en hoe het
was ten tijde van de Exodus. Het mooist zou zijn om beide kaarten
te scan-nen en door middel van een i-book ( of een laptop ) en
een beamer naast
elkaar te
projecteren.
De volgende
dag wil ik een kringgesprek houden over "uittochten".
De bedoeling is dat de kinderen andere uittochten weten te bedenken.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Vluchtelingen, als gevolg van oorlog en/of honger, droogte,
overstroming,
natuurramp
- Vakanties, de trek naar het zuiden/de zon in de zomer
en naar de winter-
sport in de winter.
- Vogeltrek.
- Emigratie.
Naar aanleiding
van het kringgesprek zijn er wellicht kinderen die meer hier
over willen
weten. Deze kinderen krijgen dan de gelegenheid om een werk-
stuk te maken,
waarbij gebruik gemaakt wordt van de schoolbibliotheek en
internet.
De hele groep
krijgt ook een stelopdracht om een verhaal te schrijven met zichzelf
in de hoofdrol, met als titel “uittocht”. De verhalen moeten uiterlijk
volgende week vrijdag af zijn, zodat ze in de laatste week voorgelezen
kunnen worden en er eventueel een bundel van gemaakt kan worden.
Enkele verhalen
worden dan uitgekozen om in de afsluitende viering voor te lezen.
Dit laatste geldt ook voor een eventueel gemaakt verslag.
Deze dag maken
we ook een begin gemaakt met de voorbereidingen voor een toneelstuk
over de voorgelezen Bijbelverhalen. Met de kinderen maken we afspraken
om de acht verhalen uit te spelen.
In principe
worden er acht groepjes gemaakt. Elke groep zal een verhaal gaan
naspelen, de grootte van de groepjes is afhankelijk van het verhaal.
Zo zijn er bij het verhaal van de brandende braamstruik maar twee
spelers nodig, Mozes en God. Waarbij de laatste zelfs niet zichtbaar
zal zijn, alleen hoorbaar. In deze opzet wordt de rol van Mozes
door verschillende kinderen gespeeld. Dit heeft wel tot gevolg
dat bij de uiteindelijke opvoering elke keer
de spelers
zich voorstellen bij een nieuw verhaal zodat bekend is wie wie
is.
Het grote
voordeel van deze opzet is dat ieder kind een enigzins even grote
rol heeft.
Op donderdag
krijgen de groepen een kopie van het verhaal en schrijven daar
zelf een kort script van. Als dit script is “goedgekeurd” ( vrijdag
) gaan de groepen een inventaris maken wat er nodig is aan spullen
en kleding voor hun verhaal. Deze lijsten worden in de kring besproken,
er zouden bepaalde spullen in meerdere verhalen gebruikt kunnen
worden. Ik maak de uiteindelijke lijsten voor de groepen die ze
de volgende week krijgen.
|
De tweede week.
Op maandag
krijgen de groepen dus hun lijst met wat er nodig is. Vanaf nu
moeten de
groepen er voor zorgen dat wat op de lijst staat er komt, of meenemen van
thuis of op school maken. Het hoeft geen betoog dat ze hier hulp
bij krijgen hetzij van mij of een hulpouder.
Verder moeten
de kinderen nog aan hun eigen “uittocht” werken en wordt er deze
week een begin gemaakt met het oefenen van de toneelstukjes.
|
|
We kijken
naar de documentaire “Wie was Mozes”.
Aansluitend
een kringgesprek over de documentaire, met de vraag “is het zinvol om
wetenschappelijk bewijs voor Bijbelverhalen te hebben?
Daarnaast
leren we deze week een paar liedjes> Tijdens de uitvoering tussen de verschillende verhalen kunnen die
gezongen worden. Te denken valt aan:
- “Van de nieuwe Hemel en de Aarde” van Hanna Lam en Wim
ter Burg.
- “De uittocht” van Hanna Lam en Wim ter Burg.
- “De Israëliten door Mozes bevrijd”.
-
“Toveren”
van Herman van Veen.
De groepen
van de verhalen krijgen deze week de opdracht om van hun
Bijbelverhaal
een schilderij te maken. Deze worden dan bij de uitvoering van het toneelstuk
als decor gebruikt, ze worden op volgorde opgehangen als een beeldverhaal.
Bij het maken
van dat schilderij moeten de kinderen datgene schilderen wat zij belangrijk
vinden in hun Bijbelverhaal en dus ook in hun uitvoering hiervan.
Op maandag
introduceer ik het boek “Kinderen van de Maanvalk” van Peter Dickinson.
De bedoeling is om hier elke dag een stukje uit voor te lezen.
Het verhaal
heeft diverse raakvlakken met het verhaal van de Exodus uit deBijbel. Zo
trekken de mensen van de Maanvalkstam door de woestijn op
zoek naar
“Goede Plaatsen”, nadat ze gevlucht zijn voor andere stammen en honger
- te vergelijken met het na de uittocht uit Egypte rond zwerven van
de Israëlieten in de woestijn ( 40 jaar ) op zoek naar Het Beloofde
Land.
Zoals God
zich hoorbaar maakt aan de Israëlieten door tussenkomst van
in dit geval
Mozes - zo maakt de “God” Maanvalk zich hoorbaar door tus-
senkomst van
Noli, één van de hoofdrolspelers in het verhaal.
In beide verhalen
komen de mensen moeilijkheden tegen die ze mede kun-nen overwinnen door
hun geloof.
Is de Bijbel
een levensboek van de Christenen die vragen als “Hoe zijn we hier gekomen?”,
“Waarom gebeuren de dingen zoals ze gebeuren?” kan beantwoorden/verklaren
zo zijn de “Oudverhalen” dat voor de Maanvalk-stam. Deze “Oudverhalen” staan in het boek tussen de hoofdstukken
in. Zowel de verhalen
uit de Bijbel als de “Oudverhalen” vertellen over een God en de
mensen, over mensen en hun zoeken naar en omgaan met een God.
Wat wel heel
belangrijk is om aan de kinderen te vertellen is het feit dat
de Bijbel
uit “echte” verhalen bestaat en dat het boek “Kinderen van de
Maanvalk”
een fictief/verzonnen verhaal is, dus ook de “Oudverhalen”.
Woensdag wil
ik een kringgesprek houden over de Tien Woorden, wat kun- nen deze voor
de kinderen betekenen. Er zal ook over andere regels gepraat worden,
regels op school, regels thuis, in het verkeer, etc. Allemaal om te zorgen
dat je op een goede manier kunt samenleven en samenwerken. Kun je regels
ook zien als een soort van perspectief, een visioen. Stel je voor dat
we elkaar niet meer naar het leven zouden staan …
Vrijdag moeten
de eigen “uittocht” verhalen klaar zijn. In de kring wordt er een deel
van voorgelezen, de rest komt volgende week ( de derde week ) aan de
beurt.

De derde week.
Ook deze week
lezen we nog uit “Kinderen van de Maanvalk”.
De eigen “uittocht”
verhalen worden voorgelezen in de kring, als ze allemaal zijn voorgelezen
wordt er een bundel van gemaakt.
De schilderijen
worden afgemaakt.
De laatste
hand wordt aan de spullen voor de toneeluitvoering gelegd.
De toneelstukjes
zelf moeten nu al aardig vorm krijgen.
Op donderdag
worden alle toneelstukjes achter elkaar gespeeld als generale repetitie.
Op vrijdag
is de uitvoering voor de hele school en belangstellende ouders
tijdens de
weeksluiting die geheel in het teken staat van de afsluiting van het
project.
In deze weeksluiting
wordt verteld waar over gewerkt is en worden enkele
eigen “uittocht”
verhalen voorgelezen uit de bundel, verslagen worden gepresenteerd,
de schilderijen die als decor fungeren van het toneelstuk worden genoemd
evenals de spullen die gemaakt zijn voor het toneelstuk.
|