productieteam

Mozes[1]

(uittocht)

(het gouden kalf)

een godenbeeld
uit het graf van Toetanchamon

Inhoud

           

Wie is Mozes?


Waar en wanneer speelt het verhaal van Mozes zich af?


Het gouden kalf. Waarom?

Lesideeën

Je kunt voor katechese een verhaal vertellen, daar wat over napraten en over gaan tot de orde van de dag. Maar is er niet meer mogelijk? Het loont de moeite om op zoek te gaan. Dan geeft het verhaal alle ruimte en tijd om zijn eigen creativiteit voor ons toegankelijk te maken. Eventueel vind je meer informatie vanuit de titelpagina van exodus.

Eerste jaars studenten van de
hogeschool Ipabo
in Alkmaar 2000-01 zagen er voor onderwijs meer brood in. Deze pagina op het web laat dat zien.

Thema film
Thema Idolen
Beeldende vorming
Tekenen
Kringgesprekken en verdere activiteiten
Dramatische vorming
Pesach (Pasen), de Seideravond

Wie is Mozes?

Chronologisch en historisch gezien is Mozes de eerste ziener van de bijbel, zoals Abraham het voorbeeld blijft van de vader van het geloof. De teksten van Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium presenteren de geschiedenis van een man die een bepaalde kijk heeft op mensen en situaties en daarom uiteindelijk zijn volk bevrijdt, los rukt uit de slavernij in Egypte.

Het verhaal legt de nadruk op de vertrouwelijke relatie tussen Mozes en zijn God. Hij spreekt onder vier ogen met hem in de Tent der samenkomst, hij slaat zijn heerlijkheid gade. De laatste woorden van Deuteronomium bevestigen dat er in Israël geen profeet meer is opgestaan als Mozes die de Heer van aangezicht tot aangezicht heeft gekend. Mozes straalt zo zijn bezieling uit dat het hem praktisch mogelijk wordt de geest van God over zeventig van de Oudsten van Israël te laten neerdalen waardoor zij ook gaan profeteren, dat wil zeggen dat zij het extatische gedrag van de zieners gaan vertonen.

   In de brandende braamstruik ziet Mozes God niet als in een droom of in zijn verbeelding, maar rechtstreeks: Hij spreekt hem duidelijk toe. De samenspraak is even kort en bondig als een die dagelijks voorkomt: De Heer spreekt tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man spreekt tot zijn vriend. Maar de tekst brengt wel een beperking in de vertrouwelijke omgang aan. Mozes kan het aangezicht van De Heer niet zien omdat geen mens Mij zal zien en leven. Met deze woorden bevestigt de tekst tegelijkertijd de bovenaards en de immanentie van Adonai.

Mozes is de grootste van de profeten: soms laten de teksten doorschemeren dat hij zelfs nog groter is dan de profeten, dat hij de mens-Elohiem is, die de toekomst kent en wonderen doet dankzij zijn bovennatuurlijke macht. In vergelijking mat Aäron is Mozes Elohiem zelf. Hij zal Mozes tot mond, en Mozes zal hem tot God/Elohiem zijn. Aäron geeft hem de openbaring door die hij voor het volk moet uitspreken. Er bestaat een zelfde relatie tussen de Heer en Mozes, als tussen Mozes en Aäron en het volk.

   De staf in de hand van Mozes kent wonderbaarlijke krachten. Hij verandert in een slang, splijt de Rietzee zodat er een pad te voorschijnt komt waar een mens alleen maar verdrinken kon. Mozes zelf brengt veertig dagen en nachten door bij de Heer op de Sinaï zonder te eten of te drinken. Maar afgezien van zijn wonderdadige vermogens, Exodus beschrijft Mozes als een mens in samenspraak met God, als de mens die Gods ware naam te weten komt en die door geeft aan Israël. Het is de naam in vier letters (J, H, W en H) die uit eerbied niet uitgesproken wordt. In plaats daarvan zegt men "De Heer". 

  

Waar en wanneer speelt het verhaal van Mozes zich af?

Het begint allemaal in Egypte. Ongeveer 1280 jaar voor Christus. Mozes wordt geboren in vreselijke omstandigheden. We gaan er van uit dat iedere onderwijsgevende dat verhaal kent.

Door een gelukkig toeval wordt Mozes in het riet gevonden in zijn mandje. Hij groeit op aan het hof van Egypte. Als Hebreeuw aan het hof van de Egyptenaren, ziet Mozes hoe slecht de Hebreeën het hebben. Ze moeten meer dan hard werken en krijgen er zo goed als niets voor terug. Vooral slaag. Als Mozes ziet dat een Hebreeuw wordt geslagen ziet hij dat er niemand is. Met andere woorden: hij is de enige die wat kan doen. Hij doet wat hij ziet doen. Hij slaat de Egyptenaar. Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat hij de Egyptische slavendrijver dood sloeg. Kun je zien hoe daar geslagen werd.

   De dag daarop gaat hij er weer opuit. Hij ziet dat twee Hebreeën met elkaar aan het vechten zijn. Hij vroeg waarom. De schuldige antwoordt: ‘Wie heeft jou tot leider en rechter over ons aangesteld? Wil je mij soms ook doden, net als die Egyptenaar?’ Het verhaal is dus bekend geworden. Uit angst gedood te worden door de farao, vlucht Mozes naar niemandsland, de woestijn in, naar Midjan. In Midjan neemt Mozes het weer op voor de zwakkeren. Hij redt de zeven dochters van de priester van Midjan, uit de handen van de herders die de meisjes weg wilden jagen.

   Mozes wordt uitgenodigd om te blijven eten. Hij besluit te blijven. Jethro, de priester van Midjan, geeft Mozes zijn dochter Sippora – nachtegaal betekent die naam - tot vrouw. Ze krijgen een zoon. Aan de naam hoor je wat er aan de hand is. Het kind noemen ze Gersom (vreemdeling). Want Israël is een vreemdeling geworden in Egypte, Mozes in de woestijn en het kind ook.

Na velen jaren gaan de Hebreeën nog steeds gebukt onder te veel en te zwaar werk. Als Mozes met de schapen van zijn schoonvader door de woestijn getrokken is daalt de engel van de Heer neer in een vuur dat ontvlamt in een doornstruik. Hij zendt Mozes terug naar Egypte. Mozes wordt een man met een missie, Hij moet de Hebreeën bevrijden uit de handen van de farao.

   Mozes keert terug naar Egypte en gaat samen met Aäron,  zijn broer, naar de farao om te onderhandelen. De farao weigert. Niks te vertrekken. Hij laat de Hebreeën niet gaan. Ze begint het vreselijke schaakspel op leven en dood van de tien plagen. Het water van de rivier de Nijl, de levensader van Egypte, verandert in bloed. Maar de farao is niet onder de indruk. Hij laat de Hebreeën niet gaan. De tweede plaag: kikkers. De derde: muggen. Ze volgen elkaar op: steekvliegen, veepest. Nog steeds laat de farao het volk niet gaan. Zweren, hagel, sprinkhanen, duisternis over heel Egypte. Nog steeds laat de farao de Hebreeën niet gaan. Zo komt de aankondiging van de tiende plaag: de dood van de eerstgeborenen.

   De farao luisterde niet.

   Die avond slaat de Heer alle eerstgeborenen van Egypte. In de dood van zijn kind beseft de farao zijn kwetsbaarheid. Hij moet wel buigen en laat de Hebreeën gaan.

   De uittocht vindt plaats rond 1250 en 1230 voor het begin van de gewone jaartelling. De Hebreeën trekken weg. De Heer maakt de farao weer halsstarrig. Hij krijgt spijt. De legers van de farao achtervolgen de pas bevrijde slaven. De rietzee* wijkt voor de Hebreeën en laat de Egyptenaren verdrinken.

 

  

Drie dagen na het vertrek uit Egypte sterven ze van de dorst. De Heer maakt het bittere water van Mara (bitter) zoet. De mensen kunnen drinken.

Vervolgens komen zij in Elim en trekken verder. Ze bereiken de woestijn van Sin, tussen Elim en de Sinaï.

De Hebreeën begonnen te morren. Er is niks meer te eten. God geeft hen te eten. Dan trokken de Hebreeën uit de woestijn van Sin. Ze slaag hun kamp op in Refidim.

Weer is er geen water. De Heer wijst Mozes dat hij naar de rots de Horeb moest gaan. Mozes moet op de rots slaan en er zal water stromen uit de rots. Deze plaats noemden ze Massa en Meriba vanwege de verwijten van de Hebreeën.

Drie maanden na hun vertrek uit Egypte bereiken de Hebreeën de Sinaï woestijn. Ze slaag hun kamp op bij de berg. Mozes gaat de berg op, naar de Heer. De Heer spreekt tot Mozes en laat hem afdalen om dit alles te vertellen aan het volk aan de voet van de berg. Nogmaals gaat Mozes de berg op. Uit de handen van de Heer ontvangt hij de tien woorden op twee stenen platen. Terwijl Mozes op de berg is wordt het volk ongeduldig. Aäron moet een gouden kalf voor hen maken. Hij doet het. Wanneer Mozes terugkeert en dit ziet sloeg hij de stenen platen stuk. Hij gooit het kalf in het vuur verpulvert het, strooide het in het water en laat het volk ervan drinken. Daarna gaat Mozes weer de berg op en sprak weer met de Heer. Mozes krijgt twee nieuwe tafelen. Mozes doet wat de Heer van hem gevraagd heeft. De Hebreeën trekken in veertig jaren door de woestijn en bereiken Kanaän. Mozes mag niet mee. Hij overziet het veelbelovende land en sterft. Volgens het verhaal wordt hij door engelen begraven. Je kunt dus Mozes graf niet vinden. Je komt hem alleen tegen in al die verhalen die zijn naam dragen. Zo'n beetje tussen 1230 en 1220 trekt het volk onder leiding van Jozua Israël binnen.

 

 

 

Het gouden kalf. Waarom?

Het volk komt aan bij de berg. De top van de berg is vaag. Donkere wolken hangen er omheen. De mensen weten allemaal dat ze hier met God te maken zullen krijgen,  het geheim van hun bevrijding. Welke mogelijkheden biedt het verbond om, niet meer slaaf, als vrije mensen te kunnen leven?

   De mensen weten dat Mozes de enige is met wie God kan spreken. Mozes is de enige die zo dicht bij God kan komen en die iets van die geweldige God die mensen bevrijdt kan horen. Maar Mozes blijft wel erg lang weg, op die berg. Wat is er van hem geworden? Het duurt en duurt en duurt maar. Ze willen zekerheid. Misschien is wel iets met Mozes gebeurd, waardoor die zo lang weg blijft. De mensen worden ongerust. Ze denken; Wat als Mozes niet meer terug komt wat moeten wij dan?  Wat moeten ze doen. Moesten ze wachten of zo? Kunnen ze nu niet iets anders dan alleen maar wachten? Ze vragen het aan Aäron de broer van Mozes. Aäron vindt ook dat ze iets kunnen doen zolang Mozes er niet is.

   Het volk gaat bij elkaar zitten en ze bedenken dat zij ook iets voor god kunnen gaan doen. Er komen bij de mensen allemaal gedachtes hoe ze dat moesten doen en wat het moest gaan voorstellen. Wat geeft God de mensen voor een gevoel? Dat kun je wel zeggen onder aan de voet van de immense berg. God, dat is krachtig, sterk leven. Jonge, stralend gezond, vol kracht, het hele leven voor zich, niet bang. Dat lijkt het meest verheven, het hoogste ideaal, goddelijk[2]. Zij moeten de leiding geven.

   De mensen worden het met elkaar eens. Als je niet sterk bent, dan moet je sterk worden. Ze weten nog niet precies wat er ze verder eraan moeten doen. Ze weten allemaal wel goed wat voor een gevoel God hun gaf maar hoe kon je daar, wat mee doen!

De mensen  zeggen allemaal tegelijk dat het geen woorden moesten zijn maar daden. Een man haalde een gouden ketting te voorschijn. Hij zegt: "Dit heb ik van mijn grootvader gekregen als erfstuk. Ik ben er erg aan gehecht, maar ik offer dit met vreugde aan onze godheid." Dat is een mooi gebaar. Het is aanstekelijk. Ze leggen hun sieraden bij elkaar en gooien het op een vuur. De gouden sieraden smelten en klonteren samen. Aäron maakt daar een Godenbeeld van, zoals hij dat kent uit Egypte. Dat beeld word een jonge stier, sterk en stoer. Dat moet God wel voorstellen.

   Ze zijn diep onder de indruk. Ze houden een groot feest voor. Plotseling rolt dat gouden beeld naar beneden. Daar staat Mozes. Woedend. Hij trapt de laatste stukje kapot en roept half huilend: "Wat hebben jullie gedaan? Wat hebben jullie nou gedaan?" Aäron haast zich om het goed te praten en zich vrij te pleiten. Maar Mozes wil er niet van weten. Het is verschrikkelijk. Je mag van God geen beeld maken. Je kunt je God niet voorstellen en je kunt zeker geen beeld van hem maken. God moet je in je daden bewaren. Net als God kun je mensen de vrijheid geven, niet misbruiken door te leven ten koste van anderen.

 

Anders gezegd:
Tijdens de veertig dagen en veertig nachten die Mozes op de berg doorbrengt, krijgt Mozes de instructie voor het bouwen van de Misjkan, de Woning, de tent van de samenkomst, die later de tempel in Jerusalem zal worden – waar God te midden van de mensen woont.

 

   Terwijl zich boven het hoogtepunt voltrekt, de droom van vrede, het verbond, speelt zich beneden het dieptepunt af. Het lange wegblijven van Mozes leidt tot wanhoop en onzekerheid. De mensen willen een houvast. Aäron ziet de bui al hangen. Hij probeert de boot af te houden. Voor een godenbeeld heb je immers goud nodig. Dat hebben ze indertijd als geschenk meegekregen bij de uittocht, maar wie staat er zijn goud af!

   Aäron heeft het nog niet gezegd of het volk trekt zich het goud uit de oren. Ze moeten een gouden stierkalf hebben, iets om te aanbidden. "Egypte" gaat weer leven in de herinnering van de mensen. In Egypte hadden ze de goden namelijk ook altijd bij zich. De Apis werd in Egypte als een stier vereerd.  De heilige stier werd aanbeden als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed. Het bijbelse verhaal van het gouden kalf speelt zich af na de uittocht uit datzelfde Egypte. De bedreigende situatie in woestijn doet de mensen verlangen naar vruchtbaarheid en voorspoed. En Mozes, waar is hij? Waarom zouden ze voor God die hen uit Egypte heeft gevoerd niet ook een stierbeeld maken? Ze willen beslist geen andere god vereren. Het moet een feest voor de Heer zijn. De sieraden die de mensen hebben buitgemaakt op de Egyptenaren offeren ze graag voor dit doel.

Thema film

De onderbouw

Inleiding:

Als inleiding ga je vertellen over Mozes. Vertellen wie hij is en hoe hij geboren is. En wat hij te maken heeft met het gouden kalf.

Kern:

De film ‘Prince of Egypte’ is een prachtige film voor de onderbouw. Er is een Nederlands versie. Hij is enig om te laten zien. Hoe gebruik je zo'n film het beste? Misschien is het verstandig om de film in gedeelten te bekijken en tussen de bedrijven door bij te praten, aandachtspunten voor het verdere verloop van het project in de groep vast te leggen. Zo ontstaat vanzelf bijna een geheel voor 6 weken of twee keer 6 weken rond vrijheid en bevrijding. (Zou dat niet ideaal zijn voor tussen kerstmis en Pasen?)

Afsluiting:

Laat de kinderen later een mooie tekening maken naar aanleiding van de film. Teken het gouden

kalf. Zo kunnen ze terug denken aan de film wat het was en hoe hij eruit ziet.

[Zij de kinderen gewend om meer vrij te werken – laat hen dan vrij tekenen of uit de gemaakte tekeningen "de beste" zoeken. Ook zo kan zich (verhalend ontwerpen!) een heel project aandienen met het grote voordeel (de betrokkenheid) die "eigen werk" met zich meebrengt.]

De middenbouw

Inleiding:

Als inleiding ga je het verhaal voorlezen in delen over Mozes. Daarin wordt precies beschreven wie hij is en wat het gouden kalf is.

Kern:

Als kern kun je stukjes van de film de ‘tien geboden ‘ bekijken waarin het gouden kalf voorkomt.  Dat is ongeveer een minuut of 30. Dat is precies voldoende.

Afsluiting:

Als afsluiting kunnen de kinderen zelf een werkstukje maken over het gouden kalf. Zoek in de bibliotheek en bekijk de film goed. Wat heeft het gouden kalf te maken met Mozes?

De bovenbouw

Inleiding:

Als inleiding ga je met de kinderen kijken naar de film de ‘tien geboden ‘ kijken. Wie is Mozes en wat doet hij. Wat is het gouden kalf?

Kern:

Als kern ga je tijdens het w.o. project (tijd waarin ze werkstukken maken) werkstukken laten maken over het gouden kalf. Ze kunnen zoeken in de bieb of de film nog stukjes na kijken of zelf in de bijbel.

Afsluiting:

Als afsluiting lees je het verhaal over Mozes voor uit bijvoorbeeld woord voor woord. Daarin wordt alles precies beschreven. Kijk ook even met ze in de bijbel. Hoe staat dat daar in beschreven?

 

Thema idolen

De onderbouw

Inleiding

Praat met de kinderen over het begrip idool: iemand waar je tegenop ziet, die je wilt nadoen of die je gewoon heel goed of leuk vind.

Praat daarna met de kinderen wie zij als idool hebben. Probeer uit te vissen waarom dit idool zo populair is en wat de kinderen er van over willen nemen of aan willen nemen.

Nu de kinderen een beeld hebben van een idool, en weten wat een idool met mensen kan doen, kan je verder op Mozes.

Kern

Vertel dat de mensen in de tijd van Mozes, Mozes als idool zagen. Ze gingen achter hem aan omdat hij een goede boodschap had en vertrouwden hem.

Begin een discussie over vertrouwen in mensen die je niet kent. De kinderen wordt waarschijnlijk verteld om niet met vreemde mensen mee te gaan en dat is heel goed, maar met Mozes gaat een heel volk mee terwijl hij alleen maar een boodschap had.

Vraag de kinderen met wat voor mensen ze meegaan als die ze bijvoorbeeld van school komen halen: ouders, familie, buren, oppas, maar waarschijnlijk geen vreemden. Zorg ervoor dat ze niet de indruk krijgen dat het goed is om met een vreemde mee te gaan.

Afsluiting

Herhaal kort wat een idool is en laat nog even kort naar boven komen wat de kinderen als kenmerken noemden.

Vertel dan dat de boodschap van Mozes toch wel heel speciaal moet zijn als er zoveel mensen meegingen, want mensen willen niet zomaar hun land verlaten.

De middenbouw

Inleiding

Vraag de kinderen wat zij verstaan onder een idool. Maak hiervan een woordspin op het bord zodat je het nog terug kan zien bij de nabespreking. Haal daarna wat idolen naar voren en vraag de kinderen waarom dat hun idool is. Wat is die persoon goed in? De kenmerken van de idolen moeten ook bij de spin worden geschreven.

Kern:

Vertel dat de mensen in de tijd van Mozes, Mozes óók als een soort idool zagen. Ze vonden de boodschap van zijn God heel goed en zagen dat Mozes alles achter liet om de boodschap van God uit te voeren. Deze God moest wel heel speciaal zijn en de mensen hoorden van deze God door Mozes en wilden hem daarom volgen. Hij was hun grote voorbeeld. Ze vertrouwden Mozes heel erg want ze lieten alles achterom met hem naar het land van vrijheid en bevrijding te gaan.

Tijdens de tocht komen ze er achter dat de God van Mozes een God van mensen wil zijn en dat je hem, door eerlijk te leven en anderen te respecteren je God mag noemen. Maar het kost heel wat fouten voordat je dat begint te begrijpen.

Afsluiting

Bespreek nog kort wat een idool is en de kenmerken van de idolen die uit de klas naar voren kwamen. Herhaal dan nog kort dat de boodschap van God die Mozes doorgaf aan de mensen ervoor zorgde dat de Hebreeuwse slaven achter Mozes aangingen terwijl hij eigenlijk hun tegenstander is en alleen een boodschap had.

De bovenbouw

Inleiding

Vertel het verhaal van Mozes wat betreft het gedeelte dat de Hebreeën begrijpen dat dit hun land niet is, als zij er niet mogen leven zoals ze willen. Ze besluiten met Mozes mee te gaan. De mensen hadden het heel slecht in Egypte, maar tijdens de tocht zullen ze het nog veel zwaarder hebben.

De mensen gingen dus achter Mozes aan omdat ze een droom hadden en geloofden dat Mozes die voor hen kon waarmaken door hem te volgen. Ze zagen Mozes als een soort idool die de juiste weg zou wijzen en hen overal voor zou behoedden. Als ze leefden en deden zoals hij en naar hem luisterden zou alles goed komen.

Kern

Zullen mensen uit andere landen die naar Nederland komen ook zo’n idool hebben en daarom naar Nederland komen? Zouden zij geen familie hebben die hier in Nederland gelukkiger zijn en daarom de anderen overhalen om ook te komen? Of zouden sommigen gewoon zelf een droom hebben en voor die droom gaan?

En mensen die hier al zijn en hier beter hebben als vroeger en zich gelukkiger voelen dan vroeger, zullen die een soort idool zijn voor andere mensen die hier naartoe komen of hier al zijn. Ze hebben misschien een voorbeeld functie, de anderen willen dit ook bereiken en zien de mensen ook als een soort idool of voorbeeld.

Wat zou jij doen als je in die situatie zat: in je thuisland blijven waar het niet zo goed is of de goede verhalen achterna en emigreren naar een ver land?

Afsluiting

Bespreek wat je van de kinderen hebt gehoord. Herhaal kort de stof en verschillen tussen de klas en de mensen in de tijd van Mozes.

Beeldende Vorming

De onderbouw

Introductie

Lees uit de kinderbijbel Woord voor Woord de volgende verhalen voor: “Murmureren”, “Manna”, “Water uit de rots” en “Het gouden kalf” (blz. 104 t/m 116).

Praat met de kinderen over deze verhalen, vraag vooral naar de mening van de kinderen over de verschillende aspecten van de verhalen.

Besteedt extra aandacht aan het laatste verhaal “Het gouden kalf”.

Kern

Vraag aan de kinderen hoe het gouden kalf ook alweer gemaakt werd en hoe het eruit kwam te zien. De kinderen mogen nu zelf een kalf maken van klei. Geef duidelijke instructies wat betreft het werken met dit materiaal. Laat de kinderen lekker experimenteren met de klei, maar geef wel duidelijk aan wanneer het kalf af moet zijn.

Zorg ervoor dat je klei tot je beschikking hebt dat na een aantal dagen helemaal hard wordt. Laat de kalfbeeldjes een aantal dagen staan, zodat ze hard worden en geef de kinderen vervolgens de opdracht hun kalf te verven, uiteraard in de kleur goud.

Afsluiting

Het is aan te raden om de les af te sluiten met de verhalen “Mozes komt terug” en “God zien” (blz. 117 t/m 121). In deze verhalen komt duidelijk naar voren dat Mozes helemaal niet blij was met het beeld van het gouden kalf en dat terwijl de Hebreeën juist zo trots waren op het beeld.

Vraag aan de kinderen of zij het terecht vinden dat Mozes zo boos was.

De middenbouw

Introductie

Vertel of lees allereerst twee verhalen uit de Woord voor Woord kinderbijbel voor: “De Hebreeën” en “Het kind in het mandje” (blz. 77 t/m 81).

Stel vervolgens een aantal vragen aan de kinderen met betrekking tot deze verhalen, zoals:
Waarom kwamen er allerlei zwervers naar Egypte?
Waarom wilde de Farao het absoluut niet hebben dat de zwervers een zoon kregen?
Waarom denken jullie dat de oudste dochter van de vrouw haar broertje in een mandje in de rivier liet weg dobberen?
Wie had het mandje met daarin het kindje gevonden?
Waarom werd de Farao woedend wanneer zijn dochter zei dat ze het kindje wilde houden?
Hoe denken jullie dat Mozes, die eigenlijk een kind is van zwervers, zicht voelde in zo een groot paleis?

Kern:

Vertel aan de kinderen dat de mensen heel lang geleden alles zelf moesten maken. De ouders van Mozes hadden waarschijnlijk ook zelf het mandje gemaakt van takjes en van riet.

De kinderen mogen nu het mandje van Mozes namaken. Het is aan te raden om voorafgaand aan deze les eventueel met een aantal kinderen takjes te zoeken, die tijdens de beeldende vormingsles gebruikt kunnen worden voor het vervaardigen van het mandje.

Uiteraard heb je nog vele andere materialen nodig, zoals satéstokjes, houten stokjes, stevig touw, dik karton en lijm.

De kinderen mogen zelf weten op welke manier zij hun mandje vormgeven.

Afsluiting

Vul een grote teil met water en laat de kinderen een voor een uitproberen of hun mandje ook blijft drijven.

Benadruk vervolgens nog even dat Mozes niet meer geleefd had wanneer het mandje niet kon drijven (en wanneer niemand het mandje met Mozes gevonden had).

De bovenbouw

Introductie

Lees allereerst de volgende verhalen uit de Woord voor Woord kinderbijbel voor: “Mozes terug in Egypte”, “Laat mijn volk gaan”, “De laatste maaltijd”, “De uittocht”, “Murmureren”, “Manna” en “Water uit de rots” (blz. 90 t/m 112). Je kunt ervoor kiezen om alle verhalen achter elkaar door voor te lezen, maar je kunt er ook voor kiezen om de verhalen over twee à drie dagen te verspreiden, dit ligt geheel aan de mate van concentratie van de kinderen die je in de klas hebt.

Zeg voordat je begint met voorlezen tegen de kinderen dat ze heel goed moeten luisteren naar de verhalen.

Kern

Nadat je de zeven verhalen voorgelezen (of verteld) hebt, denk je samen met de kinderen na over de gebeurtenissen die achtereenvolgens afspeelden. Schrijf de belangrijkste gebeurtenissen puntsgewijs op het bord.

Geef de kinderen nu de opdracht om de volgens hen belangrijkste gebeurtenissen weer te geven in de vorm van een stripverhaal. Het stripverhaal bestaat uit acht tot tien plaatjes en bij elk plaatje wordt ook een wolkje met tekst getekend. De kinderen mogen kleurpotloden en viltstiften gebruiken.

Afsluiting

Wanneer alle kinderen hun stripverhaal afhebben (dit kan meerdere beeldende vormingslessen in beslag nemen), vraag je wie er met zijn of haar stripverhaal naar voren wil komen en wil vertellen wat hij of zij getekend heeft en wat erbij geschreven is.

Laat ongeveer drie of vier kinderen naar voren komen en merk vooral de verschillen tussen de stripverhalen op. Blijkbaar vinden de kinderen verschillende gebeurtenissen belangrijk en interpreteren deze gebeurtenissen ook op een totaal andere manier…

Tekenen

Onderbouw

Het verhaal over het gouden kalf staat in iedere goede kinderbijbel. In de kinderbijbel woord voor woord staat het verhaal over het gouden kalf heel duidelijk in ‘kindertaal’ weergegeven. Het verhaal wordt dus zo verteld dat de kinderen het goed kunnen volgen, er worden ook geen moeilijke woorden gebruikt. Voor de kleuters bestaan er prentenboeken, die via platen en tekeningen goed het verhaal kunnen laten zien en ‘vertellen’. Het is voor jonge kinderen dat ze een zich een beeld kunnen vormen bij een verhaal (dat het dus concreet en visueel wordt). Als het verhaal is verteld met de afbeeldingen (tekeningen, platen) kan je de kinderen via een leuke inleiding (overgang) aan het werk zetten. Je kan dit het beste met een groepje doen en niet met de hele klas. Het is natuurlijk ontzettend leuk om met de kinderen die in dat groepje zitten nog even na te praten over het verhaal wat net verteld is. Je vraagt aan de kinderen wat ze nou mooiste en leukste gedeelte van het verhaal vonden. Je stelt dus open vragen die tenslotte leiden tot het onderwerp “het gouden kalf”. Je hebt ontzettend mooie goudkleurige wasco of vetkrijt waar ze lekker mee aan de slag kunnen gaan. Heb je dit niet in je bezit kan het natuurlijk ook met geelkleurige wasco of vetkrijt. Als het werkstuk klaar is kan je er eventueel nog met ecoline overheen gaan om een mooi effect te krijgen (speciaal). Het belangrijkste is dat de kinderen al een beeld in hun hoofd hebben hoe een kalf eruit ziet. Vanuit deze ervaring zit er dus realiteit in de tekening maar toch ook fantasie. Want de kinderen hebben nog nooit een goudkleurige kalf gezien. Als de tekening af zijn kan je later op de dag nog een keer op het verhaal terug komen. Je kan aan de kinderen vragen waarom de mensen nou een gouden kalf gingen maken? Aan de hand van de eigen gemaakte tekeningen hebben de kinderen ook een beetje steun, want dan hebben ze iets zichtbaars voor zich wat weer herinneringen opwekt. De tekeningen kan je nog een tijdje in de klas laten hangen. Andere kinderen kan je ook andere gedeeltes van het verhaal laten tekenen zodat er een compleet verhaal in de klas komt te hangen. Je kan er ook een heel thema van maken!!

Middenbouw

Je begint net zoals in de onderbouw met het verhaal te vertellen over het gouden kalf. Misschien is het leuk om daarbij bijvoorbeeld dia’s te gebruiken (visueel materiaal). Als het verhaal verteld is kan je in de kring gaan zitten en nog een klassengesprek over dit bijzondere verhaal houden. Je kan de hierna een tekenles introduceren. Je geeft de kinderen de opdracht om een gedeelte uit het verhaal over het gouden kalf te gaan schetsen. Je legt eerst goed het begrip schetsen uit en je doet dit eventueel voor op het bord. Als de kinderen hun schets af hebben en ze zijn er tevreden over ga je de volgende opdracht introduceren. De kinderen hebben de schets gemaakt als voorbeeld voor hun echte werkstuk. De schets was een kleine oefening vooraf. De vraagt aan een aantal kinderen of ze de verf spullen willen klaar zetten en vervolgens als dat klaar is ga je uitleggen wat ze nu moeten doen. Ieder groepje heeft kwasten en verf gekregen. Op een veel groter tekenvel mogen ze nu de schets gaan ‘natekenen’ met verf. Ze mogen namelijk niet eerst met potlood op het grote tekenvel gaan tekenen, maar de kwast moet al het werk doen. Dus met deze les heb je de kinderen laten oefenen met twee technieken: Schetsen en ‘schildertekenen’. Het is belangrijk om achteraf de tekeningen nog goed na te bespreken met de kinderen. Zo hebben ze waardering voor hun werk en wordt eigenlijk het verhaal nog een keer herhaald. Het is leuk om deze tekeningen ook nog even in de klas te laten hangen, omdat niet iedereen dezelfde tekening heeft. Zo krijg je dus weer een heel bijbelverhaal in de klas te hangen!!!

Bovenbouw

In de bovenbouw kun je beginnen of iemand het verhaal ven het gouden kalf wel eens gehoord heeft. Als iemand in de klas er wel wat over weet te vertellen laat je die gewoon aan het woord. Als hij of zij klaar is met vertellen kan jij zeggen, nou nu moeten jullie goed luisteren of hij of zij gelijk heeft want het is een heel spannend verhaal. Als je het verhaal verteld hebt hou je er nog een kort klassen gesprekje over en ga je de opdracht introduceren. Je verteld de kinderen dat er in het verhaal heel veel dingen gebeurt zijn. Ze mogen één van die gebeurtenissen gaan schetsen op wit papier. Als dit klaar is ga je ze de volgende opdracht vertellen. De kinderen krijgen een tekenvelletje voor zich zo groot als een ansichtkaartje. Daarop mogen ze ook weer dezelfde tekening op schetsen die ze eerder op het witte papier gemaakt hadden. Ze krijgen pen en inkt voor zich. Ze gaan de tekening verkleinen in het kleine formaat papier en dat gaan ze overtrekken met pen en inkt. Op deze manier krijg je een hele mooie gedetailleerde tekening. Als ze hiermee klaar zijn mogen ze het inkleuren met kleurpotlood om het wat kleur te geven. Je kan dit mooie werkstukje gebruiken als ansichtkaart maar je kan het ook inlijsten en in de klas zetten. Weer een bijbelverhaal in de klas en het leuk om naar te kijken en om er nog even over na te spreken. De kinderen hebben dus drie technieken geleerd: schetsen, pen en inkt en kleurpotlood.

 

Kringgesprekken en verdere activiteiten

De onderbouw

Inleiding

Er is een aardig prentenboek van Warwick Hutten: ‘Mozes in het riet’. Je kunt het voorlezen of met min of meer eigen woorden vertellen in de kring.

De farao (koning van Egypte) voelt zich bedreigd door dat het volk van Israël. Hij is bang dat ze hem te groot en te machtig zullen zijn en hij wil niet hebben dat ze uit Egypte weg zullen trekken. Daarom geeft de farao gaf het bevel, alle Hebreeuwse zonen in de rivier te werpen.

Bij de familie Levi wordt een jongetje geboren. Ze verbergen hun zoon. Op een gegeven moment kunnen ze hem niet meer verbergen. De moeder maakte een kleine korf van riet, een mandje dat zal blijven drijven. Ze smeert er pek in, dan komt er zeker geen water in. Dat verstopt ze tussen het riet. De dochter van de familie Levi blijft in de buurt van het biezen mandje. Ze wil zien wat er met haar broertje gebeurt. De korf wordt gevonden door de dochter van de farao. Zij is aan het baden met haar dienaressen. De prinses begrijpt dat het een kind van de slaven moet zijn. Blijkbaar is ze het niet met de farao eens. Hoe kun je een kind kwaad doen! Ze kijkt rond. Ze weet niet wat ze moet doen. Zij heeft geen voeding, zij kan voor het kind niet zorgen.

Het zusje van het jongetje - ze heet Mirjam - heeft het allemaal gezien. Mirjam loopt naar de dochter van de farao. Ze vraagt of ze iemand zal zoeken die het kind de borst kan geven en ervoor kan zorgen. Ze haalt haar eigen moeder op en zo kan de moeder toch voor haar kind zorgen. De dochter van de farao zal haar later ook belonen voor de verzorging van dit kind.

De dochter van de farao neemt de jongen als hij groot genoeg is aan als haar zoon. Wat voor naam zal ze hem geven. En ze bedenkt de naam Mozes. Dat betekent: Jij bent uit het water getrokken.

Als Mozes later groot geworden is ziet hij dat het volk van de Hebreeën onderdrukt wordt. Mozes zal dat volk uit het water trekken en hen bevrijden, zoals hij ook zelf bevrijd was. Later. Plechtig zeggen we dan: Mozes leidde het volk van Israël weg uit Egypte en bracht hun naar het veelbelovende land. Dat heeft God hem opgedragen als zijn levenswerk, de bevrijding van zijn volk. Mozes is een geschenk van de hemel. Hij wordt 120 jaar.

Kern en afsluiting

Je behandelt met de kinderen dit prentenboek. Dit doe je aan de hand van fragmenten, bijvoorbeeld: Zijn jullie het ermee eens, dat familie Levi hun zoon verborgen hield en waarom? Hierop kan je verder ingaan en vragen, wat als ze nou betrapt waren door de farao. Zij heeft er tenslotte voor gezorgd, dat ze voor hun eigen kind weer konden zorgen.

Wat vonden jullie van het antwoord van de dochter van de farao? Zou ze dat ook gezegd hebben, als de farao erbij was of dat de farao het kind zou gevonden hebben.

Wat vonden jullie van dat Mozes het Hebreeuwse volk hielp en naar het beloofde land bracht?

Op de antwoorden van de kinderen ga je in, op deze manier maak je een kringgesprek. Je probeert zoveel mogelijk kinderen aan het woord te laten, eventuele een soort discussie aan te gaan, wie is er voor en wie is er tegen. Je kan aan de hand van dit prentenboek ook een leuke drama-les toevoegen. Je leest eerst het prentenboek voor en dan bespreek je met de kinderen, welke personen er in voorkomen. Je vraagt aan de kinderen of ze zich kunnen verplaatsen in deze personen. Het is wel de bedoeling, dat de kinderen een duidelijk beeld krijgen, welke personage ze moeten spelen.

Dit kan je duidelijk maken, door het prentenboek nog een keer voor te lezen, maar dan de personages erbij uitbeelden. Je maakt het op deze manier, wat duidelijker voor de kinderen, ook is het van belang om attributen erbij te hebben, zoals een rieten mandje, een pop, etc.

Het wordt op deze manier duidelijker en levendiger om het verhaal na te spelen.


De midden- en bovenbouw:

Lesideeën

Je vertelt het verhaal van Mozes aan de kinderen in de kring. Dit verhaal vertel je en je licht het verhaal toe. Dit kan aan de hand van open en gesloten vragen. Je kan een verhaal  gewoon vertellen aan de hand van ‘Woord voor Woord kinderbijbel’ of de  bijbel.

In de kring of voor de klas kan je zo een verhaal uit de bijbel vertellen, je kan het verhaal van Mozes aan de hand van platen vertellen, of van eigen gemaakte tekeningen. Het is ook leuk om  een bevo-opdracht na het vertellen van het Mozesverhaal te doen, je kan b.v. een rieten mandje maken of een opdracht aan de hand van het gouden kalf.

 Het is ook leuk om aan het Mozesverhaal ene dramaspel te doen. Dit kan als volgt verlopen:

Je vertelt de kinderen dat u het geboorteverhaal van Mozes gaat vertellen, je zegt erbij, dat ze goed moeten luisteren en dat je na het vertellen een gesprek houdt of dat je het verhaal gaat naspelen. Je maakt en wekt de interesse van de kinderen op deze manier. De kinderen weten, dat ze goed moeten luisteren en worden verzocht om op te blijven letten. Dit met nadruk op het gesprek of het naspelen van het verhaal.

 Voor je het bijbelverhaal gaat vertellen of voorlezen, kan je de kinderen een luisteropdracht geven: welke personen treden in het verhaal op? Er zijn verschillende rollen in het verhaal: Mozes, zijn moeder, zijn zusje, de prinses, de dienaressen, de farao en zijn soldaten. Je kan aan de kinderen vragen om met hun ogen dicht naar het verhaal te luisteren, ze kunnen zich dan goed concentreren.

Na het verhaal kan je een gesprek voeren, of de kinderen het goed begrepen hebben. Wanneer het nog niet helemaal goed begrepen is, kan je het verhaal nog eens samenvatten of nog een keer voorlezen.

Hierna laat je het toneelspel beginnen, je kan het spel gewoon naspelen, of je kan ook het spel vertragen voor een eigen inbreng van de kinderen. Op deze wijze staan ze meer stil bij de wijze, waarop ze hun spel beleven, bij wat ze denken, willen of fantaseren.

Na het spel worden de rollen stuk voor stuk besproken, eerst vanuit de belevingen en associaties van het kind dat de rol speelde. Hierna kan je de andere kinderen aan het woord laten, die waren de toeschouwers. Ze mogen niet bekritiseren, maar alleen aanwijzingen geven.Wanneer het spel per rol nabesproken is, kan je het spel nog een keer spelen.

Een bibliodrama is een manier om met het geloof praktisch om te gaan. Met spelvormen zijn bijbelverhalen dichterbij ons eigen leven te brengen.

Ik vind persoonlijk, dat spelenderwijs het bijbelverhaal veel duidelijker wordt.

De kinderen leren ook van elkaar met het toneelspel. Ze leren van hun creativiteit, vindingrijkheid, opvattingen etc. en  tijdens het uitspelen van het verhaal en tijdens het praten erover. Ze krijgen de ervaring dat bijbelverhalen heel dynamisch zijn en dat er een God in voorkomt met wie je kunt praten.

 

Dramatische vorming

Onderbouw

Inleiding

Als inleiding leest u eerst het verhaal voor aan de kinderen. Zorg er wel voor dat het verhaal begrijpelijk is voor de leerlingen en niet te lang. Moeilijke woorden moeten worden uitgelegd. Het is handig om het verhaal beeldend te vertellen en sommige gebeurtenissen na te spelen (met poppen of leerlingen zelf.)

Kern

Je gaat nu klassikaal het verhaal of een deel van het verhaal na spelen. Je vraagt aan de kinderen wie er graag mee wil spelen. Zorg er wel voor dat je een gouden kalf (klein), een pop, een mand en kleding hebt om het verhaal zo realistisch mogelijk te maken. Het hangt van de kinderen af of je het verhaal in kleine groepjes speeld, meerdere keren achter elkaar. Of dat je het maar 1 keer speelt. Bij het uitvoeren van het verhaal moet je er voor zorgen dat er genoeg ruimte is om het verhaal na te spelen. De leerlingen zitten er in een ruime kring om heen, zorg er wel voor dat iedereen het kan zien.

De leerkracht verteld het verhaal verkort, in een soort samenvatting. De leerlingen spelen dit na. Het is voor de kinderen onmogelijk om het verhaal na een keer te hebben gehoord na te spelen. Zij hebben een leidraad nodig.

Afsluiting

Omdat niet alle kinderen het durven om voor de klas het stuk te spelen of niet aan de beurt zijn gekomen, leg je de spullen in de poppenhoek of in een andere centrale plaats, waar wel genoeg ruimte is om het stuk te spelen. Het is zonde om het stuk maar een keer te spelen, dat is zonde van je tijd en energie. Zo krijgen alle kinderen de kans om het stuk zelf ook te spelen.

Middenbouw

Inleiding

Aanbidding van het gouden kalf. Raam in de kathedraal van Sens

 

Je leest eerst het verhaal voor, of een deel van het verhaal. De leerlingen luisteren er goed naar, want zij moeten het verhaal samenvatten.

Kern

De leerlingen vormen kleine groepjes en krijgen per groepje een stukje van het verhaal. Ze krijgen 10 minuten (of meer) om het stukje te oefenen. Zorg er hier ook voor dat er voldoende ruimte  is om te spelen. De stoelen en tafels kunnen een soort ring vormen waar de kinderen in kunnen spelen.

Afsluiting

De leerlingen spelen hun stukjes verhaal achter elkaar. De leerkracht evalueert het stuk met de kinderen. Hier vertellen ze hoe het was en wat ze er van vonden.

Bovenbouw

Inleiding

De leerlingen lezen zelf het verhaal van Mozes. Daarna stelt de leerkracht vragen over de tekst.

Waarom denk je dat dit verhaal bewaard is gebleven?

Wat vind je van het verhaal?

Wat is de boodschap van het verhaal?

Kern

Er wordt een iemand uit de klas gekozen om naar voren te komen en op een stoel voor in de klas te gaan zitten. Het kind speelt bijvoorbeeld Mozes. Het is leuk om het kind aan te kleden als bijvoorbeeld Mozes. Andere kinderen uit de klas lopen naar de persoon op de stoel toe en stellen hem of haar vragen die in hen opkomen. De persoon op de stoel geeft antwoord op de vragen. Je kunt het meerdere keren spelen met andere personen. Je moet  er wel op letten dat er niet steeds dezelfde vragen worden gesteld. Let er wel op dat het spel serieus gespeeld wordt en dat er serieuze vragen gesteld worden. Het is een drama les waar je veel van kan leren.

Afsluiting

De antwoorden en vragen van de leerlingen worden besproken. En ook wat de leerlingen van deze les vonden.

 

De onderbouw

Hoek

Een hoek inrichten met kleding en spullen die voor de kinderen bekend zijn als spullen uit de verhalen van Mozes en het Gouden kalf. Zodat ze daar zelf de verhalen die vertelt over voorgelezen zijn kunnen naspelen.

Vertelpantomime                                                                                                              

De leerkracht vertelt één van de verhalen aan de kinderen (een verhaal waarin veel handelingen en stemmingen zitten verborgen). De kinderen beelden tijdens het verhaal de stemmingen en handelingen uit.          

Tableaux                                                                                                                    

Van het voorgelezen verhaal worden ongeveer 3 situaties gekozen waar de kinderen een tableau van maken, ze kiezen situaties waaruit het verhaal duidelijk wordt.

Poppenspel

 Een verhaal aanbieden in de vorm van een poppenspel en de kinderen het wanneer ze dat willen zelf in de poppenhoek na laten spelen.

De midden- en bovenbouw

Vertelpantomime                                                                                                              

De leerkracht vertelt één van de verhalen aan de kinderen (een verhaal waarin veel handelingen en stemmingen zitten verborgen). De kinderen beelden tijdens het verhaal de stemmingen en handelingen uit.      

Tableau                                                                                                                    

Van het voorgelezen verhaal worden ongeveer 3 situaties gekozen waar de kinderen een tableau van maken, ze kiezen situaties waaruit het verhaal duidelijk wordt.

Het verhaal uit laten spelen                                                                                 

Verdeel het vertelde verhaal op papier in zoveel delen als er groepjes zijn. Ieder groepje krijgt even de tijd om hun “puzzelstukjes” in te studeren. Let op dat ieder groepje op het juiste moment stopte.

Een verhaal van Mozes of het verhaal over het Gouden kalf  door de kinderen na laten spelen, nadat het hun verteld of voorgelezen is.

Hoorspel maken van een spel                                                                                     

De kinderen kunnen van een verhaal ook een hoorspel maken met behulp van instrumentjes en andere attributen. Ze maken eerst een draaiboek: welke geluiden wanneer, wie speelt welke rol, hebben we een verteller? Dan wordt er geoefend, de kinderen laten het aan de leerkracht horen.                                                              Het hoorspel wordt achter een scherm gepresenteerd, of het publiek sluit de ogen. Zorg voor duidelijke nabespreking!

Poppenspel / maskerspel / schimmenspel                                                                   

De kinderen zelf een verhalen laten kiezen en deze in de vorm van een poppenspel,  maskerspel of schimmenspel laten uitwerken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het paasfeest – Pesach – de seideravond

“Waarom is deze avond zo geheel anders dan andere avonden?”

“Wij waren slaven in Egypte en Hij heeft ons bevrijd”

Een avond die aan ons als niet joden voorbij zou gaan als een avond als anderen. Het is een bijzondere gebeurtenis en het is niet overdreven om te zeggen dat Pesach voor het jodendom één van de belangrijkste feesten is, dat in alle andere feesten, in elke Sjabbat en in de gebeden van elke dag door blijft klinken. Het is een feest dat aan geen enkele Jood ongemerkt en ongevierd voorbij mag gaan. Er worden maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat er voor elke Jood, wie dan ook, ergens een plaats is aan een Seidertafel. Zelfs voor de ‘vreemdeling, die in de poorten is’ is er plaats aan tafel. De Seider is echt een feest alleen voor de Joden. Het gaat ten slotte om de verlossing en geboorte van het volk van Israël. 

Aan het begin van de Seiderviering zegt de vader, de gastheer of de leider van de Seider, terwijl de schotel met het paasbrood wordt opgeheven: “Dit is het brood der ellende, dat onze vaderen aten in het land Egypte. Allen die hongeren laat ze komen en eten; allen die in nood zijn laat ze komen en Pesach vieren. Nu hier, het volgend jaar in het land Israël, nu nog als slaven, volgend jaar als vrije mensen.”

Pesach vieren is niet alleen omkijken naar het verleden, maar ook de uiting van hoop op een betere toekomst.

“Nu hier, het volgend jaar in het land Israël, nu nog als slaven, volgend jaar als vrije mensen.”

De hoop om terug te keren naar Israël hield de verwachting in van een hoopvolle toekomst in vrijheid in het land van de (voor)vaderen.

Maar dan komt de grote vraag van het feest, gesteld door het jongste kind:

“Ma nisjtana ha-lajla hazè mikol ha-leelot – Waarom is deze avond zo geheel anders dan andere avonden? Andere avonden eten we naar believen gezuurd en ongezuurd brood, vanavond alleen ongezuurd brood, ‘matse’? Andere avonden eten we allerlei groenten, vanavond bitter kruid. Andere avonden eten we in zittende of leunende houding naar believen, maar vanavond liggen we allemaal aan?”

De kinderen hebben die vraag nauwkeurig ingestudeerd. Het is de trots van elke Joodse vader zijn zoon of dochter die vraag foutloos in het hebreeuws te horen opzeggen. Gelukkig heeft de vraag een melodie, waardoor hij als melodie kan worden gezongen met een refrein dat de hele familie meezingt.

Daarmee is de Seider geopend en de ‘Hagada sjel Pesach’ de liturgische vertelling van het paasfeest begonnen.

En dan begint de vader te vertellen, waarbij hij de woorden volgt van de Hagada, het oude document van de nationale vrijheid:

“Slaven waren we onder de farao in Egypte; en God, onze God, voerde ons daar vandaan met machtige hand en uitgestrekte arm. En wanneer de heilige, gezegende Hij, onze voorvaderen niet uit Egypte zou hebben geleid, dan zouden wij en onze kinderen, en de kinderen van onze kinderen nog altijd slaven van de farao in Egypte zijn gebleven. Daarom, ook al zouden wij allemaal wijze mensen zijn, verstandige mensen, allemaal mensen met veel levenservaring, allemaal kenners van de Tora, dan nog zou het onze plicht zijn het verhaal van de uittocht uit Egypte te vertellen. Daarom verdienen lof al diegenen die uitvoerig weten te vertellen van de uittocht uit Egypte!”

De uittocht uit Egypte is voor de Joden geen legendarisch verhaal uit lang vervlogen tijden. Het is een historische zekerheid, geboren uit een geleefde ervaring. De vader die voor zijn kinderen staat, de leider van de Seiderviering, getuigt van de waarheid van dit relaas, dat hijzelf weer heeft gehoord uit de mond van zijn vader.

In iedere generatie moet de Jood zichzelf zien alsof hij zèlf uit Egypte was getrokken, zoals er staat (Ex. 13:8): Je moet het je zoon op die dag vertellen en hem zeggen, ter wille van dit [van deze seideravond] heeft God dat allemaal voor mij gedaan, toen ik uit Egypte trok. Want het waren niet alleen de voorouders van de Joden die de Heilige Hij zij gezegend uit Egypte verloste, maar met hen verloste Hij ook hun nakomelingen, zoals er gezegd is (Deut. 6:23): Ons heeft hij daarvandaan gevoerd om ons hierheen te brengen en ons het land te geven dat hij onze voorouders heeft beloofd. De vader spreekt tot de kinderen als vertegenwoordiger van het Joodse volk. 

De maaltijd

De tafel staat gedekt voor de Seiderviering met zijn Seidermaaltijd. Elke voorwerp en elk gerecht heeft zijn eigen betekenis die allemaal terug slaan op de uittocht uit Egypte. De Exodus.  Tijdens het beantwoorden van de vraag van het kind word ook de betekenis uitgelegd van wat er op tafel staat.

Andere avonden eten we naar believen gezuurd en ongezuurd brood, vanavond alleen ongezuurd brood, ‘matse’?

De matse zijn het ongezuurde, het ongerezen brood dat de voorvaderen aten bij het vertrek uit Egypte; ongerezen omdat de Egyptenaren hun de tijd niet hadden gegeven het te láten rijzen.

Andere avonden eten we allerlei groenten, vanavond bitter kruid.

De bittere kruiden zijn even bitter als de knechtschap waarin de farao de voorvaderen gevangen hield.

Naast deze twee dingen staan er nog een aantal dingen op tafel. Elk van deze dingen heeft zijn eigen betekenis. Meestal staat de “maaltijd” gepresenteerd op een schotel, ook wel de Seiderschotel genoemd.

Een gebakken ei: Beetsa betekend ‘ei’ . staat voor de toekomst, de geboorte van een nieuwe tijd. En nieuwe tijd waarin de Joden in vrijheid  kunnen leven in Israël, het land dat Hij aan het volk heeft beloofd. Ook is dit een herinnering aan een offer uit de tijd van de tempel.

Een noten mengsel: Het noten mengsel, ook wel charosset genoemd, bevat appel, kaneel, rozijnen, wijn en amandelen. Dit mengsel heeft de kleur van de klei (leem) waarvan de Joden stenen moesten bakken voor de Egyptenaren. Charosset herinnert aan het harde werken van de slaven.

Zout water: Staat voor de tranen die zijn gelaten tijdens de moeilijke tijden onder de Egyptenaren.

Lamsvlees of lamsbeen: Zero’a. Dat staat voor het Lam dat werd geofferd op de laatste avond. Op deze avond zou de laatste plaag de Egyptenaren treffen. Alle eerstgeboren zonen zouden sterven. De Joden moesten het Lam offeren en met het bloed van het lam de deurpost markeren. Aan de huizen die met het bloed waren gemarkeerd zou Hij voorbijgaan.

Bittere kruiden: maror wordt gemaakt van geraspte mierik. Mierik is een witte wortel met een hele scherpe smaak, net zoals sambal of mosterd. Als je maror eet krijg je tranen in je ogen. Op dat moment kun je je een beetje voorstellen hoe de joodse slaven in Egypte zich gevoeld moeten hebben. In plaats van mierik wordt ook wel witlof gebruikt.

Karpas: voor karpas wordt meestal peterselie, radijsjes of selderij gebruikt. Vroeger konden alleen rijke mensen, die geen slaven waren, verse groenten kopen. Door karpas te eten wordt duidelijk dat joden geen slaven meer zijn, maar vrije mensen.

Pesach, een basis voor een geloof, een zekerheid.

Een les

Een Pesach maaltijd is een bijna onmisbaar element als je gaat vertellen over de uittocht uit Egypte. Wanneer je gaat vertellen over de Uittocht en je verteld over Mozes die met de farao onderhandelde en je verteld hoe de tien plagen de Egyptenaren troffen is het een bijna niet mogelijk om niet te vertellen over de ‘Matse’ die werden gebakken en  het lam dat werd geslacht. De laatste avond in Egypte was een begin van een einde én een einde van een begin. Op die laatste avond werd de deur gesloten en ging de dood aan hen voorbij. Op deze avond vond de laatste plaag, de laatste waarschuwing, plaats. Het begin van het einde, de Egyptenaren lieten de Joden, de Hebreeën gaan. Dit zou het einde betekenen van de slavernij. Maar het zou nog veertig jaren duren voor ze in vrijheid konden leven in Egypte. Het einde van het begin, de eerste stap naar de vrijheid werd gezet nu de Farao eindelijk opgaf. Hij liet ze gaan. Deze eerste stap betekende een verlossing van Jarenlange onderdrukking. Het zou alleen nog een enorme beproeving worden.

Wanneer je dus een les geeft over de uittocht uit Egypte is het een goed idee om dat aan de hand van de Pesach maaltijd te doen. Bereid de maaltijd voor en vertel het verhaal, net zoals dat gebeurt tijdens een echt Pesach maaltijd. Laat een kind de vragen stellen, waarom deze maaltijd? Waarom deze tafel en op deze manier gedekt? Dan kun je het verhaal vertellen. Je kunt de maaltijd goed gebruiken als leidraad. Je legt de verschillende voorwerpen (gerechten) op tafel uit aan de hand van het verhaal. Zo leren de kinderen iets van het Joodse geloof en tegelijkertijd leren ze het verhaal van de uittocht.

Zo vertelde de vader van Rabbi David Hartman, “eat history, my son”, terwijl hij hem bij het begin van het seidermaal het eerste stuk matse aanreikte. Eet geschiedenis, laat het verhaal zo in je vlees en je botten en je ziel gaan zitten dat je weet: Dit is ook mijn verhaal.

Wanneer je samen met kinderen deze maaltijd nuttigt en het verhaal verteld is het misschien niet ons verhaal, maar we kunnen hem misschien wel leren begrijpen. We kunnen er naar luisteren en het verhaal doorvertellen. Vrijheid van onderdrukking, jawel, maar vrijheid waartoe? De Hagada geeft er antwoord op. Eat history, my son, word één met het verhaal, het verhaal van het volk van Israël, leer het uit de Tora, leer het uit de verhalen waarin generatie na generatie dat eerste verhaal in haar eigen dagen tot leven gebracht zag. Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? laat de Hagada het jongste kind aan de Seidertafel zingen. Zo worden de aanzittende van de tafel geprikkeld tot identificatie met het verhaal; en wat prikkelt daartoe meer dan het oproepen van vragen! Onvermijdelijk rijst dan ook de vraag: ‘Is het echt allemaal zo gebeurd als het er staat? Van de rivier die bloed werd, van… van… van…? Al die wonderen zijn die echt gebeurd? De leider van de Seiderviering geeft antwoord en het eenvoudigste is: ja zo is het gebeurt, zo hebben de mensen die het meemaakten het beleefd. Het objectieve historische feit is de betekenis die het volk aan de uittocht gehecht heeft. Het gaat er dus niet om hoe de rode zee droogviel, of het nu een natuurverschijnsel was of niet. Zoals Rosj chodesj Chesjwan schreef in een brief aan de lezers van Tenachon over feesten: “Wat als een wonder is beleefd moet als wonder worden verteld en doorverteld...”

De Pesach maaltijd is een goed begin of een goede afsluiting (samenvatting) voor een project over Mozes en de uittocht. Vertel het verhaal beantwoord de vragen.

Literatuuropgave

Een punt voor de agenda. Dit wordt in 2001/2002 ter hand genomen.

Liedjes horen er natuurlijk bij. Omwille van redenen van copyright hebben we ze hier niet opgenomen.

Enkele namen:
Mirjam zingt, tekst, Gerard van Midden, Muziek, Gerard van Amstel.
Diverse titels van Hanna Lam en Wim ter Burg
Het Lied van Mozes en Mirjam, t. Herman Romer, m.Wim ter Burg.

Aantekening.
Uit bovenstaande wordt duidelijk: Exodus is een rijk thema. Wonderlijk dat er in de katechetische literatuur voor het katholiek onderwijs zo spaarzaam mee omgegaan is.
Deze webpagina is beperkt. Wie zoekt, vindt. Bovenstaande project laat zien hoe je iets van dat vele kunt mobiliseren van kinderen van vandaag. Het laat ook zien, dat je de gegevens uit dit materiaal  met vele mogelijkheden van ons lichaam op vele wijzen toegankelijk kunt maken.
(Jan Engelen, 16 augustus 2001)

 

Droge naald, etsen van Marjan Smit, Eindhoven.


[1] Voor de goede orde. Dit werkstuk is gemaakt door een groep studenten in het eerste jaar van hun studie aan Hogeschool Ipabo te Alkmaar (2000/1). De docent wil een andere aanzet geven. Toelichting. In de afgelopen jaren geldt voor dit deel van de module (P-Ka-1b) steeds een opdracht als "Maak een serie lessen voor een groep in het basisonderwijs". Als vanzelf komen dan de lessen over Mozes in het biezen mandje en droom jij ook wel eens? De opdracht in 2001 luidt in het kort: "Maak een project over het gouden kalf (Exodus 32-34). Je zult dat wel moeten plaatsen. Materiaal vind je in de reader en in de bibliotheek."

[2] De reclame op de televisie biedt beelden genoeg.