De uittocht uit Egypte

 

he

D2 –0105-hkka-1

 

Informatie vanuit persoonlijke kennis en betrokkenheid
is informatie vanuit en binnen de eigen context.
Kernen van de zaak en kleine details maken dan
een groots, jaarlijks terugkerend moment en monument in de tijd
enigermate toegankelijk voor wie er iets meer van wil weten.
Mijns inziens gebeurt dit hier.
Materiaal dat te denken geeft.
Wie durft vindt hier ook te doen, voor onderwijsgevenden en kinderen.

Het stemt mij tot grote tevredenheid dat materiaal op deze site geplaatst kan worden.

Jan Engelen, 17 februari 2005

 

      

 

Woord vooraf

Het verhaal van Mozes (Mosje) heeft verschillende vormen van vertellen en iedereen interpreteert deze op zijn of haar eigenwijze zoals dat  bij vertellen hoort. Ik probeer in deze tekst het verhaal over de uittocht uit Egypte op een verantwoorde wijze weer te geven en koppel er een serie lessen aan. Ik ben er over eens dat je niet alle kleine details kunt vertellen in de klas.  Aan de hand van de kinderbijbel Om te beginnen van Bara van Pelt en Anja A. de Fluiter beschrijf ik het verhaal en de lesideeën. Ik heb vooral geprobeerd de lessen aan te laten sluiten bij kinderen van groep 5.

Je begint de lessen met het verhaal. Je kun het vertellen of voorlezen. Om een idee te krijgen wat je per les moet vertellen staan de verhalen hieronder in vertelvorm. Het is de bedoeling dat je iedere week een stukje vertelt van het verhaal uit Exodus.

Omdat godsdienst of katechese voor mij een nieuw vak is (ik ben dit jaar op de Ipabo ingestroomd) weet ik niet of dit de bedoeling is maar ik heb beste er van geprobeerd te maken.

Student tweede jaar

                                                                                                           

  De titel van het boek: De haggada, (haggadah sjel pesach) het verhaal van pesach

Exodus

 

Inleiding op de verhalen over de bevrijding uit de slavernij en de intocht in het Beloofde Land

De bijbelboeken Exodus en Jozua vertellen kernverhalen van het volk Israël, over de tocht uit Egypte, het land van de slavernij, en de intocht in Kanaan, het Beloofde Land. Dit staat in het jodendom in de tenach en thora.

 

Namen

Het woord exodus betekent 'uittocht'. De naam van dit bijbelboek geeft de kern van de inhoud ervan aan. Centraal staat de uittocht van het volk Israël uit Egypte.In de joodse traditie heeft het boek een andere naam. Het is vernoemd naar het eerste woord, waarmee het boek opent: 'Namen'.

Er klinken in deze verhalen belangrijke namen:

-         Mozes is de naam van de man die leiding zal geven aan het volk 66 v Chr, tijdens en na de uittocht.

-         God maakt zijn Naam bekend aan Mozes en aan zijn volk.

-         Het belangrijkste feest in de joodse traditie vindt hier zijn oorsprong en krijgt zijn naam:  Pesach (Pasen).

-         De nakomelingen van Abraham en Sara zijn een volk geworden dat een naam krijgt: het volk Israël.

Opvallend is dat de machtigste man van Egypte niet bij name wordt genoemd. In de verhalen die voorafgaan aan de uittocht speelt hij een belangrijke rol. Maar hij is een onrechtvaardige onderdrukker. Daarom mag de farao geen naam hebben.

 

Egypte

De naam Egypte heeft in de bijbel geen goede klank, hoewel het telkens opnieuw een toevluchtsoord is. Abraham vluchtte al tweemaal naar Egypte om een hongersnood te ontlopen. Ook Voor Jakob en zijn zonen is het de plaats om te overleven. Egypte heet zelfs de hof des Heren (Gen 13,10) .Maar daar is alles mee gezegd. Egypte wordt na verloop van tijd steeds opnieuw een plaats van dood en dreiging, een plaats waarvandaan je weg moet, om aan leven toe te komen, zoals God heeft bedoeld. Wellicht ten overvloede: het gaat hier om beeldtaal, verhaaltaal. Wat hier beschreven staat staat volstrekt los van en mag dus niet betrokken worden op de huidige staat Egypte.

 

Leerschool

De weg van het volk na de uittocht, de tocht door de woestijn, is een leerschool. Het volk krijgt regels, die het nodig heeft om in het Beloofde Land goed te kunnen samenleven.

 

Grens

De grens naar het Beloofde Land wordt gepasseerd in het bijbelboek Jozua, waarvan in deze alleen het begin wordt verteld. Jozua is opvolger van Mozes. Hij brengt het volk binnen in het land van belofte.


Het begin van de bevrijding

De nakomelingen van Jakob in Egypte zijn 'gastarbeiders' en van integratie is geen sprake. Ze houden er hun eigen gewoonten en geloof op na. Grote gezinnen hebben ze en hun aantal groeit gestaag.

In de ogen van de Egyptische farao vormen ze een bedreiging. De vrees voor de vreemdelingen gaat de Egyptenaren beheersen. Om de Israëlieten klein te krijgen, neemt de farao de nodige maatregelen. Dwangarbeiders maakt hij van hen, slaven die met geweld worden onderdrukt. Steeds verder gaat de farao, tot hij de definitieve oplossing heeft: pasgeboren jongetjes moeten worden gedood. 'Egypte' en 'de farao' betekenen vanaf dit verhaal: ellende en duisternis, slavernij, onrecht en dood.

De ellende wordt groter, de duisternis dieper. Dan klinkt midden in de dood een verhaal van leven. Kwetsbaar, pasgeboren leven dat aan de dreiging van de dood wordt ontrukt. De redding van Mozes is het begin van de grote redding, van de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij.

Drie vrouwen spelen bij die bevrijding een belangrijke rol: de moeder van Mozes, zijn zuster en de dochter van de farao. Alle drie doen ze iets wat je niet zomaar zou verwachten. Ze doorbreken het normale patroon, wijken af van het gangbare, en redden daarmee een kind en een volk.

De moeder van Mozes houdt haar kind niet bij zich, maar doet afstand van hem. Zijn zus houdt zich niet op de achtergrond, maar springt voor haar broer in de bres en spreekt een Egyptische prinses aan. Deze dochter van de farao houdt zich niet aan het bevel van haar vader, maar beschermt het leven van het ten dode opgeschreven jongetje.

Zo komt het dat Mozes wordt opgevoed met 'staatssubsidie,' in het paleis van de farao. Dat is de grap die in dit verhaal zit. Tegelijkertijd is het ook tragisch. Want waar hoort Mozes thuis? Aan het Egyptische hof, waar hij opgroeit? Of in het getto van de Israëlitische slaven, waar hij vandaan komt?

Twee werelden komen in hem samen. Zelfs zijn naam heeft twee betekenissen. De Egyptische betekenis is: 'Zoon van..,' en op de stippeltjes staat dan meestal een godennaam. In de volgende verhalen zal blijken van welke God Mozes een zoon is.

De Hebreeuwse betekenis van zijn naam is: 'Hij die uit het water trekt: Zoals Mozes zelf uit het water is getrokken en van de dood is gered, zo zal hij de Israëlieten van de dood redden.

 

 
Lesideeën bij het verhaal: Het begin van de bevrijding

 

Als Mozes wordt geboren moet zijn moeder hem vermoorden van de Egyptenaren.  Dit wilt zij niet en zij verbergt Mozes in een rieten mandje. En legt deze in de Nijl in de hoop dat iemand het vindt.

 

Lesidee 1:

Maak met de kinderen een woordweb wat zij denken dat zij nu weten van het verhaal van hoe de mensen leefden ten tijden van Mozes. Kinderen weten van het bestaan van Piramides, farao’s enz. Je zou als aanvulling ook naar het museum der Oudheden, of het Alart Piersonmuseum kunnen gaan.

 

Lesidee 2:

De joden worden in Egypte onderdrukt door Farao, ze moeten hard werken. De joden zijn slaven. Bedenk eens in de geschiedenis waarneer mensen nog meer zijn onderdrukt of als slaaf zijn behandeld. Lees bijvoorbeeld het verhaal van De negerhut van oom Tom eens. Zoek in de atlas eens op waar er nog meer slavernij plaats vond. Wat dit betekent voor de huidige Nederlandse samenleving. Hoe het komt dat we een multiculturele samenleving zijn (gastarbeiders, mensen met een gekleurde huid.) enz.

Vertel je bevindingen in de klas.

 

Lesidee 3:

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland ook onderdrukt door Duitsland. Nog ieder jaar herdenken wij de onderdrukking en de bevrijding. Hieronder zie je enkele afbeeldingen van het verzet en de bevrijding. Zet eens bij wat deze beelden willen uitdrukken.

Nijmegen "Trouw aan de gescheurde vlag

Waalwijk “De verzetsstrijder”

Amsterdam ‘De Dokwerker’

Rotterdam: "De verwoeste stad"

 

                                                           

Een prinsenkind

Jozef en zijn broers bleven in het land Egypte wonen. Het ging hen goed. Ook hun kinderen bleven in Egypte wonen, want ook met hen ging het goed. Maar met de kinderen van de kinderen van Jozef en zijn broers, die nu in het land Egypte wonen, gaat het niet goed. De farao die nu de baas is, houdt niet van de achterkleinkinderen van Jozef. Tegen de opzichters met de zweep heeft hij gezegd: 'Laat ze maar werken, dat volk van Jozef. We hoeven ze er heus niet voor te betalen. Ze zijn hier maar te gast! Nu werkt het volk elke dag voor de farao. Bij de rivier zijn ze bezig met het bouwen van nieuwe paleizen. Ze sjouwen met palen en bakken stenen van klei.

Verderop staan de opzichters. Die kijken de hele dag of het werk wel goed wordt gedaan. In hun hand hebben ze een zweep. 'He daar, jij staat toch niet te niksen? brult er een. En pets, hij laat zijn zweep knallen.

Jochebed staat aan de oever van de rivier. Ze vult grote stenen bakken met natte klei. Ze is ongeduldig. Waarom slaat de opzichter niet op de trom? Thuis ligt haar kleine Mozes in zijn wieg. Die heeft honger. 'Bom... bom... bom..: Dat is de trom! Gelukkig, ze mag stoppen met werken. Jochebed bergt snel haar spullen weg. Nu gauw naar huis. Ze holt over het paadje langs de rivier. 'Mam, mamma!' hoort ze roepen. Het is Mirjam, haar dochter. Ze staat te wachten bij het pad naar hun huis. 'Mamma,'roept Mirjam, 'je moet meteen meekomen. Mannen van de farao halen aile kleine jongetjes weg. Vlug! Straks pikken ze ook kleine Mozes mee’.

Jochebed en Mirjam rennen over het pad naar hun huis. Gelukkig! Mozes ligt nog zijn wiegje. Jochebed pakt de mand waar anders de groenten in zitten. Uit een pot haalt ze een kleverig spul. Dat smeert ze tussen de kieren van de mand. 'Zo, nu de mand drijven,' zegt ze tevreden. Ze legt de slapende baby erin. 'Kom we gaan.' Mirjam loopt achter haar moeder aan die haar kleine broertje draagt. Naar de rivier de Nijl. Jochebed laat het mandje in het water glijden. De kleine Mozes krijgt nog een laatste kusje op zijn knuistje. 'God gaat met je mee,' zegt zijn moeder.

'En jij’zegt Jochebed tegen Mirjam, 'jij loopt langs het water en kijkt wat er gebeurt.'

Mirjam kijkt naar het mandje dat op het water dobbert. 'Lieve God,' fluistert ze,vandaag alstublieft geen rukwinden. En ook geen kleine briesjes. Geen spetterende watervogels. En ook geen gapende nijlpaarden:

Zo gebeurt het. Het scheepje met de kleine Mozes vaart veilig over de Nijl. Tot aan de zwemplek van de prinses, een van de dochters van de farao.

De prinses springt net met een grote plons in het water, als het mandje voorbijvaart. Mozes' zusje, die achter het riet verstopt zit, wil al opspringen. Dat gaat mis, denkt ze. Maar gelukkig, de prinses is nu rustig aan het watertrappelen. Ze draait een rondje. Ineens ziet ze het mandje. Ze zwemt ernaar toe. Voorzichtig loert de prinses over de rand. 'Het is een kindje’ roept ze. Ze duwt het mandje naar de kant. Daar staat Mirjam al klaar om het van haar aan te pakken.

De prinses komt uit het water en pakt Mozes op. 'Ik zie het al’ zegt ze, 'het is een kind van het volk van Jozef.' Mozes lacht en kraait. Hij pakt haar oorbellen vast. 'Ik wil hem best houden’ zegt de prinses. 'Maar ik heb geen moedermelk voor hem.' 'Ik weet wel iemand die moeder-melk heeft’ zegt Mirjam. 'Mijn moeder heeft moedermelk.' 'Echt waar?' vraagt de prinses opgelucht.

'Laat jouw moeder het kindje dan melk geven. Ik zal haar ervoor betalen. Ais hij wat groter is, haal ik hem op. Dan kan hij mij komen wonen.' Zegt de prinses.

De prinses geeft Mozes aan Mirjam mee. Zo komt Mirjam met Mozes in haar armer weer thuis bij haar moeder.

Jochebed geeft Mozes elke dag een paar keer melk. Tot hij zo groot is dat hij zelf van lepel kan eten. Op een dag komt de prinses Mozes halen, om in het paleis te wonen. Want dat hebben ze afgesproken.

Elke dag mag Mozes van de prinses in de paleistuin spelen. En elke dag rent hij door het gat in de heg, over het paadje langs de rivier, naar het kleine huisje van zijn moe der. Daar staat Jochebed al op hem te wachten: 'Zo prinsenkind’ roept ze en ze snuffelt wat aan hem. 'Je ruikt helemaal naar de rozenparfum van de prinses.' Maar ze kust hem toch. Want het blijft haar kind.

 

 

  

Lesideeën bij het verhaal: Een prinsenkind.

Lesidee 1:

Mirjam zorgt ervoor dat Mozes goed wordt verzorgd en zorgt dat Mozes in een mandje komt en zij brengt hem naar de rivier zodat hij misschien kan overleven.

Je gaat nu een weekje proberen geen ruzie te maken met je broertje of je zusje. Wees eens extra lief voor hem of haar. Als je geen broers of zussen hebt kun je het natuurlijk ook voor je ouders doen.

 

 

Lesidee 2:

Geef een Natuuronderwijsles waarin je kinderen duidelijk het verschil leert tussen drijven en zinken. Dit kun je doen daar allerlei voorwerpen te laten drijven en zinken in een bak  water.

 

 

Ik zal erbij zijn

De voorschriften van de farao voor de Israëlieten worden steeds onmenselijker. ledereen is het er over eens, zo kan het niet langer, er moet iets veranderen. Maar als de vraag wordt gesteld wie het voortouw zal nemen, wie de actie zal leiden, wordt het stille ledereen heeft een goede reden om zich niet beschikbaar te stellen.

Mozes heeft wel vijf redenen om te weigeren, als hij door God wordt geroepen om het volk Israël te bevrijden uit de slavernij. Zijn tegenwerpingen maken duidelijk dat het niet aan het initiatief van een mens te danken is dat Israël wordt bevrijd. Het is God zelf die zijn volk uit Egypte leidt. Maar Mozes is weI onmisbaar. God schiet te hulp door de oren, de ogen, de mond en de handen van mensen. Zo is Hij.

Wie is God? Hoe is zijn Naam? Mozes stelt die vraag, en krijgt een bijzonder antwoord. elk zal erbij zijn'. Dat is de naam waarmee God zichzelf noemt. Wij kennen alleen de vier medeklinkers ervan. In het Hebreeuws, de taal waarin het “Oude Testament” is geschreven, zijn dat de letters: JHWH. De naam is onuitsprekelijk. In de joodse traditie worden de vier letters omschreven als de Eeuwige, de Heer, of de Naam. Gods naam is een belofte, een program: elk zal erbij zijn.' Hoe Hij erbij zal zijn, moet Mozes nog ondervinden.

De brandende braamstruik, die door het vuur niet wordt verteerd, is een wonderlijk verschijnsel. Vuur is vaker in de bijbel een teken van Gods aan­wezigheid. De braam is een veelvoorkomende struik in het woestijnachtige bergland. Met zijn harde dorens wordt hij gezien als een symbool voor het lijden van het volk Israël. Het vuur in de braamstruik betekent dat God zijn volk niet alleen laat. Zoals de struik ondanks het vuur niet verteert, zo zal Israël ondanks de onderdrukking niet ten onder gaan.

 

 

Daar is God

Mozes is groot geworden. Hij woont niet meer bij de prinses in het paleis. Hij woont nu in het bergland. Samen met zijn schapen. Ver weg van de wrede farao. Maar ook ver weg van zijn moeder Jochebed en zijn broers en zussen.

Elke dag loopt Mozes met zijn kudde schapen door de bergen. Op zoek naar gras. Mozes gaat voorop. De schapen achter hem aan. Zwarte schapen en witte schapen. En veel lammetjes. De schapen lopen heel plechtig. De lammetjes niet. Die springen kriskras achter hun moeder aan. Onderweg eten ze van het gras en de struiken.

Ze lopen naar de rivier. Voorbij de grote braamstruik zie je het water al glimmen. Mozes draait zich om. Zijn alle schapen er nog? Is de Gevlekte er? En de Pluizige, die maar een oog heeft? En Halfoor? Waar is Halfoor? O dat is een echte wegloper. Mozes tuurt in de verte. Zie je wel! Helemaal voorbij de rotspunt is Halfoor. Ze heeft zeker een zacht polletje gras gevonden. Mozes roept heel hard: 'Oehoe!' Halfoor komt aangehold. Ze weet heel goed wat 'Oehoe' betekent: 'Hier komen!' En Halfoor springt met haar dunne pootjes over het pad naar de herder toe. Als Mozes bij de rivier komt, gaat hij op zijn knieën zitten. Hij drinkt het water uit zijn handen. De schapen komen aan gerend om hun hete snuit in de rivier te steken.

Mozes gaat zitten op een steen. Hij hoort het geproest van de schapen die drinken.

Hij kijkt om zich heen. Het is hier mooi en rustig. Mozes probeert niet te denken aan zijn broers en zussen in het land Egypte. Maar telkens als hij niet aan ze wil denken, denkt hij juist wel aan ze. Als hij zijn ogen dichtdoet, ziet hij ze sjouwen. Grote zware stenen. Mozes doet snel zijn ogen weer open. Bijna zag hij ook de opzichters met de zweep. Die wil hij helemaal niet wil zien. Mozes staat op. Kijken of zijn schapen gekke dingen doen. Soms loopt er een te ver het water in. 'He, wat is dat? Is daar rook? Bij de braamstruik?' Mozes loopt erheen. De braamstruik, waar hij net nou net voorbij gelopen is, staat in brand. Het vuur speelt met de blaadjes. Maar de blaadjes verbranden niet. Dat is gek. Dan hoort hij een stem uit de struik: 'Mozes, Mozes!' 'Hier ben ik,' antwoordt Mozes. 'Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob,' zegt de stem. 'Het gaat niet goed met Mijn volk dat in het land Egypte woont.' Ze worden geslagen en ze hebben honger. Ik wil dat ze daar weggaan. Weg bij die farao. En jij Mozes, moet hen helpen. Ze moeten weglopen. En jij zult vooroplopen Net als nu bij de schapen. Als ze onderweg verdwalen, moet jij ze zoeken. En als ze geen zin meer hebben om nog verder te lopen, moet jij tegen ze praten. Want zo iemand hebben ze nodig, als ze onderweg zijn. En ik, Ik zal erbij zijn.'Mozes heeft naar God geluisterd. Ik vooroplopen? denkt hij. Hij schudt het hoofd. Hij zegt: 'Ik wil niet. Eerlijk God, het is niets voor mij. Ik houd niet van praten. En als ik praat, luisteren de mensen nooit naar mij. Waarom vraagt u het niet aan de pottenbakker die naast mijn moeder Jochebed woont? Naar hem luisteren de mensen altijd. Of aan de jager. Dat is een grote man. Als hij rechtop staat, komt hij tot de onderste tak van de eikenboom. Hij is nergens bang voor. Zelfs niet voor leeuwen. Ik wel. Ik ben maar een klein mannetje. Een herder die dicht bij het vuur kruipt als het donker wordt:

'Je hoeft niet bang te zijn; zegt God, 'want Ik zal erbij zijn. Ik zal de stem zijn, die praat door jouw mond. Ik zal de hand zijn, waarmee jij de weg wijst. Dan zegt Mozes geen nee meer. Hij verkoopt zijn schapen en gaat terug naar het land Egypte.

 

 

Lesideeën bij het verhaal: Daar is god.

 

Lesidee 1:

Mozes ziet een brandende bramenstruik. Eigenlijk is het geen bramenstruik maar God. Wat gebeurt er namelijk als je hout verbrandt? Laat in de klas zien wat er gebeurd als je dingen verbrand, dan wordt het namelijk as. Het verbrandt! Dit is ook een soort wonder. Praat eens met elkaar over vuur, wat zijn de gevolgen van brand enz.

 

Lesidee 2:

Mishandeling vindt helaas nog steeds plaats op de wereld. Praat eens met elkaar als je iemand ziet die in elkaar wordt geslagen. Vertel ook eens iets over dat niet alleen volwassen in sommige landen hard moeten werken maar dat het in Derde wereldlanden heel gewoon is dat er ook kinderarbeid is. Kinderen werken hier dan ook soms wel meer dan 15 uur per dag! Laat de kinderen maar eens bedenken wat zij dan allemaal niet meer kunnen doen als zij de hele dag moeten werken.

 

Lesidee 3:

Maak met de kinderen in de klas van klei een piramide na. Ieder kind maakt een aantal bakstenen die later tot een piramide worden gemaakt.Je kunt het natuurlijk ook van andere materialen maken.

 

 

                                                           

Een pak slaag

Toelichting bij 'Help, er zit een kikker in mijn bed'

Goedkope arbeidskrachten zijn de motor van de economie. Het volk Israël laten gaan? De farao zou wel gek zijn. Hij heeft geen enkele reden om dat te doen. Je laat je beste melkkoe toch niet ontsnappen?

Aan rechtvaardigheid heeft de farao geen boodschap. Hij komt niet op het idee dat het onrechtvaardig is, om een volk onder dwangarbeid te stellen en te laten lijden. De God van Israël, die opkomt voor het recht, kent hij niet. Maar die zal hij leren kennen, en hoe!

Mozes, die denkt God wel te kennen, begrijpt er even helemaal niets meer van. Hij is met zijn bezoek aan de farao geen stap verder gekomen. Het volk gaat zelfs tien stappen en achteruit, de duimschroeven worden aangedraaid, de werkdruk verhoogt. Bij vriend en vijand heeft Mozes het verbruid. In een moment van diepe teleurstelling en eenzaamheid roept hij God aan. Waarom gebeurt dit? Dit soort momenten hoort erbij, ze doen mee in het bijbelse verhaal, ze worden niet weggemoffeld. De uittocht is niet een grote successtory. Bevrijding gaat gepaard met pijn en moeite. De klacht van Mozes wordt door God beantwoord met een nieuwe opdracht: 'Volhouden Mozes, Ik ben erbij. De bevrijding begint.'

De bevrijding begint met tien rampen, beter bekend als tien plagen, ook wel genoemd: tien sla-

gen. Egypte krijgt een pak slaag. Moet God nou zo ongenadig uithalen naar de Egyptenaren? Ja, zegt het bijbelverhaal, want het kwaad moet zijn verdiende loon krijgen. Aan het onrecht moet een einde worden gemaakt. Het is een strijd op leven en dood, het is een godengevecht: de God van Israël tegen de goden van Egypte. De machten die het leven in Egypte in de greep hebben, worden ontmaskerd. Juist de dingen die als goden worden vereerd, vormen ineens een bedreiging. Het water van de Nijl, de levensader van Egypte, wordt tot bloed, een stinksloot. De godin met de kikvorskop wordt een plaag in plaats van een zegen voor de mensen. De vruchtbaarheid van het land wordt vernietigd. Het economische systeem, waaraan alles en iedereen werd opgeofferd, gaat plat.

In de joodse traditie worden de plagen vooral gezien als wondertekens. Tekens van de God van Israël aan vriend en vijand. God geeft hen de gelegenheid om Hem te leren kennen. Aan het einde van dit verhaal erkent de farao dat God de Heer is van hemel en aarde. Dat God rechtvaardig is en hij erkent zijn schuld. De farao smeekt de Israëlieten om weg te gaan. De uittocht gaat beginnen.


Help, er zit een kikker in mijn bed

Mozes staat voor het paleis van koning farao. Met zijn netste kleren aan. Zijn gezicht glimt, zijn schoenen glimmen en ook zijn haar glimt. Mozes is bang. Zal ik naar binnen gaan? denkt hij. Of toch maar liever weer naar huis? Mozes kijkt omhoog. Wat is alles hier groot. Hij hoort trommels slaan. De paleiswachten marcheren heen en weer. Ze stampen met hun voeten. 'Bam... bam... bam; op de maat van de trom. 'lk ben niet bang,' zegt Mozes op dezelfde maat. 'lk ben niet bang.' Hij loopt de trap op. Tot aan de ingang van het paleis. 'lk kom voor de farao,' zegt hij tegen de paleisbediende. 'lk heb een boodschap van de God van mijn volk.' 'Boodschap van God,' schrijft de bediende op zijn briefje. Hij keert zich om en gaat het paleis binnen. Mozes wacht. Hij wacht en hij wacht. Tot zijn benen helemaal stijf zijn. Ik ben niet bang, denkt Mozes weer. Ais Mozes de hele dag heeft gewacht, komt de paleisbediende hem halen. 'Loop maar achter mij aan,' zegt hij.

Door drie grote zalen loopt Mozes. Dan komt hij bij de zaal van de farao. Vanaf zijn hoge troon kijkt de farao op Mozes neer. Mozes buigt. En hij buigt nog een keer. 'O, grote doorluchtige majesteit; zegt hij, 'de God van mijn volk stuurt mij. Hij vraagt of zijn volk, dat elke dag bij de grote bouwwerken werkt, terug mag gaan. Terug naar het land waar ze vroeger woonden.'

'De God van het volk bij de bouwwerken proest de farao, 'die ken ik helemaal niet Je dacht toch niet dat ik naar een God ga luisteren, die ik helemaal niet ken.' 'Maar farao,' zegt Mozes, 'als u niet naar Hem luistert, wordt Hij misschien wel boos 'Ha, ha,' buldert de farao, 'nou nog gekker. Zeg maar tegen die God van jullie dat ik hier de baas ben. En verdwijn nu. Wegwezen! Kom niet nog eens met van die smoesjes aan. Jullie zijn gewoon te lui om te werken.'

Als Mozes weg is, roept de farao al de opzichters van zijn grote bouwwerken bij elkaar. 'Dat volk dat voor ons werkt, is lui’ zegt hij. 'Hartstikke lui. En ook nog brutaal. Vanaf vandaag sla je ze twee keer zoveel en twee keer zo hard.' De volgende dag slaan de opzichters nog harder en nog vaker. Het volk jammert en huilt. Ze schreeuwen tegen Mozes: 'Je wordt bedankt, maar niet heus!' Mozes begrijpt er niets van. Hij vraagt aan God: 'Waarom gebeurt dit?'

God antwoordt: 'Wacht maar, Ik zal jullie laten zien wat Ik met deze farao ga doen. Als de farao de volgende dag wil gaan zwemmen in de rivier, is het water helemaal rood. En stinken dat het doet! 'Wat is er in vredesnaam aan de hand?' roept de farao. Wat heb ik verkeerd gedaan dat er zoiets ergs gebeurt?'

De volgende dag gaat Mozes weer naar de farao. Hij buigt en hij smeekt: 'Laat mijn volk toch vrij!' 'Niks daarvan!' bruIt de farao. 'Uit mijn paleis zeg ik je.' God is zo boos over het antwoord van de farao dat hij duizenden kikkers naar het land Egypte stuurt. Kikkers in de wc, kikkers in de brooddozen van de opzichters. Overal hoor je mensen gillen: 'Help, er zit een kik­ker in mijn broek.' Of: 'Help, er zit een kikker in mijn mouw.' Als de farao 's avonds zijn kast opendoet, springen er kikkers in zijn gezicht. Ais hij daarna in bed stapt, sprin­gen er zes kikkers onder de dekens vandaan. En als hij weer uit bed stapt, schieten er twee groene springers uit zijn sloffen. De farao jammert: 'Help mij, 0 help mij toch! Waarom gebeuren er zulke vreselijke dingen in mijn land?' Weer gaat Mozes naar de farao en smeekt hem: 'Laat mijn volk toch gaan.' 'Weg met jou' roept de farao. En hij laat Mozes uit het paleis gooien. Dan stuurt God een nieuwe ramp: muggen. Grote zwerm muggen die 's nachts om het hoofd van farao en zijn opzichters zoemen. Ze doen haast geen oog meer dicht. En 's ochtends geen oog meer open: zo dik zijn hun ogen van de muggenbeten.

Er komen nog veel meer rampen. ledereen in Egypte weet nu dat de farao ruzie heeft met God. Maar de farao geeft niet toe. Tot de rampen niet meer ophouden. Als de farao tien rampen heeft geteld, buigt hij, hoofd. Hij huilt. Voor de tiende keer komt Mozes voor de troon van de farao. Hij zegt: 'Laat mijn volk toch gaan!' Dit keer gooit de farao hem er niet uit. Hij smeekt Mozes: 'Laat jouw God ophouden Alsjeblieft: Ga weg! Ik zal Zijn volk laten gaan.'

 

 

 

Lesideeën bij het verhaal: Help, er zit een kikker in mijn bed.

 

Lesidee 1:

Vertel de kinderen dat er tien verschillende plagen zijn namelijk:

  1. Bloed (al het water veranderde in bloed)              
  2. Kikkers
  3. Ongedierte
  4. Wilde dieren
  5. Sprinkhanen
  6. Het vee ging dood
  7. Hagel
  8. Melaats (huidziekten)
  9. Duisternis
  10. Dood eerstgeborenen

 

Maak bijvoorbeeld plaatjes van de plagen en speel hiermee Memory.

 

Lesidee 2:

Om de plagen visueel te maken zou je de plagen ook beeldend kunnen. Zo kun je kikkers vouwen, maskers maken van de Wilde dieren. Kinderen in het donker iets laten opschrijven. Zo leer je kinderen dat je in duisternis niets of bijna niets kan doen.

 

 

Een avond om nooit te vergeten

Toelichting bij 'Dag huis, dag land, dag koning'

 

Bij een bepaalde geur of smaak kan een herinnering je ineens te binnen schieten, een gedachte aan een persoon of een gebeurtenis. Soms is het alsof je in een vlaag even terug bent in de tijd.

Kinderen zijn, meer nog dan volwassenen, gevoelig zintuiglijke indrukken. Hoe meer zintuigen smaak, reuk, tast, gezicht of gehoor, betrokken bij een gebeurtenis, des te sterker zal de herinnering daaraan zijn.

In de joodse traditie speelt de herinnering een grote rol. Het is van levensbelang om het verleden te blijven gedenken. Niet omwille van dat verleden, maar met oog op het hier en nu en met oog op het hier en nu en met oog op de toekomst. De allerbelangrijkste herinnering aan de uittocht uit Egypte. Die bevrijding wordt herdacht en gevierd op Pesach, het joodse Paasfeest.

De eerste avond van het feest, dat acht dagen heet seideravond. In familiekring wordt het verhaal van de uittocht opnieuw verteld en beleefd. Niet alleen het gehoor doet mee, de andere zintuigen zijn er ook bij betrokken. De tafel is met een speciaal paasservies en er zijn speciale gerechten. Als je die ruikt en proeft, is het net of je erbij bent. Van de bittere kruiden krijg je tranen in je ogen, ze doen denken aan de ellende in Egypte. Een mengsel van appel, noten en bruine suiker ziet eruit als het leem waarvan de slaven stenen moesten bakken. De matses, de ongezuurde broden, herinneren aan de haast op de avond van de uittocht. Het volk stond te trappelen om weg te gaan en er was geen tijd om het brooddeeg te laten rijzen. De wijn, die wel vier keer wordt gedronken, doorgloeit je helemaal, zo groot is de vreugde om de bevrijding.

Het is een avond om nooit te vergeten. Van jongs af aan wordt dat ingeprent. Voor de jongste aanwezige, vaak een kind, is een bijzondere taak weggelegd: vragen stellen. Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden? Waarom eten we vanavond bittere kruiden? Waarom eten we ongezuurde broden? Waarom? AI die vragen mogen worden gesteld. Als antwoord wordt het verhaal van de uittocht verteld, het verhaal van God die de mensen bevrijdt en ze een nieuwe toekomst geeft.

 

 

Dag huis, dag land, dag koning

Het wordt avond in Egypte. De zon is ondergegaan. Er zijn alleen nog wat rode strepen in de lucht. De krekels beginnen te tjilpen. Verderop hoor je het geklepper van de ooievaars. Het zijn gewone geluiden. Zo gaat het elke avond.

Maar in de buurt waar het volk van God woont, hoor je geluiden die je anders nooit hoort. Overal wordt gefluisterd: 'Opschieten, inpakken. Vanavond gaan we vertrekken. Mozes heeft het zelf gezegd.' In de kleine huizen rent iedereen door elkaar. De kinderen zijn zo opgewonden dat het wel lijkt of ze allemaal tegelijk jarig zijn. Vanavond hoeven ze niet naar bed, want vanavond gaan ze weg! Ze zoeken hun spulletjes bij elkaar. ledereen heeft wel iets dat echt mee moet. Een bos arendsveren, die je haast nergens kunt vinden. Of een verzameling felgekleurde kevers, die niemand heeft. De deur gaat open. De oudste kinderen komen binnen. Zij hebben buiten de schapen en de geiten vastgebonden. Die gaan ook mee. 'We moeten haast maken; zegt iemand. 'We hebben nog maar weinig tijd.' In alle huizen wordt nog snel wat gegeten. De mensen staan aan tafel, ze hebben hun jas al aan. Het brood is zo haastig gebakken dat het helemaal plat is. 'Vandaag eten we platte broden,' lachen de kinderen. Het kan ze niets schelen. Vandaag is alles anders dan op andere dagen. Dan wordt er geklopt. lemand roept: 'We gaan.’ Sommige kinderen willen op het allerlaatst nog een keer iets doen. Zoals hun wang in het zachte kuiltje van de muur leggen, of hun vinger in het holletje van de salamander steken.

De manden en tassen worden gepakt en buiten op de ezels gebonden. De mensen kijken nog een keer rond: 'Echt niets vergeten? Dan gaan we!' Kleine kinderen pakken de hand van hun ouders of van hun grote zus. Ze willen hen niet kwijtraken in het donker.

De mensen beginnen te lopen en nog een keer draaien ze zich om. Ze roepen: 'Dag rothuis, dag rotland, dag rotkoning!'

Daar gaan ze. Een lange rij van mensen en dieren op weg naar het Beloofde Land.

 

 

Lesideeën bij het verhaal: Dag huis, dag land, dag koning.

 

Lesidee 1:

DE VIER VRAGEN
Eén van de eerste dingen die wij op de seder doen, is het stellen van de vier vragen.

De kinderen die de vragen zingen of lezen zijn niet alleen op zoek naar een antwoord. Zij laten zien dat zij geen slaven meer zijn.Vrije mensen kunnen vragen stellen.
Wij kunnen op zoek gaan naar antwoorden.
Wij zijn vrij om de feestdagen van ons volk te vieren.

Dit zijn de vier vragen, eigenlijk vijf vragen, maar de eerste vraag is een beginvraag:



Dat is de beginvraag in hebreeuwse letters. Je spreekt het zo uit:
Ma
nisjtana halajla hazè mikol haleelot

In het Nederlands betekent dat:
Wat
is het verschil tussen deze avond en alle andere avonden?
De eerste vraag:

 

zo spreek je het uit:
Sjèbechol haleelot anoe ochlien chameets oematsa, halajla hazè koelo matsa.

Het betekent:
Op alle avonden eten we brood met gist en brood zonder gist. waarom vanavond alleen brood zonder gist?

Sjèbechol haleelot anoe sje'ar jerakot, halajla hazè maror

Alle andere avonden eten we allerlei groenten, waarom vanavond bitter kruid?

Sjèbechol haleelot een anoe matbielien afieloe pa'am èchat, halajla hazè sjtee fe'amiem

Alle andere avonden dopen we niet in, zelfs niet een keer, waarom dopen we vanavond twee maal in?

Sjèbechol haleelot anoe ochlien been josjwien joeween mesoebien, halajla hazè koelanoe mesoebien

Alle andere avonden eten we rechtop zittend of leunend, waarom leunen we vanavond allemaal?

 

 

Lesidee 1:

Leer de kinderen in de klas het liedje van de vragen. De melodie is op elke Israelische CD terug te vinden.

 

Lesidee 2:

Vragen staat vrij
Wat zou jij tijdens de seder willen vragen?
Denk eens aan de dingen die wij eten, het verhaal dat wij vertellen en alles wat wij op Pesach doen.Schrijf nog eens vier vragen op waar jij antwoord op wilt hebben.

 

Lesidee 3:

De joden hadden weinig tijd om broden te maken. Het brood kon niet meer rijzen vandaar ook dat we nu ieder jaar matzes eten. Matzes zijn eigenlijk niet meer dan brood dat geen gist bevat. Maak met je klas ook een aantal Matzes.

 

Lesidee 4:

Je kunt nog veel meer maken van Matzes hieronder vind je een lekker recept Misschien kun je deze ook eens maken. Doe dit dan wel van bestaande matzes. Dit is echt heerlijk!!!!

 

Gremslich ( Gremsjeliesj )

Ingrediënten:
-
6 matzes
- Matzemeel
- 3 eieren
- 150 gr. witte suiker
- 100 gr. rozijnen (geweekt)
- 100 gr. gesnipperde amandelen
- mespunt kaneel
- citroenrasp
- boter

Bereidingswijze:
Matzes
breken, in een vergiet doen en overgieten met water. Klop de eieren los met de suiker en de kaneel. Voeg aan dit mengsel de uitgelekte matzes, de rozijnen, de amandelen en de citroenrasp toe. Maak van het mengsel platte koekjes van ongeveer 2 cm dikte en paneer ze met matzemeel. In ruim boter aan beide kanten bakken.

 

Lesidee 5:

Ga eens op bezoek bij de Matsefabriek. Bekijk de bereidingswijze. Je vindt een grote fabriek in Enschede Hollandia matzes.

 

 

Blijf bij Mij, blijf bij jezelf

Toelichting bij 'Tien lessen'

 

Soms spelen ouders de hele dag politieagent. 'Niet aankomen! Dat moet je niet in je mond stoppen. Je mag dat niet zomaar afpakken. Bij me blijven!'

Grenzen aangeven, heet dat in de opvoedkunde.

Je moet een kind bijbrengen wat wel en niet kan. Als het goed is, doe je dat niet om het kind dwars te zitten, omdat het je goed uitkomt of omdat het nu eenmaal zo hoort. Je doet het met het oog op het kind, zodat het veilig en vrolijk opgroeit binnen de grenzen van de regels. Zodat het later weet wat recht en wat slecht is, en als zelfstandig, verantwoordelijk mens kan functioneren.

Zo zijn ook de tien geboden bedoeld, als leefregels die grenzen aangeven. In de bijbel worden ze de tien woorden genoemd. Woord betekent in het Hebreeuws ook 'daad'. Het is de bedoeling dat deze woorden in daden worden omgezet. Dan vormen ze een ruimte waarbinnen mens en met verantwoordelijkheid en in vrijheid kunnen leven.

De eerste vijf woorden hebben vooral betrekking op het leven met God. Hij heeft het volk bevrijd om in vrijheid te leven. 'Blijf bij Mij’ zegt God.

'Blijf bij je bevrijder. Pas op dat je je niet weer onvrij laat maken, dat is afgoderij. Verbind mijn Naam niet met wat niet bij Mij hoort. Houd een dag vrij om bij Mij en je bevrijding stil te staan. Denk eraan dat je ouders jou het leven in vrijheid hebben doorgegeven.'

De tweede vijf woorden gaan over het leven van mens en met elkaar. Neem niet wat niet van jou is. Niet het leven van een ander, niet de partner van een ander, niet het bezit van een ander. Neem geen woorden in je mond die niet van jou zijn. Verlang niet naar wat niet van jou is. Blijf bij jezelf.

De tien woorden zijn door God gegeven en door het volk aanvaard. 'We zullen ze bewaren door ze te doen: zeggen de Israelieten. Zo wordt een verbond gesloten tussen God en Zijn mensen. Het volk Israël mag alles van God verwachten. In de tien woorden zegt God wat Hij van zijn volk verwacht.

 

 

 

 

Tien lessen

 

In de woestijn ligt de berg Sinaï. De berg is zo hoog dat de wolken er graag omheen hangen. Ook God is er graag, want onder aan de berg woont Zijn volk. Honderden tenten staan bij de berg. Tussen de tenten is het druk. Overal zijn mensen. Kinderen spelen tikkertje. Of diefje-met-verlos of een ander spelletje waar je hard bij moet schreeuwen. Maar als je goed luistert, hoor je ook grote mensen schreeuwen. Ze hebben ruzie. Elke dag wel een paar keer. Over water of over gras. 'Nee, vandaag gaan mijn geiten grazen bij de Bultrots; schreeuwt de een tegen de ander. De mensen maken niet alleen ruzie, ze roddelen ook. 'Heb je de buurvrouw gezien?' zegt de een tegen de ander. 'Ze heeft haar oorbellen in. Die denkt zeker dat ze hier de dure dame is! Ha, ha, ze mag wel oppassen voor de kraaien. Dat zijn echte oorbellendieven’ ‘s Morgens vroeg staat er voor de tent van Mozes al een lange rij mensen. Dat zijn ruziemakers die willen weten wie er gelijk heeft. De hele dag is Mozes ermee bezig. Dan zegt de ene: 'Mozes, gisteren heeft mijn buurman mij voor schele schapenkop uitgescholden.''Maar hij heeft mijn bijl geleend en nu wil hij hem niet teruggeven!' roept de ander. 's Avonds klimt Mozes de berg op, om bij God uit te huilen. 'Stapelgek word ik ervan;’ roept Mozes. 'Toen de mensen nog in het land Egypte woonden, waren ze ongelukkig. Altijd moesten ze bang zijn voor de farao en voor de opzichters met de zwepen. Nu zijn ze eindelijk weggelopen en hoeven ze niet meer naar de farao te luisteren, maar ze zijn nog steeds ongelukkig.' God luistert naar Mozes. Hij zegt: 'Het komt omdat de mensen niet hebben geleerd hoe ze met elkaar moeten samenwonen. Ze kunnen alleen maar jaknikken of ruzie maken. Ga naar beneden en kom over drie dagen weer bij Mij terug. Dan zal lk vertellen hoe de mensen bij elkaar kunnen wonen zonder ruzie te maken.'

Drie dagen later staan Mozes en het hele volk beneden bij de berg. Ze hebben hun beste kleren aan. Opeens daalt er een grote donkere wolk neer op de berg. De bliksem flitst. Over de kale woestijn rolt de donder. Kleine kinderen pakken hun ouders vast. Van boven de berg klinkt het geschetter van trompetten. Trommels slaan. Totdat het stil wordt. Helemaal stil.

'Mozes kom boven’ klinkt een stem. Mozes klimt de berg op. Als hij boven is, zegt God: 'Om met elkaar samen te wonen, moet je eerst deze dingen leren:

Les 1: Ik heb jullie bevrijd van de farao en de opzichters met de zwepen. Vergeet dat nooit.

Les 2: Ga niet zoeken naar een andere God. Want Ik ben jullie God.

Les 3: Als je met een hamer op je vinger slaat, roep dan niet dat Ik het heb gedaan. Want Ik heb daar niets mee te maken.

Les 4: Een dag in de week ben je vrij. Jij bent vrij, je knechten zijn vrij, en je ezel is vrij. Gooi op die dag al je knechterigheid in de vuilnisbak.

Les 5: Wees aardig voor je ouders. Ook als ze oud worden en niet meer voor zichzelf

kunnen zorgen.

Les 6: Sla geen andere mensen dood.

Les 7: Hou van de mensen om je heen en laat ze niet in de steek.

Les 8: Steel niets.

Les 9: Klik niet.

Les 10:Kijk niet de hele tijd of iemand anders iets meer krijgt dan jij.

Dit zijn de tien lessen die je het volk moet leren!'

Mozes bedankt God. Hij daalt de berg af. Vertelt het volk van de tien lessen. De mensen kijken elkaar aan. Ze knikken. 'Zo zit dus; zeggen ze tegen elkaar

 

 

 

 
 
Lesideeën bij het verhaal: Tien lessen

Lesidee 1:

Praat met de tien geboden. Zijn dit rare geboden en verboden of doe je deze nog steeds vandaag de dag. Veel geboden en verboden zijn nu normen en waarden die veel mensen belangrijk vinden. Vind jij dit ook belangrijk? Bespreek dit eens in de klas.

 

Lesidee 2:

Maak zelf twee stenen tafelen van papier en schrijf hierop eens jouw eigen Tien geboden.

 

 

 

Een land om in te leven

Toelichting bij 'Streng verboden voor farao's'

 

Oost west, thuis best. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Deze spreekwoorden veronderstellen een 'thuis'. Een eigen plek om te wonen, om vanuit te leven, om steeds weer naar terug te keren. Als die plek er niet is, ben je ontheemd. Dat is geen goed gevoel. Je voelt je nergens thuis.

 

Het volk Israel woont in de woestijn. Maar daar is het niet thuis, het kan er aIle en zandkastelen en luchtkastelen bouwen. De woestijn staat voor niemandsland. Het is geen plek om permanent te wonen, al zijn er ook goede dingen gebeurd. Na de bevrijding uit de slavernij in Egypte is God met zijn volk meegegaan. In de woestijn zijn de tien woorden gegeven, en op beslissende momenten bleek dat God erbij was, zoals Hij beloofde.

 

God beloofde ook een land. Die belofte aan het nageslacht van Abraham en Sara gaat nu in vervuIling. Het volk Israel krijgt een eigen plek, een land om in te wonen. Het is een plaats waar het volk in praktijk kan brengen wat het in de woestijn heeft geleerd. De regels om met God en met mensen samen te leven, vormen de basis van het verblijf in het Beloofde Land. Daarom is het er streng verboden voor alles wat met onrecht te maken heeft, in het bijzonder voor farao's.

De uittocht is beschreven als een wonder, de intocht is dat ook. God zelf geeft het land aan Zijn volk en leidt het er binnen. Daarover vertelt het verhaal van de wonderlijke doortocht door de Jordaan. De gang van de natuur wordt onderbroken, het water dat altijd maar doorstroomt, blijft staan. Het betekent: niet ook eigen kracht zijn de Israëlieten bevrijd, niet door eigen kracht komen ze in het Beloofde Land. Nooit zullen ze kunnen zeggen: 'Het is van ons.'

 

Streng verboden

In de woestijn, vlak bij de grijze rotsen, staan honderden tenten. Het zijn de tenten van het volk dat met Mozes is weggelopen uit Egypte. De kinderen die vroeger in Egypte zijn geboren, zijn groot geworden. Nu zijn er andere kleine kinderen. Achter de tenten zijn ze aan het spelen. Ze roetsjen op hun billen van de zandheuvel. Of ze crossen, als hun ouders niet kijken, met de kamelen. Omdat er in de woestijn zoveel zand is, bouwen ze heel vaak grote zandpaleizen. Dat is moeilijk, want er is maar weinig water in de woestijn. En een goed zandkasteel moet lekker nat zijn. Anders valt het zo uit elkaar. Vandaag doen ze een wedstrijd; wie net mooiste zandpaleis bouwt. Eerste prijs: een schep, tweede prijs: een vliegenmepper. Als alle zandpaleizen klaar zijn, roepen de kinderen hun ouders erbij. 'Jullie moeten zeggen welk paleis het meest lijkt op het paleis van koning farao,' zeggen ze.hun ouders schudden hun hoofd. Ze brommen 'Jullie maken er maar een grapje van. De farao was helemaal niet grappig. Dat was een akelige, wrede koning.'

‘Vertel nog eens,' roepen de kinderen. En hun ouders vertellen. Hoe akelig de Farao was. Hoe hard de opzichters met hun zweep sloegen. De kinderen luisteren zonder wat te zeggen. Ze willen het verhaal wel elke dag horen, zo goed is het.

'En toen zijn jullie toch weggelopen?' zeggen de kinderen. 'Ja, toen zijn we weggelopen! Samen met Mozes en samen met God.' De kinderen zuchten. Dat was nog eens spannend. Veel spannender dan crossen op een kameel. 'En toen heeft God jullie toch een land beloofd?' zeggen ze. 'Dat is zo.' 'En beloofd is beloofd.' De ouders knikken.

Op een dag is het zover. Overal tussen de tenten roepen mensen: 'We gaan weg. Trek je beste kleren aan. En jij, jij maakt brood klaar voor onderweg.'

Ze laden de ezels en kamelen op en brengen de schapen en geiten bij elkaar. In een lange rij beginnen ze te lopen. Naar het Beloofde Land. De kinderen dansen, hollen en springen naast de rij. In de verte glimt een rivier. De mensen wijzen. 'Daar, aan de overkant is het!' Maar hoe moeten ze naar de overkant? De             lange rij staat stil voor het water. Vooraan staan de mensen die kunnen zwemmen. Ze steken hun voet in het water. Dan stopt de rivier met stromen. Het water blijft aan een kant staan. 'Moet je kijken! Moet je kijken!' Waar eerst water was, is het nu droog.

De mensen lachen en zingen. Een lied voor God, Om Hem te bedanken. Ze zingen: 'Lang zal Hij leven.' En wel zeven keer 'In de Gloria.' Zo blij zijn ze. Ze steken de rivier over en pas als iedereen aan de overkant is, stroomt het water weer verder, zoals het altijd al deed.

De mensen lopen het Beloofde Land in. Tot ze een plek vinden om hun tenten op te zetten.

In een van die tenten woont een meisje. Ze zegt tegen haar moeder: 'Ik wil zo graag een eigen boom hebben?' 'Hoezo een eigen boom?' vraagt haar moeder.

'Nou gewoon, ik wil zo graag een eigen boom hebben. Een boom die alleen van mij is. Ik wil er een hut in bouwen, waar niemand mag komen.'

Haar moeder denkt na. 'De bomen zijn niet van ons. Die horen bij de aarde; zegt ze. Je mag ze wel gebruiken. Maar je mag ze niet hebben.' 'Mag het nu of mag het niet?' vraagt het meisje ongeduldig. 'Ja,' zegt haar moeder. 'Het mag. Je mag een plek maken voor jezelf in een boom. Maar je mag nooit zeggen: "Het is mijn boom:' Begrijp je?' 'Ik begrijp het best,' zegt het meisje.

De volgende dag bouwt ze een hut in een boom. Elke middag klimt ze naar boven. Ze kijkt over het veld. Tot de zon ondergaat. Op een dag, als ze weer naar boven klimt, heeft ze een bordje onder haar arm. Ze maakt het met een touwtje vast aan de hut. Op het bordje staat: 'MIJN PLEK, streng verboden voor farao's.'

 

 

 

 

 

 

 

Lesideeën bij het verhaal: Streng verboden voor Farao’s

 

Lesidee 1:

De joden moesten heel snel Egypte verlaten. Binnen een nacht moesten ze het land verlaten. Dit zien we vaker in de geschiedenis gebeuren dat mensen een land zo snel mogelijk moeten verlaten. Misschien heb je wel kinderen in de klas die zo iets hebben meegemaakt. Praat eens over hun ervaringen.

 

Lesidee 2:

Probeer je eens in te leven dat je z.s.m. uit een land moet vluchten. Je hebt maar één koffer. Wat neem je allemaal mee? Wat laat je allemaal achter? Wat zal je het meeste missen?

Beschrijf dit eens in een verslag.

 

Lesidee 3:

De joden zeggen dat Israël hun land is dat door God is beloofd ten tijden van Avraham. Teken eens jouw ideale land of je eigen plekje. Misschien heb je wel een hut of kamer waar je al je geheime spullen bewaard dan mag je deze ook tekenen.

 

Je kent nu het hele verhaal van de Uittocht van Egypte en het verhaal van Mozes.

Er zijn tal van films die je kunt bekijken over het verhaal van Mozes. Hieronder vind je een lijstje met suggesties:

 

Mozes

Ten commanments

The Prince of Egypt

 

Nog leuker is het om het verhaal van Mozes na te spelen of met schimmen te spelen.

 

 

 

Extra lesideeën bij Pesach en Mozes en de uittocht uit Egypte.

 

 

 

Een Pesach maaltijd is een bijna onmisbaar element als je gaat vertellen over de uittocht uit Egypte. Wanneer je gaat vertellen over de Uittocht en je vertelt over Mozes die met de farao onderhandelde en je verteld hoe de tien plagen de Egyptenaren troffen is het een bijna niet mogelijk om niet te vertellen over de ‘Matse’ die werden gebakken en  het lam dat werd geslacht. De laatste avond in Egypte was een begin van een einde én een einde van een begin. Op die laatste avond werd de deur gesloten en ging de dood aan hen voorbij. Op deze avond vond de laatste plaag, de laatste waarschuwing, plaats. Het begin van het einde, de Egyptenaren lieten de Joden, de Hebreeën gaan. Dit zou het einde betekenen van de slavernij. Maar het zou nog veertig jaren duren voor ze in vrijheid konden leven in Egypte. Het einde van het begin, de eerste stap naar de vrijheid werd gezet nu de Farao eindelijk opgaf. Hij liet ze gaan. Deze eerste stap betekende een verlossing van Jarenlange onderdrukking. Het zou alleen nog een enorme beproeving worden.

Wanneer je dus een les geeft over de uittocht uit Egypte is het een goed idee om dat aan de hand van de Pesach maaltijd te doen. Bereid de maaltijd voor en vertel het verhaal, net zoals dat gebeurt tijdens een echt Pesach maaltijd. Laat een kind de vragen stellen, waarom deze maaltijd? Waarom deze tafel en op deze manier gedekt? Dan kun je het verhaal vertellen. Je kunt de maaltijd goed gebruiken als leidraad. Je legt de verschillende voorwerpen (gerechten) op tafel uit aan de hand van het verhaal. Zo leren de kinderen iets van het Joodse geloof en tegelijkertijd leren ze het verhaal van de uittocht.

Zo vertelde de vader van Rabbi David Hartman, “eat history, my son”, terwijl hij hem bij het begin van het seidermaal het eerste stuk matse aanreikte. Eet geschiedenis, laat het verhaal zo in je vlees en je botten en je ziel gaan zitten dat je weet: Dit is ook mijn verhaal.

Wanneer je samen met kinderen deze maaltijd nuttigt en het verhaal verteld is het misschien niet ons verhaal, maar we kunnen hem misschien wel leren begrijpen. We kunnen er naar luisteren en het verhaal doorvertellen. Vrijheid van onderdrukking, jawel, maar vrijheid waartoe? De Hagada geeft er antwoord op. Eat history, my son, word één met het verhaal, het verhaal van het volk van Israël, leer het uit de Tora, leer het uit de verhalen waarin generatie na generatie dat eerste verhaal in haar eigen dagen tot leven gebracht zag. Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? laat de Hagada het jongste kind aan de Seidertafel zingen. Zo worden de aanzittende van de tafel geprikkeld tot identificatie met het verhaal; en wat prikkelt daartoe meer dan het oproepen van vragen! Onvermijdelijk rijst dan ook de vraag: ‘Is het echt allemaal zo gebeurd als het er staat? Van de rivier die bloed werd, van… van… van…? Al die wonderen zijn die echt gebeurd? De leider van de Seiderviering geeft antwoord en het eenvoudigste is: ja zo is het gebeurt, zo hebben de mensen die het meemaakten het beleefd. Het objectieve historische feit is de betekenis die het volk aan de uittocht gehecht heeft. Het gaat er dus niet om hoe de rode zee droogviel, of het nu een natuurverschijnsel was of niet. Zoals Rosj chodesj Chesjwan schreef in een brief aan de lezers van Tenachon over feesten: “Wat als een wonder is beleefd moet als wonder worden verteld en doorverteld...”

De Pesach maaltijd is een goed begin of een goede afsluiting (samenvatting) voor een project over Mozes en de uittocht. Vertel het verhaal beantwoord de vragen.

 

 

Achtergrondinformatie

De gebruiken bij Pesach

 

Pesach is voor de Joden het feest van de herinnering aan de uittocht uit Egypte, en dus de dag van de verkondiging van de vrijheid. Er wordt van gezegd: je moet het feest vieren alsof jij het bent, die uit Egypte bevrijd werd.

 

De voorbereiding op de seidermaaltijd

AI weken voor Pesach begint de grote schoonmaak, waarbij elke plek waar brood- of koekkruimels te vinden kunnen zijn, drastisch worden gereinigd. Als deze schoonmaak: voorbij is, wordt het huis voor acht dagen een ander huis'. Er wordt een ander servies gebruikt, men eet speciaal onder rabbinaal toezicht bereide levensmiddelen, waarvan vast staat, dat er zich niets wat 'gezuurd' is in bevindt.

De seideravond is het begin van de viering. De seidermaaltijd is een maaltijd vol symbool en die herinneren aan de uittocht van het joodse volk uit Egypte.

 

De kinderen en de seider

De seidermaaltijd is een heel gezellige maaltijd, waarin de kinderen een belangrijke rol hebben. Zij staan in het centrum van de aandacht. Zo worden kinderen meegenomen in de stroom van Gods geschiedenis met Zijn volk. Het woord 'seider' betekent orde, in de zin van volgorde. Het gehele ritueel van seideravond is voorgeschreven. Het vertellen van het verhaal van de uittocht uit Egypte is opdracht. De gerechten op de seiderschotel zijn symbolen van dit verhaal.

Alles wat op de seiderschotel staat en alles wat er die avond gebeurt, heeft maar een doel: om de kinderen ertoe te brengen om te 'vragen'. De seidermaaltijd is zo anders dan andere maaltijden dat het kind wel tot vragen moet komen. Het jongste kind stelt een aantal vragen. De zinnen worden in het Hebreeuws gezegd en vertaald in het Nederlands:

* Waarom is deze avond anders dan aIle andere avonden?

* Waarom eten we deze avond ongezuurd brood?

* Waarom eten we bittere kruiden vanavond?

* Waarom dopen we vanavond twee keer onze kruiden in zout?

* Waarom liggen we vanavond allemaal aan?              .

Deze vragen stellen is voor het kind een grote gebeurtenis. Met veel zorg zijn de vragen inge­studeerd. De antwoorden op de vragen van het jongste kind staan in het kader van wat in de Thora geschreven staat: "Slaven waren wij in Egypte en Hij, de Eeuwige, heeft ons bevrijd." Het verhaal van de uittocht uit Egypte wordt voorgelezen uit de Haggada (letterlijk: het ver­haal), een in joodse kring veel gebruikt en eeuwenoud boekje, waarin de volgorde van de seidermaaltijd beschreven staat, inclusief de teksten, liederen en gebeden.

 

 

Het begin van de seidermaaltijd.

Na de dienst in de synagoge zet men zich thuis aan de feestelijk gedekte tafel.

Het hoofd van het gezin spreekt een lofzegging uit. Het eerste glas wijn wordt gedronken. Men noemt dit de vrijheidsdronk. Deze herinnert aan het feit dat de joden nu geen slaven meer zijn, maar vrije mensen. Daarmee hangt ook samen dat men aan tafel een enigszins liggende houding aanneemt en daarbij steunt op de linkerarm. Vroeger mochten alleen vrije mensen aan de maaltijd aanliggen. Degenen die aan de maaltijd en aan de ereceremonie van de avond

 

1 In Nederland vieren lang niet alle joden de seidermaaltijd thuis. Vanwege het belang dat men hecht aan een juiste manier van seidervieren, met name aan het zingend reciteren van de teksten, verzamelt men zich op plaatsen waar gezamenlijk de seideravond gevierd kan worden o.l.v. iemand die meer vertrouwd is met de Haggada (de seiderliturgie).deelnemen, zitten daar als symbolische dragers van de vrijheid.

 

 

 

De sederschotel

Op de tafel staat een schotel, die in vijf of zes vakken is verdeeld en waarop de symbolen liggen waar het deze avond om gaat: een geroosterd lamsboutje, een gekookt ei, een mierikswortel, wat zout water, wat lentegroente (radijs en peterselie) en charoset (een mengsel van zoete appelen, amandelen, rozijnen, kaneel, suiker en wat wijn). Drie matzes liggen onder of in de buurt van deze schotel. De vier bekers wijn die op de avond worden gedronken zijn een herinnering aan de vier uitdrukkingen, waarin de uittocht werd aangekondigd. De uitdrukkingen waar het om gaat, zijn die in Exodus 6 vers 6 en 7: "Ik zal uitvoeren, Ik zal redden, Ik zal verlossen en Ik zal nemen. " Ook staat er nog een vijfde, wat grotere beker op tafel: "de beker voor Elia de profeet".

De gerechten die op de seiderschotel liggen, hebben een speciale betekenis.

- matzes, het ongezuurde brood; dit zijn platte koeken, zonder gist bereid; de matzes herinneren aan de nacht van de uittocht uit Egypte, toen alles in grote haast moest worden klaargemaakt en er geen tijd was het deeg voor het brood te laten rijzen.

- een geroosterd lamsboutje; een zichtbare herinnering aan die verschrikkelijke nacht waarin de doodsengel de huizen van Israël voorbij ging, omdat daar het bloed van het lam aan de deurpost was gesmeerd.

- groenten (radijs en peterselie); een herinnering aan de maaltijd in de oudheid, waarbij verse groenten beschouwd werden als een bijzondere, grote luxe; in latere tijd beeft men de groenten ook gezien als dankbaarheid voor de oogst; er wordt ook de lofzegging bij uitgesproken, waarin God gehuldigd wordt als Schepper van de vruchten van de aarde; de groenten worden gedompeld in:

  • zout water, dat door sommige Joden aIs symbool van de tranen wordt gezien.
  • de mierikswortel (meer scherp dan bitter); een herinnering aan het bittere leed dat Israel in Egypte te verduren had.
  • charoset; waarschijnlijk oorspronkelijk een verzachting van het bittere kruid; het mengsel beeft de kIeur van leem dat door de slaven gebruikt werd om stenen te maken.
  • het ei; symbool van het offer dat gebracht werd in de Tempel; ook het beeld van het altijd bewaren van de hoop, de eeuwige cirkelgang van het leven. Het ei is ook een teken van rouw.

 

 

De afikoman

Bij het begin van de maaltijd wordt een stukje van een van de matzes afgebroken en bewaard in de kussens van de stoel waarop degene zit die de Seider leidt (meestal de vader). Dit stukje matze wordt de afikoman genoemd. Het bewaren van dit stukje matze is een spel geworden tussen de vader en de kinderen. De kinderen nemen het weg. Wanneer de vader het, voor het verrichten van het dankgebed na de maaltijd, weer nodig heeft, kan hij het niet vinden en hij krijgt het alleen terug wanneer hij een cadeautje geeft.

 

De profeet Elia

Nog een gebruik noemen we hier. De heer des huizes, of soms een van de kinderen opent voor het begin van het tweede deel van de seidermaaltijd de deur. Oorspronkelijk was het openen van de deur het symbool van het vertrouwen in het komen van de bevrijding. Nu is er een samensmelting van het openen van de deur en de beker wijn voor Elia: "Men schenkt een beker in ter ere van EIia, de profeet en men opent de deur, opdat hij binnen moge treden en van zijn beker drinken. "

De afsluiting van de seidermaaltijd

Tijdens de maaltijd zingt men liederen en spreekt men de wens uit: "Volgend jaar in Jeruzalem." Ook hieruit blijkt dat de seidermaaltijd geheel in het teken staat van de gedachte aan de komende bevrijding.

 

De betekenis van het feest

'Gedenk deze dag waarop jullie uit Egypte trekken uit het slavenhuis, want met sterke hand voert de Eeuwige jullie van hier weg, daarom mag er niets gezuurde gegeten worden' (Ex. 13:3).

 

Pesach is het feest waarop bevrijding op drie niveaus centraal staat:

1. de historische bevrijding van het joodse volk uit Egypte

2. de verlossing uit de greep van de winter (het is dus een echt lentefeest), en

3. het achter je laten van afgoderij en verslaving.

Deze drie thema's zijn nauw met elkaar verweven; in alle drie komt de samenwerking tussen mens en God tot uiting. Omdat Israël bereid is zich in Egypte en in de woestijn aan de ontberingen bloot te stellen, brengt God het volk naar Sinai en sluit hij een verbond met het volk: daarmee wordt het joodse volk geboren.

Vervolgens markeert Pesach de lenteoogst: de mens zaait en God zorgt voor regen en de groei van het gewas.

Tenslotte: vrijheid komt pas tot stand wanneer de mens telkens opnieuw weer bereid is het stof van zich af te schudden en zich in te stellen op het bevrijdende inzicht van de goddelijke aanwezigheid.

 

Pesach is daarmee het feest van de overgang van donker naar licht, een nieuw begin. Elk jaar opnieuw houdt dat licht een keuze, een belofte in.

 

1. De historische bevrijding van bet joodse volk niet Egypte.

Over deze historische bevrijding van het volk Israël uit Egypte is in het boek Exodus (Uittocht) natuurlijk veel te lezen. Toch is het bijbelse verhaal geen feitelijk verslag. In de bijbel zelf en in het latere jodendom is het verhaal van de uittocht uit zijn puur historische context gelicht, en ontstond het inzicht dat het gegeven van bevrijding deel uit maakt van een voortdurende ervaring. Daarbij zijn niet alleen de oorspronkelijke ooggetuigen betrokken, maar iedereen in verleden, heden en toekomst. "Pesach kan, elk jaar opnieuw, het feest van onze bevrijding zijn.

2. De verlossing niet de greep van de winter.

Het Pesach-feest is het resultaat van een lange ontwikkeling. In die ontwikkeling krijgt een algemeen gangbaar lentefeest geleidelijk een joodse inhoud kreeg. In het twaalfde hoofdstuk van Exodus werd beschreven hoe het gewoonte was, bij volle maan in de eerste lentemaand een lammetje te slachten. Het werd gegeten tijdens een maaltijd die de mensen met elkaar deelden. Het werd gegeten met ongezuurde broden en bittere kruiden. Bloed van het lam werd aan de deurposten aangebracht en de maaltijd werd in de haast gegeten.

 

De achtergrond van dit gebruik is om aan het begin van een nieuw landbouwjaar een band te smeden door als 'compagnons' samen brood te eten. (Compagnons betekent letterlijk: hij die samen brood eet). Uit voorzorg voor het prille, nog te beginnen nieuwe leven, wordt al het oude, kunstmatig gezuurde, van tevoren in een voorjaarsschoonmaak verwijderd. De ingewanden worden gezuiverd met bittere kruiden. Door het maken van een uitwendig teken identificeert men zich uitdrukkelijk als groep naar buiten, en weert eventuele gevaren af:

De eerstgeborenen vasten tenslotte.

De uittocht uit Egypte overlapt dit voorjaarsfeest. De ongezuurde broden (matsot) herinneren nu aan de haast waarmee de joden Egypte moesten verlaten (Ex. 12: 39). Bittere kruiden (maror) roepen de bittere smaak op de slavernij (Ex. 1: 4).

Bloed wordt aan de deuren gesmeerd opdat God de huizen van de joden tijdens de laatste plaag kon overslaan (Ex. 12: 27. Pesach betekent overslaan). Bestaande symbolen krijgen zo een nieuwe, joodse inhoud.

3. Het achter je laten van afgoderij en verslaving.

De vorm van de huidige, huiselijke viering doet denken aan de Grieks-Romeinse banketten, waarbij gasten aanliggend over een thema discussieerden onder het genot van voedsel en drank. Dit vormde het model van wat nu bekend is als seider, de orde van de dienst op de beide eerste avonden van het Pesach feest.

 

De persoonlijke identificatie met het thema 'bevrijding', staat centraal tijdens de vertelling, haggada, vervat in een boekje met dezelfde naam. Als symbool voor de vrijheid leunen de deelnemers tijdens de maaltijd.

 

De vier bekers wijn die ingeschonken worden zijn symbolisch voor de vier woorden van bevrijding in Ex. 6: 6 -7: 'uitleiden', 'redden', 'verlossen' en 'nemen'.

 

De maaltijd begint met de vragen van de jongste aanwezige. Deze vragen worden beantwoord met een korte uiteenzetting over de aard van slavernij, lichamelijk zowel als geestelijk, en een lopend commentaar op Deuteronomium 26: 5 - 8.

 

Pesach duurt zeven dagen. De eerste dag en de laatste dag zijn feestdagen waarop een werkverbod geldt. Orthodoxe joden buiten Israël (in de Diaspora) vieren acht dagen, waarbij de eerste en de laatste twee dagen feestdagen zijn. Het Pesach feest groeit nog steeds. Jaarlijks verschijnen nieuwe boekjes, uitgebreid met liederen en verhalen, die de actualiteit van bevrijding toen en nu onderstrepen. Immers, dat is het motto van de haggada: 'in elke generatie moet ieder zich voorstellen alsof hij zelf uit Egypte is gekomen'.

De haggada is het draaiboek van een levende ervaring. Vertellen en zingen, vragen en antwoorden, eten en drinken brengen de persoonlijke identificatie tot stand. Deelnemers worden zich bewust van slavernij en vrijheid, van wat bereikt is en wat nog komen moet. Die wens, vrede voor de gehele mensheid, verwoordt de haggada in het lied: 'volgend jaar in Jeruzalem', waarbij Jeruzalem de zetel van toekomstige vrede en rechtvaardigheid is.

 

 

 home