|
De Grote Feesten
|
![]() |
|||||||||
|
door
Esther & Susanne L2
H-Ka-1/alk/2001/2 Twee
zaken zijn gekoppeld: de grote christelijke feesten en het bijbels koningschap.
Luistert dat dan allemaal naar elkaar? Kerstmis
en Pasen beter bekeken Kerstmis
en Pasen behoren tot de grote familie van feestdagen binnen christelijke
kerken van Oost en West. Zoals de kerken van Oost en West eigenlijk
bij elkaar, zo ook Kerstmis en Pasen. Ze zijn broers en zussen van elkaar.
Ze leven naast en met elkaar. Deze twee speciale feestdagen zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. De
analyse Kerstmis
en Pasen willen we een beetje analyseren. Daartoe leggen we ze eerst
een beetje uit en daarna naast elkaar. De overeenkomsten en verschillen
worden dan zichtbaar. Kijken
we eerst naar wat er allemaal gebeurt rond Kerstmis en Pasen.
s In diezelfde week, op donderdagavond, vindt het zogenaamde laatste avondmaal plaats. Jezus viert met zijn leerlingen Pasen. Ze houden samen een maaltijd. Hij deelde met het brood en reikt hun de beker met wijn. Hij zegt ook dat een van zijn leerlingen, zijn vrienden hem zal gaan overleveren, verraden. De haan zal drie maal kraaien. s
Op Goede Vrijdag wordt
de dood van Jezus. Als een misdadiger hebben ze hem opgehangen en vastgespijkerd
aan een kruis. Het wordt een lange lijdensweg naar Golgotha. Daar wordt
hij terechtgesteld met twee criminelen. s
De zaterdag voor Pasen
is de laatste dag van de veertig dagen tijd, ook wel de vastentijd genaamd.
Stille zaterdag. Het is nog een droeve dag totdat het dan werkelijk
Pasen wordt. s
Pasen, het feest van vrijheid
en bevrijding. Jezus Christus is uit de dood verrezen. De vrouwen gaan
naar het graf en vinden enkel een aantal doeken. Een engel vraagt hen:
‘Waarom zoekt gij de levenden onder de doden’. Christus is opgestaan.
Gaan
we nu op dezelfde manier naar Kerstmis kijken. s
Ook dit feest heeft een
voorbereidingstijd. De periode begint vier zondagen voor kerstmis. Die
vier weken heet: de advent. Het woord betekent "het dichterbij
komen". Het is net als de veertigdagentijd voor Pasen een tijd
van voorbereiding en waakzaamheid. Nog is het niet zover maar het is
een aankondiging van wat gaat komen. Het begin van de advent markeert
tegelijk het begin van het christelijk jaar. Het begin. s
De weg naar en tijdens
kerstmis is ook de weg die Jozef en Maria aflegden. Eerst moesten ze
naar Bethlehem omdat ze in de belastingregisters van de Romeinse autoriteit
moesten worden ingeschreven. Daarna moesten ze vluchten voor Herodes
die namens de Romeinen voor koning mocht spelen in Jerusalem. Hij vreesde
concurrentie en liet voor alle zekerheid, om zelf de baas te blijven,
alle jongetjes vermoorden – zoals indertijd de koning,
de farao van Egypte. s
Tijdens de kerstnacht
wordt Jezus geboren. In een stal, onder de mensen en dieren. Het licht
van de ster wijst de wijzen uit het Oosten de weg naar de stal, de weg
naar een kind. Het zal de koning, worden, de bevrijder, de verlosser.
We leggen
deze twee verhalen over elkaar heen en zien het derde verhaal dat we missen. Het verhaal van ‘Wij waren slaven in
Egypte en Hij heeft ons bevrijd’. De uittocht uit Egypte. Het verhaal
begint met het bericht dat de farao geeft; alle Hebreeuws geboren jongens
moeten gedood worden. Dit doet de farao omdat hij denkt dat hij het
Hebreeuwse volk zo onder de duim kan houden. Wanneer het Hebreeuwse
volk te groot zou worden zouden ze meer macht kunnen krijgen en een
coupe tegen de farao kunnen plegen – vreest hij. Dit
aspect zien we ook terug in het Kerstverhaal. Koning Herodes doodt de
jongentjes om zo de Nieuwe Koning en Bevrijder tegen te houden. Ook
deze koning is bang dat hem de macht zou worden afgenomen. In beide
gevallen bevindt de verlosser zich onder de mensen. Christus wordt in
een stal geboren, onder de mensen en dieren. Mozes (de verlosser van
het Hebreeuwse volk) leeft ook onder de mensen, ondanks dat hij tot
het Egyptische hof behoort. Met de hulp van God wordt hem de weg gewezen
naar het veelbelovende land. De verlossing en bevrijding. De Joden
herdenken met Pesach de uittocht van Egypte. Met een speciale maaltijd
wordt elk aspect daarvan herdacht. De avond waarop deze maaltijd wordt
gehouden heet de Seider avond. Deze avond heeft alles te maken met het
feest van de bevrijding (alweer dat bevrijdingsaspect). Alles wat er
die avond wordt gegeten symboliek voor de bitterheid van de slavernij
en de zoetheid van verlossing. Ook de matzes, het brood van de ellende
worden getoond. Met
kerst wordt in eerste instantie de geboorte van Christus herdacht. De
wedergeboorte van Christus (de opstanding) met Pasen past hier ook precies
in. Nu komen we bij een speciaal punt. Vroeger werden op Paasnacht volwassen
mensen gedoopt. De doop betekent wedergeboorte. Zo werd Christus gedoopt
door Johannes in de Jordaan. Zo worden ook deze volwassenen gedoopt
met het levende water van de Heer. Wedergeboorte, vernieuwing, een nieuwe
start, een nieuwe kans. Dat is de grote overeenkomst tussen Pasen en
Kerst.
Lessuggesties m.b.t. Kerst en Pasen, voor
de midden- en bovenbouw Kerstmis Les
1: Levende kerststal maken Inleiding Als inleiding bespreek je natuurlijk het kerstverhaal met de kinderen. Houdt daarna een gesprek over hoe het er in die tijd uit zou hebben gezien. Vergelijk die tijd met die van ons. Wat zijn de verschillen en zijn er ook overeenkomsten? Kern Het allerleukste met Kerstmis is: zelf een levende kerststal maken. Dat maakt het echt tot een feest voor de kinderen. Dan staan ze zelf midden in het verhaal. Leg je de kinderen uit dat jullie voor bijvoorbeeld kerstavond op school, bij de ingang van de school een levende kerststal zullen presenteren. De kinderen en leerkrachten die de stal zullen passeren zullen zo helemaal in de kerststemming komen. Wat heb je nodig om een levende kerststal te maken? Alle figuren die in de kerststal thuishoren: Jozef, Maria, Jezus, Herders, Koningen, Engel, Schapen, Os, Ezel. Wat heb je nodig voor de stal zelf? Een simpel, door een handige moeder of vader in elkaar geflanste kerststal, Stro, Kribbe. Natuurlijk is het ook belangrijk dat de kinderen gepaste kleding gaan verzamelen om dan aan te doen. Lappen maken hier het feest. Nu is het nog zaak om te oefenen. Dat oefenen is er vooral voor dat de kinderen zich leren inbeelden in de rol die ze vervullen. Ook een generale repetitie is belangrijk. Afsluiting Natuurlijk moet het eerst uitgevoerd worden. Achteraf bespreek je tijdens het kerstdiner hoe de kinderen de kerststal ervaren hebben. Les
2: Een kerststal maken InleidingNet als bij les 1 kun je gaan inventariseren wat er allemaal nodig is voor de kerststal. Vervolgens bespreek je de werkvormen die je wilt gaan hanteren: - Knippen en plakken. - Timmeren (hout) - Stoffen bewerken. - enz. KernVervolgens geef je de kinderen de gelegenheid zo mogelijk zelf te kiezen welke werkvorm ze willen gaan doen. Het is uiteindelijk de bedoeling dat alle werkjes van de kinderen een kerstal zullen vormen. Het is handig als je voor deze rommelige les wat hulp kunt krijgen van een stagière of een assistent. Het is ook verdienstelijk om dit miniproject te verdelen over een aantal dagen. Wanneer alles af is gaan de kinderen stemmen welke figuren in de stal mogen. De andere overgebleven werkjes mogen de kinderen mee naar huis nemen. Zorg er wel voor dat er niet van een kind vijf werkjes in de stal staan. Zorg er wel voor dat er van ieder kind een werkje in de stal staat. AfsluitingBekijk samen het resultaat en bespreek het proces van het ontstaan, het opbouwen van de stal. Laat de stal ook tentoonstellen aan de ouders en andere leerkrachten. Pasen Les
1: Maak je eigen Seidermaaltijd InleidingBespreek het Joodse paasfeest. Lees de verhalen voor. Leg uit wat de Seider maaltijd is. Vraag de kinderen of zij zich kunnen verplaatsen in de mensen uit de verhalen. De angst, het verdriet. Waarom zouden ze nu nog, in deze tijd, die vroegere tijd herinneren doormiddel van een maaltijd? Kern In plaats van een paasontbijt op school kun je ook een echte Seidermaaltijd kunnen nabootsen. Wat heb je nodig voor een Seidermaatijd. Laat de kinderen dat onderzoeken in de bibliotheek of laat een gastspreker uitnodigen voor in de klas. Vervolgens ga je de recepten uitwerken. Laat een aantal kinderen boodschappen doen. Een andere groep kinderen kan de maaltijd gaan klaarmaken. weer een andere groep maakt de klas mooi. AfsluitingDe Afsluiting van dit miniproject is natuurlijk de maaltijd zelf. Omdat de maaltijd best sober is, kun je er ook voor zorgen dat de kinderen ook andere Joodse recepten uitwerken. (Houdt wel toezicht als de kinderen bezig zijn, of vraag een ouder) Lees ook de bijbehorende verhalen voor. Bespreek achteraf wat de kinderen er van vonden. Les
2: Een nieuwe begin InleidingPasen is de tijd van een nieuw begin. Licht waar duisternis is. Voor deze les gaan jullie waxinelicht glaasje maken. KernWat heb je nodig voor de glaasjes: -Een klein glazen potje waar een waxinelichtje in past. -Ecoline -Kranten -Kwasten Om te beginnen bedek je alle tafels met kranten. Vervolgens krijgt elk tafelgroepje een aantal kleuren in ecoline. Het is heel makkelijk. Je gaat het glaasje gewoon met ecoline kleur geven. Wanneer het glaasje af is moet je het goed laten drogen. Dat gaat vrij snel. AfsluitingTijdens het paasontbijt op school kunnen deze zelf gemaakt waxinelichtjes worden aangestoken.
Heb je dit jaar wat meer werk gemaakt van Kerstmis en Pasen, heb je de nadruk gelegd op vrijheid en bevrijding bijvoorbeeld als hoofdwerk van een koning – dan kun je na de kerst of na pasen, een beetje voortbordurend en doordenkend, heel geschikt bezig zijn met de verhalen over koningen. We nemen er een paar, geven onze accenten aan. Volgens ons is er goed mee te werken. Voor de kinderen is het informatief en zijn er veel mogelijkheden. Wij geven er een paar. Bijbelse koningen Aan de hand van Saul wordt uitgelegd wat een koning had kunnen zijn. In de volgende verhalen hebben wij hier veel over teruggevonden: 1Samuël
9-10 en 27
In dit eerste verhaal wordt beschreven dat Saul (betekent de gevraagde, de verlangende) toevallig koning wordt. Aan de andere kant wordt er niets aan het toeval overgelaten. God liet Samuël weten: “Dit is de man over wie Ik u gesproken heb. Hij zal heersen over mijn volk”. Saul is echter bescheiden: “Ik ben maar een Benjaminiet en kom dus uit een van de kleinste stammen van Israël; mijn geslacht is het onbeduidendste van alle geslachten van de stam Benjamin”. Door het feit dat het volk een koning wil net als alle andere volkeren rondom, een koning die je daadwerkelijk kunt zien, was een mooie Saul bij toeval op de juiste tijd en op de juiste plaats. 1Samuël
10,27 – 27
In dit tweede verhaal wordt beschreven dat, en op welke wijze Saul tot koning wordt gekozen. Samuël riep het volk op om naar de HEER in Mispa te komen. Samuël liet vervolgens alle stammen van Israël aantreden en de stam Benjamin werd aangewezen. Toen liet hij de geslachten van de stam Benjamin aantreden en het geslacht Matri werd aangewezen. Ten slotte werd Saul, de zoon van Kis aangewezen. Saul bleek onvindbaar, totdat de HEER antwoordde: “Hij is hier, verscholen tussen de bagage. Toen hij tussen het volk stond, stak hij er met kop en schouders bovenuit. Het volk juichte, maar wanneer iedereen uiteindelijk vertrok waren er ook mensen die dachten: “Zou hij ons redden?” Zo toonden zij hun minachting voor hem. Omdat hij zich verschuilde, lijkt het nu zo te zijn, dat Saul bang is, terugdeinst om koning te worden. En, zoals hierboven vermeld, gingen mensen hierdoor twijfelen, ondanks het feit dat hij met kop en schouders boven het volk uitstak. 1Samuël
11
In dit derde verhaal wordt beschreven hoe Nachas (betekent slang) oprukte en Jabes in Gilead belegerde. De burgers van Jabes deden hem een voorstel: “Als u een verbond met ons sluit, zullen wij u dienen”. Dat wilde Nachas wel, op voorwaarde dat bij elke burger het rechteroog wordt uitgestoken. De burgers van Jabes vroegen zeven dagen uitstel en stuurden boden door heel Israël. Toen Saul op de hoogte was, maakte een hevige woede van hem meester. Hij nam een koppel runderen, hakte ze in stukken en liet die door boden in heel Israël rondbrengen met de boodschap: “Als u niet met Saul en Samuël oprukt, zal het met uw runderen net zo gaan”. En het volk kwam als één man op. Op deze dag verenigt Saul heel Israël, hij bevrijdt de stad. Het volk wil dat Saul de vijanden aan hen uitlevert, zodat zij hen konden doden. Maar Saul zei: “Vandaag wordt er niemand gedood, want vandaag heeft de HEER Israël de overwinning gegeven”. Wij zullen nu aangeven hoe wij het een en ander voorstellen in het gewone leven van elke dag. Anders gezegd: wij zullen proberen een relatie te leggen tussen bovenstaande beschreven verhalen en het dagelijks leven. 1Samuël
9–10 en 27
Wat ons bij deze verhalen erg opvalt, is het toeval. In het dagelijks leven zijn er ook vele aspecten waarin toeval voorkomt. W denken dan vooral aan toeval dat tot iets positiefs leidt, zoals bij loterijen. Je koopt een lot en toevallig komen de cijfers en/ of letters overeen met de getrokken cijfers en/ of letters. De kans is zo klein dat je met je lot miljoenen Euro’s kunt winnen, maar de kans is er, net als de kans dat een mooie jongen genaamd Saul door God aangewezen wordt als koning van Israël. Wat naar onze mening ook erg veel te maken heeft met het toeval, is het tegenkomen van je ware liefde. Deze persoon moet zich nu net op het juiste moment, op de juiste plaats bevinden als jij. Toevallig was Saul met zijn knecht op zoek naar de ezelinnen van zijn vader, toen hij Samuël ontmoette… 1Samuël
10, 27 – 27
Wanneer wij het tweede verhaal lazen, kwamen de woorden twijfel, minachting en geen vertrouwen als eerste bij ons op. Wanneer wij een relatie leggen met het leven van alledag, denken wij vooral aan situaties waarin een persoon niet eerlijk is tegen de ander en dus valse informatie geeft. Wanneer je erachter komt dat een persoon uit je naaste omgeving tegen je gelogen heeft, ontstaan twijfel. Je zult deze persoon nu minder snel iets toevertrouwen, simpelweg omdat het vertrouwen in deze persoon geschaad is. Wat ook vaak voorkomt in het dagelijks leven, is het feit dat je iets toevertrouwt aan een persoon en deze persoon de toevertrouwde informatie vervolgens doorvertelt aan een derde persoon. Ook nu ontstaat twijfel en minachting; je hebt geen vertrouwen meer in deze persoon. Nog een aspect wat veel met dit onderwerp te maken heeft, is vreemdgaan. Wanneer je partner vreemdgaat, is het veelal het geval dat je deze persoon niet meer vertrouwt, waardoor (uiteraard) twijfels ontstaan. Dit zijn situaties die voorkomen in het dagelijks leven en naar onze mening goed in verband kunnen worden gebracht met het tweede beschreven verhaal over koning Saul; door zich te verschuilen tussen de bagage, gaat het volk twijfelen, ontstaat minachting en hebben zij minder vertrouwen in hem. 1Samuël
11
Wat ons opvalt in dit derde verhaal, was het feit dat Saul heel Israël bevrijd heeft; Saul als bevrijder. Verder maakten de dreigementen in dit stuk tekst veel indruk op ons. Allereerst doen de burgers van Jabes Nachas een voorstel: “Als u een verbond met ons sluit, zullen wij u dienen”. Dat wilde Nachas wel, op voorwaarde dat bij elke burger het rechteroog werd uitgestoken. Dit is het eerste dreigement. Verder dreigde Saul met de runderen van zijn volk: “Als u niet met Saul en Samuël oprukt, zal het met uw runderen net zo gaan”. In het leven van alledag is er vaak in negatieve zin ook sprake van dreigementen, meestal in criminele situaties, denk maar aan de dreigbrief; “Als u niet binnen 3 dagen 100.000 Euro betaalt, krijgt u uw kind nooit meer te zien”. Vooral in spannende films wordt dit gegeven nog al eens uitgediept. Dreigementen komen uiteraard ook in verminderde vorm voor: “Als je je bord niet leegeet, krijg je geen toetje.” Dit soort dreigementen komen in het dagelijks leven vaker voor. Op televisie is wel eens te zien dat een persoon continu achtervolgt (gestalkt) wordt. Wanneer zich dit in extreme mate een aantal jaren voorzet, kun je je volgens ons flink opgesloten voelen; je kunt geen kant op, of je wordt achtervolgt of in de gaten gehouden. Wanneer de stalker dan, meestal door de politie opgepakt wordt, kunnen wij ons voorstellen dat je je echt bevrijd voelt. In dit geval is de politie de bevrijder. Dit voorbeeld uit het dagelijks leven weerspiegelt eigenlijk het feit dat Saul de bevrijder was van het gehele Israëlische volk. Gebruikte bronnen: v De methode Kind op Maandag jaargang 17 nummer 1 v De methode Kind op Maandag jaargang 20 nummer 3 v Werkmap Leven met Toekomst 3 v De startbijbel v De Bijbel Willibrordvertaling 1995 v De website: cursist.hs-ipabo.edu/katechese/default.html
Kern Geef de kinderen nu de opdracht om individueel een einde aan het verhaal te maken. Hun opstel begint met de zin: “Als u niet met Saul en Samuël oprukt, zal het met uw runderen net zo gaan!”. Laat de kinderen eerst bedenken of hun verhaal goed of slecht afloopt en verder is het aan te raden om een minimum aantal zinnen op te geven, zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Het lijkt ons leuk om de kinderen na afloop een passende titel bij hun verhaal te laten verzinnen. Na de korte instructie laat je de kinderen lekker zelf werken. De kinderen die snel klaar zijn, mogen een mooie tekening bij hun verhaal maken. AfsluitingVraag aan de kinderen wie zijn of haar verhaal aan de rest van de klas voor wil lezen. Zorg dat de rest van de klas stil is en goed luistert naar het voorlezende kind. Achteraf kun je nog wat vragen over het voorgelezen stuk stellen, zoals: “Liep jouw verhaal nu goed of slecht af?” of “Hoe ben je op het idee gekomen om het verhaal op deze manier af te schrijven?”. Toon interesse en geef complimentjes! Drama: het verhaal naspelen
IntroductieVertel de verhalen, beschreven in 1Samuël 8 t/m 15. Het is aan te raden om deze verhalen over ongeveer 3 dagen te verdelen. Geef de kinderen de opdracht goed te luisteren, omdat er, nadat de verhalen verteld zijn, iets leuks mee gedaan wordt. Wanneer je 1Samuël 8 t/m 15 verteld hebt, stel je samen met de kinderen een schema op, waarin je de verschillende scènes van het verhaal kort samenvat. Voor de kinderen wordt het op deze manier duidelijk welke gebeurtenissen na elkaar afspeelden. KernGedurende de kern van de les, verdeel je de rollen en zorg je voor wat materiaal dat in dit toneelstuk van pas kan komen. Bedenk samen met de kinderen hoe het verhaal het beste uitgespeeld kan worden en verdeel de rollen. Maak nu duidelijke afspraken! Laat de kinderen ongeveer 10 à 15 minuten oefenen. Samenwerking is in deze fase van de les ontzettend belangrijk! Na het oefenen, wordt het toneelstuk opgevoerd. De kinderen die geen rol hebben, zitten aan de kant, kijken en luisteren goed en zijn vooral stil. Je kunt er ook voor kiezen om eerst de ene helft van de klas het toneelstuk op te laten voeren, en vervolgens de andere helft van de klas. De kinderen die dan aan de kant zitten bekijken het toneelstuk aan de hand van kijkopdrachten. Op deze manier zijn de kinderen meer betrokken bij het stuk. Verder kun je de keuze maken om een aantal scènes uit te diepen en dus niet het hele vertelde stuk na te laten spelen. AfsluitingNadat een deel van de klas het toneelstuk opgevoerd heeft, ga je het met behulp van de kinderen aan de kant bespreken. Houd deze bespreking kort. Het is aan te raden de kinderen aan de kant te vragen wat zij wel goed vonden en wat zij wat minder vonden: “Wie speelde welke rol?”, “Waren de gebeurtenissen duidelijk?”, “Wat zou een eventuele volgende keer beter kunnen?”. Vraag ook aan de spelers hoe zij het vonden gaan en wat zij een eventuele volgende keer anders zouden doen. Laat alle kinderen de gebruikte materialen opruimen. Tekenen: een stripverhaal maken
IntroductieVertel de bijbelverhalen 1Samuël 8 t/m 15 op zo’n manier dat de kinderen allemaal begrijpen waar deze verhalen over gaan. Je moet de verhalen dus aanpassen aan de leeftijd van de kinderen. Vervolgens stel je met de kinderen een schema op waarin de belangrijkste gebeurtenissen in chronologische volgorde gerangschikt zijn. Omdat er in de verhalen 1Samuël 8 t/m 15 veel belangrijke gebeurtenissen voorkomen, is het aan te raden om de kinderen een stripverhaal te laten maken van bijvoorbeeld alleen 1Samuël 10. Praat nu met de kinderen over stripverhalen: “Hoe zien stripverhalen eruit?”, “Waar staat de geschreven tekst?”, “Zijn de plaatjes belangrijker of de geschreven stukjes tekst?”. Neem eventueel een aantal stripboeken mee ter illustratie. KernDe kinderen kiezen een gedeelte uit de bijbelverhalen die jij verteld hebt, dit moet een gedeelte zijn die de kinderen op een of andere manier persoonlijk aangesproken heeft. De kinderen mogen, nadat jij duidelijke afspraken hebt gemaakt, beginnen met hun stripverhaal. Laat ze zelf uitzoeken hoeveel vakjes zij nodig hebben; 4, 6, 8, etc. Misschien vindt een aantal kinderen het handig om eerst op te schijven welke situaties zij in de verschillende vakjes willen tekenen. AfsluitingHet lijkt ons een leuk idee om alle stripverhalen op grote tafels te leggen, door het hele lokaal en de kinderen vervolgens de gelegenheid te geven, elkaars stripverhalen te lezen. Na afloop kun je vragen welk stripverhaal de kinderen mooi, spannend of grappig vonden en waarom juist dat verhaal eruit sprong. Het lijkt ons ook zinvol om nog even na te spreken over de ervaringen van de kinderen, waar liepen zij tegenaan, wat was moeilijk en wat was makkelijk aan deze tekenopdracht? Uiteraard krijgen alle stripverhalen na deze les een mooi plekje in het klaslokaal.
|
||||||||||
|
(c)
ipabo, 2002 |
||||||||||