|
pasen (onderbouw) door MnNdV V22-2001 PAKKET
1: PASEN (ONDERBOUW) Pasen is één
van de belangrijkste Christelijke feestdagen en vormt een onuitputtelijke
bron van ideeën voor catecheselessen. Op een school waar godsdienst-
of levensbeschouwelijk onderwijs een rol speelt en onderdeel uitmaakt
van het onderwijsaanbod mag het paasfeest niet ontbreken. Behalve het
verhaal uit het Nieuwe Testament vormen de gebruiken en gewoonten die
wij sinds jaar en dag aan het paasfeest koppelen een uitgangspunt voor
enkele lessen. Alhoewel wij ons dus niet beperken tot het paasverhaal
uit de bijbel, vormt dit verhaal wel de kern van de lessen. In het nu
volgende presenteren wij suggesties voor een aantal lessen en geven
aan waar u materiaal met betrekking tot deze lessen kunt vinden. Daarnaast
vindt u de uitwerking van 10 lessen. Met dit lessenpakket kan aan het
begin van de vastenperiode worden aangegeven. De doelgroep voor de lessen
zijn de leerlingen van groep 1 en 2 (de kleuters)… Handreikingen, Verhalen
en Leermiddelen:
Les 1 è
Les 2 è
De kinderen gaan vervolgens de tekening maken die ze willen maken! Les 3 è
Tekst: Rode stippen
op een ei en een mooie strik erbij. ‘k Heb een ei voor jou en een ei
voor mij. Welke kleur kies jij? Aanleren: Op het bord
zijn met krijt 8 grote eieren getekend, naast elkaar. Het eerste ei
heeft rode stippen. De groepsleerkracht zingt het lied en wijst aan
het slot een kind aan; dit kind kiest een kleur en mag met die kleur
stippen op het tweede ei zetten terwijl de G.L. het lied weer zingt.
Aan het slot wijst de G.L. een ander kind aan dat ook een kleur kiest
enz. Telkens begint de G.L. het lied met de door het aangewezen kind
gekozen kleur. Zo wennen de kinderen eraan dat het lied steeds met een
ander woord begint. Toon overnemen: De
verschillende gekozen kleuren worden achtereenvolgens door de G.L. aangewezen
en voorgezongen op toonhoogten die in het lied voorkomen, de kinderen
herhalen het. De G.L. geeft duidelijk aan of de herhaling door allen,
door één kind of door een groepje kinderen moet worden gezongen. Aan
het eind wordt het lied nogmaals gezongen en daarna door de kinderen
meer keren gezongen. Wisselzang: De kinderen
zingen het eerste gedeelte, de G.L. neemt het over bij ‘k Heb een
ei voor jou… en wijst bij jij een kind aan. Dat kind kiest
een kleur. Het lied wordt weer gezongen met deze kleur; nu mag het kind
dat de kleur koos het tweede gedeelte zingen en weer iemand anders aanwijzen.
enz. Spelvorm: Opstelling:
een grote kring, handen vast, binnen de kring een kind met een mand
vol eieren met gekleurde stippen. De kring gaat zingend rond, het kind
met de mand gaat in tegengestelde richting. Bij: ‘k Heb een ei… staat
de kring stil, zingt niet, maar wacht stil wie er gekozen wordt bij
jij. Het kind binnen de kring loopt wel door en zingt het laatste gedeelte
van het lied alleen. Bij jij wijst het een ander kind uit de kring aan.
Dit kind komt binnen de kring, kiest een kleur en neemt een ei met stippen
van deze kleur uit de mand. Van deze kleur wordt gezongen als het spel
opnieuw begint. Nu lopen beide kinderen binnen de kring. Het laatst
bijgekomen kind kiest weer een ander kind enz. o
Andere liederen
die ook kunnen zijn b.v.: q
Paashaas: “Paashaas,
paashaas pim pam pom; een mand met eieren al op zijn rug. Paashaas,
paashaas keer j’eens om pim pam pom en weer terug” een lied van Thea
Zaat. è bron ‘Ding dong’ q
Achter op de
grote wei: “Achter op de grote wei verft Pahahaas een heel groot ei.
Hij verft het geel en blauw en rood. Hij heeft ze nog van klein en groot.
Achter op de grote wei verft Pahaas een heel groot ei.” è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’ q
Palm palm Pasen
(alom bekent) è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’ q
Ik zag twee hazen
vlak voor Pasen (alom bekent) è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’ q
Paaseieren zoeken
è bron ‘Hummeltje
tummeltje’. Les 4 è
Op de laatste dag voor de paasvakantie ontbijten de kinderen op school.
Met de kinderen worden de voorbereidingen getroffen voor een feestelijke
ontbijttafel: het maken van placemats, beschilderen van ontbijtbordjes
en het maken van eierdopjes. Les 5 è
Les 6 è
Les 7 è
Les 8 è
Ter herinnering aan dit feit vieren de oude Perzen nog steeds omstreeks
maart hun eierenfeest. Dan geven ze elkaar gekleurde en versierde eieren,
soms ook doosjes in de vorm van eieren, volgepropt met allerlei verrassingen
voor hun vrienden of plagerijtjes voor hun vijanden.
Les 9 è
N.B. meer ideeën om eieren te versieren in: Hoe versier ik een ei, geschreven
door Flora Siebelink-Bosman (La Rivièra&Voorhoeve).
Les 10 è
|