pasen

(onderbouw)

door MnNdV V22-2001

 

 

PAKKET 1: PASEN (ONDERBOUW)

 

Pasen is één van de belangrijkste Christelijke feestdagen en vormt een onuitputtelijke bron van ideeën voor catecheselessen. Op een school waar godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs een rol speelt en onderdeel uitmaakt van het onderwijsaanbod mag het paasfeest niet ontbreken. Behalve het verhaal uit het Nieuwe Testament vormen de gebruiken en gewoonten die wij sinds jaar en dag aan het paasfeest koppelen een uitgangspunt voor enkele lessen. Alhoewel wij ons dus niet beperken tot het paasverhaal uit de bijbel, vormt dit verhaal wel de kern van de lessen. In het nu volgende presenteren wij suggesties voor een aantal lessen en geven aan waar u materiaal met betrekking tot deze lessen kunt vinden. Daarnaast vindt u de uitwerking van 10 lessen. Met dit lessenpakket kan aan het begin van de vastenperiode worden aangegeven. De doelgroep voor de lessen zijn de leerlingen van groep 1 en 2 (de kleuters)…

 

 

Handreikingen, Verhalen en Leermiddelen:

 1.                 Pésach het feest v.d. uittocht uit de slavernij (bron website)

 2.                 Slavernij en bevrijding (bron Beth pag. 19)

 3.                 Pasen en de Messias (bron Beth pag. 27)

 4.                 Exodus, een verhaal van Ballingen (bron Alef pag. 11)

 5.                 Pesach enkele opmerkingen (bron Alef pag. 169)

 6.                 Kinderbijbel door Mary Batchelor pag. 318 t/m 336

 7.                 Het vogeltje van Goede vrijdag een oude Vlaamse legende v.a. 8 jr (kopie)

 8.                 Een leeg graf door Karel Eykman v.a. 7 jr. (zie kopie à k.)

 9.                 Waarom mensen paaseieren gingen schilderen een perzische legende (k.)

 10.             Voorbereidingen voor de Pesach door Bella Chagall v.a. 12 jr. (k.)

 11.             De Paashaas door Diet Huber v.a. 4 jr. (k.)

 12.             De legende van de 3 hazen door C.H. Bos-Everts v.a. 12 jr. (k.)

 13.             Paaseieren door Rie Cramer v.a. 4 jr. (k.)

 14.             Pasen door J.M. Selleger Elout v.a. 8 jr. (k.)

 15.             Eieren door Dolf Verroen v.a. 4 jr. (k.)

 16.             Oost, West Paasbest door Willem Wilmink (k.)

 17.             Bastiaan het Paaskonijn door Hans Andreus v.a. 5 jr. (k.)

 18.             VIDEO: Het Paasverhaal

 19.             Ik wil knutselen door Barff, Burkhardt en Maler ‘Knutselen met Pasen’ pagina 62 t/m 79

 

 


Les 1 è

  • Voorlezen van een gedeelte van het paasverhaal uit de kinderbijbel door Mary Batchelor pagina 318 tot en met 327. Met de kinderen wordt gesproken over het verhaal:
    • Vind je het een mooi verhaal? Waarom wel/niet?
    • Als je een tekening zou maken van het verhaal wat zou je dan tekenen?

 

Les 2 è

  • Met de kinderen wordt gesproken over het gedeelte van het verhaal dat in de vorige les is voorgelezen. Enkele kinderen vertellen waar het verhaal over ging. Daarna wordt de rest van het paasverhaal uit de kinderbijbel (pag. 327 tot en met 336) voorgelezen. Met de kinderen wordt gesproken over het hele paasverhaal:
    • Vind je het een mooi verhaal? Waarom wel/niet?
    • Weet je nog wat je zou tekenen als je een tekening mocht maken?
    • Wil je nog steeds dezelfde tekening maken?

De kinderen gaan vervolgens de tekening maken die ze willen maken!

 

Les 3 è

  • De kinderen leren een paaslied:
    • “Stippen op een ei” een lied van Thea Hielkema è bron ‘Ding dong’.

Tekst: Rode stippen op een ei en een mooie strik erbij. ‘k Heb een ei voor jou en een ei voor mij. Welke kleur kies jij?

Aanleren: Op het bord zijn met krijt 8 grote eieren getekend, naast elkaar. Het eerste ei heeft rode stippen. De groepsleerkracht zingt het lied en wijst aan het slot een kind aan; dit kind kiest een kleur en mag met die kleur stippen op het tweede ei zetten terwijl de G.L. het lied weer zingt. Aan het slot wijst de G.L. een ander kind aan dat ook een kleur kiest enz. Telkens begint de G.L. het lied met de door het aangewezen kind gekozen kleur. Zo wennen de kinderen eraan dat het lied steeds met een ander woord begint.

Toon overnemen: De verschillende gekozen kleuren worden achtereenvolgens door de G.L. aangewezen en voorgezongen op toonhoogten die in het lied voorkomen, de kinderen herhalen het. De G.L. geeft duidelijk aan of de herhaling door allen, door één kind of door een groepje kinderen moet worden gezongen. Aan het eind wordt het lied nogmaals gezongen en daarna door de kinderen meer keren gezongen.

Wisselzang: De kinderen zingen het eerste gedeelte, de G.L. neemt het over bij ‘k Heb een ei voor jou… en wijst bij jij een kind aan. Dat kind kiest een kleur. Het lied wordt weer gezongen met deze kleur; nu mag het kind dat de kleur koos het tweede gedeelte zingen en weer iemand anders aanwijzen. enz.

Spelvorm: Opstelling: een grote kring, handen vast, binnen de kring een kind met een mand vol eieren met gekleurde stippen. De kring gaat zingend rond, het kind met de mand gaat in tegengestelde richting. Bij: ‘k Heb een ei… staat de kring stil, zingt niet, maar wacht stil wie er gekozen wordt bij jij. Het kind binnen de kring loopt wel door en zingt het laatste gedeelte van het lied alleen. Bij jij wijst het een ander kind uit de kring aan. Dit kind komt binnen de kring, kiest een kleur en neemt een ei met stippen van deze kleur uit de mand. Van deze kleur wordt gezongen als het spel opnieuw begint. Nu lopen beide kinderen binnen de kring. Het laatst bijgekomen kind kiest weer een ander kind enz.

o       Andere liederen die ook kunnen zijn b.v.:

q       Paashaas: “Paashaas, paashaas pim pam pom; een mand met eieren al op zijn rug. Paashaas, paashaas keer j’eens om pim pam pom en weer terug” een lied van Thea Zaat. è bron ‘Ding dong’

q       Achter op de grote wei: “Achter op de grote wei verft Pahahaas een heel groot ei. Hij verft het geel en blauw en rood. Hij heeft ze nog van klein en groot. Achter op de grote wei verft Pahaas een heel groot ei.” è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’

q       Palm palm Pasen (alom bekent) è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’

q       Ik zag twee hazen vlak voor Pasen (alom bekent) è bron ‘Liedjes met een hoepeltje erom’

q       Paaseieren zoeken è bron ‘Hummeltje tummeltje’.

 

Les 4 è

  • De kinderen kijken naar de videofilm “Het Paasverhaal”. Na het bekijken van de videofilm wordt gesproken over het paasfeest zoals wij dat nu vieren:
    • Wie viert het paasfeest thuis?
    • Hoe vieren jullie het paasfeest thuis?

Op de laatste dag voor de paasvakantie ontbijten de kinderen op school. Met de kinderen worden de voorbereidingen getroffen voor een feestelijke ontbijttafel: het maken van placemats, beschilderen van ontbijtbordjes en het maken van eierdopjes.

 

Les 5 è

  • De kinderen maken hun eigen placemat. Stempelen met aardappelen en plakkaatverf op lappen stof. De aardappelen hebben de vorm van eieren, daarna gaan ze de eieren met een kwast en verf versieren.

 

Les 6 è

  • De kinderen beschilderen een kartonnen bordje met plakkaatverf. Ze mogen zelf weten wat ze schilderen als het maar met Pasen te maken heeft.

 

Les 7 è

  • De kinderen maken van toiletrollen een eierdopje. Van papier wordt een paashaas gevouwen, deze wordt op de toiletrol geplakt.

 

Les 8 è

  • Vertellen van het verhaal ”waarom mensen paaseieren gingen schilderen” (een oude Perzische legende).
  • Achtergrondinformatie: (zelf bewerken voor kleuters) Volgens de leer van Zoroaster, een wijze die vermoedelijk heeft geleefd in de zevende eeuw voor onze tijdrekening, bestond er een grote geest uit wie alle licht voortkwam en uit dat licht ontstonden de broers: Ormoezd en Ahriman. Ahriman kon zijn broer niet uitstaan en daarom werd hij door de grote geest veroordeeld om drieduizend jaar lang in de diepste duisternis te leven. Toen die jaren eenmaal om waren, schiep Ahriman een groot aantal boze geesten, die opdracht kregen te vechten tegen de goede geesten van Ormoezd. En toen Ormoezd een ei maakte, dat hij vulde met goede geesten, maakt Ahriman er een dat hij volpropte met boze geesten. Beide eieren braken, en zowel goede als boze geesten konden zich over de aarde verspreiden.

Ter herinnering aan dit feit vieren de oude Perzen nog steeds omstreeks maart hun eierenfeest. Dan geven ze elkaar gekleurde en versierde eieren, soms ook doosjes in de vorm van eieren, volgepropt met allerlei verrassingen voor hun vrienden of plagerijtjes voor hun vijanden.

  • Uiteraard kan op kleuterniveau ook aan ‘het ei’ als symbool van nieuw leven gedacht worden…

 

Les 9 è

  • De kinderen gaan eieren versieren.
  • Vertellen van het verhaal Het schilderen en beplakken van eieren…

Beschilderen

Beplakken

Benodigdheden:

  • Eieren
  • Waskrijtje
  • Eierverf
  • Oude pan
  • Lepel
  • Doekjes

Benodigdheden:

  • Uitgeblazen eieren
  • Glans- of transparantpapier
  • Confetti
  • Lijm

Eerst teken en kleur je de motieven waarmee je de eieren wilt versieren met waskrijtjes op de schaal. Dan maak je de kleuren aan volgens de gebruiksaanwijzing op de pakjes of de zakjes en kook je eieren hierin gaar. Meteen daarna verwijder je de was met een doekje van de nog hete eieren, zodat er witte motieven te voorschijn komen.

Dit is ook een werkje voor kinderen van de onderbouw echter uitgeblazen eieren gaan gauw kapot. Scheur of knip kleine stukjes uit gekleurd papier. Daarna smeer je de eieren met plaksel in en rol je ze door de papiertjes, die je heel voorzichtig nog wat aandrukt.

N.B. meer ideeën om eieren te versieren in: Hoe versier ik een ei, geschreven door Flora Siebelink-Bosman (La Rivièra&Voorhoeve).

  • Het thema “knutselen rondom Pasen” wordt in tal van knutselboeken als item gezien. Voorbeeld ‘Knutselen met Pasen’ in het boek Ik wil knutselen totaal 18 pagina’s.
  • Na het versieren zou afgesloten kunnen worden met het gedicht “Eieren” van Dorf Verroen.

 

Les 10 è

  • De tafel is gedekt, bordjes, bestek, eierdopjes, enz. enz.  Alleen de eieren zijn verdwenen. De kinderen gaan de eieren zoeken, als ze een ei hebben gevonden stoppen ze deze in hun eierdopje en gaan aan tafel zitten. Als alle eieren zijn gevonden kan het paasontbijt beginnen.
  • Er worden foto’s gemaakt en later ook weer opgehangen zodat iedereen kan na genieten. Ook de werkstukken moeten worden vastgelegd.