Pasen

 

Het is bekend, met alle het goede dat wij vroeger geleerd hebben over het kerkelijk jaar en de grote feesten, wanneer het over Pasen gaat is er toch een probleem. Omdat we alles direct voor ons willen zien of visueel willen reconstrueren ( denk aan dat gevoel dat we vertalen met:"ik kan het mee voorstellen"), wanneer het over Pasen gaat wil dat niet meer. Onze voorstelling heeft geen beelden meer. Er is niets wat we zouden kunnen zien.

 

Waar het met Pasen over gaat is niet te begrijpen en niet te plaatsen en ook niet in te schatten of aan te voelen tenzij wanneer je probeert dichter bij te komen langs de weg vanouds, de weg van de verhalen.

Het gaat er niet om wat wij er van kunnen begrijpen of zouden willen begrijpen. Het gaat met Pasen over wat de verhalen willen vertellen. Zij hebben het woord. Maar je moet toch minstens een antenne hebben om die woorden te kunnen verstaan. Dat is zo al maakt dat onze positie direct zwakker. Hoe goed je antenne ook is, je zult hem wel goed moeten af- of instellen. Een mogelijk goede ontvangst garandeert nog geen goede ontvangst. Daarom moet je eerst nog iets doen.

Je moet Pasen minstens zetten in zijn eigen bijbelse achtergrond. Jezus vraagt zijn leerlingen het Paasfeest klaar te maken. Dat is de setting voor het laatste avondmaal, het lijden, sterven en verrijzen van Jezus. Vrijheid en bevrijding zijn gemotiveerd door het gegeven dat de God van die verhalen het niet kan aanzien dat mensen worden gekleineerd. Voor Hem zijn zij vrij. Hij rekent zich hun vrijheid aan. Dat is het geheim van de manier waarop God gediend wil zijn, zijn Koningschap. Daarmee weten we nog niet alles, maar ligt er wel een hoofdweg voor ons, om te gaan.

 

Een goede voorbereiding zou het kunnen zijn om Pesach voor ogen te halen. Daartoe vindt U hieronder een leerweg, voor U als onderwijsgevende. Wanneer het U aanspreekt zal het niet moeilijk zijn, de verhalen als nieuw aan de orde te stellen. Ter voorbereiding moet U drie hoofdstukken lezen uit het tweede boek, dat U in iedere bijbel vindt, het boek Exodus. Twee studenten die in 2002 zullen afstuderen in de versnelde deeltijd (MVH&SvdH) hebben deze aanpak gekozen.

Volgens mij is het goed gedaan, insprerend en leerzaam.

Jan Engelen, 20-02-2002

 

 

 

 

Hoofdstukken 3, 12 en 20 

 

Steekwoorden in hoofdstuk 3

  • Brandend braambos
  • Betrokkenheid God
  • Heilige grond (schoenen uit)
  • God niet aankijken
  • God spreekt tot Mozes.
  • God kiest Mozes uit als boodschapper aan het volk
  • Twijfel bij Mozes hoe hij geloofd zal worden (gelooft hij het zelf eigenlijk wel?)
  • Hoe is uw naam: Ik ben.
  • Stelen van Egyptenaren: iedere vrouw vraagt aan haar (Egyptische) buurvrouw en huisgenote zilveren en gouden voorwerpen en klederen voor haar zoons en dochters. Dit is een soort genoegdoening voor de onderdrukking.

 

Steekwoorden in hoofdstuk 12

  • God spreekt tot Mozes (leraar) en Aäron (leerling)
  • Paaslam
  • Ieder gezin neemt een gaaf stuk kleinvee (mannelijk, eenjarig,schaap of geit)
  • De tiende dag van deze (eerste) maand stuk kleinvee uitzoeken
  • Bewaren tot veertiende dag.
  • Tegelijkertijd slachten in de avondschemering
  • Bloed strijken op bovendorpel als teken dat de toorn voorbij zal gaan
  • Vlees in zijn geheel (inclusief ingewanden, kop en schenkel) braden op vuur en die nacht opeten
  • Ongezuurde broden
  • Bittere kruiden
  • Gehaast eten (omgorde lendenen, schoenen aan, staf in de hand)
  • Pascha (= Pesach?)
  • God doodt alle eerstgeborene in de huizen waar geen bloed op de dorpel zit (dus Egyptisch)
  • Zuurdeeg verwijderen op de eerste dag
  • Iedereen die iets gezuurds eet zal buiten worden gesloten

 

Tot zover de instructie van God aan Mozes en Aäron

 

Toen kwam de instructie van Mozes aan de oudsten van Israël:

  • Draagt hen op kleinvee uit te zoeken (Pascha)
  • Bloed strijken met bundel hysop op beide deurposten
  • Paasoffer aan de Here  die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbij ging toen HIJ de Egyptenaren sloeg

 

God voert zijn plan uit.

  • De farao roept Mozes bij zich en gebiedt hem (en zijn volk) het land te verlaten met al hun bezittingen (inclusief klein- en rundvee)
  • Het volk neemt deeg (voordat het gezuurd is) en baktroggen in kleding gebonden op de schouders.
  • Ze vroegen van hun buren de gouden en zilveren voorwerpen en kleding. God had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren dit gaven en hun blijmoedig lieten gaan (zie hoofdstuk 3)

 

  • Pascha = paaslam = offer voor de Here die hen uit de slavernij bevrijdde en hen naar het beloofde land voerde. Pascha is ook de maaltijd bereid uit het paaslam.
  • Dit mag gegeten worden door het volk zelf en slaven
  • Benen mogen niet gebroken worden
  • Niets zal het huis verlaten. Alle resten worden verbrand.
  • Vreemdelingen (indien vertoevend op dat moment) mogen deelnemen als de mannelijke leden besneden worden. Dan zal hij gelden als in het land geborene. Dit geldt ook voor Israëlieten.

 

Exodus 20 in steekwoorden:

  • De tien geboden. Dit moet niet gezien worden als bevelen, maar meer als woorden die belangrijk zijn. Je aan je woord houden. Afspraken nakomen. Regels die er zijn om een beetje hemel op aarde te brengen (ideale samenleving, als iedereen zich hieraan houdt)
  • God spreekt via Mozes tot het volk.
  • Mozes en Aäron kunnen dichtbij god komen op de berg
  • Het volk niet. Dit doet god om het volk vrees in te boezemen. Opdat zij zullen gehoorzamen.
  •  Functie bliksem en donder: kracht bijzetten van de tien woorden. Opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.
  • Volk blijft staan, Mozes nadert de donkerte (die god omhult) Wederom geeft god instructies wat Mozes tot het volk moet zeggen.

 

 

 

 

De tien woorden zijn:

1.       Ik ben de Here die u heeft bevrijdt
2.     Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
3.     Gij zult de naam god niet ijdel gebruiken
4.     Gedenk de Sabbatdag (= rustdag). Deze is gezegend door God
5.     Eert uw vader en uw moeder
6.     Gij zult niet doden
7.     Gij zult niet echtbreken
8.     Gij zult niet stelen
9.     Gij zult niet vals getuigen
10.  Gij zult niet het bezit van uw naasten begeren

 

 

VERBANDEN TUSSEN DE DRIE HOOFDSTUKKEN:

 

Het toepassen van meegebrachte dieren en kostbaarheden uit Egypte

Hier zit een verband met de hoofdstukken drie en twaalf. Het zilver en goud dat ze meegenomen hebben van Egypte: dit mag niet worden gebruikt voor het maken van afbeeldingen van god.
Het vee: op een aarden altaar offeren van kleinvee en runderen (brand- en vredesoffer) Beide zaken zijn meegenomen vanuit Egypte.

 

Breken van botten en steen

Dan is er een direct verband tussen hoofdstuk 12 en hoofdstuk 20. In hoofdstuk 20 wordt geschreven:
Indien gij echter een altaar maakt van steen. Mogen deze niet gebouwd zijn uit gehouwen steen. Steen met houweel bewerkt is ontheiligd.
Dit verwijst naar de benen van het paaslam die niet gebroken mogen worden (hoofdstuk 12). Dan is het paaslam niet heilig meer.

Dus zowel de offerplaats (altaar) als het offer (lam) dient niet gebroken te worden. Dan is het niet heilig en is er dus geen sprake van een eerbetoon aan God

 

Nabijheid God

Tenslotte mag er geen trap worden gebouwd naar het altaar opdat uw schaamte niet zichtbaar worde. (hoofdstuk 20 vers 26). Dit is een rode draad door alledrie de hoofdstukken heen. In hoofdstuk drie vers vijf zegt God Mozes niet dichterbij te komen.

In hoofdstuk drie verbergt Mozes zijn aangezicht voor god (Exodus 3 vers 6)

Hij vreest God te aanschouwen. Als Mozes vertwijfelt uitroept dat het volk (en de farao) hem niet zal geloven geeft hij Mozes tekens mee. Mozes blijft vertwijfeld. God sluit een compromis en laat Aäron komen (samen met Mozes).

Maar het volk moet op afstand blijven (voor hun eigen bestwil). Na het bekend maken van de tien geboden boezemt God het volk vrees in. Als het volk dan te dichtbij zou zijn geweest waren zij verpletterd door de bliksem en donder.

Iets dat dichtbij staat, dat bekend is in al zijn sterke en zwakke kanten, heeft men geen gezag voor. Gezag is nodig voor het handhaven van de tien geboden. Alleen als de mensen vrezen zullen ze gehoorzamen.

Waarom laat God Mozes en Aäron wel dichterbij komen? Omdat Mozes een uitverkorene is? Hij wil dat niet zijn. Dat betekent een extra verantwoordelijkheid. Wie zegt dat het volk hem gelooft?

 

Dragen van schoenen

In hoofdstuk drie vers 5 zegt God Mozes zijn schoenen uit te doen. Het is heilige grond waar hij zich bevindt. Zonder schoenen staat hij direct op de heilige grond. In hoofdstuk twaalf vers 11 staat: En aldus zult gij het eten uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en de staf in de hand. De plek waar het volk zich bevindt is Egypte. Deze grond is niet heilig. Dus moeten de schoenen aan bij het eten van heilig voedsel.

 
in het licht van de voetwassing: om je te dienen

 

Betrokkenheid van God

God is betrokken bij het lot van het volk dat wordt onderdrukt. Hij besluit actief te handelen opdat zijn volk wordt bevrijdt. Als spreekbuis gebruikt hij Mozes. Alledrie de hoofdstukken gaan over de instructies die God geeft aan het volk via Mozes. God spreekt tot Mozes. Allereerst tot Mozes alleen (hoofdstuk 3). Dan tot Mozes en Aäron (hoofdstuk 12) en tenslotte via Mozes tot het hele volk (hoofdstuk 20).

 

 

Het is vaak zo met twee. Twee willen wel eens bijeen horen. Ondanks alle problemen die dat bijeen horen soms/vaak oplevert: ze horen bijeen. De twee torens die je hier ziet horen bij een gebouw. Als je pas in het Joods Historisch Museum bent geweest doe die twee torens je denken aan de siertorens. Die worden nog steeds in menige synagoge op de houten uiteinden van de tora-rol gezet. Vaak zittener belletjes aan. Wanneer de rol naar de plaats van het voorlezen wordt gedragen onderstreept het ijle geluid de concentratie op wat gebeuren gaat, de voorlezing van het woord dat gegeven is.
De Torens hierboven zijn van het voormalige postkantoor in Amsterdam, tegenover de Dam.Tegenwoordig is dat een verkooppaleis geworden.


Siertoren - JHS Aamsterdam

 

Kerstmis en Pasen

een situering en vergelijking

 

 

 

De teksten

De teksten waarin het Kerstverhaal staat beschreven zijn:

-         Matteüs Hoofdstuk 1 en 2
-         Lucas Hoofdstuk 1 en 2

Deze teksten omvatten meer dan alleen de geboorte van Jezus, er gaan dingen aan vooraf en er komen dingen achteraan die van belang zijn in het hele verhaal.

De teksten waarin het Paasverhaal beschreven staat zijn:

-         Exodus Hoofdstuk 12 en 13
-         Matteüs Hoofdstuk 26, 27 en 28
-         Marcus Hoofdstuk 14, 15 en 16
-         Lucas Hoofdstuk 22, 23 en 24
-         Johannes Hoofdstuk 13 tot en met 20

Het gaat in al deze verhalen om het Joodse Paasfeest. Het christelijke paasfeest was in de tijd dat de bijbel geschreven werd, nog niet uitgevonden. Het Joodse paasfeest is een feest dat de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte herdenkt. Het sluiten van een verbond met God.

Vergelijking

Bij het lezen van de teksten komen er een aantal vergelijkingen naar voren:

 

Kerstmis: Geboorte van Jezus (de naam betekent: de Heer bevrijdt).
Pasen: Bevrijding uit de slavernij Egypte.

Kerstmis: Herodes. Deze koning regeert tijdens het kerstverhaal.
Pasen: Farao. Deze koning regeert tijdens het paasverhaal.

Kerstmis: vlucht naar Egypte van Jezus (met zijn ouders) veroorzaakt door Herodes, gevolgd door de terugkeer uit Egypte: “Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen”.
Pasen:  Vlucht uit Egypte van het Joodse volk onder leiding van Mozes, een vlucht voor de Farao: “Israël is mijn eerstgeboren zoon, daarom zeg ik u: laat mijn zoon gaan.”

Kerstmis:  Kindermoord door Herodes onder de Joodse kinderen = aanleiding voor de vlucht.
Pasen: Kindermoord door God onder de Egyptenaren = aanleiding voor de vlucht.

Kerstmis: Wijzen komen met goud, wierook en mirre: mirre als zalving voor de doden.
Mirre verwijst naar de begrafenis en bereidt daarmee, hoe onverwacht ook - Pasen is steeds een verrassing - Pasen voor.

Herodes en Jozef willen allebei van het kind af: Jeruzalem wil van Jezus af: kruisiging van Jezus.

 op weg

Samenhang Kerstmis en Pasen

Heel duidelijk komt naar voren dat niet alleen Pasen, maar ook het Kerstverhaal veel paralellen heeft met het Joodse Paasverhaal. Het draait om de bevrijding van het volk. Mozes/Jezus: door God aangewezen om het volk te bevrijden.

 

Het Kerstfeest en het Joodse Paasfeest zijn allebei Bevrijdingsfeesten. Het Joodse volk wordt door God bevrijdt uit de slavernij in Egypte, God stelt de Egyptenaren op de proef (10 plagen) en zorgt er voor dat de Farao het volk laat vertrekken en onder leiding van Mozes trekken ze weg. Daaropvolgend sluiten God en het Joodse volk een verbond. Bij de geboorte van Jezus wordt het verbond met het volk vernieuwd, wat staat voor bevrijding.

 

Het Kerstverhaal geeft ook aanwijzingen naar het christelijke Paasfeest (wat tijdens het Joodse Paasfeest speelt). Ook hier geldt dat Jezus het volk bevrijdt door zijn opoffering (kruisiging). Het Joodse paasfeest en het christelijke paasfeest komen dan ook weer bij elkaar, het enige verschil is de hoofdpersoon: Mozes of Jezus, maar is dat eigenlijk wel een verschil?  Dan zou het enige verschil de tijd in het jaar zijn, of de kalender.

 

Ook hier is het thema bevrijding: Jezus bevrijdt het volk door zichzelf op te offeren aan het kruis, hij verlost het volk daardoor van hun zonde (het vergeten zijn van het verbond). Bovendien is het een bevrijding uit de dood als Jezus verrezen is uit zijn graf. Als de vrouwen in de ochtend het graf bezoeken is het lichaam verdwenen. Later verschijnt Jezus aan hen en vertelt dat hij verrezen is.

 

 

 

De christelijke betekenis van Kerstmis

Kerstmis is een feest waarbij de geboorte van Jezus gevierd wordt. Maar het is ook een vrijheidsfeest, door de geboorte van Jezus en uiteindelijk de kruisiging van Jezus, zal het volk bevrijd worden. Bevrijd waarvan? Bevrijd van de zonde, ze waren het verbond vergeten dat God met hen had gesloten, ze leefden niet volgens de bedoeling van God.

 

Het gaat meer om het hebben van een toekomst, het sluiten van een nieuw verbond van God met het volk. God kiest opnieuw voor het volk en stuurt Jezus om het verbond opnieuw te bekrachtigen. Net zoals hij dat eens heeft gedaan met Mozes. Mozes leidde het volk uit Egypte en gaf het volk een verbond met God. Jezus brengt dat verbond weer onder de mensen, legt uit, vertelt het verhaal dat velen misschien al weer waren vergeten.

 

Het Kerstfeest is een nieuw begin, een nieuwe start, een nieuwe dag breekt aan, een nieuwe kans, nieuwe hoop.

 

woorden verbeelden

Het licht van Kerstmis verwijst naar het vernieuwen van het verbond tussen God en de mensen zijn. Het lijkt wel alsof het bij de feesten uiteindelijk daar steeds over gaat. Mens, als je wilt ben je niet helemaal alleen, enkel en alleen aan jezelf overgeleverd.
Het licht maakt het mogelijk om te zien - mogelijk, al voel je in je ogen iets van "hoe nu verder".
-         Licht: vanuit de duisternis naar het Licht. Licht geeft hoop, de nieuwe dag breekt aan, aan het einde van de tunnel zien we weer licht.
-         Ster: Licht dat de weg wijst. De weg wijst naar de goede richting, een leidraad.
- Licht, het geheim van dag é
én.


 De dagen van het scheppingsverhaal (Genesis 1) hebben rangtelwoorden. De "tweede" dag, de "derder" dag. Alleen de eerste dag is anders. Hier klinkt het hoofdtelwoord. "Dag een" is een uitzondering.