Zeven dagen lang zien hoe goed het is
[voor een behandeling van het zeven-dagen-verhaal of een werkvertaling waaruit blijkt dat er voor een verteller meer te vertellen en te halen is dan paleontologie of de geschiedenis van het ontstaan van de aardbal]
|
Het 7-dagen-verhaal,
vorm gegeven in activiteiten voor kinderen uit de onderbouw en de jongste
kinderen uit de middenbouw Amsterdam, juni 1998 Katechese-project Ipabo door: Stan, Petra, Minta, Astrid en Maria
"Zeven dagen lang zien hoe goed het is" wordt gedurige enige tijd op het net gepubliceerd als voorbeeld. Het laat zien hoe je op een manier die goed is voor kinderen en getuigt, op een verantwoorde wijze bijbels materiaal voor jonge kinderen toegankelijk te maken. ©Herten, 21 april 2001. Jan Engelen |
|
van
het begin tot het leven Het
zeven-dagen-verhaal. 'In het begin schiep God de hemel en de aarde.'................ Bijna altijd begint het scheppingsverhaal met woorden van deze strekking. Voor kleine kinderen, kleuters in de leeftijd van 4 - 6 jaar en ook nog de
jongste kinderen van de middenbouw, bevat een dergeiijke zin een aantal
begrippen die niet direct helder zijn: 'Scheppen' (verleden tijd 'schiep')'
zal hen vaak helemaal niets zeggen. 'God' zal nog wel benoemd kunnen
worden, maar de betekenis die Hij bij kinderen oproept, is niet erg
tastbaar. En dan resteren nog hemel en aarde, die volgens
het oude testament weliswaar onverbrekelijk met elkaar verbonden
zijn, maar in de huidige belevingswereld van een kind absoluut niet.
Juist om de doelgroep direct te pakken is het beter te spreken
van 'het zeven-dagen-verhaal'. Toch vormen de vier bijbelse kernbegrippen uit de openingszin een ideale kapstok
om niet alleen het scheppingsverhaal of zeven-dagen-verhaal aan op te
hangen. Het biedt nogal wat mogelijkheden om vorm en inhoud te geven aan dingen
en zaken waar kleuters door middel van de verschillende activiteiten,
dagelijks mee in aanraking zijn. Door alle bezigheden heen, is het zeven-dagen-verhaal te gebruiken als een
rode draad, uiteenlopend van Ieren ((meer) bewust) te kijken/observeren
tot het verwonderd zijn over, het zich afvragen van en het beseffen
dat de wereld om ons heen genieus in elkaar steekt. Bovendien, 'het ontstaan van de aarde' kan, zoals blijkt uit onderstaande
dialoog, kinderen van jonge
leeftijd al aardig bezighouden: … Zij (het vriendinnetje) zei dat Jezus niet bestaat'. En toen vroeg ik: 'En waar komen de mensen dan vandaan'? 'Van de apen.' 'Maar wie heeft de apen dan gemaakt?' 'De wereld.' 'En wie heeft de wereld gemaakt?' 'De ruimte.' 'En wie heeft de ruimte gemaakt?' 'Dat weet ik niet.' En toen zei ik: 'Dat weet
ik wel, dat heeft God gedaan. Makkelijk zat toch?!'
|
|
Niet alleen vanuit een katechese-visie, veel meer nog vanuit een algehele
bewogenheid die je mag verwachten van een leerkracht in het basisonderwijs,
biedt de uitwerking van het zeven-dagen-verhaal bijna onbegrensde mogelijkheden.
Uit het arsenaal aan activiteiten dat - verdeeld over de verschillende vakken
direct met de 7 dagen van de schepping in verband kan worden gebracht,
is een keuze gemaakt om lijn te houden in het verhaal. In de appendix
worden nog aanvullingen en alternatieven gegeven per scheppingsdag. Het
uitgangspunt is de het tellen van de 7 dagen en de dingen die op deze
dagen te voorschijn komen. God, de Schepper, zal niet worden
uitgediept. Genesis 1, het zeven-dagen-verhaal is daar niet de plek
voor. Dat zul je moeten doen vanuit het verhaal over vrijheid en bevrijding.
Nu, in het kader van het zeven-dagen-verhaal komt God voor het voetlicht
als degene die alles wenst, zoekt, noemt, een plaats geeft om uiteindelijk
te zien hoe goed het is om tenslotte uit te rusten. Dat is niet alleen een
verhaal over vroeger. Het is ook het verhaal voor vandaag. In
plaats van de "verleden tijd" mag je ook "de tegenwoordige
tijd lezen". Dat is veel spannender. Net poppenkast, over de grote
dingen, de geheimen van ons leven. Alsof we over de schouder van de
verteller van dit oude verhaal meelezen. Daarom
en kortom: De schepping, van het begin tot het leven
|
Dag 0 bestaat natuurlijk
niet, maar toch. Je kunt minstens even doen alsof.
'In het begin
schept God de hemel en de aarde'..............
Zoek je eigen woorden
voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Scheppen betekent - teminste dat vertelt het verhaal
- iets maken. Is er dan niks voordat God de hemel en de aarde maakt? Laten we
zeggen: HELEMAAL NIETS!!!
Er was niets te
zien, niets te horen, niets te voelen, niets te ruiken oftewel, er is geen
licht, geen geluid, geen tijd (dus ook geen nacht en geen dag) geen grond,
zelfs geen leven.
Jullie, kinderen,
denken natuurlijk dat alles dat je om je heen ziet, hoort ruikt, voelt – je
dankt dat dat er altijd al geweest is. Maar het is de vraag of dat zo is.
Misschien is het wel niet zo …
Suggestie 1:
Probeer eens iets voor te stellen bij 'niets'.
Hoe zou je het kunnen uitdrukken of kunnen
omschrijven? Wat denken jullie, is
'niets' netjes of zou 'niets' eigenlijk een grote berg rotzooi zijn.
(Vergelijk dit met iets
bouwen: eerst liggen de bouwstenen als rommel door elkaar, (vormen zij samen
nog niks, alleen een vorm van rotzooi), maar als zij mooi gestapeld zijn,
vormen zij opeens een huis of een toren).
En 'niets doen', is dat eigenlijk wel niets doen? Kun je een dingen opnoemen die je toch doet, ook al zeg je dat je niets aan het doen bent.?
Suggestie 2:
Probeer 'niets' eens even te ondergaan. Stel je eens voor dat je helemaal niets zou kunnen merken of waarnemen.
Ga bijvoorbeeld eens allemaal met de ogen dicht en de met de handen
voor je oren zitten. Probeer dit een paar minuten vol te
houden. Hoe voelde dit?
Intussen heeft de
leerkracht iets in de klas veranderd. Zien jullie deze verandering en hebben
jullie haar/hem horen of zien bewegen?
Suggestie 3:
Zou niets eigenlijk ook iets
kunnen zijn? Je tekent als leerkracht een heel eenvoudige,
herkenbare tekening. Laat de kinderen opnoemen wat je getekend hebt.
Je gaat steeds abstracter tekenen. Het wordt moeilijker voor de kinderen
om iets in de tekening te herkennen. Hiermee
ga je door tot het moment dat de kinderen gaan zeggen dat het niets
meer voorstelt. Ondanks de reactie
van de kinderen dat 'het niets voorstelt', kun je met de de uitvoering van
deze suggestie een ideale brug siaan naar dag 1: Eigenlijk was er niets, maar
toch had God een idee om dingen te maken.
Net zoals wij zojuist
wel een tekening (iets) gemaakt hebben die niets voorstelt. Je kunt nu ook
denken aan: een foto waar niets op staat. Of: een zwembad zonder water. Het
is wel wat, maar eigenlijk niets.
We beginnen opnieuw met niets
voor het verhaal: een heel groot leeg vlak papier op een muur van de klas.
Elke dag wordt er iets op getekend en gplakt. (Het alternatief is een lege
doos als begin van een kijkdoos).
Beginnen jullie
nu al een heel kiein beetje te voelen of te begrijpen hoe knap (bijzonder)
het is iets te maken waar je eigeniijk nog helemaal geen voorbeeld van hebt?
En God zegt:
'Er moet licht zijn. En er is - licht.'
God ziet hoe
goed/mooi het licht is en hij scheidt het licht van de duisternis. Het licht
noemt hij dag, en de
duisternis nacht.
Het wordt avond
en wordt ochtend. Dag één.
|
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding: Stel
je nu eens voor dat er geen dag en geen nacht zou zijn.
Wat zou je dan allemaal niet kunnen of niet hoeven doen; wat
zou er niet nodig zijn of juist wel ? Wat
zou er niet zijn en waarom?
|
![]() |
Suggestie 1.
Kun je in het donker elgenlijk wel iets zien?
Er zijn dieren die in het donker heel goed
kunnen zien, beter dan overdag. We noemen dat nachtdieren. Zouden jullie
een paar van die dieren kunnen opnoemen?
Zijn jullie zelf
ook nachtdieren? En ais je iets in
het donker niet kunt zien en je wil toch weten wat het is, wat kun je dan
doen. Wie 'kijken' er altijd zo? Zullen we nu eens'blindemannetje proberen?
Suggestie 2:
Wat hoort er altljd bij licht en donker?
Waarom Iijkt schaduw altijd op het ding waar
het de schaduw van is? Hoe ontstaat
schaduw eigenlijk.? Kunnen jullie ook spelletjes bedenken met de schaduw?
(schaduwtikkertje, schaduwtekenen, etc.)
Suggestie 3:
Weten jullie dat je licht nodig hebt om te
groeien, om te leven? Als we deze plantjes (bijvoorbeel tuinkers)
zaaien in twee verschillende bakjes, één zetten we in het licht en het andere
in het donker, wat zal er dan gebeuren? Zien
jullie ook dat de plantjes echt in de richting van het licht groeien?
Suggestie 4:
Welke gevoel hebben jullie bij (dag)licht en
bij donker? Licht maakt vrolijk of gezellig. Kunnen jullie daar voorbeelden van geven? (de
lampjes in de kerstboom, de feestverlichting op straat, vreugdevuren (Pasen),
vuurwerk etc.) Geldt dit alleen voor 'kunstlicht' of ook voor het daglicht
van de zon?
Donker roept weer een heel ander gevoel op; hoe zou je zo'n gevoel noemen
of omschrijven? Is dat alleen in het echt of werkt het ook met de kleuren
van een tekening; Maak nu eens een tekening met alleen lichte kleuren en een
met alleen donkere kleuren. Houdt ze -
als ze klaar zijn - naast elkaar. Voel je verschillen?
Tenslotte beginnen
we op -het bij dag 0 genoemde lege grote papier aan de muur te kleuren, contrasten
aan te brengen tussen licht en donker (nog geen concrete voorstellingen) en
laten we licht binnen in de (kijk)doos, door er gaten in te snijden en die
bijvoorbeeld te beplakken met gekleurd cellofaanpapier: Er zat helemaal niets
in de doos, maar nu tenminste al licht.
En God zegt:
'Er moet een boven zijn en een beneden.' En zo schept hij hemel en aarde, een dak van (blauwe) lucht
met daaronder water en grond…
En God ziet hoe
goed dit is. Weer wordt het avond
en weer wordt het ochtend. En ook
dag twee gaat voorbij..........
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Wie
van jullie weet wat de hemel is en waar die zou kunnen zijn? Denk je dat het een soort gebouw is, een park, een paleis of misschien
iets dat wij helemaal niet kennen? Wie
heeft er wel eens de hemel getekend of gekleurd? En wie is er al allemaal in de hemel? En om in de Hemel te komen, moet je dan eerst
geleefd hebben op aarde?
En wat is aarde, is dat nu een ander woord voor zand of klei, of is het
een ander woord voor 'wereld'? Allemaal vragen die eigenlijk geen antwoord
kennen. Er zijn alleen mogelijke oplossingen. Bij de uitwerking van deze dag
moet je daar dan ook enige rekening mee houden.
|
Suggestie 1: Kan dat eigenlijk wel, een dak van lucht?
Volgens de bijbel maakte God een dak van lucht
en dat noemt hij dat de Hemel.
Weet je wat, we gaan met zijn allen plat op het gras liggen en
dan gewoon naar boven kijken. Misschien
zie je wolken, heel hoog of heel laag.
Zouden die wolken ook een deel van de Hemel zijn? Kunnen jullie
het einde van de lucht zien?
Ais er een einde is, zou de Hemel daar dan ook ophouden? Wat
zou er nog verder weg kunnen zijn?
Suggestie 2: Is lucht (de hemel) nou iets of niets? Wij zijn nu al bij dag 2 en God heeft al een aantal dingen gemaakt. We begonnen met helemaal niks op dag 0. Maar
lucht, is dat nu wel iets, kun je dat zien of vastpakken. En als lucht niet te zien is, zou je de hemel
dan wel kunnen zien? Als je
goed nadenkt, dan kun je lucht zichtbaar maken of laten voelen of bewegen. Wie kan er zo'n proefje bedenken? (ballon,
blazen (fietspomp), de wind iets weg laten waaien). Denk er dus om dat er dingen zijn, die er wel zijn, maar die je niet kunt
zien zoals bijvoorbeeld de hemel.
|
![]() |
Suggestie 3:
Waarom zou God water op dezelfde dag maken
als lucht? Water is net als lucht heel erg belangrijk
voor mensen en voor dieren natuurlijk. Bijna
alles wat je drinkt bevat water, en weet je dat zelfs ons lichaam voor een
heel groot deel uit water bestaat? En
de wereld, wat denk je, heeft die ook veel water? Zullen we eens proberen een knipselschilderij
te maken van allerlei soorten water en laten zien wat je er allemaal mee kunt
doen en waar je het zeker voor nodig hebt?
En als die schilderijen in het klein
gelukt zijn, zullen we de hemel en aarde dan ook op het grote papier aan de
muur gaan tekenen? En zouden we de
hemel en de aarde ook al een plaatsje kunnen geven in de kijkdoos?
En God zegt: Naast
water moet er ook het droge komen en zo liet hij ai het water naar één plaats
stromen. 'Het droge' noemt hij
land. En op dat land begint hij van alles te laten bloeien. Het samengestroomde
water noemt hij zee.
En weer ziet God hoe goed dit is.
En als het donker wordt gaat ook dag drie voorbij....
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Voor
kinderen zijn land en zee niet alleen de samenstellende delen van de aarde,
het vormt meteen de basis van de leef- en speelwereld.
Wat is er heerlijker om op een mooie zomerse dag op het strand (het
land) te spelen met water (uit de zee). Het
is dan ook geen wonder dat hier opnieuw een breed scala aan activiteiten ligt,
waarmee de schepping kan worden uitgebeeld en uitgediept. Door ook nog uit
te gaan van modder, bereik je een ideale verbinding met dag 2.
Suggestie 1:
Wat denk je, bestaat er land zonder zee en
andersom? Een zee (of hele grote zee met de naam oceaan)
begint en eindigt altijd met land. Of moet je zeggen dat land altijd ophoudt
bij de zee? Kunnen jullie voorbeelden geven waarom deze twee niet zonder elkaar
kunnen? Om dit te illustreren kun je gebruik maken van het ontstaan van regen,
het water geven aan bomen en planten, het leeg laten lopen van een
bad met water (als er geen bodem (land) is, loopt al het water weg), etc.
Suggestie 2:
Kan iets ook groeien of bloeien zonder water
en aarde? Als wij nu eens allemaal naar buiten kijken,
dan kunnen we ontzettend veel verschillende bomen, bloemen en planten zien.
Als het nu eens heel, heel lang helemaal niet zou regenen of juist heel, heel
lang alleen maar zou regenen, zouden al die bomen en planten hier nog staan? En zou ieder zaadje van een bloemetje op ieder
soort grond even goed of snel bloeien? Hoeveel
soorten grond kennen jullie eigenlijk? Om echt alles te controleren, gaan we een proef doen: we planten
twee zaadjes in verschillende soorten grond; ook proberen we twee plantjes
te laten groeien op verschillende plaatsen, één op een plaats waar het nooit
regent en één op een plaats waar het heel nat is. ledere dag gaan wij kijken
of er al verschillen te zien zijn!
Suggestie 3:
Waarom zeg je meestal op aarde (op de
grond) en in de zee? Bijna
alle mensen en dieren leven op aarde, de vissen in de zee. Als jullie nu een tekening moeten maken van land en zee
kunnen jullie dit verschil dan laten zien in de tekening? Waarom denken jullie
dat dit verschil er is?
Zullen we dit gaan proberen uit te
beelden op het grote papier aan de muur?
Voor wat betreft land en zee
in de kijkdoos, ligt een verschil in kleur voor de hand, Na suggestie 3 zullen
we echter moeten proberen om rekening te houden met de verdere vormgeving
en toevoegingen van deze elementen.
En God zegt: De
dag en de nacht (veel te donker) kunnen nog veel mooier gemaakt worden en
lichter. Zo maakt hij voor de nacht de maan en de sterren. En voor de dag maakte hij de zon, vol van licht
en warmte.
Als God dit alles geschapen heeft,
kijkt hij er naar. En God ziet al weer: hoe goed is het allemaal. Hij is heel
tevreden. Alles past bij elkaar. De zon gaat onder, de maan en sterren komen
op. Zo komt er een einde aan die dag. De vierde...
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Min
of meer vanzelfsprekend is er met betrekking tot de zon, de maan en de sterren
erg veel aan activiteiten te ontwikkelen. Wellicht dat bang zijn in het
donker een aardige introductie vormt. Angst die weg te nemen valt door
het verlichten van plekken die je niet kunt zien. Aan de hand hiervan kun
je ook ingaan op de verschillen in betekenis tussen de zon en de maan. En sterren, tja, die stralen overal …
Suggestie 1:
Is de maan een soort zon voor overdag of toch
iets anders? De kinderen in de onderbouw kennen de maan
natuurlijk als dat lichtgevende ding aan de hemel en als regelmatig terugkerend element in bijvoorbeeld Sinterklaasliedjes.
Je kunt hen er nu op gaan wijzen dat als de maan echt een soort lamp zou zijn,
iemand die wel eens vergeet uit te doen; vaak kun je hem ook zien als het
niet donker is!! Om dat te illustreren en tevens om te laten zien hoe slim
opnieuw de achterliggend relatie is tussen zon en maan, kun je met de kinderen
gaan spiegelen. Je vangt licht op met een spiegel en laat daardoor
een lichtobject ontstaan dat zelf weer licht geeft. Daarmee verklaar je meteen dat de maan er wel
altijd is, maar niet altijd zichtbaar.
Suggestie 2:
Waarom tekenen wij altijd sterren met punten?
De kinderen wordt gevraagd een aantal verschillende
soorten sterren te tekenen/uit te beelden, samen met de zon. Als duidelijk wordt dat bijna ieder kind een
figuur tekent met een aantal punten, dan ga je de vergelijking aan met de
lichtpuntjes die je 's avonds aan de hemel kunt zien staan. Zie je dan ook
van die punten en zo nee, waarom niet? Toch zijn onze afbeeldingen van sterren
afgeleid van die dingen in de nacht … Uiteindelijk leg je de link met de (uit)straling
van het licht. Sterren stralen, ze verspreiden licht naar alle kanten
en dat drukken wij uit door die punten.
Suggestie 3:
Is de zon nu een lamp of eigenlijk meer een
kachelverwarming? Sommige
kinderen zullen opmerken dat er al licht was voor de zon (ver)scheen. Dat
brengt ons bij de zon als warmtebron. Met
dit begrijpen kunnen we allerlei soorten natuurverschijnselen oppakken en
wellicht ook de seizoenen gaan verklaren. Wat doe je als het buiten erg heet
is? Wanneer zijn de aardbeien rijp?, etc.
Als 'doe-activiteit'
kunnen de kinderen nog hoofddeksels maken die hen beschermen tegen een te
felle zon in de zomer.
Zijn ze daar klaar
mee, dan pakken we de muurtekening en de kijkdoos weer op. Van de getekende sterren, plakken we er een
paar in de kijkdoos en na uitvoering van suggestie 1 plakken we de zon en
de maan links en rechts tegenover elkaar.
Met wat reliëf in het landschap verduidelijkt dit bovendien de scheiding
tussen dag en nacht.
En God zegt: De
Aarde en de Hemel zijn mooi, maar er ontbreekt nog wat. De zeeën en de lucht kunnen wel wat bewoners
gebruiken. En zo wordt de zee
het thuis van alle vissen en de lucht dat van de vogels.'
En God ziet het allemaal. Hoe goed
is het. In de lucht en in de zee, waar mensen niet kunnen leven, daar zijn
de vogels en de vissen. De zon gaat onder. Ook de vijfde dag is geweest.
![]() |
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding: Vissen
en vogels zijn dieren die kleuters in eerste instantie minder aanspreken
dan de bekende huisdieren als poezen, honden, konijnen, hamsters, cavia's
etc. Misschien dat een rondvraag in de klas over
het thuis hebben van dieren, een verdwaald goudvisje oplevert of een
kanarie. Onder verwijzing naar het bovenstaande citaat, mogen kinderen
die thuis (een) vogel of vis(sen) hebben in de kring hierover vertellen.
Kinderen met andere huisdieren komen morgen aan de beurt?!!!!
|
Suggestie 1:
Wat kunnen vissen wel en wij niet? Beginnen valt de toelichting bij vissen met twee viskommen, één
met alleen water en één met planten en vissen.
Dan vraag je de kinderen welke ze het mooiste vinden en probeert ze
dat onder woorden te laten
brengen.
Daarna vraag je
wat het meest bijzondere aan vissen is en welke soorten ze kunnen opnoemen.
Uiteindelijk vraag je wie er al kan zwemmen en net ais de vissen met zijn
of haar hoofd onder water durft (al dan niet met de ogen open). Wie wil het voordoen in de bak met het schone
water?
Suggestie 2:
Vliegen alle vogels? We gaan direct naar buiten om te ontdekken of en welke vogels we kunnen
zien en vertellen er wat over. Daarna mogen de kinderen die al gevlogen hebben,
vertellen over hun ervaringen en de kinderen die nog niet gevlogen hebben,
over de voorstelling die ze hebben van vliegen. Is het eng of juist heel leuk
en zouden vogels ook bang zijn hoog in de lucht. Trouwens, kunnen alle vogels
vliegen? Om dit te testen doen we het spelletje 'alle vogels vliegen', waarbij
op de plaats van het woord vogels steeds iets anders komt. Is dat iets dat
kan vliegen, dan maken de kinderen met hun armen een vliegbeweging en anders
niet. Als ze die beweging maken bij
een niet-vliegend voorwerp/ding/dier, dan zijn ze af.
Om te laten zien
hoe mooi en knap de vliegbeweging is kunnen we 'perpetuum mobile'-achtige
vogels maken of, - simpeler - een
mobile van gekleurde vogels.
Suggestie 3:
Hoe praten vissen en vogels? Weten jullie welke geluiden vissen maken? En als ze geen geluid maken, hoe praten ze dan met elkaar? Kunnen jullie ook praten met
elkaar zonder geluid
te maken? 1
Bijna overbodig
te vermelden dat onze muurtekening en kijkdoos worden aangevuld en opgevrolijkt
met vissen in de zee en los hangende vogeltjes in de lucht.
En God zegt: Er
zijn nu vissen in de zee en vogels in de lucht, maar op het land is nog niets.
En zo maakt hij de dieren, wild en tam, van groot tot klein. En dan. Uiteindelijk
maakt hij de mensen. De dieren en de planten lijken op elkaar, maar de mensen
zijn een uitzondering. Adam en Eva maakt God naar zijn eigen voorbeeld. Zo
kunnen ze genieten van de hemel en de aarde.
Nog steeds ziet God … nee, hij heeft
nu geen woorden meer. En als mensen niet gaan meewerken dan wordt het niks
(eigenlijk niks – zie dag 0). Zo wordty het avond, en ochtend. Dat is de zesde
dag.
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Met
de dieren en de mensen begon de aarde te leven. Het ligt dan ook voor de hand
om het scheppende gedeelte van het verhaal af te sluiten met allerlei facetten
die direct met mens en dier te maken hebben. Leven is verbonden met
emoties net als kleine kinderen bronnen van emotie zijn. Deze synthese van
gevoelens valt op vele manieren uit te werken, we noemen er wederom slechts
drie. Niet alleen houdt dit de structuur van onze
benadering vast, het houdt de vaart in het scheppingsverhaal als activiteitenrooster
blijft qua tijdsverloop analoog aan het origineel.
Suggestie l:
Hoe doet een koe? Zoog(land-)dieren
bieden vele manieren tot uitbeelden. Variërend
van geluidsimitatie tot voortbeweging zijn met kleuters vele spelletjes en
oefeningen te verzinnen. Daarnaast
zijn er op het gebied van handvaardigheid/ beeldende vorming velerlei mogelijkheden
om dieren te maken.
Een sturend gesprek
kan zeer inspirerend zijn, zeker indien de nadruk komt te liggen op hoe mooi
de dieren zijn. Hoe kom je er op zoiets te maken. Andere richtingen om de
verwondering van kinderen nog extra te stimuleren zijn het aantal verschillende
dieren op aarde, dat ieder dier zijn eigen omgeving nodig heeft, etc.
Suggestie 2:
Hoe goed ken ik het menselijk lichaam? Een superspeelse, eerste biologieles over het menselijk lichaam, in de
vorm van een quiz, accentueert het lichamelijke aspect van de mens. In een kring ligt één kind op de grond. De andere kinderen hebben kaartjes met een
tekening en de naam van een lichaamsdeel en moeten dat op de juiste plaats
bij het liggende kind leggen.
Suggestie 3:
Van wie is de aarde nu? Op de aarde leven heel veel en verschillende
mensen in heel veel verschillende landen. Toch zijn ze allemaal gelijk, of
ze nu groot of klein, dik of dun zijn etc.
We hebben de aarde nodig om op te leven. Kunnen jullie dingen opnoemen
die mensen juist wel en juist niet moeten doen om de aarde mooi en
gezond te houden?
Oftewel, als de
muurtekening en kijkdoos zijn aangevuld met de dieren en met de mensen, en
daarmee eigenlijk helemaal klaar zijn, wat kunnen we er dan het beste mee
doen om er nog heel lang van te genieten?
En dat geldt niet alleen voor ons, maar ook voor de kinderen en mensen
die na ons komen!!!
Op de zevende dag
is God klaar met alles wat hij gemaakt heeft. Toch is het nog niet af. Want
je moet niet altijd alleen maar bezig zijn. Daarom komt de zevende dag. God
maakt de zevende dag. Die dag om met zijn allen uit te rusten is zo bijzonder
dat God hem zegent. Net als God mogen wij genieten van alles wat goed is.
En God kijkt naar
wat Hij gemaakt heeft. Hij ziet het. Zeer goed is het, "af!". En
God rustte uit nadat hij alles gemaakt heeft.
Zoek
je eigen woorden voor het hier volgende. Het is zoiets als de inleiding:
Weten
jullie dat wij nog steeds een rustdag hebben, een dag waarop je niet naar
school hoeft en bijna alle winkels gesloten zijn. En weten jullie ook dat
die dag dezelfde dag is als de dag waarop God uitrust van zijn werk. Die zevende dag, de rustdag, welke dag zou
dat zijn? En wat doen jullie zo al
op zondag?
Suggestie:
Om kinderen uit
"de 7-daagse werkweek" te trekken, hen bewust te maken van het begrip
rustdag, bereid je hen in de weekafsluiting voor op de beleving van
de zondag. Probeer eens goed te onthouden wat je op zondag allemaal doet en
vertel daar dan eens over in de weekopeningkring van maandag a.s.
Sommige van jullie
zullen zeggen 'Oh, ehh, ik heb de hele dag niks gedaan', maar is dat wel zo.
En zien jullie nu weer hoe moeilijk het is om 'iets' van 'niets' te scheiden?
EPILOOG:
Het zeven-dagen-verhaal
laat zich heerlijk verbeelden in activiteiten voor jonge kinderen. Je kunt elke vraag erin een plaats geven en,
zoals uit bovenstaande benadering moge blijken, meteen aangeven dat de schepping
een voortdurend proces is, zonder begin en zonder einde: er is geen grens
tussen iets en niets. Wat wel zeker
is dat het werk was gedaan .....
APPENDIX:
KORTE OPSOMMING
VAN ACTIVITEITEN PER VAKGEBIED DIEOOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD IN HET KADER VAN HET
ZEVEN-DAGEN-VERHAAL.
Vakgebied: Drama/muziek
Suggestie
Niets is te vervangen door het woord chaos
(zie suggestie 1 bij dag 0): waar dat toe (kan) leid(t)(en) wordt duidelijk
als de kinderen door elkaar heen praten, verschillende muziek door elkaar
maken en kris kras door elkaar heen lopen.
Vakgebied: Beeldende
vorming
Suggestie
Kinderen laat je
kleuren (verf, potloden, vetkrijt, pastel, ecoline) met kleuren mengen met
het resultaat dat de eindkleur onherkenbaar is.
Suggestie
We maken een donker
hol in de klas (deken, landbouwplastic).
Wat zie je?
Vakgebied: Beeldende
vorming
Suggestie
We werken met contrasten,
bijvoorbeeld silhouetknippen of we spelen met kleuren en gaan donkere kleuren
verf mengen met wit.
Vakgebied: Drama
Suggestie
Schimmenspel,
Suggestie
Met behulp van een
illustratie van lucht en wolken gaan we wolken maken door middel van de spattechniek,
papierscheuren, knippen of stempelen.
Vakgebied: Biologie/natuuronderwijs
Suggestie
Werken met de verplaatsing
van lucht (blazen) en de wind voelen. Spelen met waterdamp (uitademen tegen koud raam); een fluitketel
laten blazen; met je adem 'rook' uitblazen bij koud weer of 's zomers bellen
blazen en spelen met namaakregen uit de tuinslang. Ook het laten waarnemen van dingen als de horizon (waar raken aarde
en lucht elkaar?)
Vakgebied: Viering/kringgesprek
Suggestie
Praten over water
en lucht. Waar komt het voor en hoe
komt het voor?
Vakgebied: Muziek/drama
Suggestie
Liedjes zingen over
en geluiden maken bij water en regen. Pantomime
uitbeelden van dingen waar water en lucht bij komen kijken (bijv.
Tandenpoetsen).
Vakgebied: Viering/Kringgesprek
Suggestie
Kinderen uithoren
over hun eerste gedachte(n) bij het woord zon, maan, sterren).
Vakgebied: Beeldende
vorming
Suggestie
We maken een donkere
hemel en gaan er nu een sterrenhemel van maken door er gele verf over te spatten.
Vakgebied: Beeldende
vorming
Suggestie
Uiteraard biedt
het vakgebied beeldende vorming heel veel mogelijkheden om vogels en vissen
te knippen, vouwen, plakken etc.
Vakgebied: Beweging/gymnastiek
Suggestie
Vliegen als een
vogel door lekker te zwaaien/slingeren aan een touw of te bewegen als een
vogel.
Vakgebied: Biologie/natuuronderwijs
Suggestie
Met zijn allen naar
de sloot met een schepnet en te kijken (met een vergrootglas) wat er zoal
gevangen is aan vissen.
Vakgebied: Muziek/drama
Suggestie
Liedjes over vogels/vissen
met bijpassende bewegingen uitbeelding.
Vakgebied: Muziek/drama
Suggestie
Luister/imitatieoefening
naar en van dierengeluiden, zowel vocaal als met instrumenten
Vakgebied: Beweging/gymnastiek
Suggestie
'De apekooi', een
klim en klauterparadijs in de gymzaal, als ware het een oerwoud.
Vakgebied: Kringgesprek/natuuronderwijs
Suggestie
Indien toegestaan volgens het schoolreglement, kinderen hun huisdieren laten
meenemen en hierover laten vertellen of een kleine excursie naar een (kinder)
boerderij.
Laat de kinderen eens totaal vrij in het uitbeelden van uitrusten. Is er een relatie tussen de manier van uitrusten
en datgene wat je daarvoor deed?
Wat ook mooi kan zijn
.
Zeven kleine blikjes met zand vullen. Daarin een kaars.
Elke dag wordt er een kaarsje meer aangestoken.
Daar zijn natuurlijk ook varianten op.
achtergrond informatie voor de onderwijsgevende
Boeken die je kunt raadplegen om het scheppingsverhaal te vertellen:
1. De Kijkbijbel
Kees de kort
2. Gods prachtige schepping
Stephanie Jeffs
Uitg. Benjamin, Leiden
3. Zaterdag in het paradijs
Een prentenboek van Helme Heine
Tekst: Willem Wîlmink
4. Veertig verhalen vol verwachting
Tinie de Vries en Anna-Hermine Müller
5. De Bijbel, uit de grondtekst vertaald
De Willibrord-vertaling
6. Bijbelse verhalen voor jonge kinderen
D.A. Cramer-Schaap
ISBN 90-216-14863
7. Kleurrijk bijbellezen met kinderen
J. Chabert
ISBN 90-252-9299-2