Titus

Een zelfstandige studie
voor de verkorte deeltijd

       

door Lonneke Verburg & Niki Oladosu

D34 - Januari 2005

Samenwerking heeft al vaker tot opmerkelijk resultaten geleid.
Dit werkstuk is daar een voorbeeld van.
Het laat zien hoe je met een beetje inspiratie en enig zelfstandig onderzoek
een fraai onderwijs-arangement kunt maken.
Het zal niet eenvoudig zijn dit met kinderen te doen
maar het is dan ook een heel werk
& het kan allicht ideeën geven.

Dames, bedankt voor de durf.
Jan Engelen - februari 2005

 

 

 

 

 

                       

 

 

 

 

 

Verhalend ontwerp Titus

 

 

Inhoud

 

I        Verantwoording

II       Het verhalend ontwerp

III      Welke vakken doen mee?

IV      Titus, zoon van Rembrandt

V       Keizer Titus Vespasiunus

VI      Titus van de brief

VII     Afsluiting

 


I        Verantwoording

 

Lonneke:

Hoe het allemaal begon…

Voordat ik aan deze zelfstudie opdracht kon beginnen was het zaak een verhaal te vinden van waaruit ik de lessenserie zou gaan maken. Interessant is het pas als je voor een verhaal kiest wat je nog niet kent, en er dus onderzoek en verdieping gaat plaats vinden. Nu moet ik zeggen dat ik de meeste verhalen uit de bijbel niet goed ken, maar om niet een verhaal uit te melken dat al vele malen is doorgelicht heb ik mijn oog laten vallen op de inhoudsopgave van de bijbel. Daar viel mijn oog meteen op Titus.  Het schilderij van Titus, zoon van Rembrandt is zo ontroerend mooi, dat ik gekozen heb voor Titus, zonder te weten wie hij is, wat zijn rol is in verhalen en welk verhaal. Spannend om op deze wijze  de bijbel in te duiken. Mijn  nieuwsgierigheid is enorm geprikkeld. Ik ga op zoek…


Niki:

Ik had met Lonneke afgesproken dat we zouden samenwerken bij deze opdracht. Zij was al helemaal in de ban van Titus. Persoonlijk ben ik zelf in de ban van David, maar Lonneke was al op weg en dus gingen wij op de ingeslagen weg verder. Titus uit de bijbel kende ikzelf niet, want het laatste gedeelte van het Nieuwe Testament ken ik niet zo goed. Reden dus om mij hierin te verdiepen. Lonnekes enthousiasme werkte aanstekelijk en het idee voor een verhalend ontwerp sprak mij direct aan. En dus zijn wij samen verder gegaan. Er is een verhaal ontstaan langs drie totaal verschillende werelden. Verschillend in landschap, cultuur, religie en tijd. Maar die werelden hebben wel één gezamenlijke noemer: Titus.

 

***

 

II     Het verhalend ontwerp

 

Episode 1: Het houten doosje

 

De juffrouw komt ’s ochtends in de klas. Zij heeft een klein houten doosje bij zich. Het doosje ziet er oud uit en is een beetje vies, er zit modder aan. Als de kinderen in de kring zitten, zet de juffrouw het doosje op haar schoot. De kinderen zijn nieuwsgierig en willen weten wat er in het doosje zit. Dat wil de juffrouw wel vertellen, maar eerst moeten de kinderen weten hoe zij aan dit doosje is gekomen. Zij vertelt dat zij gisteren aan het wandelen was in het centrum (van Amsterdam) en langs een bouwput kwam. Weten de kinderen wat dat is? Een bouwput? De juffrouw was een beetje nieuwsgierig en keek achter de omheining. Het huis dat er vroeger stond was helemaal afgebroken. Je zag hier en daar nog wel resten: stukjes behang, grote brokken steen. Voor de rest was het één groot gapend gat. Maar vlak achter de omheining zag ze iets liggen. Het was verborgen onder een paar grote stenen. Haar nieuwsgierigheid was groter dan haar voorzichtigheid en ze stapte achter de omheining op de berg stenen af. Dat mogen jullie natuurlijk nooit doen! En weet je wat ze vond? Juist, dit houten doosje. We bekijken het doosje nog eens goed. Wat valt de kinderen op? Ja, het is oud en vies. Het ruikt wat muf. Er zitten ook verfspatten op. Het lijkt wel zo’n oud verfdoosje van een schilder. Zou wat erin zit ook zo oud zijn?

 

 

Episode 1: De brief

 

Nu is het grote moment gekomen om het doosje te openen.

De deksel gaat eraf….

Er ligt een opgerold stuk papier in. Het lijkt wel perkament. Het is gelig, vlekkerig en aan de randen wat gerafeld. We rollen het papier uit. De letters zijn bijna niet meer te lezen. De taal waarin de brief geschreven is kennen we niet. Het enige dat we kunnen onderscheiden is een naam die onderaan de brief staat.

De naam die we kunnen onderscheiden is: Titus.

 

 

 

De opzet van het verhalend ontwerp

 

Als de klas er voor in is, kun je met dit verhalend ontwerpen beginnen. Hoe komen we erachter wie de Titus is die deze brief geschreven heeft?

 

De grote lijnen worden uitgezet, doch plannen waarmee kinderen komen worden serieus bekeken en uitgevoerd in overleg. De grote lijnen zetten we uiteen. Daar komen vast ideeën uit die de  kinderen aandragen. Uiteindelijk stuur je steeds weer aan op de hoofdlijn van het verhaal.

 

Er wordt een wandfries gemaakt. Dat is een bord (of lange rij papier aan elkaar geplakt) in de klas waar alle gevonden onderzoekingen een plaats krijgen. Het uiteindelijke plaatje zou een drieluik van drie Titussen bij elkaar moeten worden.

 

 

Episode 2: Titus, zoon van Rembrandt

 

We gaan als detectives te werk.

Welke aanknopingspunten hebben we:

-         de plek waar het doosje is opgegraven, n.l. het centrum van Amsterdam

-         het doosje, oud, muffig, met verfspatten; een verfdoosje?

-         een brief geschreven in een voor ons onbekende taal

-         een naam: Titus

 

Als we Amsterdam en verf combineren met Titus, komen we (met enige sturing) terecht bij Titus, de zoon van Rembrandt. We gaan onderzoek doen naar hem. Alle informatie hangen we bij elkaar bij het portret van Titus. Dit wordt deel 1 van het uiteindelijke drieluik.

 

Als we alle informatie over Titus hebben verzameld, is een logische volgende stap een bezoek aan het Rembrandthuis. Hier heeft Titus immers rondgelopen, gespeeld, geleefd. Een medewerker (een vriend of kennis van ons die in het complot zit) in het Rembrandthuis denkt dat de brief niet in het oud Nederlands is geschreven maar in het Latijns. Hij verwijst ons door naar het Allard Piersonmuseum. Daar doen ze ook onderzoek, dus zij zullen ons wel kunnen helpen…

 

 

Episode 3: Keizer Titus Vespasianus

 

We hebben van die aardige meneer in het Rembrandthuis een belangrijke tip gekregen: de brief is waarschijnlijk geschreven in het Latijns. In welke periode sprak men Latijns? We gaan terug in de tijd: middeleeuwen, Romeinen?

 

Het wordt tijd dat we een samen met de kinderen een tijdbalk gaan maken. We markeren op de tijdbalk wie uit welke tijd kwam. We doen niet alleen onderzoek naar de persoon maar ook naar het tijdsbeeld, de cultuurgeschiedenis en het landschap. En de rol van het Christendom in die specifieke tijd.

 

We komen uit bij de Romeinse keizer Titus Verspasianus. Ook naar hem gaan we onderzoek doen. Waarom is hij bekend geworden? Wat waren zijn bekendste wapenfeiten? Hoe leefden de mensen toen? Al de informatie hangen we bij het portret van Titus Verspasianus. Dit wordt deel 2 van ons drieluik.

 

Het bezoek aan het Allard Piersonmuseum levert echter  een nieuwe aanwijzing op. Een zeer geleerde medewerker vertelt ons dat de brief niet in het Latijn maar in het Hebreeuws geschreven is en waarschijnlijk heel erg oud! Hij raadt ons aan om ons geluk te beproeven in het Bijbels Museum.

 

 

 

 

 

 

Episode 4: Titus van de brief

 

De brief is geschreven in het Koinè-Grieks! En we moeten naar het Bijbels Museum!

 

Reden om de bijbel erop na te slaan. Kunnen we Titus terugvinden in de Bijbel? Wat deed hij? Wanneer leefde hij? Maar vooral: wie was hij? En waarom schreef hij deze brief?

 

Deel 3 van ons drieluik kan nu gevuld worden. En met de hulp van een woordenboek zullen wij nu ook delen van de brief kunnen ontcijferen. Wat zal er in staan? Kunnen we de inhoud van de brief koppelen aan Titus in de bijbel?

 

 

 

Episode 5: Afsluiting

 

We hebben de brief ontcijferd en weten wie de brief geschreven heeft. In de brief stond het antwoord van Titus aan Paulus!

 

Doordat de juf het doosje had gevonden zijn we drie Titussen tegengekomen in verschillende tijden. Maar hoe zit dat nou met dat doosje? Hoe kwam dat doosje daar terecht ? In Amsterdam onder een huis? Kinderen gaan op onderzoek en schrijven allemaal zelf een verhaal hoe zij denken dat het doosje daar gekomen was.

 

De brief was het antwoord van Titus aan Paulus. Maar we kunnen de tekst niet meer ontcijferen, alleen de handtekening. Bedenk zelf wat Titus geschreven zou kunnen hebben aan Paulus.

 

Deze prachtige verhalen komen in een boekje terecht; de doos van Titus.

 

Als afsluiting van het hele project vieren we een Titusfeest. Het is het feest van barmhartigheid en hulp bieden aan elkaar. Maar ook een creatief feest waar geschilderd gaat worden. De klas viert op vrijdagmiddag een afsluitend feestje waar ook ouders welkom zijn en kinderen voordragen uit het zelf geschreven boekje. De klas worden dan drie hoeken ingericht met spullen en sfeer uit de tijden van de Titussen. De kinderen zijn verkleed in kleding uit de 16e eeuw, Romeinse kleren of Grieks/Joodse kleding. Er zijn ook lekkere hapjes.

 

 

 

***

 

III   Welke vakken doen mee?

 

Aardrijkskunde en geschiedenis.

Het oude Amsterdam van zo’n drie eeuwen geleden. Op de tijdbalk komen we tot de ontdekking wie in welke tijd leefde.

Jeruzalem. Joden en Palestijnen.  Romeinen in Israël. Kreta (Griekenland). Kerkjes/ iconen en Orthodoxe geloof.

Titus beschermheilige van Kreta.  Zoeken in atlas waar Kreta ligt en ook hoe Europa toen begrenst was. Hoe is dat nu?

Naam Titus onderzoeken, waar komt je eigen naam eigenlijk vandaan.

 

Filosoferen en overleggen.

Kinderen voeren gesprekken over vragen waar de Titussen ook voor kwamen te staan.

Ze overleggen met elkaar bij het maken en ontwerpen van onderzoekmateriaal.

Onderwerpen als: heersende misvattingen, pesten, goede voorbeeld geven.

 

Beeldende vorming.

Lessen van beeldende vorming komen geregeld tussen alles door zoals het maken van iconen, maken van een klaagmuur, figuren van klei en kunst kijken in het rijksmuseum.

Beeldmateriaal van Titus uit de bijbel dmv Icoon.

Beeldmateriaal van keizer Titus dmv munt beeltenis en klaagmuur.

Beeldmateriaal van Titus Rembrandt dmv schilderijen.

De spiegel van Rembrandt; Jan Wolkers. Zelfportretten schilderen.

 

Taal.

Taalbeschouwen door lezen van teksten en daar de informatie uit halen. Ook op internet kunnen kinderen op zoektocht. Welke taal werd gesproken in welke tijd?

In eigenwoorden (her-)schrijven van verhalen.

Brieven schrijven aan de politie. Hoe schrijf je een officiële brief aan een hoofdagent.

Tutorlezen wat wordt opgestart als; het goede voorbeeld geven en hulp bieden.

 

Schijven.

Schrijven van Romeinse letters en cijfers.

Brieven schrijven met kroontjespen.

 

Rekenen.

Hoe lang deed Titus samen met Paulus over de reis van Rome naar Kreta?

Welke tijd leefde wie en hoe lang geleden is dat? Hadden ze elkaar kunnen kennen?

 

Sociaal emotionele vorming op weg naar zelfstandigheid & zelfredzaamheid.

Kinderen zullen merken dat de mannen allemaal al op jonge leeftijd dingen deden waaruit blijkt dat ze al heel zelfstandig waren. Je eigen koersvaren, zonder een ander uit het oog te verliezen. Dit gevoel ga je in de klas integreren.  Verhalen en belevenissen van onze Titussen trek je ook regelmatig naar het nu, naar de kinderen zelf toe. Hoe zou jij het hebben gedaan als je Titus was. Hoe sta jij als kind nu in het leven. Hoe zou jij het willen en wat zou je daarvoor moeten doen. Het gaat om de kleine dingen die je dagelijks kunt aanpakken om veranderingen te weeg te brengen. Geef daarmee kinderen zicht op eigen kracht en mogelijkheden keuzes te maken.

 

Drama. Colosseum.  Theater….

 

***

 

IV    Episode II:      Titus, zoon van Rembrandt

 

Als je bij Google ‘Titus’ en ‘Amsterdam’ intypt, komt je in het 17e eeuwse Amsterdam terecht.

In Episode II verdiepen de kinderen zich in het 17e eeuwse Amsterdam en de schilderkunst van Rembrandt.

 

Lesactiviteiten bij Episode II:

-         Hoe zag Amsterdam in de 17e eeuw eruit? Kunnen we nog steeds huizen uit deze periode vinden in Amsterdam? Maak een excursie met de kinderen door de stad. Bekijk huizen en muurgevels. Bestudeer het soort huizen dat in deze tijd gebouwd werden.

-         Hoe leefden de mensen in die tijd in Amsterdam? Hoe was de economie en verdeling van de rijkdom? Waarom werden in die tijd zoveel huizen gebouwd?

-         Er zijn ook veel kerken in deze periode gebouwd. Welke? Waren de mensen in deze tijd erg gelovig? Welk geloof hadden ze? Bezoek een kerk en laat de kinderen benoemen in welke stijl de kerk gebouwd is. Welke onderdelen vind je terug in de kerk (het koor etc.)?

-         Titus leefde in de 17e eeuw. Hoe was het voor kinderen in deze tijd? Gingen ze allemaal naar school? Bestonden er al scholen? Of gingen ze al heel vroeg aan het werk en welk werk moesten ze dan doen? Bezoek het Amsterdam Historisch Museum (zie www.ahm.nl). De kinderen kunnen hier de volgende kijktocht maken:

 

Aan de slag in de 17de eeuw
groep 6 - 8
Kosten: E. 20,- per klas.
Duur bezoek ca. 1 uur.

De gevarieerde opdrachten in deze kijktocht leiden langs voorwerpen die gezamenlijk een tijdsbeeld geven van Amsterdam in de 17de eeuw. Er zijn open vragen en teken- en korte schrijfopdrachten. De kijktocht maakt ook deel uit van het project 'Aan de slag in de 17de eeuw'.

 

-         Ook de schilderkunst beleefde een bloeiperiode. Bekijk met de kinderen werk van 17e eeuwse Nederlandse schilders. Hoe zag het landschap van Nederland in deze tijd eruit? Wat valt je op? Welke kleding droegen de mensen? Ga naar het Rijksmuseum. Of haal boeken met platen in de klas.

-         Lees het sfeerverhaal: ‘de nieuwe leerling’ van Teun de Vries voor (zie bijlage).

-         Bekijk de volgende schilderijen: Titus als Franciscus van Assisi en Rembrandt als Paulus. Rembrandt gebruikte veel Oudtestamentische onderwerpen in zijn schilderijen. Bekijk zijn werk. Welke verhalen zitten erachter?

-         In deze episode geef je de kinderen uiteraard veel schilderslessen. Liefst in het museum of nodig een schilder uit.

-         Lees ‘De spiegel van Rembrandt’ van Jan Wolkers voor. Gebruik dit boek om zelfportretten te laten schilderen.

-         Bestudeer met de kinderen Oud Nederlands schrift. Wat is er anders. Met welke materialen schreef mijn vroeger. Zien de letters en cijfers er nu nog zo uit?

-         Als afsluiting bezoeken we het Rembrandthuis want hier leefde Titus!

 

 

Lees aan kinderen voor als sfeerverhaal. Verhaal uit de verhalenkalender; Dit over een nieuwe leerling, die een kort gesprek met Titus heeft. Het vertelt iets over de samenwerking tussen leerling en Rembrandt als leermeester.

 

 

De nieuwe leerling van Rembrandt (Theun de Vries)

 

Het was op een dezer avonden, toen hij uit wilde gaan en de deur achter zich sloot, dat er een jonge man aarzelend op hem toetrad. Hij was jonger dan Titus zelf; hij droeg een baret, zoals vroegere schilders het soms deden; zijn haar was zacht en donker, waar het zichtbaar was. Toen hij gegroet had en begon te spreken, was zijn stem onzeker en schuw.

Het is hier de Rozengracht, naar ik meen? Titus knikte benieuwd.

Weet u hier meester Rembrandt van Rhijn te wonen? De schilder?

Weer knikte Titus.

De jonge man zette zijn tas neer, en veegde zich het voorhoofd af met een gebaar van verlichting.

- De hele dag heb ik lopen zoeken. Men wees mij van de ene kant van de stad naar de andere. Ik ben blij, dat ik hem eindelijk gevonden heb; ik ben geloof ik wel op vijftig plaatsen geweest.

En wat wilt u van de meester? vroeg Titus. De jonge man keek hem aan en zijn bruine ogen begonnen donker te schitteren in het ovale gezicht.

"Zijn leerling wil ik worden!"

En alsof hij eensklaps bemerkte, dat hij het voornaamste had vergeten, voegde hij er haastig aan toe:

"Ik kom uit Dordt. Mijn naam is Aert de Gelder." Titus opende de deur.
Ga binnen, De Gelder. "We staan voor het huis van Rembrandt; en ik ben zijn zoon.

Toen Aert de Gelder door Rembrandt is aangenomen, was hij zeventien jaar. Zijn tekeningen, die hij niet thuis vergeten heeft, hebben hem bij de eerste oogopslag Rem-brandt"s genegenheid doen winnen. En nu heeft hij als leerling zijn vertrekje gekregen achter het atelier van de meester. "s Morgens en "s middags en "s avonds zit hij mee aan tafel, en het lijkt, of hij er steeds is geweest. Hendrickje zorgt als een moeder voor hem. In de vroegte wordt hij door Rembrandt gewekt. Zij ontbijten met de anderen in de keuken en gaan dan tezelfdertijd aan het werk. Zij houden op om dezelfde tijd. Rembrandt is als een oudere vriend. Wanneer hij met de jongen, aandachtige knaap alleen is zijn laatste leerling! spreekt hij langdurig, vertelt van de moeiten van het schildersambt, ofschoon hij weet, dat de leerling er toch ongelovig naar luistert; onthult schildersgeheimen, verbetert in het werk van De Gelder, is onuitputtelijk in het bedenken van raadgevingen, en doet ondertussen de jongen Dordtenaar verbaasd staan door zijn eigen doeken. Het is, of de meester voor het laatst iemand gevonden heeft, tegen wie hij kan spreken over de vergode schilderkunst, die zijn liefde begrijpt en weet, welke betekenis zijn woorden hebben. De jonge leerling is als een wassen plaat, waarin de meester zijn sporen en tekens grift. Ieder woord van Rembrandt dringt diep tot hem door. Hij zou alles kunnen herhalen, wat de meester hem heeft gezegd over de naturelle bewegelijkheid, of het mengen van de kleuren of over de Italianen. Hij kan in gedachten iedere penseelstreek natrekken, die de meester gemaakt heeft. Hij denkt bij elke beweging, die hij zelf op het linnen of het papier verricht, aan wat Rembrandt zou doen of hem leerde.

Wanneer er derden bij hen zijn op het kleine atelier, is Rembrandt stilzwijgend als steeds en het lijkt, of er iets van de geheimzinnige betovering tussen de meester en de leerling gebroken is. Er wordt gezwegen; het werk gaat verder, maar onregelmatig en gedwongen. Men denkt niet meer in het goede verband. Gedachten, die er niet thuis horen, doorzweven het vertrek en verwarren de verbintenissen, die de geest heeft gelegd.

Rembrandt is opgetogen over de vorderingen van de jongen Aert. Nimmer heeft hij bij zijn weten zulk een leerling gehad. Onbewuste, gelukkige voldaanheid warmt zijn binnenste. Een leerling. Een hand, die zich schikt naar de wetten, die ook Rembrandt"s hand en kunst beheersen. Een hoofd, dat zijn -woorden overdenkt. Een mens, die in daad en gedachte iets zal voortzetten van de droom, dien hij nu nog op aarde leeft.

Flinck, Renesse, Fabritius, Maes, Dullaert en weer: Eeckhout, Mayr, Veyerman, Filips de Koninck... zijn leerlingen. Zijn beste leerlingen. Waar zijn zij gebleven? Leven zij alle nog? Gedenken zij hem?... Neen, niet daaraan denken. Trouw, dankbaarheid -woorden, woorden. Het moet hem genoeg zijn, dat er, in steden, die hij niet kent, in ateliers, die hij nooit zal zien, handen en hoofden zijn, die schilderen, zoals hij het heeft gewild en gewenst, en die hun kunstvermogens te danken hebben aan -wat hij hun heeft geleerd. En hier is de laatste hunner een knaap, maar een stille, begaafde schilder, die naar hem luistert, zoals velen naar hem geluisterd hebben, en die bereid is, om, nu niemand anders meer aan hem denkt, de flambouw over te nemen met eerbiedige handen, en verder te dragen door de goudigen aardse nacht.

Aert de Gelder vertelt aan Titus:

Ik was klein, zeven of acht jaar oud, toen mijn vader mij meenam naar Amsterdam, waar hij voor zaken naar toe moest. Ik deed toen al niets dan tekenen. Al de -witte muren van ons voorhuis en de gangen -waren vol gekrast, zo hoog als mijn hand kon reiken. Er was geen boek, waarvan de marge breed genoeg was, dat niet met mijn proeven prijkte.

Mijn vader scheen mijn grootste vreugde te kennen hoe het zij, hij nam me, de laatste avond, dat we in Amsterdam waren, mee naar de kunstkopers de gebroeders Danckerts ; iets, waarvoor ik hem altijd dankbaar zal blijven...

Het regende. "Wij kwamen in een groot voorvertrek, dat vol stond met huiverende, doorweekte mensen. De muren waren bedekt met doeken en platen. Ik bekeek ze, ademloos en verrukt. Ik begreep niets van de voorstellingen en sommige ervan benauwden me zelfs door hun raadselachtigheid. Maar ik verloor er me zelf in. Hun taal was zo sterk en nieuw en dwingend, dat de uiterlijke bekoring ervan mij alleen al opgetogen maakte. Ik hoorde nog slechts vaag het gedrang en gepraat om ons heen. Ik zag mijn vader nauwelijks meer. Doch ik bemerkte onverwacht, dat de omgeving veranderde. Het werd doodstil. Ik keek op. Er moest iets ernstigs gebeurd zijn. Eensklaps zag ik, dat men in groepen uiteen trad. Een donker man kwam binnen, die niemand groette en als een koning door de rijen schreed. Hij droeg een lange mantel, de hoed diep in de ogen gedrukt. Ik voelde mijn hart kloppen. Ik nam mijn vaders hand en trok hem mee, vooraan in de voorste rij. Waarom weet ik niet: het was als met de prenten en etsen aan de wand: de onbekende trok mij heftig aan. Wij hoorden doffe stemmen murmelen; dan volgde er weer een lange stilte, waarin ik nog het water uit de mantels droppelsgewijs op de estriken hoor tikken. Plotseling boog mijn vader zich naar me over en fluisterde aan mijn oor: Dat is nu Rembrandt, de schilder, wiens tekeningen je hier ziet hangen.

Ik weet niet meer, wat er verder gebeurd is, of hoe wij buiten kwamen. Mijn herinneringen waren koortsig en verjoegen elkaar in de opvolgende jaren. Ik weet alleen, dat ik mijn meester gekozen had in dat ogenblik. Ik had het toen niet kunnen zeggen: maar een gouden weerlicht had mij geslagen. Ik weet dit eerst nu. En nu ben ik gekomen, negen jaar later, om te werken op het atelier van mijn meester en door hem te worden gemaakt tot de schilder, die ik toen al heb willen zijn.

EINDE

 

 

 

 

 

Titus als Franciscus van Assisi

 

Rembrandt als Paulus

 

In 1660 schilderde Rembrandt dit portret van zijn zoon Titus, verkleed als monnik. De monnikspij gaf Rembrandt de gelegenheid zich uit te leven iIn het schilderen van bruine tinten. Alle nuances van het bruin, de diepe schaduwen en de lichtplekjes gaf hij weer, zodat de dikke wollen stof bijna tastbaar is geworden. Op de achtergrond schilderde Rembrandt losjes een struikgewas en een muurtje. Titus' smalle gezicht wordt van de achtergrond geïsoleerd door de bruine capuchon. Daardoor is alle aandacht geconcentreerd op zijn neergeslagen ogen en zijn naar binnen gekeerde blik. Titus was geen monnik, maar hij diende hier waarschijnlijk als model voor de uitbeelding van een beroemde monnik uit de geschiedenis: de heilige Fransciscus van Assisi.

Titus is hier 19 jaar, een bleke, teer uitziende jongen. De moeder van Titus was Saskia Uylenburgh. Zij stierf jong, toen Titus nog maar 1 jaar oud was. Waarschijnlijk leed Titus, net als zijn moeder, aan tuberculose. Daarom ziet hij er vaak zo kwetsbaar uit op de schilderijen en tekeningen die Rembrandt van hem maakte. Titus werd niet ouder dan 27 jaar.

 

Rembrandt gebruikte zijn familieleden en zichzelf vaak als model voor historische, bijbelse of mythologische personages. Zo schilderde hij zijn moeder als de profetes Anna en zichzelf als de apostel Paulus. Dat Rembrandt zijn zoon portretteerde als een katholieke heilige lijkt een beetje vreemd. Rembrandt was immers protestant. Maar Francisus van Assisi was zelfs in het protestantse Nederland een populaire heilige. Zijn zelfgekozen armoede en opoffering spraken de protestanten aan.

 

 

 

 

 

Aan de hand van dit boek aan kinderen zelfportretten schilderen.

 

De spiegel van Rembrandt
Jan Wolkers
Uitgeverij Waanders Uitgevers Zwolle
ISBN 90-400-9378-4

Taal: Nederlands
Prijs: €12.50
Tekst: Jan Wolkers

Uitleg van het werk van de Nederlandse schilder (1606-1669) met hulp van veel gekleurde afbeeldingen.
 

 

In De spiegel van Rembrandt (1999) vertelt Jan Wolkers aan de hand van de zelfportretten van Rembrandt aan kinderen over het kijken naar jezelf en anderen. Voor de stad Leiden, waar Rembrandt op 15 juli 1606 werd geboren, werkt hij momenteel aan een monument voor de schilder.
Het wordt een beeld van zes meter hoog van roestvrij staal, met daarin een gedeelte van groen glas, dat de Oude Rijn nabij het geboortehuis van Rembrandt symboliseert, en een van gekleurd glas. Dat verwijst naar de kleurenpracht in zijn werk. Het beeld zal naar verwachting in het najaar van 2004 voor het
station van Leiden worden geplaatst.


 

Het Rembrandthuis is het vroegere woonhuis van Rembrandt van Rijn, de beroemdste Nederlandse schilder uit de 17de eeuw.

Beneden woonde hij met zijn vrouw Saskia, boven was zijn atelier. Het huis is net zo ingericht als toen Rembrandt er woonde. Een speciale kamer staat vol met voorwerpen die Rembrandt verzamelde, zoals gedroogde dieren, vreemde wapens, gipsen koppen en kleurige schelpen, uit alle delen van de wereld bijeengebracht. In andere kamers hangen schilderijen van Rembrandts tijdgenoten, voorlopers, leerlingen en van zijn leermeester, Pieter Lastman.

Rembrandt was al tijdens zijn leven een beroemd en veelgevraagd kunstenaar. Toen hij in dit huis woonde, maakte hij het schilderij dat nu iedereen kent als 'De Nachtwacht'. Toch kon hij zijn huis niet afbetalen. In 1656 ging hij failliet. Al zijn kostbare bezittingen moesten worden verkocht. Er is toen een lijst gemaakt van alle voorwerpen in Rembrandts huis. Die lijst is bewaard. Dat is een grote hulp bij het opnieuw inrichten van de kamers van Rembrandts vroegere woning.

 

In het gerestaureerde en weer ingerichte woonhuis aan de Jodenbreestraat ontmoet je Rembrandt als vader, schilder, etser, leermeester en verzamelaar. Je kunt ook een rondleiding krijgen, een speurtocht doen of een etsdemonstratie meemaken.

 

Maak een virtuele tour door het woonhuis van Rembrandt en Titus:

http://www.rembrandthuis.nl/2004/index_main.html

 

 

***

 

V      Episode III:   Keizer Titus Vespasianus.

 

We zijn naar het Rembrandthuis geweest. We zijn erachter gekomen dat er een andere Titus bestaat: de Romeinse keizer Titus Vespasianus. We moeten terug in de tijd. Hoeveel? Wanneer leefde deze Titus? Maak een tijdbalk met de kinderen en ga terug in de tijd, naar het Romeinse Rijk van de eerste eeuw na Christus.

 

Lesactiviteiten bij episode III:

-         We moeten allereerst brainstormen wat wij weten over de Romeinen. Wanneer is het Romeinse Rijk tot bloei gekomen. Welke landen veroverden ze? En hoelang heeft het Rijk bestaan?

-         We verdiepen ons in de rol van een keizer. In dit geval van keizer Titus Vespasianus. Hoe werd je een keizer? Welke rol had je? Noem eens een aantal keizers en de verhalen die over hen bekend zijn gebleven.

-         De gangbare taal in deze tijd was het Latijns. Onze taal is ook een Latijnse taal. Zijn er nog andere talen in Europa? Latijn is de taal van de doctoren. Ook veel plantennamen worden in het Latijn geschreven. Bekijk eens een aantal Latijnse woorden met de kinderen (woordenboek). Bestudeer ook de Latijnse nummering. Zijn er nog boeken bekend uit deze periode?

-         Naast architectuur en taal kunnen wij ons ook verdiepen in het leven van alledag. We hebben gekeken naar het leven van de jongen Titus in het 17e eeuwse Amsterdam. Hoe leefden kinderen in de tijd van de Romeinen? Is daar iets over bekend? Waren er scholen of moesten zij werken?

-         Titus verwoestte de tempel. Dit was de tweede tempel. Bestudeer de geschiedenis van deze plek. Wat is er nu nog van over? De klaagmuur. Waarom verwoestte hij de tempel? Waarom was er een Joodse Opstand? Bestudeer de geschiedenis van het Joodse volk. Waarom waren er Romeinen in Israël?

-         Welk geloof hadden de Romeinen? Was dat belangrijk voor hen? Hadden ze kerken of tempels? Wie werd het meest aanbeden?

-         Titus bouwde het Colosseum.   Hoe zag Rome er in die tijd uit. Welke belangrijke gebouwen kun je nu nog bezichtigen (Amphitheater). Geef dramalessen.

-         Als afsluiting bezoeken we het Allard Piersonmuseum.  De kinderen maken hier kennis met de Egyptische, Griekse, Romeinse, Cypriotische en Etruskische kunst en cultuur. We richtten ons natuurlijk vooral op de Romeinse cultuur.

 

 

 

 

Titus Flavius Vespasianus (30 december 39 - 13 september 81), gewoonlijk alleen Titus genoemd, was keizer van Rome van 79 tot 81.

 

Onder Nero diende hij als militair commandant in Germanië en Brittannië en in 67 begeleidde hij zijn vader naar Judaea.

Toen zijn vader Vespasianus in 69 naar de macht greep, werd hij als zijn plaatsvervanger aangesteld om leiding te geven in de oorlog in Judaea. Hij veroverde Jerusalem in 79 en beëindigde hiermee de Joodse opstand die onder Nero was begonnen. In 71 vierde hij samen met zijn vader een schitterende triomftocht.

 

Na de dood van zijn vader op 24 juni 79 volgde hij hem op en regeerde slechts twee jaar. In die korte periode waren er een aantal natuurlijke rampen in Italië: De vulkanische erupties van de Vesuvius die in 79 Pompeii en Herculaneum in de as legde; het daaropvolgende jaar heerste een pestepidemie en verwoestte een verschrikkelijke brand een groot gedeelte van Rome.

 

In 80 voltooide hij het Amphitheatrum Flavium, waarvan de bouw onder Vespasianus begonnen was. Het werd later beroemd onder de naam Colosseum.

 

Hij stierf een natuurlijke dood op 42-jarige leeftijd op 13 september 81.

 

 

 

 

The Arch of Titus was built by the Roman commander to commemorate his Judean victory in 70 C.E. It shows the triumphal parade with the Temple vessels carried aloft. The Arch is part of the Roman forum.

 

De val van de Tempel in Jeruzalem

 

Jeruzalem wordt voor het eerst vermeld in een Egyptisch tekst in de 18e of 19e eeuw v. Chr. In die tijd was het een Jebusitische stad.

In 1004 v. Chr. nam koning David de stad in en maakte ze tot hoofdstad van het koninkrijk Israël . Zijn opvolger, Salomon, begon in 961 v. Chr. aan de bouw van de eerste Joodse Tempel. Toen in 922 v. Chr. het koninkrijk in twee delen uiteen viel, werd Jeruzalem de hoofdstad van het koninkrijk Judea. In 587 v. Chr. viel de stad in handen van de Babyloniërs en de joodse bevolking werd weggevoerd in ballingschap naar Babylon. De tempel werd verwoest.

 

Toen de Perzen Babylon innamen, mochten de joden terugkeren en ze kregen de toestemming om de tempel weer te herbouwen (538 v. Chr.) onder Perzische heerschappij. In 312 v. Chr. nam Ptolemaeüs Jeruzalem in. De stad werd echter later (198 v. Chr.) veroverd door de Seleuciden. In 168 v. Chr. werd de tempel ontheiligd door Antiochos Epiphanes door er een varken te offeren aan Zeus en zo de Tempel te wijden aan de afgodendienst. In 164 v. Chr. wisten de Makkabeeën de stad te veroveren en de Tempel weer in gebruik te nemen voor de beoefening van de Hebreeuwse godsdienst.

 

In 63 v. Chr. vangt de Romeinse tijd aan door de verovering van de stad door Pompejus. Judea werd hierdoor een vazalstaat van Rome waar de Hasmoneese macht geleidelijk overging in die van de Herodianen. Het was onder koning Herodes van Judea dat Jezus van Nazareth werd geboren. In het jaar 66 begon de desastreuze Joodse Opstand. Deze werd onderdrukt door Vespasianus en Titus in het jaar 70. Hierbij verwoestten de Romeinen de stad en de (tweede) tempel werd in brand gestoken. Het enige overblijfsel van de tempel is een deel van de Westelijke muur, die nu bekend staat als de Klaagmuur. Op de ruïnes van de stad werd een Romeins legerkamp opgericht.

 

 

 

Romeinse sestertie uit 71 ter gelegenheid van de verovering van Judaea (IVDAEA CAPTA). De Romeinse keizer, onder een palmboom (symbool voor Judaea), rechts, een rouwende
Joodse vrouw (symbool voor het verslagen Joodse volk).

 

Colosseum

Keizer Vespasianus gaf in 72 na Chr. de opdracht tot de bouw van Rome's grootste amfitheater. Het werd gebouwd op de plaats waar eerder een moerassig meer gelegen was. Dat meer maakte deel uit van het paleis van Nero, de Domus Aurea.

- In 72 n.C. begon de bouw van het Colosseum.
- 80 n.C. :Titus, zoon van keizer Vespasianus, wijdt het amfitheater in met feesten die wel 100 dagen duurden. Tijdens die feesten werden ongeveer 9000 dieren gedood.
- Vanaf 81 n.C. tot 96 n.C. werd onder bewind van Domitianus het gebouw voltooid met de bouw van het derde podium.
- In 116 n.C. hield keizer Trajanus non-stopspelen van 117 dagen. Er deden 10.000 gladiatoren aan mee.
- Toen Rome 1000 jaar bestond (249 n.C.) werden alle beesten van de stad, waaronder tien tijgers, gedood.
- Rond 404 n.C. werden de gevechten met gladiatoren verboden.
- Het Colosseum werd in 442 n.C. beschadigd door hevige aardbevingen.
- 523 n.C.: ook de gevechten met dieren werden verboden

Het Colosseum werd gebruikt voor tal van spelen o.a. gladiatorengevechten, maar ook gevechten met dieren. Zelfs zeeslagen kon men bewonderen. Om de zeeslagen te kunnen laten plaatsvinden kon men in de arena 1,5 meter water laten lopen. De spelen waren bedoeld om mensen in hun vrije tijd te amuseren. Er waren verschillende plaatsen: de voorste, dus beste plaatsen, waren bedoeld voor de keizer en andere belangrijke mensen. Er was ook een verschil in plaatsen voor mannen en vrouwen of mensen die de volle prijs niet konden betalen: de mannen hadden de marmerachtige plaatsen vooraan en de vrouwen en anderen kregen de houten plaatsen achteraan toegewezen. Als beloning, wanneer ze goed gevochten hadden, kregen de gladiatoren een houten zwaard.

 

 

 

 

 

Het Allard Pierson Museum is het archeologisch museum van de Universiteit van Amsterdam. De antieke beschavingen uit het Oude Egypte, het Nabije Oosten, de Griekse wereld, Etrurië en het Romeinse Rijk komen in het museum opnieuw tot leven. Kunst- en gebruiksvoorwerpen uit de periode van 4000 voor Chr. tot 500 na Chr. geven een goed beeld van het dagelijks leven, mythologie en godsdienst in de antieke Oudheid.

 

 

 

 

***

 

VI    Episode IV:    Titus van de brief

 

We komen terecht bij de Titus van het Nieuwe Testament. We maken eigenlijk niet zo’n grote sprong in de tijd maar wel een geweldig grote sprong tussen twee belevingswerelden. We springen van Romeins naar Christelijk. Van de gevestigde Romeinse orde met veel machtsvertoon naar een gemeenschap die nog maar net de voeten op aarde heeft gekregen en zeer gemotiveerd is om zich in te zetten voor hun geloofsovertuiging.

 

Lesactiviteiten bij Episode IV:

-         Wat deed Titus in Kreta? Wie had daar toen de macht? Bestudeer in hoeverre de macht van het Romeinse Rijk hier ook gold.

-         Bestudeer met de kinderen aardrijkskundige en geschiedkundige gegevens van Kreta. Een deel daarvan hebben we in het Allard Pierson museum al kunnen zien. In wie geloofden de Kretenzers vroeger, welke Goden hadden zij? Waar leefden ze van, landbouw of visserij? Waren er al steden of leefden de mensen in dorpjes?

-         Een belangrijke figuur in het Nieuwe Testament die ons naar Titus leidt is Paulus. Wie was Paulus? Wat heeft Paulus met Kreta te maken? In welke taal schreef hij en welke boodschap droeg hij uit?

-         Bestudeer de rol van Titus op Kreta

-         Filosofeer met de kinderen over thema’s die uit brief te halen zijn.

-         Bezoek met de kinderen het Bijbelsmuseum. Voor ons is natuurlijk de Bijbelzaal extra interessant.

 

Paulus

Romeinse tijd

In de 1e eeuw v.Chr. kregen de Romeinen steeds meer macht en invloed in het oostelijke Middellandse-Zeegebied. De aanval van de Romeinen onder Marcus Antonius, onder meer noodzakelijk vanwege de vele piraten die zich op het eiland bevonden, wisten de Kretenzers af te slaan. In 64 v.Chr. landde de Romeinse generaal Quintus Caecilius Metellus op Kreta en had na drie jaar vechten alle Kretenzers op de knieën. In 67 v.Chr. werd Kreta bij het Romeinse Rijk gevoegd en werd Gortys provinciehoofdstad. Door de bezetting van de Romeinen kwam er een einde aan de vele oorlogen tussen de vroegere stadstaten en keerde de welvaart weer terug op het eiland. Later werd het oostelijke deel van Libië nog aan de provincie Kreta toegevoegd door keizer Augustus.

In het jaar 60 landde de apostel Paulus op het eiland Cyrenaica en kwam Kreta in aanraking met het christendom. Paulus' leerling Titus, nu de beschermheilige van Kreta, werd door Paulus als bisschop benoemd en het lukte hem om de Kretenzers tot het christendom te bekeren.
In 337 viel het Romeinse rijk uiteen in twee delen en behoorde Kreta tot de door keizer Constantijn geregeerde oostelijke deel. Dit deel van het Romeinse rijk werd erg beïnvloed door de Griekse beschaving en breidde zich uit tot het Byzantijnse rijk dat zich ver uitstrekte tot buiten de grenzen van het oorspronkelijke Romeinse rijk. Enkele eeuwen later was het gebied gekrompen tot Griekenland en Klein-Azië.
Kreta werd een zelfstandige provincie en profiteerde van de rust die er was onder de Romeinse overheersing.

 

 

Paulus (aanvankelijk Saulus of Saul) was een christelijke apostel. Hij werd uit joodse ouders geboren omstreeks 10 v. Chr. in Tarsus (Cilicië) en overleed in Rome, in 64 of 67.

 

Paulus heeft het christendom verspreid in de landen rond de Middellandse Zee, in het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is.

Zijn levensloop wordt beschreven in het bijbelboek Handelingen der Apostelen.

 

Volgens die bron was Paulus aanvankelijk actief als vervolger van de ontluikende geloofsgemeenschap die na de kruisiging van Jezus was ontstaan. Hij bekeerde zich toen hij, op weg naar Damascus om Jezus' volgelingen te bestrijden, een visioen kreeg waarin Jezus hem opriep om zich te bekeren.  Paulus ondernam vervolgens diverse reizen door Klein-Azië om proto-christelijke gemeentes te stichten. Omdat hij meende dat Jezus op aarde was gekomen om de gehele mensheid te verlossen, raakte hij in conflict met de geloofsgemeenschap in Jeruzalem, die exclusief joods wilde zijn. Paulus verdwijnt uit beeld wanneer hij naar Rome gaat om aldaar berecht te worden.

De brieven die hij schreef om het contact met de door hem gestichte gemeentes te onderhouden, maken deel uit van het bijbelse Nieuwe Testament.

 

 

 

Paulus en Kreta

 

Kreta
Een kleine 2000 jaar geleden voer een Alexandrijns vaartuig, op weg naar Rome en met aan boord de in gevangenschap verkerende apostel Paulus, die bij ongunstig weer  Kreta's zuidkust aandeed op zoek naar een ankerplaats.

 

In Handelingen 27:

En daar wij verscheidene dagen lang weinig vorderden en met moeite ter hoogte van Cnidus konden komen, daar de wind ons niet gunstig gezind was, voeren wij onder Creta langs ter hoogte van Salmóne; en daar met moeite voorbij komende, bereikten wij een plaats, Goede Rede geheten, waar de stad Laséa dichtbij lag.'


Die plaats waar Paulus aan land ging, bestaat nog steeds en het heet er ook nog steeds zo: Kalí Limènes, Goede Havens. De bijbel zegt er niets over, maar de plaatselijke overlevering wil dat Paulus' vaste reisgenoot Titus toen op Kreta achterbleef en de eerste christengemeente op het eiland stichtte. 

 

Dat is denkbaar, want in zijn Titusbrief schrijft Paulus:

'Ik heb u op Creta achtergelaten met de bedoeling, dat gij in orde zoudt brengen hetgeen nog verbetering behoefde, en dat gij, zoals ik u opdroeg, in alle steden als oudsten zoudt aanstellen mannen, die onberispelijk zijn...'

 

 

 

 

 

Titus en Kreta

 

We pakken de atlas erbij en zoeken daar de haven op van Kreta.

Waar ligt de haven?

Welke reis heeft Paulus gemaakt ? Samen bekijken van de reis en vertel daarbij het verhaal van Paulus. Teken zijn reis op een werkblad.

Waar ligt Kreta? Kdn maken een wereldkaart waarop de reis van Rome wordt weer gegeven en Kreta.

Titus is daar achtergebleven met een opdracht. Prik een zelfgemaakt poppetje dat Titus voorstelt op de wereldkaart. (Kreta)

Titus sticht daar de eerste christengemeenschap. Wat voor iemand kan hij zijn geweest, hoe oud was hij en hoe zag hij eruit? In welke tijd vindt dit allemaal plaats? Een aantal kinderen tekenen Titus op ware grootte. Welke kleding had hij aan? Wat voor iemand moet hij zijn geweest, als je als apostel op een vreemd eiland wordt gezet en daar met een opdracht de mensen gaat bekeren.

 

We lezen een stukje uit de brief, met daarin de woorden wat van Titus verwacht wordt.

 

Kinderen onderzoeken  wat voor iemand hij moet zijn geweest. Wat zijn zijn karaktereigenschappen? En in welke tijd leefde hij?

 

Er zijn vast kinderen in de klas die wel eens in Griekenland zijn geweest en daar de kleine kerkjes hebben gezien. We bekijken de iconen, o.a. die van Titus. Beeldende Vorming; we maken iconen zoals die van Titus, maar dan van je vriendje of van je idool.

 

 

Brief van Paulus aan Titus.

 

De inhoud van deze brieven zijn eerder apostolische brieven, in plaats van pastorale brieven. Immers, een oudere, ervaren apostel coacht jongere apostelen, die hun eigen weg inmiddels kunnen gaan en duidelijk gezonden zijn. Zowel Titus (2 Cor. 8:23) als Timotheüs (Hand. 19:22 en 1 Tess. 1:1 en 2:6) worden gerekend tot de kring van de apostelen rond de eerste twaalf apostelen

 

De brief van Paulus aan Titus is een van de boeken in het nieuwe testament in de bijbel. Het is een brief van Paulus van Tarsus aan de jonge Titus. De brief telt 3 hoofdstukken. De brief werd waarschijnlijk rond dezelfde tijd geschreven als de eerste brief van Paulus aan Timotheus, waar hij veel overeenkomsten mee vertoont. Beide brieven werden door de schrijver geschreven aan personen die hij achterliet in kerken toen hij vertrok. Beide brieven richten zich op de vraag welke kwaliteiten mensen moeten hebben die in ambten in de gemeente worden aangesteld. De voorschriften zijn in beide bijna identiek. Zowel Timotheus als Titus worden gewaarschuwd tegen heersende misvattingen.

 

De datum van  samenstelling kan geconcludeerd worden uit de omstandigheid dat het geschreven werd na Paulus' bezoek aan Kreta (Titus 1:5). Dat bezoek kan niet het bezoek in Handelingen 17:7 zijn, want toen had Paulus niet of nauwelijks gelegenheid voor evangelisatie: hij was als gevangene op weg naar Rome, waar hij twee jaar bleef.

Wij kunnen redelijkerwijs aannemen dat Paulus, na zijn vrijlating, vanuit Rome naar Azië zeilde en onderweg Kreta aandeed, en daar Titus achterliet "om in orde te brengen hetgeen nog verbetering behoefde". Vandaar reisde hij naar Efeze, waar hij Timotheus achterliet. Van Efeze reisde hij naar Macedonië, waar hij 1 Timotheus schreef, en vandaar naar Nicopolis in Epirus, vanwaar hij rond 66 of 67 naar Titus schreef.

 

Les: heersende misvattingen.

Wat zijn misvattingen. Heb jij wel eens een mening over iemand die je helemaal niet kent. Wat doe je daar dan mee. Hoe kun je er voor zorgen dat je een ander niet schaadt met je misvattingen?

Kinderen praten in de kring met elkaar over misvattingen die volgens hen in de klas zijn ontstaan. In groepjes bedenken kinderen hoe je een misvatting recht kunt zetten. Hoe maak weer contact?

Thema pesten komt hierbij aan de orde. Waarom pest je iemand, ken je iemand eigenlijk echt, en zie je hoe je iemand kwetst? Door middel van dynamische oordeelsvorming maken we als klas contact met elkaar.

 

 

Wie was Titus?

 

Wellicht dat Titus het beste getypeerd wordt door zijn naam: Titos, d.w.z. verpleger. Zijn opdracht is door alle gebeurtenissen heen ook om het werk wat begonnen was, gezond te maken. Hij vervulde die rol in ieder geval in Jeruzalem, Korinthië en Kreta. Zeker in Korinthië gebeurde dit in moeilijke omstandigheden, omdat men daar grote weerstand had tegen het leiderschap van Paulus, als apostel.

Opvallend aan Titus is enerzijds zijn zelfstandigheid t.o.v. mensen en situaties, omdat hij onder zeer moeilijke omstandigheden werkte. Hoewel Paulus en hij sterk met elkaar verbonden zijn, merken we toch geen afhankelijkheid in die relatie. Titus gaat op de moeilijkste situaties af (o.a. Korinthië) en werkt daar voor Paulus. Hij doet dit op eigen initiatief (2 Kor. 8:17). Het blijkt ook doordat hij zich niet laat besnijden, maar desondanks zich begeeft met Paulus naar Jeruzalem, om daar getuigenis te geven over wat God doet onder de heidenen.

 

Wat verder opvalt bij Titus is zijn trouw, want ook het succes wat hij heeft, is geen reden om zich boven Paulus te verheffen. Titus was in de ogen van Paulus een aposte­l lezen we in 2 Cor. 8:23. Zoals we reeds zagen is karakter in zo'n situatie meer bepalend dan vaardigheid.

 

Daarom nog enkele aandachtspunten: Afgezet tegen de toenmalige beschikbare middelen en reismogelijkheden moet Titus een ijverig man geweest zijn. Duizenden kilometers heeft hij gereisd om op allerlei plaatsen het evangelie te brengen. Hij moet nederig geweest zijn, omdat hij (bijna) altijd op plaatsen moest werken waar het moeilijk was en men weinig waardering op kon brengen voor zijn komst. Hieruit blijkt dus ook zijn doorzettingsvermogen en volharding. Waar Timotheus niet slaagde in Korinthië, slaagde Titus wel. Toch was er geen reden voor Paulus om hem te herinneren aan de nederig­heid, die verwacht mag worden van een dienaar van God. Het karakteriseert ook zijn moed om op onbegaanbare wegen te gaan en de grootste moeilijkheden onder ogen te zien, zowel in fysieke gevaren, als in de gemeente, die zich vaak zo afwijzend opstelde en waar grote problemen waren op moreel, leerstellig en financieel vlak.

 

 

vergroot

 

vergroot

Bezoek met de kinderen het bijbelmuseum.

Onze brief kunnen wij aan de medewerker van het museum tonen in de aparte bijbelzaal.

 

 

 

 

Bronnen o.a.:

/wiki/Afbeelding:Duerer-paulus.jpg/wiki/Afbeelding:Duerer-paulus.jpg

Literatuuroverzicht Titus-studie

1.     The daily Study bible, William Barclay, 1991, Bell and Bain, England

2.     New International Biblical commentary. 1and2 Timothy, Titus, Gordon D. Fee, 1988, Hendrickson Publishers, USA

3.     Korte Verklaring der heilige Schrift, prof. C. Bouma, 7e druk, Kok Kampen

4.     Jewish New Testament Commentary, David H. Stern, 1992, JWTP, USA

5.     Strongs Exh. concordance of the Bible, 1890, Thomas Nelson Publishers, USA

6.     Greek-English lexicon, J.H. Thayer, 1991, Baker Book House Co. USA

7.     Dictionary of New Testament Theology, Collin Brown, 1986, Zondervan Publishing USA

8.     Het Leven, praktische lessen uit het Boek, 2001, Jongbloed, Holland

http://www.titusbrandsmamemorial.nl/Gedachteniskerk.htm

http://www.home.zonnet.nl/fresco.crete/index4.htm

http://home.hccnet.nl/m.geelen/