door Martijn F.
Deeltijd 01 – 2002


giacometti

Met

je eigen verhaal

en

nieuwsgierigheid

op weg

naar Saul.

Je eigen verhaal

“ Als je een verhaal vertelt geef je ook iets van jezelf mee”. Die zin heeft mij aan het denken gezet. Iets van jezelf, dus iets uit je eigen verhaal, het verhaal dat je zelf bent. Toen ik hier verder over nadacht kwam ik erachter dat het belangrijk is om er bewust van te zijn dat je een eigen verhaal hebt. En het is even belangrijk, je ervan bewust te zijn, dat iedereen een eigen verhaal heeft. De hier weergegeven teksten en lessen zijn daarop gebaseerd.

Achtergrond informatie:

Eerst moet je er een beetje achter zien te komen: wat is nu eigenlijk dat eigen verhaal?

Ik zie mijn eigen verhaal als de som van mijn ervaringen.

Vanaf het moment dat je geboren word, waarschijnlijk nog wel daarvoor, kom je in een wereld terecht die je in hoog tempo in een niet eindigende reeks ervaringen in alle mogelijke vormen onderdompelt. Deze ervaringen bereiken ons via alle zintuigen die we gebruiken of kunnen gebruiken of die ons gebruiken. Sommige van deze ervaringen worden onbewust opgedaan, zonder vrije keus. Voor andere ervaringen kiezen we, of we doen ze op wanneer we er klaar voor zijn. Een baby is bijvoorbeeld nog niet klaar voor de ervaring zelf fietsen. Het gevoel en de gedachten die daarbij horen kunnen nog niet worden ervaren en daardoor ook niet worden gedeeld. Want daar bestaat jouw eigen verhaal uit, alle ervaringen uit jouw leven en de gevoelens en gedachten die daarbij horen. Iedereen heeft een eigen verhaal en bewust en vaak ook onbewust halen we in het dagelijks leven uit dit verhaal gedeeltes naar voren en delen deze met anderen.

Waarom deel je dat eigen verhaal?   Je kan iets delen omdat je iets hebt meegemaakt dat indruk op je heeft gemaakt. Het kan ook zijn dat een gebeurtenis die in het heden plaats vind je doet denken aan een ervaring uit het verleden. Ook het horen of lezen van een verhaal kan aanleiding zijn tot het vertellen van een deel van je eigen verhaal dat aansluit bij het vertelde verhaal.

Het vertellen van je verhaal heeft altijd een aanleiding en vaak ook een doel. Je kunt iets vertellen wat jezelf hebt meegemaakt, maar ook iets wat iemand anders meegemaakt heeft.

Als je een verhaal vertelt over een gebeurtenis van een ander heeft dit altijd een doel. Of dit nou over een vriend, buurvrouw, geschiedkundig figuur, fantasie figuur of bijbels figuur gaat er is altijd een reden voor. Een waarschuwing, een les, een aanmoediging, een misleiding, een verduidelijking en nog vele andere redenen.

Maar hoe zit het dan met het iets meegeven van jezelf?

Je hebt iets meegemaakt of beleeft iets. Het gebeuren wordt jouw verhaal. Bepaalde woorden maken jouw herinneringen wakker. Of je dat weet of niet, doet er niet toe. Maar het zijn jouw belevingen met dat woord, die situatie. Zo wordt het beschrijven van het andere ook het beschrijven van jezelf.

Woorden, situatie, roepen gevoelens, gedachten en/of  ervaringen op uit je eigen leven. Wat je vertelt heb je meegemaakt in de eerste persoon enkelvoud. Jij ervoer het verhaal op jouw unieke manier. Het riep voor jouw unieke beelden op. Het riep voor jou unieke gedachten en gevoelens op en jij sloeg het op jou unieke manier op. Daarom zitten er in je verhaal eigen accenten, eigen ervaringen. Logisch dat je het verhaal ook vertelt op jouw unieke manier. De dingen die jij ervaren hebt in het verhaal geef je door. De dingen die jij interessant en belangrijk vind geef je met een eigen nuance door. De manier waarop je het verhaal vertelt, de geluiden, de bewegingen en de beeldspraken die je gebruikt komen voort uit jezelf. Ze komen voort uit je eigen verhaal. Je lardeert een verhaal met je eigen geschiedenis. (In een verhaaltje over een oude vrouw, een lieve oma, komen die mensen zoals jij ze hebt meegemaakt aan het woord.)

Zo geef je een stukje van jezelf door. Jouw visie, jouw verhaal. Het gebeurt vanzelf. En je kunt het ook met opzet doen. Je kunt een verhaal verduidelijken door er een ervaring van jezelf bij te vertellen. Vertel maar een verhaal alsof je het elf hebt meegemaakt. ("Toen ik nog op de basisschool was" brengt de kinderen vanzelf tot meer betrokkenheid.)

Zo breng je het verhaal dichter bij jezelf dus ook dichter bij anderen. Je kunt zo ook een verhaal uitleggen vanuit jezelf, vanuit je eigen verhaal. Het is ook makkelijk om terug te kunnen grijpen op verhalen die de hoorders al kennen. Dit kan zijn door het noemen van een naam, want een naam is de kortste versie van een verhaal. Wel hou je bij het vertellen van een verhaal rekening met je publiek. Een kind bijv. vertel je anders een verhaal dan een volwassene. Iemand die altijd blind is geweest ga je niet vertellen over kleuren.

Wat doen de mensen met jouw verhaal?  Op hun beurt ontvangen de hoorders het verhaal en maken het passend in hun eigen overkoepelende verhaal. Verhalen brengen andere verhalen samen, of hetzelfde verhaal in vele vormen. Het verhaal is de samenvatting van veel verhalen.

Delen uit het verhaal die, steeds "persoonlijk" interessant zijn of waar mensen wat mee kunnen, slaan ze op, of vertalen ze. Zo kan het zijn dat delen van het ervaren verhaal veranderd worden om het beter bij het  eigen verhaal te laten aansluiten. Andersom kan het ook zo zijn dat het eigen verhaal van de hoorders wordt aangepast aan het nieuwe verhaal. Dit kunnen verhalen en gedeeltes van verhaal zijn die voor die persoon werkelijkheid veranderend zijn of antwoord geven op vragen. En al beleven 100 duizend mensen dezelfde ervaring ieder van hen zal een eigen belevenis van die ervaren hebben, eigen unieke gevoelens en gedachten en het weer inpassen in hun eigen verhaal. En ieder van hen zal het op zijn eigen manier weer delen en doorgeven aan andere. Nieuwe ervaringen worden gekoppeld aan eerdere. Er worden linken gelegd naar eerdere ervaringen en de gevoelens en gedachten daarbij. Zo verandert het grote eigen verhaal en groeit het. En het zal blijven groeien bij elke ervaring, gedachten en gevoel. Een verhaal is organisch, het groeit en veranderd naarmate het ouder wordt. Een verhaal plant zich voort door zich te nestelen in verhalen van andere en wordt dan net als een nieuw kind een nieuw verhaal maar dan wel met de erfelijke eigenschappen van het oude.

De les in suggesties aangeboden:

Onder- middenbouw.

Dit verhaal wil ik overbrengen op de kinderen door ze zelf te laten ervaren dat ieder zijn eigen verhaal heeft en dat iedereen uniek is. Ik begin in de kring. Ik geef een paar kinderen een stukje papier en vraag of ze ieder een mens willen tekenen. Hoe ze die mens tekenen mogen ze zelf weten. Wel moet je erbij zeggen dat ze er niet te lang over mogen doen. Als ze klaar zijn vraag je of ze de tekeningen aan de rest van de groep willen laten zien. We bekijken de tekeningen en ik vraag ze wat ze opvalt aan de tekeningen. Alle pratende met elkaar komen we erachter dat ze allemaal verschillend zijn. Elke tekening is uniek, Hoe komt het nou dat elke tekening anders is? Ik laat de kinderen zelf met suggesties komen hoe dat nou komt.

Ik stuur het gesprek ernaar dat er uit komt dat iedereen anders tekent en anders denkt. Iedereen heeft een andere kijk op hoe een mens eruit ziet. En ieder mens ziet er ook anders uit. Maar nog belangrijker iedereen is anders en uniek net als de tekeningen. Maar hoe komt het nou dat iedereen anders is? Ik noem een woord, bijvoorbeeld vakantie, pijn, blij, kerst of ieder ander woord waar veel bij te vertellen is. Dan mag iedereen die iets meegemaakt heeft bij dat woord, dus er een verhaal bij weet zijn vinger opsteken. Ik laat een paar kinderen hun verhaal vertellen. En weer merken we dat ieder verhaal compleet verschilt van de andere. Hoe komt dat nou? We komen erachter dat iedereen andere dingen ervaart en ook andere gevoelens en gedachten heeft bij toch hetzelfde woord. Dit komt door de dingen die ze meegemaakt hebben. Is het fout dat iedereen andere verhalen heeft bij hetzelfde woord? Nee toch iedereen is toch anders!!!! Hier kun je met het gesprek meerdere kanten op. Je kunt het hebben over pesten. Waarom pest je iemand? Omdat hij anders is? Iedereen is toch anders? Jij toch ook?

Je kunt ook verder gaan over respecteren van elkaar en elkaars meningen, levenswijze, religie. Ik kijk wat speelt er in die groep, of wat past bij de groep, wat hebben ze eraan.

Bovenbouw:

Bij de bovenbouw kun je de les ook beginnen door 5 woorden op het bord te schrijven. Je geeft ze de opdracht om met die 5 woorden een kort verhaal te schrijven. Vandaar uit start je de les. Je laat een paar kinderen hun verhaal voor lezen. Daarna vervolg je de les zoals bij de onder- middenbouw. Met het verschil dat je soms dieper ergens op in kan gaan.

 

VARIATIE BEGIN LES:

Een ander leuk begin van de les is om twee kinderen voor de les weg te sturen voor met een opdracht iets te halen. Jij zorgt ervoor dat er onderweg iets gebeurt. Iets grappigs dat je van tevoren met iemand afgesproken hebt. Als ze terug komen geef je ze niet de kans om het al te vertellen. Je vraagt of één van de twee even op de gang wil wachten. De ander vraag je te vertellen wat er gebeurt is onderweg en hoe hij dacht dat het allemaal kwam dat het gebeurde. Daarna laat je de tweede binnenkomen en laat je hetzelfde doen. Je zult twee verschillende verhalen krijgen over dezelfde gebeurtenis. Van hieruit start je de les. 

Ik hoop met deze les te bereiken dat de kinderen inzicht krijgen in het unieke karakter van ieder mens. Dat je bent wat je ervaart en de manier waarop je het ervaart. Dat ze beginnen te beseffen dat iedereen anders is en dat je van elkaar een hoop kunt leren als ze kunnen beseffen dat ze zelf ook anders zijn.

                          

Nieuwsgierigheid

Het tweede woord dat mij aanspreekt is nieuwsgierigheid. Wat is nieuwsgierigheid, wat doet het met je en wat is het gevolg ervan? Dit zijn de vragen die ik mezelf gesteld heb en die ik wil behandelen met de kinderen.

Achtergrond informatie:

Wat is nieuwsgierigheid?  Nieuwsgierigheid is voor mij de drang om iets te weten te komen, iets te ontdekken. Het willen weten en willen ontdekken van het nog onbekende. De aanleiding hiervoor is een prikkeling uit je omgeving. Dit kunnen heel veel verschillende dingen zijn zoals: een gesloten deur, een pakketje, iemand die naar je mening niet alles vertelt, de voorkant of titel van een boek, een mysterieus verhaal of film, een open einde, een nieuwe stad of een nieuw land. Dit zijn maar een paar van de vele dingen die nieuwsgierigheid bij een mens kunnen oproepen.

Wat doet nieuwsgierigheid met je?  Nieuwsgierigheid is een knagend gevoel in je ziel. Op het moment dat er een dicht pakketje voor je op tafel ligt ga je jezelf afvragen wat er in zou kunnen zitten. Je fantasie wordt gelijktijdig geprikkeld. Je gaat voor jezelf dingen bedenken die erin zouden kunnen zitten. Dit gedrag schept verwachtingen en hoop. De verwachting dat er misschien dat in zit wat je gedacht had, maar ook de hoop op bijvoorbeeld iets moois. Nieuwsgierigheid kan een prettig gevoel zijn, maar kan ook heel kwellend zijn als je er bijvoorbeeld niet in mag kijken. Nieuwsgierigheid prikkelt je stoutste dromen en put uit het diepste van je fantasie. Maar nieuwsgierigheid kan ook een vorm van ontevredenheid zijn.

Wat is het gevolg hiervan?  Uit nieuwsgierigheid komt een hoop voort en is al een hoop voortgekomen. Dit zijn zowel mooie en nuttige dingen, maar ook nare en noodlottige dingen. Denk maar aan uitvindingen, ontdekken van landen en hemellichamen. Als mensen niet nieuwsgierig waren was dat nooit allemaal gebeurt en uitgevonden. De nieuwsgierigheid heeft je zoals gezegd een bepaalde hoop en verwachtingen gegeven. Komen deze verwachtingen wel uit, is het wel wat je gehoopt had? Vaak ook is de nieuwsgierigheid zelf leuker dan dat je erachter komt wat het nu eigenlijk is. Als je nieuwsgierig bent kan het nog van alles zijn, als je het weet is vaak maar één ding. Het kan ook heel erg tegenvallen, het kan iets zijn wat helemaal niet leuk is in jouw ogen. Hier gaat dan een gevoel van teleurstelling bij gepaard. Achteraf had je het liever niet willen weten, want toen je nog nieuwsgierig was, was het nog spannend. Neem een film waar buitenaardse wezens in voorkomen die geheimzinnig te werk gaan en die je pas aan eind van de film te zien krijgt. De hele film vraag ik me af hoe ze eruit zullen zien. Elke keer als er wat gebeurt hoop ik ze te zien. En elke keer krijg ik ze net niet te zien. In mijn hoofd heb ik allerlei verwachtingen opgebouwd en de hoop dat ze eruit zien als in mijn stoutste verwachtingen. Een voor ons nieuwe levensvorm met een uiterlijk zoals wij niet kennen. Als ik dan eindelijk aan het einde van de film de buitenaardse wezens te zien krijg valt het altijd tegen. Meestal zien ze er vrij menselijk uit, of belachelijk. Je kunt zien dat ze door een mens bedacht zijn. En eigenlijk weet ik dat ook wel een beetje van tevoren, maar ik hoop toch altijd anders. In mijn fantasie waren ze toch altijd mooier. Juist films waarin ik ze niet te zien krijgt zijn vaak het leukst. Ze blijven de nieuwsgierigheid prikkelen en als ik dan in bed lig blijf ik fantaseren en nadenken over hoe ze eruit zouden zien en waar ze vandaan komen enz. Alleen laat dat ook weer vaak een gevoel van onbevrediging achter, omdat je er toch niet achtergekomen bent. Het kan ook zijn dat waar je achterkomt zo mooi en wonderlijk is dat het je stoutste dromen overtreft. Natuurlijk heb je hier vele gradaties tussen. Ook kan nieuwsgierigheid leiden tot een gevoel van schuld. Dit bijvoorbeeld als je ergens achterkomt wat je niet mocht weten. Een pakketje wat je niet open mocht maken maar wat je wel gedaan hebt. Kun je nieuwsgierigheid bedwingen kan dat in sommige gevallen ook een deugd zijn.

De les:

Wat ik met deze les wil bereiken is de kinderen het gevoel en het gevolg van nieuwsgierigheid te laten ervaren en daar over te praten. Deze les kun je in alle bouwen geven alleen moet je dan wel het één en ander aanpassen aan het niveau.

De les begint al zonder dat de kinderen het weten. Als de kinderen binnenkomen zeg je dat ze wat voor hun zelf mogen doen. Als de kinderen lekker bezig zijn loop je door de klas en zet op elk groepje tafels een dicht doosje neer. Bij het ene groepje zet je een heel mooi doosje neer, terwijl je bij het andere groepje een heel lelijk of gewoon doosje neerzet. Je zegt erbij dat ze absoluut niet in mogen kijken en dat ze rustig door moeten gaan. Van tevoren heb je in elk doosje wat gestopt, behalve in één van de mooie doosjes, die is leeg. In een mooi doosje stop je iets moois in het andere mooie doosje iet gewoons zoals een rol wc papier. Dit doe je ook bij de lelijke doosjes. Je zult merken dat de kinderen er proberen achter komen wat er in het doosje zit, hun eigen werk zijn ze vergeten. Ze zullen schudden tikken en raden. Dit kijk je zo een tijdje aan. Laat ze lekker nieuwsgierig worden. Dan vraag je de groepjes wat ze denken dat er in het doosje zit. Hoe noem je het nou als je iets wilt weten? Hoe voelt het en wat verwachten ze en hopen ze? Dan laat je ze het doosje open maken. Je zult merken dat ze ook nieuwsgierig zijn naar de andere groepjes en dat ze ook reactie geven op wat anderen in hun pakketje hebben. Wat is het? Als er iets moois of bijzonders in zit hoe voelt het, valt het mee, is het leuk. Als er nou niets in zit of die wc rol hoe voelt dat valt het tegen, was het nieuwsgierig zijn niet leuker dan erachter komen wat het is? Het zal teleurstellend ervaren worden. Wat is teleurstelling en hoe ga er mee om? Je praat met ze over nieuwsgierigheid, wat doet het met je en wat is het gevolg daarvan.

Ik wil hiermee bereiken dat ze een diepere kennis krijgen van hun eigen gevoelsleven en de betekenis van een woord in het gevoel.

                        

Het verhaal van Saul

Dit is het verhaal over het leven van Saul. Ik heb het verhaal gekozen omdat het mijns inziens een verhaal is waarin veel menselijkheid zit. Het is een verhaal van onzekerheid, eenheid, twijfel, jaloezie, medeleven en eenzaamheid. Het is even mooi als noodlottig. Dit alles sprak mij aan in het verhaal.

Ik heb het verhaal gelezen en over het verhaal gelezen. Tijdens het lezen en daarna heb ik zo mijn eigen ideeën en vragen gekregen over het verhaal. Deze heb ik ook opgeschreven, maar niet op alle vragen heb ik een antwoord. En de antwoorden die ik geef zijn mijn eigen. Ook deden sommige delen me denken aan eigen ervaringen, aan dingen in het gewone leven van alle dag  en aan actuele gebeurtenissen in de wereld. Het verhaal zoals nu geschreven is achtergrond informatie voor de leerkracht. Vertel ik dit verhaal aan kinderen steek ik het in een ander jasje, zodat het gaat leven voor de kinderen.

Het verhaal:

Het verhaal van Saul begint eigenlijk bij rechter en profeet Samuël. Na een lange tijd waarin Samuël regeert over Israël is hij oud. Samuël is een eerlijk en wijs man en heeft altijd goed geregeerd. Op een dag komen de oudsten van Israël bij hem. Ze zeggen dat Samuël oud geworden is en dat het tijd wordt dat iemand hem opvolgt. Ze willen niet dat zijn zonen hem opvolgen omdat zij niet eerlijk en corrupt zijn. Zij willen dat Samuël ze een koning geeft gelijk aan al de volken hebben.

Waarom willen ze nu weer gelijk zijn aan alle andere volken? Zij waren toch het uitverkoren volk. Het volk van GOD. Ze wilden ook hebben. Ze eisen iets op zelf i.p.v. dat ze het gegeven werd. Dit is voor mij het eerste teken dat het niet goed zit voor Saul.

De eis van het volk maakt Samuël kwaad. Hij bidt tot de Heer. Maar de Heer zegt tot Samuël: “Hoor naar de stem van het volks in alles wat zij je zeggen; want zij hebben jou niet verworpen, maar mij, dat Ik geen koning over hen zal zijn. Jij zult hen uitleggen wat ze vragen en hoe koningen koning zijn, wanneer ze over hen regeren."

Samuël spreekt tot het volk over de wijze waarop de koning zal regeren. Hij vertelt hen dat hij hun zonen zal nemen en in het leger stoppen en ze leiden naar oorlog. Hij zal hun dochters nemen voor zijn hof. Hij zal hun akkers nemen en zijn mensen er op laten werken en de oogst houden. Hij zal hun knechten nemen en maken tot de zijne. Hij zou delen van hun kudde nemen. Ze zouden alle zijn knechten zijn.

Maar het volk wil niet luisteren. Ze willen een koning.

Hier ligt mij het tweede punt in het nadeel van Saul. Samuël heeft het volk gewaarschuwd wat er zal gebeuren. Dit zal ook gebeuren. Is dit het begin van de ondergang van Saul? Samuël en indirect ook God zelf zouden hun geloofwaardig verliezen als het niet zou gebeuren. Hier wordt  naar mijn mening de taak geboren van Saul. Of is het een ervaring achteraf, die vertelt wat iedereen van tevoren al had kunnen weten en vertelt het verhaal daarom dat God als het ware de aard van de  mensen kent en weet wat macht met een mens doet, als hij of zij koning is. Je zult maar als Saul koning worden gekozen? Het verhaal lijkt te willen vertellen dat hij er zelf in ieder geval niet om gevraagd heeft. Als je een beetje rond kijkt zie je Saul. Met kop en schouders steekt hij boven zijn omgeving uit.

Zo gebeurt het dat in het land Benjamin een man, een boer, een herenboer, zijn ezelinnen kwijt raakt. Dat is heel erg want zonder ezelinnen komen er geen kleine ezeltjes en zijn er geen extra inkomsten. Hij stuurt zijn zoon Saul om ze te gaan zoeken. Zo komt hij toevallig terecht in de stad waar Samuël is en gaat Samuël om raad vragen. De Godheid heeft Samuël al gezegd dat Saul komt en dat hij koning zal worden. Hij zal het volk moeten bevrijden van de Filistijnen. In het geheim zalft Samuël Saul. Saul een eenvoudig man krijgt opeens een grote taak, hij wordt een ander mens. Vanaf dat moment dient hij een hoger doel.

Les 1

Wat zijn gebeurtenissen die je leven veranderen en die je kijk op het leven veranderen? Het verschil tussen doel en doelloosheid. Wat is belangrijk in je leven?

Zelf weet ik nog goed dat ik niet wist wat ik nou zou willen met mijn leven. Ik had 100 ideeën voor een beroepskeus. Alle paste bij me, maar waren het toch niet echt. Ik heb besloten toen om een beroepskeuzetest te doen, al had ik er een hard hoofd in. Eén van de beroepen die eruit kwam was leraar. Hoewel ik daar niet echt aan gedacht had, beviel me dat idee wel. En hoe meer ik erover nadacht hoe meer het me beviel. Het besluit om het te doen heeft mijn leven en mijn kijk erop verandert. Ik had een doel, ik kon me ergens op richten. Dit was dan wel niet het enige doel in mijn leven, maar niettemin wel een belangrijke. Ik ging ook meer leven naar dat doel. Vooral toen ik met de opleiding begonnen was. Ik bekeek dingen met andere ogen. Overal begon ik lessen en lesmateriaal in te zien. Dingen die ik vroeger niet zag begon ik te zien en te gebruiken. Dingen die ik in het verleden belangrijk vond werden nu minder belangrijk, ik had een nieuw doel. Net als Saul.

Ik wil met de kinderen kijken wat zij belangrijk vinden in het leven en in hoeverre dat je leven beïnvloed in de dingen die je doet. Zijn er dingen gebeurt in hun leven, die hun leven veranderd hebben. Dit kan echt van alles zijn. Hoe veranderde hun leven en waarom. Wat is dat nou een doel hebben? Hebben ze een doel of zijn ze nog zoekende. Ik praat hier met ze over. Enkele kinderen laat ik wat vertellen. Daarna geef ik ze de opdracht om een opstel te schrijven over wat ze belangrijk vinden in het leven, wat hun doel in het leven en hoe ze hun leven aanpassen aan dat wat ze belangrijk vinden. Hierbij kunnen ze een mooie tekening maken. Het geheel kan worden opgehangen, maar kan ook als boekvorm gebonden worden. Kinderen kunnen van elkaar zien wat belangrijk is in hun leven en zo misschien elkaar beter begrijpen.

Pas bij de officiële bekendmaking zal Saul uit het volk gekozen worden. Maar op de dag dat hij gekozen moet worden uit het volk is hij nergens te bekennen. Hij heeft zich verstopt. Pas als ze gaan zoeken vinden ze hem. Waarom heeft hij zich verstopt? Wil hij geen koning worden? Ik denk dat hij onzeker was. Er rust een grote taak op zijn schouders. God heeft hem aangewezen om koning te worden, maar wat weet hij nou van koning zijn af. Misschien maakt het hem ook wel onzeker dat God niet zelf tot hem gesproken heeft. Abraham, Isaak, Jacob, mozes, Jozua alle waren direct aangesproken door God. Saul had alles via Samuël moeten horen, dus uit tweede hand. Zo zou het de rest van Sauls leven gaan. Saul was koning, maar Samuël was zijn contactpersoon met God. Waarom gaf God niet zelf de taak aan Saul?

Les 2

Ik snap de angst van Saul wel. Toen ik voor het eerst een les moest geven aan een groep kinderen had ik ook een beetje dat gevoel. Ik had nog nooit met kinderen gewerkt en had er geen idee van hoe het zou zijn om les te geven. Als leraar ben je toch ook een soort leider, een voorbeeld. Het gevoel om je te verstoppen de eerste keer is logisch. Maar verstoppen helpt niet. Je kunt beter gewoon proberen doen. Misschien kom je een beetje verder en leer je een goede leider te zijn.

Wat is een goede leider of koning? Daar gaat deze les over. Kinderen weten vaak dat een koning rijk is en dat ze alles kunnen doen wat ze willen. De koningen uit sprookjes, en uit de fantasie. Maar wat betekend het nou echt om koning of leider te zijn. Staan de mensen in dienst van jou of sta jij in dienst van de mensen. Ga je voor je eigen geluk en dat van je vrienden of wil je dat iedereen gelukkig is? Al pratende wil ik hier met ze achterkomen.

Ik wil in de les de kinderen een aantal stellingen voorleggen die zij moeten oplossen als zij koning van de school waren. Ik wil hier een soort drama spel aan koppelen. Eén kind speelt de koning van de school. Twee andere kinderen spelen onderdanen met een geschil. Ik schets de situatie. Ik probeer een situatie te nemen uit hun eigen belevingswereld. (Het verhaal van koning Salamon zou hier ook bij passen, is misschien wel een aardig uitstapje als inleiding.)

Bijvoorbeeld: Twee kinderen beweren allebei dat een pokomonkaartje van hun is. De één is de beste vriend van de koning, de ander een onbekende. De kinderen die dit spelen moeten zich ook gedragen naar hun rol. Dit bespreek je met ze. De koning weet niet van wie het kaartje is, de andere kinderen en de spelende kinderen wel. In dit geval is hij van de onbekende, maar de beste vriend gaat er alles aan doen om het kaartje in handen te krijgen. Wat doet de koning? Dit bespreken we tijdens en na het spelen. Tijdens de les stuur ik soms of voeg ik dingen toe. Blijft de koning onbevooroordeeld of  niet? Dit kun je doen met meerdere situaties. Ik kijk goed naar wat er speelt in de klas, die situaties ga ik gebruiken. Ik wil ze een beter inzicht geven wat het is om een leider te zijn en wat dat betekent.     

Saul is nu koning.

Het eerste wat hij wil is zijn volk verenigen om sterker te zijn tegen de vijanden die Israël bedreigen van alle kanten, maar het volk gelooft er niet in en weent. Dan wordt Saul zo boos dat hij een paar runderen in stuken hakt en de stukken naar alle uithoeken van het land stuurt met een boodschap. Degene die niet achter Saul en Samuël staan van hen zullen de runderen hetzelfde lot treffen. Nu vreest het volk Saul en Samuël en het volk wordt één. Vanaf nu is het zo als één deel wordt aangevallen het hele volk verantwoordelijk is voor de verdediging? Eén voor alle, alle voor één. Zo wordt het Israëlische volk sterk.

Les 3

Dit deel van het verhaal doet me denken aan de Verenigde Naties. In deze les wil ik aandacht besteden aan het ontstaan en werkzaamheden van  de VN en de NAVO. We gaan kijken waarom deze organisaties ontstaan zijn en wat ze betekenen voor de wereld. Wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen. Welke landen zijn lid en waarom. Waarom is Nederland lid en wat doet Nederland binnen de organisaties. Ook kijken we naar ligging van landen. Wat betekent het om een bondgenoot te zijn. Het terugkerende motto is samen staan we sterk. Dit motto kan teruggekoppeld worden naar de kinderen zelf. Samen kun je meer. De bedoeling van deze les is

de kinderen een beter inzicht krijgen in de verbanden tussen verschillende landen en dat het in hun eigen leven ook kan werken om krachten te bundelen.

Saul wil onafhankelijk zijn. Hij is veel te afhankelijk van  Samuël naar zijn mening. Op een dag offert hij zonder dat Samuël erbij is. Dit maakt Samuël erg boos en zegt Saul dat dit hem zijn koningschap gaat kosten. Ziet Samuël dit als een breuk met god?    Hoe dan ook de definitieve breuk volgt bij een ander voorval. Via Samuël krijgt hij de opdracht van God het volk van Amalek te vernietigen. Van kind tot volwassen, van os tot schaap, alles moest worden gedood. Weer de opdracht via Samuël, weer blijkt de afhankelijkheid. Samuël is Sauls link naar God. Maar wat doet Saul. Hij neemt de koning van het volk van Amalek, Agag,  gevangen en dood alleen het slechtste vee. Al het goede houd hij en word verdeeld onder zijn mannen. Waarom gaat hij tegen de opdracht van God in? Wilde hij zijn volk tevreden stellen i.p.v. God? Hij vreest zijn volk en niet God.

God spreekt tot Samuël. Hij heeft er spijt heeft dat hij Saul tot koning gemaakt heeft. En Samuël  gaat naar Saul toe en spreekt met hem. In eerste instantie probeert Saul goed te praten wat hij gedaan heeft, maar tenslotte geeft hij toe gezondigd te hebben en vraagt om vergiffenis. Maar voor vergiffenis is het te laat. Samuël neemt hem zijn koningschap met de woorden: “ Ik zal niet met u wederkeren omdat gij het woord des Heer verworpen hebt, Zo heeft u de Heer verworpen dat gij geen koning over Israël kunt zijn”. Saul valt op zijn knieën. En als Samuël wegloopt pakt Saul zijn mantel vast waardoor er een stuk van zijn mantel afscheurt. Samuël zegt “ De Heer heeft heden het koninkrijk Israël van u afgescheurd, en heeft het uwe naaste gegeven die beter is dan gij”. Dit is de definitieve gebeurtenis naar de ondergang van koning Saul. Met Samuël verlaat ook God hem. Dit beangstigt hem. Ook is uitgekomen wat Samuël voorspelt had. Wie die naaste is zal spoedig blijken wanneer David ten tonele verschijnt.

Samuël zit niet stil. Hij wordt door God naar Bethlehem gezonden om de nieuwe koning te vinden. Deze vindt hij in David, de jongste zoon van Isai. In het geheim wordt David gezalfd. Koning Saul is in de tussentijd bang en ongelukkig omdat de geest god hem verlaten heeft. Zijn knechten merken dat en vertellen hem over David. “David kan goed harp spelen en god is met hem” zeggen ze. Zo gebeurt het dat David naar het hof komt om voor de ongelukkige Saul te spelen en zijn leed te verzachten. Eerst was hij afhankelijk van Samuël, nu wordt hij afhankelijk van David. David is nu zijn link naar God. Dit frustreert hem.

Zo komt de dag dat de Israëlieten weer tegen over de Filistijnen staan. Uit het kamp van de Filistijnen komt de reus Goliath aangelopen en daagt de Israëlieten uit. Hij buldert“ Laat één man met mij vechten, als hij mij verslaat zullen wij jullie knechten zijn. Win ik zijn jullie onze slaven”. Geen van de mannen durft het aan. Dan komt David op het slagveld om zijn broers die in het leger dienen wat eten te brengen. Hij ziet wat er aan de hand is. Omdat David weet dat God aan hun kant staat vraagt hij of hij mag vechten tegen Goliath. In eerste instantie wil Saul dit niet, maar David overtuigd hem ervan dat hij beschermt wordt door God. Hij verslaat Goliath met zijn slinger en neemt zijn hoofd mee voor koning Saul. De overwinning op de Filistijnen is daar. David sluit ook een hechte vriendschap met Jonathan, de zoon van Saul. En het volk zingt “ Saul heeft zijne duizenden verslagen, maar David zijne tienduizenden”. Dit steekt Saul en hij wordt heel erg jaloers op David.

David is alles wat Saul was en wilde zijn en meer. Hij vreest ook voor zijn troon. David wordt door het volk gezien als overwinnaar, terwijl Saul al het voorbereidend werk gedaan heeft. Zelfs de hechte band tussen David en Jonathan maakt hem Jaloers. Zo erg dat hij besluit David in de val te lokken. Saul biedt David zijn oudste dochter aan om mee te trouwen. David wijst dit af. Maar als Saul zijn jongste dochter Michal aanbied gaat hij akkoord. Saul vraagt aan David geen bruidschat maar David moet honderd Filistijnen doden en hun voorhuiden aan Saul geven. Saul hoopt zo dat David gedood word tijdens het uitvoeren hiervan. David dood tweehonderd filistijnen en brengt hun voorhuiden. David trouwt met Michal en van af deze dag aan is David de vijand van Saul.

 

Les 4

In deze les zal gaan over Jaloezie. Dit is echt een onderwerp voor een kringgesprek. Na het vertellen van dit gedeelte van het verhaal vraag ik de kinderen waarom mensen jaloers worden, wat betekend dat jaloers zijn? Dan vraag ik de kinderen wie wel eens jaloers is geweest. Deze kinderen steken hun vinger op. Ik vraag ze te vertellen op wie ze jaloers waren en waarom. Laat ze hun verhaal vertellen. Als een kind zijn verhaal verteld heeft vraag je hem ook wat hij gedaan heeft met die jaloezie. Er zijn zoveel verschillende situaties waarin je jaloers kan zijn en even zoveel mogelijkheden van handelen. Kon je jezelf beheersen of heb je wat gedaan? Dit zijn allemaal vragen die in een gesprek terug komen. Ik laat de kinderen ook onderling vragen aan elkaar stellen. Dit zijn gesprekken die heel persoonlijk zijn in een niet veilige groep zou ik er minder diep op in gaan. Toch is het een belangrijk onderwerp,

zeker binnen een groep. Ook dit helpt dat kinderen elkaar beter begrijpen. Ook voor jezelf is het begrijpen van gevoelens belangrijk. Een rijk begrip van je eigen gevoelsleven maakt het dat je andere ook beter begrijpt.

Na de trouwerij is het echt niet meer veilig voor David. Saul praat met Jonathan en zijn knechten over het doden van David. Hij doet vele pogingen die elke keer mislukken. Mede door het feit dat Jonathan en Michal David keer op keer helpen. Dit is helemaal erg voor Saul. Zijn kinderen keren zich tegen hem. En ook al  was zijn lot al lang geleden beslist nu keert zelfs zijn eigen toekomst zich tegen hem. Saul word steeds gekker en dood zelfs tachtig priesters omdat zij David prezen. Twee keer krijgt David zelfs de kans om Saul te doden, maar hij doet het niet. Hij weet dat God zelf met Saul afrekent. En dat slotakkoord voor Saul komt spoedig.

Wederom staat Saul tegenover de Filistijnen, alleen nu is Saul bang. Bang omdat God niet meer met hem is. Samuël is in de tussentijd gestorven. In een laatste wanhopige poging roept hij via een heks Samuël op uit de dood. Maar Samuël is boos op hem en zegt hem dat hij morgen met zijn zonen bij hem zal zijn. Ondanks dat Saul weet dat hij gaat verliezen trekt hij toch te velden. In de strijd worden alle zonen van Saul gedood. Nu is het zeker. Al zijn zonen zijn dood. Dus de definitieve doodsklap voor zijn toekomst. Saul weet dit en wil niet meer leven. Hij vraagt zijn wapendrager hem te doden, Deze weigert. Dan met zijn eigen zwaard dood hij zichzelf.

Hier eindigt het noodlottige verhaal van een man de gedoemd was en zijn hele leven heeft moeten vechten. Vechten tegen zichzelf en tegen anderen.

 

Les 5

Saul heeft zijn hele leven gevochten in Israël. Maar er wordt nog steeds gevochten in Israël. In deze les wil ik hiernaar gaan kijken. Dit onderwerp is zeer actueel en verdiend het om begrijpend  gemaakt te worden al is dat soms moeilijk.

In de inleiding wil ik gaan kijken met de kinderen naar waar Israël ligt. Waar wonen de Joden en waar de Palestijnen. Is dat eerlijk verdeeld? We kijken naar het verschil in geloof. Maar waarom kwamen de Joden hier naar toe? We kijken naar jodenvervolging. Israël is volgens de Joden het beloofde land. Zowel de joden als de Palestijnen maken aanspraak op hetzelfde land. De arabieren zien de Joden als bedreiging en andersom. Ik wil de zaak zowel vanuit joodse als vanuit Palestijnse kant belichten.

In de kern van les krijgen de kinderen zelf de kans om een voorstel te maken voor het samenleven van beide groepen. Ze krijgen hierbij een kaartje waarop ze zelf het land kunnen verdelen. Ook moeten ze afspraken op papier zetten die voor beide partijen wat oplevert en waardoor ze samen zouden kunnen leven.

In de afsluitingsfase wil ik de verschillende mogelijk heden met ze bespreken. En kijken of ze reëel zijn.

Het geven van deze les vereist wel de nodige achtergrond kennis. 

 

 

 (Martijn smeedt twee sleutels. Hij noemt ze: "Je eigen verhaal" en "nieuwsgierigheid". Met deze twee sleutels maakt hij stukken uit het verhaal van Saul open. De werkwijze illustreert op een perfecte manier hoe je binnen kunt komen in het onderwijs en in het nobele vak dat katechese is. Op meerdere manieren laat het zien wat de criteria voor katechese zijn. Kort gezegd, meenemen, de verhalen in. De oude verhalen en de eigen verhalen. Delen en toegankelijk maken.

Ik vind het niet gering voor iemand die als eerste jaars student deelneemt aan de Deeltijdopleiding. Jan Engelen. 190802)