De rijke man
voor de bovenbouw CvdWal&JS-D3-2002.
Om
"in het verhaal binnen te komen" nemen we eerst simpel het
verhaal over. Wat
ons opvalt of wat we belangrijk vinden zetten we 'dik gedrukt'.
Marcus 10, 17-27En toen HIJ op weg ging, liep iemand op Hem toe, viel op de knieën en vroeg hem: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” En Jezus zeide tot hem: “Waarom noemt gij Mij goed?” “Niemand is goed dan God alleen.” “Gij kent de geboden:” “Gij zult niet doodslaan,” “Gij zult niet echtbreken,” “Gij zult niet stelen,” “Gij zult geen vals getuigenis geven,” “Gij zult niets ontvreemden,” “Eer uw vader en moeder” Hij zeide tot Hem: “Meester, dat alles heb ik in acht genomen van mijn jeugd af.” En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief en zeide tot hem: “Één ding ontbreekt u,” “Ga heen, Verkoop al was gij hebt en geef het aan de armen en Gij zult een schat in den hemel hebben en Kom hier Volg Mij” Maar zijn gelaat betrok bij dat woord en Hij ging bedroefd heen want hij bezat vele goederen, En Jezus, rondziende, zei tot zijn discipelen: “Hoe moeilijk zullen zij, die geld hebben, Het Koninkrijk Gods binnengaan.” En zijn discipelen waren zeer verbaasd over zijn woorden. Maar Jezus antwoordde weder en zeide tot hen: “Kinderen, hoe moeilijk is het om het Koninkrijk Gods binnen te gaan.” “Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener naald, “ “Dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.” En zij waren nog meer verslagen en zeiden tot elkander: “Maar wie kan dan behouden worden?” Jezus zag hen aan en zeide: “Bij mensen is het onmogelijk” “Maar niet bij God, want alle dingen zijn mogelijk bij God.”
Dit verhaal is overgenomen uit de bijbel. We gaan het nu in de tegenwoordige tijd schrijven. Wat het verhaal vertelt gebeurt als het ware hier in nu. Wij luisteren, we staan er bij. De taal en het verhaal is niet toegankelijk voor
kinderen. We willen het verhaal aanpassen aan de taal van kinderen. Het wordt dus
een meer vrije en ingevulde tekst. Hierna
volgt een mogelijke versie. Bij
het verhaal zijn activiteiten gepland voor ongeveer 3 weken.
Een heel rijke man Bij
het meer van Galilea woont een man. Een
héél rijke man. Hij
is een goede vriend van Jezus. En
Jezus is een goede vriend van hem. De
man woont in een prachtig, groot huis. Met
grote kamers
waar je heerlijk in kan rond dansen. En
een groot bad, waar je gerust water over de rand heen kunt plonzen. De
muren van
de kamers zijn allemaal beschilderd. Met
groene planten waar wilde eenden tussen zitten. De
eenden zijn zo netjes geschilderd dat je denkt dat ze echt zijn. Ook
de vloer is beschilderd. Met
dolfijnen die in het water spelen. De
rijke man heeft het erg druk. Hij
heeft veel te doen. De
hele dag moet hij opletten dat er geen dieven komen. Of
dat de vloerschildering niet vies wordt. Of
dat het dak niet gaat lekken. Ook
moet hij zorgen dat zijn knechten werken en niet luieren. En
’s avonds moet hij het geld natellen dat hij overdag heeft verdiend. Soms,
als hij extra veel geld verdient, gaat hij naar de straat met de bedelaars. Aan
alle bedelaars geeft hij wat geld. De
arme mensen buigen en bedanken hem. “Wat
een aardige man is hij toch”, zeggen
ze tegen elkaar. Omdat
de rijke man zoveel geld weggeeft, is iedereen vriendelijk
en beleefd tegen hem. Als
voorbijgangers hem onderweg tegenkomen, buigen ze diep,
en zeggen: “Goedemorgen,
rijke man” Vandaag
is de rijke man op bezoek bij zijn vriend Jezus. Hij
luistert graag naar de verhalen van Jezus. Hij
zou wel altijd dicht bij hem in de buurt willen zijn. En
samen met hem in het land van God willen wonen. Naast
elkaar of zo. Dan
zou hij hem elke dag zien. De
rijke man zegt tegen Jezus: “Ik
wil zo graag in het land van God wonen” “Samen
met jou” “Wat
moet ik daarvoor doen?” Jezus
zegt: “Je
kent de geboden” “Bega
geen moord” “Blijf trouw aan je kinderen en je vrouw” “Steel
niet” Leg
geen valse verklaringen af” “Doe
niemand te kort” “Heb
eerbied voor je vader en je moeder”
De
rijke man zegt: Jezus
kijkt hem aan. Hij
is ontroert. Hij
zegt: “Één
ding heb je nog niet gedaan” “Ga
naar huis en verkoop alles wat je hebt” “Geef
het geld aan de armen en je zult een schat hebben in de hemel” “Kom
dan terug en volg mij” “Je
zult arm zijn en de vriend worden van alle andere mensen die arm zijn” “Je
zult geen zorgen meer hebben en “Je
zult belangrijke dingen leren”
Als de
rijke man dat hoort betrekt zijn gezicht. Hij
wordt heel verdrietig
en bang. Hij
denkt aan zijn prachtige huis, Zijn
prachtige schilderingen met eenden en bloemen, die net echt lijken. Hij
denkt aan de vloerschilderingen met dolfijnen, die zo mooi zijn. En
hij denkt aan het bad, waar je zo lekker in kan plonzen. Dan
kijkt hij naar Jezus. En
dan naar alle vrienden en vriendinnen van Jezus, die altijd bij
hem in de buurt
zijn. Die
ene, die visser is, die smakt als hij soep eet En
die ander, die zulke rare vlekken heeft in zijn gezicht. Hij
kijkt naar hun kleren Heel
gewone kleren. De
rijke man denkt aan zijn eigen mooie kleren. Hij
denkt aan zijn zachte bed. En aan alle belangrijke mensen die hem groeten,
omdat hij zo rijk is. Nu
weet
hij het zeker. Hij
wil liever rijk zijn dan met Jezus meegaan. “Ik
ga niet mee”, zegt hij tegen Jezus. “Ik
ga niet mee naar jouw land van God” Verdrietig
loopt hij vervolgens weg. Jezus
kijkt rond in
de kring van zijn leerlingen. Hij zegt: “Voor
rijke mensen
is het moeilijk
om te begrijpen dat God
je koning is, je zekerheid.”
Zijn leerlingen zijn verbijsterd over die uitspraak. Maar
Jezus herhaalt: “Kinderen,
wat is het moeilijk het Koninkrijk van God binnen te komen." Hij glimlacht. "Voor een kameel is het makkelijker door het oog van een naald te kruipen dan
voor een rijke het Koninkrijk van God binnen te komen.” Maar de leerlingen kijken sip. Ze zeggen tegen elkaar: “Wie
kan dan nog gered worden?”
Jezus
kijkt hen aan en zegt: “Bij
mensen is het onmogelijk, maar bij God niet” “Want
bij God is alles mogelijk” “Wij
hebben alles opgegeven om u te volgen” Jezus
zegt: “En ik verzeker jullie, iedereen, die zijn huis,
broers, zusters, moeder, vader en kinderen of akkers opgeeft, omwille
van mij en mijn boodschap, krijgt het nú, in deze wereld al, honderdmaal
zoveel aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers
maar dan niet zonder vervolgingen, en in de wereld die komt, ontvangt hij eeuwig leven Maar velen die nu de eersten zijn, zullen dan
de laatsten zijn en velen laatsten de eersten” De
rijke man loopt terug naar huis. Hij
laat zijn bad vollopen. Een
beetje stilletjes zit hij in het water. Want
in lekker plonzen heeft hij vandaag geen zin.
|
|
Groepen en werkzaamheden: 1: klassikaal: Discussie over “zekerheid” 2: individueel: A4tje maken: “Wanneer
voel jij je zeker?” 3: klassikaal: informatief verhaal over
Galilea: hoe mensen er wonen en werken. Visserij/boerenleven,
schaapskuddes. 4: groepjes Belangrijke plaatsen zoeken rond Galilea. Welke rol spelen die plaatsen. Kijken in een atlas
van de bijbel. 5: groepjes: Welk klimaat heeft het land Israël 6: klassikaal: Vertel het verhaal beeldend.
Sluit aan bij de gegevens die kinderen al gevonden
hebben uit eerdere opdrachten. 7: groepjes: Plaquette maken van papier-maché:
laagland, bergen, steden, dorpen, meer van Galilea,
de Jordaan. 8: groepjes: 9: groepjes: Zelfportretten bestuderen
en daarna portret van verdrietige, rijke man tekenen met houtskool. 10: groepjes: 11: individueel: Kleien van muntstukken met
Romeinse cijfers erop. 12: klassikaal: Discussie over een
stelling uit het verhaal: “de rijke man” 13: individueel: Ontwerp en maken van een vissersboot van karton en doosjes. 14: individueel: Mozaïeken (afbeeldingen)
bestuderen ( boeken) en vervolgens zelf een mozaïek afbeelding maken.
Voorstelling naar eigen keuze. 15: klassikaal: 16: klassikaal: Verhaalfragmenten door kinderen
laten uitspelen in tableaus Foto’s maken van de tableaus,
vergroot laten afdrukken en de foto’s nabespreken. Foto’s gebruiken
om in een zelfgemaakte boek te plakken. |
|
Uitvoering, meer in detail
1. Klassikaal: over zekerheid
Nog vóór dat het verhaal verteld willen
we proberen de kinderen
tot een gesprek te laten komen over
(het gevoel van) zekerheid. We doen dat naar aanleiding van vragen als: Laat kinderen opnoemen wat hen zekerheid biedt en laat dit motiveren.
|
|
Draaiboek voor bij verhaal:“het zekere voor het onzekere”Week 1:Maandag: De leerkracht voert klassikaal de discussie over
"zekerheid”. De kinderen krijgen de opdracht een verslag
te schrijven over de vraag: wanneer voel je je zeker? Dinsdag: Geschiedenisles: informatief verhaal over
Galilea: hoe mensen er woonden, werkten, visserij/ boerenleven/ schaapskuddes
enz. De klas in twee groepen verdelen voor een Aardrijkskundeles.
Één groep gaat m.b.v. een bijbelatlas belangrijke
plaatsen en meren zoeken die rondom Galilea liggen. Waarom zijn
of waren deze belangrijk? Wat was er zo bijzonder aan? Andere groep gaat in een gewone atlas kijken
naar het klimaat en landschap van Israël. Is het een vlak land?
Zijn er bergen? Hoe warm is het er? Is de temperatuur overal gelijk? Hoe leven de mensen er? Waarvan leven ze? Hoe
komt dat? Beide groepen maken pamfletten waarop de gegevens
genoteerd worden. Gegevens worden klassikaal besproken Woensdag: De gegevens worden besproken die kinderen verzameld
hebben. De onderwijsgevende vertelt het verhaal. Gebruikt de gegevens die kinderen verzameld hebben
in zijn verhaal. Donderdag: Klas in groepen verdelen. Een groep: plaquette maken
(papier mache) van Galilea en omgeving: met belangrijkste steden
en rivieren zoals besproken is in vorige opdrachten. Ook heuvels, gebergten,
rivieren, moeten weergegeven worden. Andere groep gaat werken met contrast: met wasco
en ecoline de rijke man uit het verhaal kleurrijk afbeelden en de boeren
en vissers uit het dorp met potlood ( grijs) Contrast: arm en rijk. Vrijdag: Kinderen werken aan plaquette. Klas verder in groepjes verdelen: Een groep werkt aan het bestuderen van zelfportretten
en tekenen de verdrietige, rijke man. (houtskool) Andere groep gaat sjablonen maken en de muur en vloer van de rijke man maken op papier
door tamponeren (dolfijnen en wilde eenden) Accent: herhaling. Week 2: Maandag: De kinderen werken aan plaquette, starten zonodig met
verven. Geven aan waar de belangrijkste plaatsen/rivieren liggen. De anderen kinderen gaan in groepjes de opdrachten
van vrijdag doen: maar dan wel van opdracht wisselen. Dinsdag: Klassikaal: gesprek over geld, ook geld van de Romeinen.
Leerkracht laat muntstukken zien (boeken evt) Kinderen gaan individueel
muntstukken kleien met Romeinse cijfers erop. Woensdag: Discussie omtrent de stelling uit het verhaal.
De rijke man. Speelt de man niet voor GOD? Is hij wel zo aardig Kinderen
proberen een stelling in te nemen en te motiveren. Donderdag: Kinderen werken aan plaquette:maken vissers-boten
en heuvels met schapen, boeren en vissers bij het meer van Galilea.
De klas gaat werken aan het ontwerpen van een vissersboot die
ze vervolgens gaan maken van karton en doosjes. Vooraf een gesprek: hoe zouden die vissersboten
eruit hebben gezien? Leerkracht laat platen zien van bootjes uit die
tijd. Vrijdag: Kinderen maken de plaquette af. De andere kinderen
bestuderen met de leerkracht mozaïek afbeeldingen. Denk aan ramen van een kerk. Kinderen gaan
vervolgens zelf een ontwerp maken voor een mozaïek. Ze maken eerst een schets. (ontwerp) Vervolgens
maken ze zelf een mozaïek afbeelding van stukjes steen of gekleurd
glas. GA VOORZICHTIG TE WERK!!! Week 3: Maandag: Kinderen maken mozaïekafbeelding af. Discussie over de stelling: wat zou je met zoveel geld
doen? Bedenk eens of zoveel geld gelukkiger maakt. Wanneer ben je echt
gelukkig? In hoeverre speelt geld dan een rol? Dinsdag: De leerkracht verteld het verhaal nog eens. De kinderen halen fragmenten uit het verhaal en
tekenen deze op A4tjes. Deze worden achter elkaar geplakt. Woensdag: Er wordt met kinderen gesproken over de vraag
hoe je het verhaal kunt uitspelen. Welke fragmenten zijn belangrijk? Deze gaat
de leerkracht verzamelen.
Donderdag: Drama: De onderwijsgevende benoemt de fragmenten die uitgekozen
zijn. Hoe kun je de fragmenten in beeld brengen? Met de onderwijsgevende
gaan kinderen de rollen verdelen en fragmenten in tableaus uitproberen
. Enkele leerlingen
maken van de tableaus foto’s Hiervan wordt later een boek gemaakt.
Vrijdag: Als de foto’s, die vergroot zijn afgedrukt er
zijn, deze in een boek plakken met teksten van kinderen eronder. Nu
hebben ze hun eigen klassenboek met het verhaal dat centraal stond.
Deze opdracht kan ook naar maandag verschoven worden
als de foto’s nog niet ontwikkeld zijn.
Gebruikte literatuur: Bijbel Het toneel van de bijbel. Kijk op de bijbel. Israël en de landen rondom. Nigel Hepper ISBN: 90 6126
557 6 Om te beginnen. Door Bara van Pelt, Anja A. de Fluiter Illustraties van Erica Cotteleer. ISBN: 90 266 0907
8 De tijd van de Bijbel. De geschiedenis in beeld. Een panoramisch kijk op de landen en volkeren uit de
bijbel. Amanda O’ Neil, ISBN: 90 366 0802 3 |