EEN BEGIN DAT GEEN BEGIN IS

 

door DJ – Verkorte deeltijd, eerste jaar

Opdracht: maak vijf veel te uitgebreide lessen over Markus. (Wanneer je bij les 4 en vijf merkt dat de eerste lessen anders moeten, beter kunnen, hoef je die niet opnieuw te maken. Het getal vijf wil alleen een leerproces op gang brengen, een leergang.)

 

(en waar geen beginnen aan leek – Markus 1, 1-8)

 

 

Inleiding

 

Het is altijd erg moeilijk om aan iets te beginnen. Vooral als  je nog niet precies weet wat er van je wordt verwacht, welke wegen te bewandelen en in welke vorm je het zal gieten. Maar ja, alle begin is moeilijk. Het is gewoon een kwestie van doen en dan maar kijken waar het schip strandt. Op dat punt zijn wij nu aangekomen.

 

Tijdens  het tweede college, waarbij iedereen een bijbel bij zich had begonnen we te lezen bij het evangelie van Marcus. Wij, en nog enkele met ons hadden het idee dat we ‘gewoon’gingen lezen, maar niets was minder waar. Na ongeveer anderhalf uur hadden we 10 regels gelezen. Ik was erg geboeid door het feit dat we zolang en uitgebreid stil konden staan bij  een op het oog een simpel woord als ‘begin’. Wij hebben zelf het idee dat het begin pas achteraf is vast te stellen, wat op zich heel wonderlijk is. Na verloop van tijd kun je immers terug kijken op hetgeen geweest is. “Wat geweest is, is geweest”(Boudewijn de Groot, 1972).  In de bijlage zal ik de tekst van dit liedje opnemen.

 

Voordat we overgaan tot het bespreken van de thema’s die we in de ‘5 veel te uitgebreide lessen over een gedeelte uit het evangelie van Markus’ aan de orde wil stellen, voelen wij sterk de behoefte om iets dieper in te gaan op de titel van dit verhaal. Een stevige basis om vanuit te vertrekken hebben we gewoon nodig als voorbereiding op een te geven les. We zouden ook zeker niet in staat zijn iets te vertellen waar we niet achter staan of  een methode les op te dreunen waar we niet  de bedoeling van in zien. Door zaken te verwoorden en er met anderen over van gedachte te wisselen krijgen onze ideeën  handen en voeten. Na het lezen van een deel van het boek van Nico ter Linden (Het verhaal gaat), hebben we het een en ander geprobeerd op een rijtje te zetten.

 

Denkwerk

Marcus ziet Jezus als de Messias, als Zoon van God.  Dat is een vondst, een visie, een verhaal. Geen biografie. Hier vertelt iemand over wat hem bezig houdt, waar hij vol van is, wat hij kwijt moet, delen wil. Dat maakt het dan gelijk geschikt als aanknopingspunt voor katechese op de basisschool. Die houdt zich immers bezig met: individuele vorming van kinderen, sociale vorming van kinderen en met het vertellen van verhalen in het algemeen en bijbel verhalen in het bijzonder. Markus vertelt een verhaal op het moment dat Jezus al 40 jaar dood en begraven is. Alhoewel begraven op zich wonderlijk is aangezien gekruisigden geen graf kregen. Het is natuurlijk wel op voorhand handig om Jezus een graf te geven, zodat hij later weer iets heeft om uit op te staan. Markus vertelt een verhaal van een levende, en allen die Jezus volgen op zijn weg tijdens zijn leven, zullen hem volgen naar het hemelrijk. Dat is het beginsel van het evangelie van Markus, het begin van zijn verhaal, maar het is niet het begin van het hele verhaal. Het hele verhaal is immers begonnen bij God die de hemel en de aarde schept en zijn volk Israël in het leven roept om op aarde van hem te getuigen.

 

·                    Met Abraham, Isaak en Jakob en met Jakobs twaalf zonen.

·                    Met Mozes, de profeet die de Israëlieten uit de Egyptische slavernij leidde en veertig jaar met hen een weg door de woestijn zocht naar het belovende land.

·                    Met Jesaja, die eeuwen later over een tweede uittocht berichtte: weer een weg door de woestijn, nu uit de Babylonische ballingschap, terug naar het land van belofte..

·                    Met Elia in zijn kameelharen mantel en met een leren gordel om zijn lendenen, de godsman die sprinkhanen at en wilde honing. En ook weer veertig dagen en nachten door de woestijn zwierf om God op de heilige berg te ontmoeten.

·                    Met de profeet  Maleachie, die in vrome fantasie droomde dat eens Elia zal terugkomen, om als heraut het aanbreken van het koninkrijk van God aan te kondigen, met de komst van de gezalfde (de Messias, de Christus).

 

Markus gelooft dat Jezus de gezalfde is maar voordat hij het goede nieuws kan gaan vertellen, zal toch eerst Elia terug moeten komen. Dat is Johannes de Doper. Johannes draagt net als Elia een mantel van kameelhaar en eet ook sprinkhanen en wilde honing. Het zal voor de lezer gelijk aan het begin duidelijk worden dat het Koninkrijk Gods nabij is gekomen. Dat dit koninkrijk niet uit de lucht komt vallen is voor vele Bijbelkenners onder ons niet iets opzienbarends. Immers, de Tora en de Profeten zijn er al eeuwen vol van. Dus wie wil weten waar de Messias vandaan komt, moet in het  Oude Testament kijken, want daar is het allemaal begonnen. We laten dat nu hier even voor wat het is (geweest).

 

Woestijn

“Het geschiedde dat Johannes de Doper doopte in de woestijn en een doop van omkeer tot vergeving van zonden predikte”.

Even in het kort iets over de woestijn. Hiermee zal bedoeld kunnen zijn dat de woestijn een plaats is waar je God kunt ontmoeten. In de bijbel is de woestijn een belangrijk gegeven waar verschillende taferelen zich hebben afgespeeld. Te weten: het is een plaats waar ooit een engel het volk voorging, eerst uit Egypte, later uit ballingschap, op weg naar het beloofde land. In de woestijn kun je tot inkeer komen, je oude leven afleggen en kiezen voor een nieuwe weg. De rivier die de woestijn scheidt van het belovende land kun je je van je zonden laten reinigen en ben je als herboren. Zo ziet Johannes het ook. De onreinheid die erom vraagt te worden afgewassen, breidt hij uit als een doop voor alle kinderen van God, om te belijden dat zij voortaan anders willen gaan denken en leven.

“En geheel Judea en allen inwoners van Jeruzalem liepen uit om hun zonden te belijden en zich door Johannes te laten dopen in de Jordaan”.

Aan het eind van dit vers roept Johannes: “Die na mij komt is sterker dan ik. Ik ben het zelfs niet waard, mij nederbukkend, zijn schoenriem los te maken. Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u onderdompelen in de Heilige Geest. Jezus heeft de mensen dus nog net iets meer te bieden dan Johannes.

 

Conclusie

Kortom er zijn diverse thema’s die je op de basisschool kunt behandelen met betrekking tot het bovenstaande, alhoewel je dat op het eerste gezicht niet zou zeggen. We hebben gekozen om eerst het begin wat uit te diepen om zo te komen waar we willen komen.

Na het lezen van het (verplichte) stuk uit Markus uit de gewone bijbel hebben we weer in een kinderbijbel zitten lezen en wel het verhaal van de zaaier.

Dat “in goede aarde vallen “ uit de bijbel kwam verwondert ons, en we probeerden daar wat meer over te lezen omdat het beeldend is en ons aansprak. Er zijn er blijkbaar meer die dat hebben. We gaan nu proberen dat verhaal te vertalen naar wereldlijke taal.

Er was eens een boer die veel op het land werkte. Op een dag ging hij naar de akkers om te zaaien en daar deden zich verschillende verschijnselen voor met het uitgestrooide zaad.

 

 

 

1.                 De vogels aten het op

2.                 Het zaad viel op plekken waar het rotsachtig was.

3.                 Er kwamen zaadjes terecht tussen het onkruid

4.                 En er vielen zaadjes in goede aarde.

 

Ad 4. Dat laatste is het meest interessant, op dit moment.  Het zaad dat in de goede grond komt ontkiemt  snel, groeit goed en wordt een gezonde plant die precies op het juiste moment heeft gekregen wat het nodig heeft en bovendien met zijn wortels heeft op kunnen nemen wat nodig is.

Licht, lucht, vocht en aarde. Het wordt dus niet opgegeten door vogels, verdroogt niet en wordt niet verstikt door onkruid. Ik zie hierin een mooie parallel met opvoeding. Zowel de omstandigheden als de persoon zelf bepalen de mate van ontwikkeling. Wanneer je zaait zal er alleen dan ontkieming plaatsvinden als de tijd ervoor rijp is. De groei van het gewas hangt af  van de omstandigheden die door de boer zo optimaal mogelijk moeten worden aangeboden. De boer zal het land beregenen, zorgen dat er voldoende licht op de gewassen valt en de natuurlijke vijanden zoals vogels, rupsen en onkruid binnen de perken te houden. Opvoeders doen dat ook. Door te zorgen voor een stabiele veilige omgeving waarin voldoende prikkkels aanwezig zijn, zal een mens die een ander met respect behandeld, ook met respect behandeld worden en gelukkig worden door ook anderen gelukkig te maken. Er zal zich een goed mens ontwikkelen. In het onderwijs proberen wij ook daar ons steentje aan bij te dragen.

 

 

Door de bovenstaande denkstappen te nemen, door het volgen van de colleges en door veel met elkaar van gedachte te wisselen zijn wij Dominique Haas en Jacqueline Grosz van V11 tot de 5 lessen gekomen. Hierbij merken wij op dat ze weliswaar ‘veel te uitgebreid’ zijn maar dat dit geen lessen zijn die wij altijd op precies deze manier zullen gaan geven. Wij zijn namelijk mensen in ontwikkeling. Dagelijks leren wij nog bij,  en dat  werpt natuurlijk zijn vruchten af  tijdens het krijgen en geven van onderwijs.

 

 

Tot slot merken wij op dat wij om ons werk op te fleuren er enkele platen bijvoegen die passen bij enkele verzen, die ook met name in de colleges aan de orde zijn geweest. Ze spreken voor zich!

Een lesopzet voor een onderbouw groep

In goede aarde vallen

 

 

De tekst

 Mk 4:1-20

 

In goede aarde vallen.

Jezus zat in een bootje op de zee en hij vertelde aan de mensen die kwamen luisteren over een boer die ging zaaien.

Hij strooide veel zaden maar slechts een deel kwam goed terecht (valt in goede aarde.

Hij strooide overal en een deel kwam op de weg terecht, je zult begrijpen dat die bodem hard was  en hier konden de zaadjes dan ook niet kiemen en ze werden opgegeten door de vogels. Een ander deel viel in de dorens en omdat hier al een plant staat was er geen plek voor de zaadjes om te groeien.

De rest viel ‘in goede aarde’ en kreeg de kans zich te ontwikkelen en zo op zijn beurt voor het nageslacht kon zorgen.

 

Kernwoorden in de tekst

 in goede aarde vallen, kiemen, verdord.

 

Associaties.

In goede aarde vallen doet ons eigenlijk meteen denken aan opvoeding en onderwijs.

Als je het hebt over zaden die in goede aarde moeten vallen dan heb je het ook over de zaaier die ervoor moeten zorgen dat het zaadje op zo’n plekje valt waar het genoeg voedingsstoffen en licht krijgt om op te bloeien. Als je kijkt naar het onderwijs dan is het ook zo dat een leerling genoeg interessante lesstof aangeboden moet krijgen om te leren maar ook genoeg aandacht, positieve energie. Daarbij verschillen de kinderen ook nog eens in de mate waarin zij dit nodig hebben, ‘niet ieder zaadje doet het goed op dezelfde aarde’

 

Kiemen ontwikkelen, tot groei/bloei komen

 

Verdord, droog, slapjes, niet levend.

 

Kern van het verhaal

Bij de onderbouw willen we het vooral hebben over het groeien en bloeien van planten en zaden. Wat maakt dat zaden soms wel gaan groeien maar waarom soms ook niet?

 

 

Hoofdles

Introductie

Om  een start te maken beginnen we met het voorlezen van een boekje.

Het heet Mickey en de bonenstaak.

Het gaat over mensen die geen geld meer hebben behalve voor een laatste boon, deze stoppen ze in de grond en dan krijgt deze ene boon heel veel nieuwe bonen.

Hierna hebben we het over het groeien  en bloeien van zaden

 

De kern.

Welke les bij dit verhaal wordt de hoofdmaaltijd? Bonen, zonnebloempitten, tuinkers onder verschillende omstandigheden volgen in hun groei. Dit zouden we in de onderbouw willen uitwerken met wat proefjes.

We dagen de kinderen uit om na te denken over wat wij nodig hebben om te groeien en wat planten nodig hebben om te groeien.

We zorgen  dat de kinderen zelf  op veel punten komen die van belang zijn om inzicht te krijgen in groeien en bloeien.

 

De proefjes

We delen ze in in groepjes en ze gaan bonen in 4 groepjes in aarde doen.

1.in vochtige aarde

2.in droge aarde

3.met veel licht

4.met weinig licht

 

We gaan dit dagelijks met ze volgen en bespreken.

De kinderen maken iedere dag een tekening van wat zijn aan ‘gebeurtenissen’zien plaatsvinden in hun potje met aarde. Zo kunnen zij de ontwikkeling volgen.

Aan het einde van de week hangen we de tekeningen op en gaan de kinderen raden welke tekening bij welk potje hoort.

 

Hoe komt het nu dat het ene plantje het beter doet dan de andere?

Wat is de meest ideale situatie?

Zijn alle plantjes even groot?

Hoe zij de verschillen te verklaren?

 

 

Afsluiting

Ter afsluiting van dit weekproject zingen we het eerder aangeleerde liedje “bolletjes in de grond”. Zie bijlage voor de tekst van dit liedje.

Een van de kinderen is het licht (de zon) en een ander kind water (de regen). Zij mogen onder het zingen de kinderen wakker toveren door ze even aan te tikken.

Door de zon en de regen kunnen de bolletjes wakker worden en gaan groeien.

 

 

Een lesopzet voor een middenbouw groep

 

 

De storm op het meer

De tekst

 Mk 4:35-41

 

 

Jezus was met een groep mensen in een boot op zee.Er stak een storm op en iedereen was bang behalve Jezus.Er sloegen golven over het schip en het schip liep vol water. Ze waren vreselijk bang om te vergaan. Jezus maakte zich nergens druk over en lag gewoon te slapen. Toen het de zeelui te erg werd, wekten zij Jezus die op zijn beurt tegen de wind en het water sprak. Op dat ogenblijk bedaarde de storm en de zee werd glad en kalm. En zo kwamen ook de zeelui erachter dat ze in tijden van grote nood altijd op Jezus konden vertrouwen.

 

 

Kernwoorden in de tekst

Angst, vertrouwen, storm/ windstilte

 

Associaties.

Angst  In deze context is men bang om te vergaan met het schip en te sterven.

 Voor veel kinderen is angst natuurlijk een bewogen onderwerp en kan dit veel emoties oproepen.

 

Vertrouwen  Uit deze context blijkt dat wanneer Jezus rust uitstraalt en zorgt dat alles goed komt, hij vertrouwen krijgt van de zeelui.

Als je voor de klas staat moet je ervoor zorgen dat de kinderen jou ook vertrouwen: rust uitstralen, consequent zijn, laten merken dat je er voor ze bent. Niet altijd even makkelijk natuurlijk maar wel belangrijk.

 

Storm/ windstilte Een grote tegenstelling waaruit blijkt dat er zelfs op momenten dat er onrust en chaos heerst, je de toekomst met vertrouwen tegemoet moet treden. Na verloop van tijd merk je dat je weer in rustiger vaarwater terecht komt. je hebt het schip dan weer onder controle.

 

 

 

 

Kern van het verhaal

Uiteraard konden we hier uit het verhaal een kern halen die zou gaan over ‘vertrouwen hebben in’ . Wanneer heb je dat? Wanneer niet? Wie vertrouw je? Hoe kun je iemands vertrouwen winnen of verliezen?  Maar dat hebben we niet gedaan.

We gaan het hebben over de scheepsvaart en koppelen hier een taalles aan vast.

 

 

 

Hoofdles

 

Uit bovenstaand vers blijkt ons insziens ook dat de scheepvaart een nauwe relatie heeft met de dood. Daarbij kunnen wij als voorbeeld noemen dat de zeelui die vroeger naar Oost-Indie voeren, geluk hadden als ze ooit weer eens thuis kwamen.

Soms stierven ze aan ziektes als scheurbuik (vitamine  C tekort) of malaria , soms sloegen er mensen over boord en soms werd een schip door piraten overvallen. Door de hiervoor genoemde rampen daalden het aantal opvarenden gedurende een zeereis heel snel.

Veel spreekwoorden en gezegdes die wij nog steeds gebruiken, stammen uit de zeevaart maar hebben lang niet allemaal betrekking op de dood.  We verwijzen naar de bijlage voor de gebruikte spreekwoorden.

   

We vertellen een verhaal waarin spreekwoorden en gezegden voorkomen.

De kinderen luisteren en noteren welke spreekwoorden zij horen en kennen.

Daarna gaan ze in groepjes proberen uit te vinden of ze weten wat de betekenis is van de genoteerde spreekwoorden.

We bespreken met elkaar welke spreekwoorden er in het verhaal zaten en welke betekenis eraan gekoppeld kan worden.

Zijn er soms spreekwoorden die dezelfde betekenis hebben?

 

Afsluiting

Per groepje wordt een spreekwoord gekozen die, na even op de gang geoefend te hebben, uitgebeeld wordt.

De andere groepen raden het spreekwoord.

 

De kinderen maken een rebus waarin een spreekwoord voorkomt.

 

Nieuwe spreekwoorden verzinnen; welk spreekwoord hoort niet in het rijtje thuis?

 

Als klap op de vuurpijl gaan we met de klas op excursie naar het V.O.C. -schip “De Amsterdam” .

 

Een lesopzet voor een onderbouw groep

 

De tekst

Mk 1:1-7

Voordat Jezus kwam, stuurde hij Johannes om te vertellen over Jezus.Johannes maakte de weg vrij voor Jezus. Hij vertelde over hem al werd hij in eerste instantie niet gehoord ‘de stem van een die roept in de woestijn’.Hij moest afzien ‘ hij was gekleed met kameelhaar en met een lederen gordel om zijn lendenen en hij at sprinkhanen en wilde honing’. Johannes doopt de mensen in de Jordaan en wast hun zonden weg maar als Jezus komt dan zullen zij gedoopt worden met de heilige geest. Johannes kijkt op tegen Jezus en voelt zich ondergeschikt aan Jezus.  Het is geen vriendschap op basis van gelijkwaardigheid tussen Johannes en Jezus.

 

Kernwoorden in de tekst

Tegen iemand opkijken, minderwaardigheid, schijnbare vriendschap.

 

 

Associaties.

Tegen iemand opkijken  Johannes de doper kijkt op tegen Jezus. Hij zegt dat Jezus sterker is dan hij.

Als je kijkt naar hoe mensen, waaronder kinderen, met elkaar omgaan dan zie je dat veel vriendschappen gebaseerd zijn op gelijkwaardigheid.

Ook al kijkt Johannes erg op tegen Jezus, uit het verhaal blijkt dat Jezus Johannes ook nodig heeft om het pad voor hem te effenen.

 

Minderwaardigheid Johannes voelt zich minderwaardig t.o.v. Jezus. Jezus daarentegen, ziet Johannes als gelijke.

 

Schijnbare vriendschap Toen wij het verhaal hadden gelezen, kregen wij sterk het gevoel dat de relatie tussen Jezus en Johannes niet gelijkwaardig is. Bij een relatie waarin de een zo opkijkt tegen de ander, kun je niet spreken van vriendschap.

Toch is dit een soort relatie die je erg vaak ziet/ tegenkomt. Het lijkt wel alsof veel mensen behoefte hebben aan iemand om tegen op te kijken.

 

Kern van het verhaal

Vriendschap en pesten.

Hoe maak je vriendjes, hoe maak je ruzie, hoe speel je samen?

 

Hoofdles

 

Introductie

We lezen het boekje “wil je mijn vriendje zijn” van Eric Carle voor.

Het gaat over een muis die graag een vriendje wil hebben, uiteindelijk (na veel vragen en zoeken) vind hij een vriendje, een andere muis.

 

Kringgesprek

Vragen als: Heb jij wel eens ruzie? Hoe maak je het dan weer goed? Wanneer weet je of iemand je vriendje is? Kun je meer dan een vriendje hebben? Kunnen meisjes ook vriendjes hebben? Heb je ook vriendjes die ver weg wonen? Is een vriendje altijd een mens? Kun je ook vertellen waarom iemand je beste vriendje is?

 

Activiteit

Maak een tekening van je beste vriendje of vriendinnetje.

 

Nadat we een aantal activiteiten hebben gehad over vriendjes hebben lezen we het boekje

De mooiste vis van de zee van Marcus Pfister.

Dit boekje gaat over een visje die geen vriendjes kan maken omdat hij trots en ijdel is.

Uiteindelijk geeft hij z’n glimmende schubben weg en zo krijgt hij vriendjes. Hij merkt dan dat het belangrijker is om vrienden te hebben dan om de mooiste te zijn.

 

Afsluiting

Samen spelen/ samen delen!!!!

Elk kind neemt iets wat hij/ zij zelf erg mooi vindt mee naar de speelgoedmiddag.

Dit doen we in een grote door en ieder kind mag een keertje grabbelen.

Met dit speelgoed mag je een middag spelen, je gaat wel even vragen aan diegene van wie het speelgoed is , wat ‘de regels’ hiervan zijn.

Hoe heet ie (als het om een knuffel gaat)?

Waarom vindt die ander juist dit zo mooi?

at vind jij ervan?

Op het eind van de dag mag je je eigen speelgoed natuurlijk weer mee terug naar huis nemen!!

 

 

 

Een lesopzet voor een bovenbouw groep

 

De tekst

Markus 1;40-45

 

De genezing van een melaatse.

Een melaatse man loopt door de straten. Hij mag niet aangeraakt worden want hij heeft een besmettelijke ziekte. De mensen lopen dan ook met een grote boog om hem heen. Hij moet buiten de stad wonen om zo besmetting te voorkomen.

Mar nu is hij op zoek naar Jezus. De melaatse man heeft gehoord dat Jezus mensen beter kan maken.

Hij vraagt Jezus om hem weer beter te maken en Jezus doet dat ook.

Jezus vraagt aan de genezen man om het aan niemand verder te vertellen, maar de genezen man houdt zich niet aan de afspraak want hij is zo blij met zijn genezing en gaat dit aan iedereen vertellen.

Doordat Jezus de melaatse men heeft aangeraakt, is hij nu misschien wel besmet geraakt. Daarom moet hij zich nu buiten de stadsmuren begeven en mag hij niet meer in de stad.

 

Markus 1:45

…………..zodat hij niet meer openlijk de stad kon binnenkomen, maar zich buiten in eenzame plaatsen ophield.

 

Kernwoorden in de tekst

Melaatsheid, onreinheid, barmhartigheid, ruchtbaar maken, eenzame plaatsen.

 

Associaties

Melaatsheid bestaat in de westerse wereld gelukkig niet meer, in een aantal 3e wereldlanden echter nog wel! Ik denk wel dat wij in de westerse wereld een nieuwe ‘melaatsheid’ hebben en dat is de ziekte Aids. Er zijn wel meer ziektes die een isoloment veroorzaken, zo is kanker ook nog vaak een ziekte die isolement kan veroorzaken omdat veel mensen niet weten hoe ze hier mee om moeten gaan, hoe ze met de zieke om moeten gaan en veel mensen moeite hebben om over de dood te praten. Volgens mij is Aids echter nog veel meer een ziekte die isolement veroorzaakt omdat veel mensen bang zijn om besmet te raken.

Onrein betekent in principe niet schoon of zuiver maar is in dit verhaal waarschijnlijk het beste te vertalen als besmettelijk

Barmhartigheid liefdevol, meelevend. Ik denk meteen aan mensen als Mahatma Ghandi of de Dalai lama.

Ruchtbaarheid betekent voor mij in eerste instantie vertellen over of bekend maken, in dit geval heeft het een negatievere lading namelijk doorvertellen, roddelen bijna.

Eenzame plaatsen In het verhaal gaat het erom dat mensen die ziek zijn, of mogelijk ziek zouden kunnen zijn worden afgezonderd,niet meer mee mogen doen met de ‘gewone’ mensen. Eenzaam zijn kan je echter ook als je omringt bent door een heleboel mensen en je hoeft niet perse eenzaam te zijn als je alleen bent….

Ik denk dat mensen die ziek zijn (zeker bij een ziekte als Aids) zich ook vaak eenzaam kunnen voelen omdat ze in een isolement zitten, ze niet hun verhaal kwijt kunnen.

 

 
 
Kern van de les

Voor mij gaat het in deze les(sen) over ziek zijn en hoe daar mee omgegaan wordt.

Iedereen is wel een keer ziek geweest maar slechts weinige van ons is echt zo ziek geweest dat je niet zeker wist of je het zou redden.

Hoe ga je daar mee om als iemand in jou omgeving zo ziek is, hoe belangrijk is het eigen lijk om mensen te blijven steunen?

En hoe komt het eigenlijk dat mensen in de 3e wereld ziek worden en vaak zelfs sterven aan ziektes waar wij niet meer ziek van worden?

 
Hoofdles

Om het thema ziek zijn en dood gaan te introduceren zou ik voorlezen in het boek ‘achtste groepers huilen niet’ van Jacques Vriens.

Dit boek gaat over een meisje met leukemie, over haar ziekte en eenzaamheid maar ook over hoe haar klas daar mee omgaat.

Klassengesprek

Ken je mensen die ongeneeslijk ziek zijn/ waren?

Vind je het moeilijk om daar mee om te gaan?

Zijn er dingen waarmee je een ziek iemand kan helpen/ ondersteunen?

Wat zou jij belangrijk vinden/ graag willen als je ziek was?

 

Als je het hebt over eenzaam zijn binnen een ziekte dan vind ik dat je ook zeker de eenzaamheid van mensen met Aids moet bespreken omdat veel mensen bang zijn om besmet te raken als ze een Aids-patiënt gaan opzoeken.

Voorlichting geven/ krijgen over Aids

*         Uiteraard kun je een verhaal vertellen over hoe je Aids kan oplopen, of natuurlijk eigenlijk over hoe je ervoor moet zorgen dat je het NIET oploopt en ik vind ook dat dat iets is wat kinderen moeten weten .

         Ik zou het echter ook belangrijk vinden om ze een breder beeld te geven van mensen die Aids hebben en ik zou graag iemand willen uitnodigen die Aids heeft en hier over wil/ kan vertellen.

*        Een goed alternatief zou ook zijn om een BUDDY uit te nodigen, dit zijn mensen die     op vrijwillige basis mensen met Aids begeleiden.

         Dit zijn dus ook mensen die (mede)actief bezig zijn om ze uit hun isolement te halen of te voorkomen dat zij hier in raken. Zij kunnen waarschijnlijk meer vertellen over de dingen die kan doen om zieke mensen te helpen, te begeleiden.

Novib-voorlichter uitnodigen

Als je beseft dat er mensen in de 3e wereld zijn die ziektes krijgen die in onze westerse maatschappij niet meer voorkomen, is dat eigenlijk te gek om los te lopen.

Ik wil iemand van de NOVIB of andere organisatie uitnodigen om te vertellen waarom dit nog steeds zo is en wat zij eraan doen om dit tegen te gaan.

 

Afsluiting

We gaan als klas bekijken hoe wij een steentje kunnen bijdragen aan een verbetering van deze situatie. Wat dit iets is hangt heel erg af van wat de kinderen het meeste aansprak, misschien gaan we een sponsorloop houden voor de Nivib, misschien gaan we voorlezen aan zieke mensen in het ziekenhuis, misschien brieven schrijven of op bezoek gaan bij mensen met een ziekte….dat weten we nu nog niet!

 

Een lesopzet voor een bovenbouw groep

De tekst

Markus 2:23-28

Aren plukken op Sabbat

 

Jezus loopt met zijn leerlingen door een korenveld. het koren is rijp en ziet er aantrekkelijk uit. De volgelingen van Jezus plukken van het goudgele koren en eten dit met smaak op. Geleerden staan te kijken en zeggen tegen Jezus; dat mag toch niet, het is Sabbat. En op de sabbat meg er niet gebeld worden. Aren plukken is werken. Deze mensen handelen tegen de regels van God. Waarom zegt U daar niets van?

 

Het antwoord van Jezus komt erop neer dat de regels natuurlijk heel belangrijk zijn, maar dat er omstandigheden zijn dat er andere zaken belangrijker zijn dan de regels.

Ook geeft Jezus in zijn antwoord aan de geleerden nog een andere inhoud aan de sabbat dan dat de geleerden gewend zijn.

 

Hij zegt als het ware:

“Het is goed dat er een rustdag is, een dag waarop niemand hoeft te werken. Een vrije dag, een dag waarop je meer tijd hebt om rustig na te denken dus ook over God. Maar die dag moet wel een fijne dag zijn. je moet het niet extra moeilijk maken door allerlei regels in te stellen”. Bovendien kun je nooit van een fijne dag hebben als je honger hebt en daarom heb ik discipelen niet verboden om van de aren te plukken."

 

Markus 2:27-28

En hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat.

 

Kernwoorden in de tekst

Aren, sabbat, regels, honger

 

Associaties

Aren is voor veel kinderen een niet erg gebruikelijk woord. Bovendien is het idee dat je door een korenveld loopt en aren plukt om die vervolgens met veel genoegen op te smullen, voor velen onbegrijpelijk zijn.

Sabbat staat voor de rustdag in de week of die nu op vrijdag (moslims) zaterdag (jodendom) of de zondag valt. Ik geloof alleen dat het begrip rustdag voor velen is weggevallen. In Amsterdam (en veel andere grote steden) zijn de winkels 7 dagen in de week open en al hebben we met z’n allen veel meer dagen en uren vrij dan vroeger, ik heb het idee dat iedereen het altijd zo druk heeft met van alles en nog wat, dat het hele idee van ‘rust’ en ‘tijd voor bezinning’ aan velen van ons voorbij gaat.

Honger. Ik heb een vriend die mij er op wijst dat als ik zeg dat ik honger heb, ik geen honger heb maar trek “want de mensen in Afrika hebben honger”. Ik begrijp natuurlijk wel wat hij bedoelt, mijn ‘honger hebben’ slaat nergens op als je het vergelijkt met het het ‘honger hebben’ van een aantal 3e wereldlanden.

Toch denk ik dat als je het onderwerp honger met kinderen uit de klas gaat bespreken je het niet alleen over de mensen uit de 3e wereld moet hebben omdat dit erg ver weg voor hen kan staan en ik het ook niet altijd over de arme 3e wereld wil hebben.

Je zou het ook kunnen hebben over de Ramadan de kans dat er een kind of een aantal kinderen in je groep zit, die hier ervaring mee hebben, is vrij groot.

Heb je honger als je mee doet aan de Ramadan in hoeverre is dit een periode van bezinning?

 

Kern van de les

In hoeverre hebben wij nog wel tijd voor rust en bezinning? De sabbat is ingesteld als een periode waarin je toekomt aan rust en tijd voor jezelf en de mensen om je heen die belangrijk zijn maar ook als een periode voor bezinning.

 

 

Hoofdles

 
Wat doe jij in je vrije tijd?

Heb jij wel eens momenten voor jezelf?

Besteed jij veel aandacht aan je familie, aan je vrienden, aan God?

        

 Werken in groepjes

Ik wil de kinderen nu in groepjes laten uitzoeken welke bezinningsmomenten elke godsdienst heeft. Waar bestaat deze momenten/ dit moment uit? Wat houdt het in? Hoe doe je hier aan mee? Waarom gebeurt dit eigenlijk? De kinderen houden uiteindelijk een korte presentatie hiervan.

 

 

TOT BESLUIT

 

Wij merken op dat wij trots zijn op ons resultaat. We hebben naar ons idee echt gewerkt met Markus en hebben de dingen uit de Bijbel  die bij ons passen uitgediept. Tevens is de vriendschappelijke band  (wel op basis van gelijkwaardigheid!) die tussen  D en J bestond  door onze samenwerking nog steviger geworden. We willen u bij deze bedanken voor wat u ons direct geleerd heeft en waartoe u ons indirect heeft aangezet.      DJ-V1-2001