Het doet er niet toe, maar binnen het geheel van studenten die lessen maken valt het onderstaande, korte schema, op. Ik kan niet uileggen waarom, maar ik ben er een beetje jaloers op. Ik vind het prachtig. Jan Engelen, 21 augustus 2001.

Lessen naar aanleiding van verhalen van markus

 

door LF (Verkorte deeltijd 2001, na 2 mod.)

Een stem roept

Hij verbleef in de woestijn 

met spoed engelen gezocht

zien of niet, horen of niet

 

 

Een stem roept in de woestijn.

Een les voor de bovenbouw

bij Marcus 1, 1-8

 

Een stem roept in de woestijn. Dat is de zin waar de les om gaat draaien. Die zet ik op het bord. Ik zou beginnen met het voorlezen van de tekst aan de kinderen. Wat roept hij op, waar denk je aan, etc?

Waar denk je aan bij zo’n stem in de woestijn. Hoe zal dat klinken?

Waar denk je aan bij de woestijn. Trefwoorden op het bord schrijven.

 

Mijzelf doet het denken aan stilte. Roepen in de stilte. Eenzaamheid. Niet gehoord worden. Als er iemand is die luistert  valt er veel te horen, want dan is het geluid van die stem het enige wat je hoort.

Ik denk aan leegte, hitte, kou. Verdwaald zijn. Op weg zijn.  

 

Na een gesprek hierover, over deze zin, nodig ik de kinderen uit om te luisteren naar de stilte en de geluiden in de stilte. Ze gaan rustig zitten met de handen open op de schoot. Ogen gesloten. (Degene die niet willen  de ogen open en ogen gericht op een punt)

Ik vraag hen een aantal keer rustig adem te halen en de spieren in hun gezicht en lijf te ontspannen. Daarna laat ik ze luisteren naar de geluiden die ze buiten horen. Dan de geluiden binnen in de school. In het lokaal en dan in zichzelf. Hun ademhaling, hartslag, bloed in de oren eventueel.

We praten daarna over wat ze hoorden. Hoeveel geluiden te horen blijken te zijn in stilte.

Daarna mogen de kinderen in groepjes een klank- of juist stiltespel voorbereiden. De bedoeling is te experimenteren met klank en stilte. Een klank in een kakofonie van klanken, een klank die stilte verbreekt. Ze krijgen hiervoor instrumenten zoals woodblock, ritselinstrumenten, een trommel etc. (eventueel kunnen kinderen zelf een instrument maken, zoals een regenbuis, waarmee het geluid van de regen nagebootst kan worden) Verschillende groepjes bedenken waarmee ze aan de slag willen gaan. Geluiden van de woestijn, de nacht in de woestijn misschien, de wind, ristelende slang, etc.  Anderen gaan aan de slag met zoveel mogelijk geluid en laten hierin een stem klinken. Weer anderen met stilte en juist  maar enkele klanken. Een trom die een slag laat horen in de stilte. Anderen gaan misschien aan de slag met fluisteren en roepen. Hoe hard kan je roepen alleen, tegelijk, hoe zacht of hard kan je fluisteren en wie hoort je nog.

Waar precies aan gewerkt wordt hangt  ook af van wat tijdens het eerste gesprek naar voren komt en de ervaringen in de meditatie. Het zou kunnen dat ideeën voor klankspelen op het bord worden gezet en dat ze kiezen waar ze aan willen werken. Misschien juist van tevoren ingedeelde groepjes dit hangt af van wat de klas aankan.

 

Wat me zelf helemaal mooi lijkt is als de gymzaal gebruikt zou kunnen worden voor het presenteren van de klankspelen. Dan kan je nog meer ervaren van de ruimte van de woestijn. De groep toeschouwers, luisteraars, zou in het midden van de zaal kunnen zitten. Gesloten ogen. Liefst geblinddoekt. Zo worden de oren nog meer geactiveerd

De spelers zouden op deze manier nog meer gebruik kunnen maken van de ruimte. Geluiden dichtbij, ver weg.

 

Eindigen met een gesprek. Reacties op de presentaties. Wat vond je spannend? Wat viel je op, etc.

Eventueel terugkomen op de zin. Wat doet die nu met je? Wat zegt het je nu na deze ervaringen.

 

Waar ook nog op ingegaan kan worden natuurlijk is: wanneer voel je je als een roepende in de woestijn? Wie kent dat, wie heeft dat gehad? Wie verwacht je die antwoord geeft?

Kan je je een roepende in een de woestijn voelen tussen heel veel mensen?

Hierbij zou ik me ook nog kunnen voorstellen dat je hier ieders persoonlijke beeld, ervaring, bij gaat zoeken en hier een schilderij van laat maken. Individueel, of gezamenlijk in de vorm van een soort drieluiken van drie kinderen die ideeën hebben die bij elkaar passen aanvullend of tegengesteld.

 

 

 

 

 

 

 Hij bleef in de woestijn, veertig dagen, op de proef gesteld door de satan. Hij was in gezelschap van wilde dieren, en de engelen stonden hem ten dienste.

 

Marcus 1, 9-15

Een les aan de vorige gekoppeld (of los hiervan) zou kunnen gaan over het stukje hierna. Veertig dagen verblijft Jezus in de woestijn in gezelschap van wilde dieren en “de engelen dienden hem.” Je houdt je hart vast en ... er blijkt geen enkel probleeem!

 

Voor mij gaat het over in eenzaamheid zijn, jezelf tegenkomen, gekweld door je eigen angsten, pijn, ego. In gezelschap van wilde dieren. Dus in liefde. Met liefde komen de wildste dieren bij je en doen je geen kwaad. En de engelen staan hem ten dienste.

Boodschappers van God. Liefde, vreugde.

Op mijn pad in mijn woestijn, mijn zoektocht naar pure goddelijke liefde in mijzelf, staan zij mij werkelijk bij, met licht en liefde. Om mij te helpen mijzelf volledig lief te hebben. Om mij steeds de boodschap van liefde te laten herinneren.

 

 

Ik zou dan in deze les(sen) vooral in willen gaan op de engelen. En beginnen met de kinderen op een papiertje op te laten schrijven hoe een engel er uit  ziet, een plaatje in woorden, kort. Dit  wordt opgevouwen en opgeborgen tot het einde van de les.

 

Een gesprek. Een uitwisseling.

Wat is een engel? Een boodschapper van God. Voor mij is God liefde. Een Engel heeft dus een boodschap van liefde, van vreugde. Hoe zien de kinderen dat?  De kinderen herinneren zich misschien engelen uit het kerstverhaal. Wat zijn hun ideeën beelden hierbij?

Mensen noemen elkaar soms engel. Heeft iemand dat wel eens tegen jou gezegd? Wat deed je toen?

Hoe kan jij een engel zijn voor een ander in het leven? Wat kan jij voor een ander doen dat vreugde zou brengen.

 

Ik denk nu aan een les met toneel als mogelijkheid om hiermee te spelen. Een krantenbericht, advertentie:

 

 

Met spoed gezocht:

ENGELEN

Voor parttime baan

Goed te combineren

met andere werkzaam-

heden en hobby's

Beloning altijd hoog.

 

 

Kinderen mogen gaan solliciteren naar een baan als engel. Ze morgen hier zelf invulling aan geven. Dit kan door iemand dit te laten lezen in de krant en wat daar op volgt. Het mag ook de sollicitatie zijn etc. Het mogen ook komische stukjes worden waarbij de engelen misschien wel hele gekke dingetjes zouden doen om plezier in iemands leven te brengen. Een les zou al kunnen zijn om dit in meerdere groepjes te laten uitwerken, ze dus alleen die advertentie te geven en daarmee aan de slag te laten gaan.

 

Ik kan me ook voorstellen dat als er een veilige sfeer is dat het  meer gaat in de richting van wat iemand echt heel graag  zou willen doen voor iemand. Misschien een kind dat iemand kent die erg ziek is bijvoorbeeld. Wat zou jij als engel willen kunnen doen? Wat kan je doen?

Eventueel ook als kinderen snel in de materie gaan zoeken, gaan geven in spullen, etc.  Dan kan je met ze filosoferen over de waarde hiervan.

Welke boodschap wil je het liefste dat een engel jou brengt?

Of stel je voor dat je in de woestijn bent, misschien wel verdwaald, hoe zou voor jou een engel er dan uitzien? Iemand die je de weg wijst? Richting geeft? Met vleugels, dat je mee kan vliegen? Of is het dan je moeder? Of iemand die water brengt, etc.

Eventueel kan met beeldend materiaal vorm gegeven worden aan een engel. Dit na dit gesprek, als de stereotype beelden van de engel een beetje losgeweekt zijn en de kinderen  meer contact hebben met hun persoonlijke beeld van hun engel.

 

Ik kan me voorstellen dat hiermee in groepjes gewerkt zou worden. Verschillende opdrachten.

¨      ¨      Een toneelstukje (eventueel n.a.v. de genoemde advertentie of n.a.v. van een ander stuk van het gesprek)

¨      ¨      Gezamenlijk driedimensionaal beeld maken in vorm van een engel. Gemaakt van waardeloos materiaal en ijzerdraad. Met symbolische waarde, wat de kinderen erbij voorstellen. Hierbij ook veel samenwerking. Wat heeft zo'n engel bij zich, etc.

¨      ¨      Een beeldend werk in het platte vlak, bijvoorbeeld met vloeipapier, gescheurd, een collage van jouw engel in de woestijn. (individueel)

¨      ¨      Een brief naar aanleiding van de advertentie waarin het kind solliciteert naar de baan en vertelt wat hij te bieden heeft als engel. Hij verkoopt zichzelf als engel.

¨      ¨      Iets maken voor iemand waar je hem een plezier mee zou doen. (Dit als dit naar aanleiding van het gesprek behoefte wordt van een kind.)

 

En later een presentatie van deze dingen.

Eventueel ook rouleren zodat alle kinderen de verschillende opdrachten gedaan hebben. Dan wordt het (nog meer) een project.

Ik zou eindigen met hoe is je beeld van een engel veranderd na hiermee gewerkt te hebben. Je eerste plaatje van een engel teruglezen en kijken hoe dat verandert is.

 

 

 

Opdat ze met hun ogen kijken en niet  zien, en met hun oren horen en niet verstaan

 

Gelijkenis van het zaaien. Marcus 4,1-20

 

Ik krijg steeds meer bodem. Ik herken ook de rotsbodem. Ik neem het vreugdevol en gretig aan, maar ben nog niet echt geworteld. Het kan niet groeien, sterft.

Een boek leg ik weer weg als ik er geen wortels voor heb. Nog niet. Sommige van mijn ideeën, mijn levensvisie gooi ik op het pad, sommige op de rotsgrond, sommige tussen de distels, en gelukkig ook sommige op een vruchtbare grond. Daar waar iemand er iets mee kan, de zaadjes pakt die voor hem zijn, die bij hem kunnen groeien en vreugde brengen. Zoals ze bij mij kwamen, pasten grond vonden, groeiden en vreugde brachten.

 

Kijken en niet zien. Horen en niet verstaan.

Daar wil ik met de kinderen op ingaan.

En dan vooral op dat je iets verschillends kan horen in hetzelfde. Iets anders dan de ander.

Eerst in de tekst even. En een gesprek hierover, wie herkent dat. Dat je geniet van iets, een liedje bijvoorbeeld,  maar de ander hoort niet hetzelfde.

Verder zou ik hiermee aan de slag willen met muziek. Een aantal verschillende muziekfragmenten laten horen. De kinderen laten opschrijven wat ze horen. Eventueel in de vorm van een “elfje”.

 

Gedicht
Elf woorden
Klinken in muziek
Zachte pijn, teder, blij
(z) elf
 

Ik zoek dan muziekfragmenten die verschillende emoties kunnen oproepen. In een stuk, zoals Sibelius, Rakavasta op.14, die zoveel verschillende emoties bij mij oproept of juist een stuk wat waarschijnlijk door iedereen als hetzelfde zal worden ervaren, bijvoorbeeld vrolijk.

Bijvoorbeeld drie stukken. Drie elfjes. En daarover uitwisselen. Elfjes voorlezen. Vergelijken. Wie hoorde iets heel anders. Waarin zit dat? Waar doet het je aan denken, een herinnering etc. Hoe komt dat dat je andere dingen hoort? Wat kleurt de ervaring van mensen. Kan je helemaal objectief zijn? Kan je iets helemaal alleen zien zoals het is? Diepe filosofische vragen om mee aan de slag te gaan.

De elfjes kunnen in de klas worden opgehangen. Gelijkenis van het zaaien. De kinderen zaaien hun woorden in de klas. En iedereen verstaat daar weer het zijne in…

 

Ook leuk lijkt me om te werken met een tekst, een dialoog, waar door verschillende groepjes een stukje van wordt neergezet, een toneelstukje of hoorspel. Eventueel een groepje twee versies laten maken van een tekst. En dit voor elkaar presenteren.

Afhankelijk van de toneelervaring van de kinderen kan eventueel geholpene worden door allerlei plekken of toestanden op het bord te zetten die van invloed kunnen zijn op hoe je de tekst interpreteert. (Bijvoorbeeld: op een feest, in de verte, huilend, geblinddoekt, in de woestijn….J) Of de kinderen krijgen per groepje een kaartje waar zo'n woord, emotie of plek op staat die zij dan moeten gebruiken.

 

Een idee voor een tekst:
 
A: hallo
B: hallo
A: waar ben je, ik bedoel: wie ben je?
B: ik ben hier
A: Hier? Oh ben jij het

 

(Vrij naar: Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles.)

 

Ook hier kan weer nabesproken worden net als bij de muziekopdrachten. Wat zag je? Wat gebeurde er? Wat hadden de spelers bedacht.
De tekst kan zo spannend blijven, dat je te maken krijgt eerst met de interpretatie, de gedachten van het groepje en dan natuurlijk ook nog met de associaties van het publiek. Zeker als niet al te vast wordt uitgespeeld wie of waar ze zijn en alleen de tekst met een bepaalde intentie, intonatie, beweging, etc wordt gespeeld.

Dan kan nog gesproken worden over wat wilde je laten zien, wat dachten jullie bij de tekst, wat zagen wij? Zagen wij allemaal hetzelfde of was hier ook  weer verschil in, hoe zou dat komen etc.