Markus 5,21-25 en 34-43.
Ziekte en dood overwinnen.
b)
Waar doet me aan denken?
– Het ongelooflijke is bewaarheid geworden
– Vertrouwen in het goede
- Wat een zielig meisje, gelukkig wordt ze weer beter,
tovenarij?
3) Wat wordt
voor mij de kern?
-
Bewust
worden van eigen verlangens, dromen
-
Vertrouwen
in eigen verlangens en dat het ongelooflijke, het onmogelijke mogelijk kan
worden
- De kinderen proberen zelf vorm te geven aan twee vurige eigen wensen – wensen waarvan je denkt dat het nooit kan of zal gebeuren. Één materiele wens en één immateriële wens. Je mag daarbij denken aan een wens voor je zelf of voor een ander of anderen.
Middelen:
- tekening
van potlood, wasco, verf
-
knutselen
van een object met papier, kleien
-
het
schrijven van een kort verhaaltje in mooi handschrift met eventueel versiering
-
Het inventariseren van de wensen en in groepjes samen zoeken naar mogelijkheden
één of een paar wensen van kinderen uit de klas te vervullen of er een alternatief
voor weten te verzinnen.
Je
mag dromen. Dromen/ verlangens zijn belangrijk
Vertrouwen
dat een droom verwezenlijkt kan worden of dat iets anders komt dat minstens
zo waardevol is.
-
zelf
tekst bewerken of de meest beeldende vertelling uit een kinderbijbel uitzoeken.
-
Het
laten na vertellen van het verhaal door de kinderen
Eventueel
werk je de eerste les in groepjes van 4.
6,1.
Na boven genoemde voorwaarden geef je volgende opdracht:
Maak
een strip van het verhaal met tekeningen en eventueel tekst. Kies hiervoor
de vier gebeurtenissen die jij het belangrijkst vindt. Het resultaat wordt
een strip van vier tekeningen. Zij geven het verhaal in chronologische volgorde,
getekend op formaat 13 bij 18 centimeter. Eventueel lijst je de tekeningen
in. Daarmee vergroot je de afstand tot het getekende en breng je het getekende
dichterbij de toeschouwer.
Je
zou kunnen denken aan de volgende voorbeelden:
1. Jaïrus smeekt Jezus om hulp
2. Jezus en Jairus komen bij het huis met de wenende menigte
3. Jezus, Jairus en moeder bij het meisje aan het bed
4. Het opgewonden, levende meisje
6.2.
Als een tweede les vindt een groepsgesprek plaats. De volgende vragen kunnen
als opening dienst doen.
-
Waar gaat het verhaal (voor hen) over?
-
Heb je zelf ook ervaringen over een wens dat iets zou gebeuren, terwijl je
wist dat dat het eigenlijk niet kon en toch gebeurde?
-
Kun je je voorstellen, of heb je wel eens meegemaakt, dat je over iets droomde
dat niet uitkwam, maar waarbij wel iets gebeurde wat net zo fijn of zelfs
beter was?
6.3.
Opdracht: Probeer te bedenken wat je heel graag zou willen dat ging gebeuren,
hoewel je denkt dat dat nooit kan of zal gebeuren? Je mag twee wensen bedenken.
Aan
het eind van iedere les worden de verschillende werken van de kinderen bekeken
en bewonderd en hun mening over de activiteit gevraagd.
Misschien
vertel je het verhaal nog eens. Het is dan ook de samenvatting van ons werk
in deze 'meer uitgebreide les'.
(De opzet en uitwerking van deze les getuigt van moed en
didactisch vertrouwen. Je durft bezig te zijn met wat heel kenmerkend is voor
het leven van mensen & kinderen, het verlangen, de onmacht, het graag
willen en het niet kunnen, kortom met de mogelijkheid van wat onmogelijk is.
De samenstellers brengen het onmogelijke op het niveau van verkennen, proberen
en vertalen – de enige manier om om te gaan met wat we niet laten kunnen en
waar ons verlangen naar uit gaat. Zo maken spel en ernst ons tot getuigen
van wat wellicht onmogelijk is maar toch binnen handbereik ligt – bijvoorbeeld
vriendschap, betrokkenheid, een beetje
warmte, een plekje bij elkaar. Jan E. 151001)
Markus
11, 1-11
a)
Jezus
komt op een (ezels) veulen Jeruzalem binnen. Op zijn tocht wordt hij begroet/
welkom geheten. Mensen spreiden hun kleren uit op de weg, anderen doen hetzelfde
met twijgen ( palmtakken?). De mensen lopen voor Jezus uit of volgen hem.
De stemming is geweldig. Ze zingen en schreeuwen van vreugde, vol verwachting.
- Iemand welkom heten, iemand het gevoel geven dat
je blij bent dat hij of zij er is.
c)
Waar kan het de kinderen aan doen denken?
- Optocht.
Wat
betekent het als je iemand welkom heet?
Hoe
kun je dat allemaal vorm geven, ofwel: waar blijkt dat uit?
Een
keuzemenu. De onderwijsgevende kiest, rekening houdend met de groep uiteraard,
wat het beste is of kan.
A)
bakken van croissantjes, versieren van papieren bordjes
en servetjes.
Wie wil mag
een kaart maken waarin hij of zij waardering voor de perso(o)n(en) uitspreekt. Ook mag je kiezen een mooie
brief aan iemand te schrijven.
Dit alles ter voorbereiding van een verrassingsontbijtje
de volgende ochtend voor ouder(s) of verzorger(s). Bij weerstand van een kind,
mag deze uiteraard iemand anders bedenken die ze ‘welkom’ willen heten.
( Misschien is het nog interessant te bespreken wat
er kan gebeuren als je iemand toch ‘welkom’ heet ook al voelt het op dat moment
niet zo….)
De kinderen hebben ongetwijfeld zelf ook ideeën over
wat ze kunnen doen….
B)
Uitgebreidere versie waarbij het meer dan een project
gezien moet worden:
Een welkomstfeest maken waarbij de klas alle leerlingen
van de school of van dezelfde bouw op eigen wijze welkom heet. Je zou in de
loop van het schooljaar iedere maand een andere groep een welkomstfeest kunnen
laten voorbereiden.
Door middel van: - maken van een welkomstdans
- maken van een welkomstlied of –rap.
- maken van
een mooie haag al dan niet van palmtakken bij de ingang van de school
- optreden van een groep muzikanten/band
- opvoeren
van een toneelstukje
- gangen versieren
(zie onder C) welkomstoptocht tekenen.
C)
Welkomstoptocht tekenen op vellen van 32 bij 50 centimeter
met plakkaatverf of
oliepastel, schaar en lijm.
Idee is een lange stoet te maken door de velden en
de stad Jeruzalem ( eerst onderzoeken, zie onder voorwaarden)
Ieder levert zijn of haar bijdrage. Samen vormen alle onderdelen een groot doorlopend schilderij, dat als een kleurige band door de klas of gang loopt. Sommige kinderen schilderen de achtergrond. (korenveld, maïsveld etc. of huizen uit die tijd in Jeruzalem en het pad) Geef de hoogte van het pad en de velden tevoren aan zodat het doorloopt op alle tekeningen. Een kind tekent Jezus op een (ezels)veulen. Anderen tekenen de figuren voor- en achteraan de stoet, figuren die aan de zijkant staan, dansende, zingende en muziekmakende mensen.
Al de figuren worden uitgeknipt en in het landschap of de stad Jeruzalem geplakt.
Eventueel de verwoording van een kinderbijbel gebruiken. Verhaal voorlezen, laten navertellen.
Gesprek: Wat betekent iemand welkom heten?
Laten merken dat je blij bent dat iemand er (in je leven) is.
Bij welke mensen ben je blij dat ze in je leven zijn, zou je niet willen missen?
(ouder(s),verzorger(s), vriendjes etc.)
Is het belangrijk dat je iemand welkom heet?
Is het belangrijk dat je je welkom voelt?
Bij het project waarbij je jouw schoolgenoten welkom heet, is het zeker belangrijk te praten over waarom het belangrijk is dat iedereen zich welkom voelt op de school.
Ook kun je praten over hoe je op een eenvoudige manier iemand het gevoel kan geven dat hij of zij welkom is.
Bij alle versies onder hoofdmaaltijd kan in groepjes gewerkt worden en kunnen kinderen kiezen wat hun het meest aanspreekt.
Bij de optocht door de velden en het oude Jeruzalem is het leuk als een aantal kinderen in het documentatiecentrum op zoek gaan naar informatie en/of beeldend materiaal hoe het er daar toen ongeveer moet hebben uitgezien.
(check uiteraard of die info er werkelijk is !)
Het is leuk en belangrijk iemand te laten blijken dat je hem/ haar waardeert, dat je blij bent dat hij of zij er is, dat je hem of haar mag kennen.
Het is belangrijk te weten van jezelf, dat je er mag zijn. Dat je welkom bent op deze aarde. Dat anderen blij met je zijn.
Jezelf welkom heten is een interessant thema voor een vervolg(les).
Zo ook het vooraf al aangestipte onderwerp: Is het van belang iemand die je op een bepaald moment niet ziet zitten toch welkom te heten?
Uiteraard dienen alle lessen en gespreksstof aangepast te worden aan het niveau van de groep.
Misschien kan gevraagd worden of de kinderen er eens op willen letten wanneer ze zich welkom voelen en wat ze hebben gedaan waardoor iemand anders zich waarschijnlijk heel welkom voelde.
(Uit de bijgevoegde codes blijkt
het werk te zijn uit juni 2001 door minstens een student uit het eerste jaar
van de verkorte deeltijdopleiding. De kwaliteit getuigt van goed kijken naar
kinderen, naar het basisonderwijs en aar de mogelijkheden die de verhalen
bieden. Jan E. 1001)