deze pagina is nog in bewerking
|
De barmhartige Samaritaan een miniproject voor de onderbouw gedurende drie weken door
BV_ D 21_2002 Week
1. Dag 1. Introductie: Het is
even zoeken maar aan de hand van een prentenboek ga ik de eerste dag
De barmhartige Samaritaan met de kinderen lezen, vertellen, behandelen.
Het bedoelde
prentenboek is een deeltje uit een reeks van 24 verhalen die eind jaren
60 (van de vorige eeuw ) door het Nederlands Bijbelgenootschap tot stand
is gekomen onder de titel ”Wat de Bijbel ons verteld”. Het zijn boekjes
met de prachtige tekeningen van Kees de Kort. Tegenwoordig
zijn alle deeltjes samengevoegd tot de “Kijkbijbel” en is er ook een
cd-rom van verschenen met allerlei spelletjes, puzzels en een quiz. Het doel
van de boekjes is om door middel van tekeningen de boodschap over te
brengen aan kinderen. De tekst is daarom bewust zeer kort gehouden.
De kinderen moeten het hebben van samen kijken, praten en doen, onder
begeleiding. Van sommige
boekjes zijn er ook dia`s, echter niet bij dit boekje. Maar dat is geen
probleem je kunt namelijk de tekeningen scannen en vervolgens met behulp
van een e-book ( of een laptop ) en een beamer projecteren, zodat de
tekeningen mooi groot voor een ieder duidelijk zichtbaar zijn. Op deze
manier ga ik de tekeningen één voor één laten zien en kijken en praten
wij er gezamenlijk over, waarbij het de bedoeling is om zoveel mogelijk
de kinderen aan het woord te laten. Hierna blijft het boekje in de groep
zodat de kinderen er altijd in kunnen kijken. Dag 2. Een kringgesprek.
Het gaat over “helpen”. Wat aan de orde komt zal o.a. het volgende zijn:
-
Thuis
helpen. Wat doe je dan? Hoe vaak help je? Krijg je dan een beloning?
- Op school helpen. Niet alleen opruimen maar ook andere kinderen helpen
Met hun werk bijvoorbeeld, of helpen een ruzie op te lossen. -
Helpen
van hulpbehoevenden. In de buurt, oudere en/of zieke mensen, of verder
weg bijvoorbeeld hulp bij rampen in het buitenland ( knuffels voor Kosovo
was daar een mooi voorbeeld van hoe kinderen andere kinderen enigszins
konden helpen). In iedere
groep is er wel een kind met een (ernstig) zieke in de familie of directe
omgeving waar je als groep even bij stil kunt staan. Misschien stuur
je als groep een kaartje, brief en/of tekening. In de
laatste week willen we proberen als groep op bezoek te gaan bij mensen
in een verzorgingstehuis. Met de kinderen besproken we dat nu al. In
de laatste week komen we hier nog op terug. Ook leren
we het liedje “De barmhartige Samaritaan” van Hanna Lam en Wim ter Burg
aangeleerd. Deze
eerste week mogen de kinderen om de beurt in tweetallen op de computer
werken met de al eerder genoemde cd-rom van het verhaal, om de kinderen
met het verhaal bezig te laten zijn. Ook lezen
we De barmhartige Samaritaan voor uit “Bijbelse verhalen voor
jonge kinderen” van D.A. Cramer-Schaap. Een boek met prachtige tekeningen
van Annemarie van Haeringen. We willen de kinderen vertrouwd maken met
het verhaal. Het is de bedoeling is om het verhaal tijdens de afsluitende
weekviering aan het eind van het project in tableaux vivants uit te
beelden. Week
2. Om het
onderliggende thema “vriendschap” naar voren te laten komen lees ik het
prentenboek “Kikker in de kou” van Max Velthuijs voor. Het is een boek
over vriendschap en helpen. Kikker
heeft het maar koud als er sneeuw en ijs ligt. Alle andere dieren vinden
het wel fijn, Kikker niet ook niet als hij de sjaal van Haas mag hebben.
Als hij al zijn hout heeft opgestookt moet hij wel naar buiten om hout
te zoeken. Hij raakt de weg kwijt en valt uitgeput in de sneeuw. Het
is maar goed dat zijn vrienden hem vinden anders was het niet goed afgelopen. Ze nemen
Kikker mee, stoppen hem in bed, stoken de kachel op, geven hem te eten
en houden hem gezelschap tot de winter voorbij is en de lente er weer
is. Dan is Kikker weer blij. Aansluitend
wordt er een kringgesprek gehouden over vriendschap waarbij ik naar
voren wil laten komen dat je niet alleen vrienden moet helpen in geval
van nood, maar eigenlijk iedereen net als de Samaritaan. Ook wordt
het verhaal van Kikker in de groep door de kinderen nagespeeld terwijl
ik het verhaal vertel/voorlees. Het verhaal wordt hierbij steeds bij
een nieuwe
wending gestopt en worden er nieuwe toneelspelers aangewezen zodat
zoveel mogelijk kinderen aan de beurt komen. Deze
week proberen we ook het liedje “Wil je mijn vriendje zijn?” van Elly
Nieman en Rikkert Zuiderveld te leren. Uiteraard zzingen we ook het
vorige week geleerde liedje nog regelmatig. Ook deze
week mogen de kinderen op de computer met de cd-rom van de Kijkbijbel.
Deze week komt daar de cd-rom van Kikker in de kou bij waar ze spelletjes
met het verhaal kunnen doen. Aan de
hand van de grote geprojecteerde platen, zoals in de eerste week, wordt
het verhaal nogmaals met de kinderen besproken. Het is een voorbereiding
op de komende opdracht. Die opdracht
is dat we met de groep het prentenboek na gaan maken. Het boek bestaat
uit 19 tekeningen, inclusief voor- en achterkant. De tekeningen worden
verdeeld over de kinderen. Eerst tekenen de kinderen met potlood de
tekening na, vervolgens gaan ze hier met wasco overheen en kunnen ze
met wasco inkleuren. Als de wasco tekening klaar is wordt er met ecoline
overheen geschilderd, waar geen wasco is komt ecoline, waar wel wasco
is komt geen ecoline. Dit kan een heel mooi effect geven. Als alle tekeningen
af zijn wordt er een boek van gemaakt die in de groep blijft en waar
de kinderen in kunnen kijken. Week
3. Van het
verhaal van de barmhartige Samaritaan worden 12 tekeningen uitgezocht
die geschikt zijn om als tableaux vivants uit te beelden. Het is de
bedoeling is om het verhaal te vertellen terwijl een groepje kinderen
de kern van dat stukje verhaal in een tableau vivant weergeeft. Bij
het vertellen is het wel belangrijk om het zo te doen dat de verteller
het publiek meeneemt naar de tekening. "Moet je eens zien hoe …"
of: "Als ik dit zie dan denk ik …" De tableaux worden als
het ware kijkplaten. De verteller helpt met kijken. De 12 tekeningen
worden door 12 groepjes uitgebeeld. Maandag
beginnen we met het oefenen van de tableaux. Eerst moet duidelijk worden
wat een tableau vivant is. Dan projecteren we de tekeningen die we gaan
uitbeelden op de eerder genoemde wijze. De groepjes worden samengesteld.
Dan begint het oefenen. De hulp van 1 of meerdere ouders kan nuttig
zijn. Afhankelijk
van het niveau van de groep is het misschien raadzaam om elke groep
een kopie van de uit te beelden tekening te geven. Maar als de groep
goed in het verhaal zit, - en dat is natuurlijk de bedoeling, - hebben
de kinderen genoeg aanschouwelijk materiaal gezien en het verhaal goed
in zich opgenomen om een goede tableau vivant neer te zetten. Deze
week worden de liedjes ook weer regelmatig gezongen. Het liedje
samen spelen van Hanna Lam en Wim ter Burg wordt geleerd. Ook kunnen
er nog kinderen met de cd-roms aan de gang. Met de
hele groep kijken we naar de video “Dombo”. Als blijkt
dat Dombo hele grote oren heeft wil niemand, van de olifanten ( de soortgenoten
van Dombo ), meer iets met hem te maken hebben behalve zijn moeder die
doordat zij voor Dombo opkomt wordt opgesloten en ...de muis Timmie
die zich over hem ontfermt en hem moed inspreekt als hij moet optreden.
Het gaat hierbij dus over de vriendschap tussen Dombo en Timmie en de
hulp die Timmie geeft nadat Dombo`s soortgenoten hem links laten liggen
( de barmhartige Samaritaan ). Deze
laatste week gaan we ook in kleine groepjes onder begeleiding van een
ouder op bezoek bij mensen in het verzorgingstehuis. Van te voren wordt
dit nogmaals met de kinderen besproken, het waarom en hoe. Verder
wordt deze week het project afgesloten met een weekviering die in het
teken staat van het project. Hier laten de kinderen zien wat ze de afgelopen
weken gedaan hebben:
|