|
Intro Het verhaal over Elia is een complete geschiedenis.
Dit zult U voor lief moeten nemen. Wil je wat lessen besteden aan Elia,
dan zul je toch even een beetje moeten rond lezen en meedenken. Aan-
en invoelingsvermogen is nodig om de kleuren en nuances van Elia, de
vader van de profeten te peilen. Neem je die moeite dan merk je dat
er niet te veel gevraagd en veel gegeven wordt. Dus, lieve lezer, als
je wilt: ga je gang. Over Elia met een serie lessen waarin betrokkenheid
en creativiteit troef is. Hoe ging dat vroeger, hoe gaat dat nu. Een goede inleiding is: lees eerste de achtergronden.
Lees daarna de betreffende bijbelteksten en les tenslotte de achtergronden
nog eens. Het decor voor enkele weken verantwoorde katechese is dan
klaar. Aan de hand van de geboden lijn hebt U ongetwijfeld voldoende
houvast om te gaan bemerken dat Elia niet van gisteren is. JE, februari 2002
toelichting
en lessen door KKV2-02 Go like Elijah van Chi Coltrane |
een zwarte raaf voedt Elia in de woestijn |
|
|
|
Elia Elia heet in de bijbelse traditie de vader van de profeten. Alle profeten zijn dus aan de hand van zijn pallet geportretteerd. In profeten herken je Elia. De naam betekent: Mijn God (El> elohiem/Godheid; El-i:mijn godheid) is (Ja) de God van het Verbond (geschreven met de vier letters van de naam die je uit eerbied niet mag uitspreken). Anders gezegd: mijn allerhoogste, voor wie ik buig, is G-d. In dit project zal in plaats van JHWH steeds geschreven worden G-d. Op die plaats lees je eenvoudig "God". Je weet dan dat het niet zo eenvoudig is. Je mag ook lezen "de Heer", of "de machtige", "de eeuwige".
Interessant detail: Elia, de vader van de profeten, heeft geen bijbelboek
op zijn naam staan. Er is geen boek Elia. Je vindt verhalen over de
profeet Elia in het Oude Testament, in 1 Koningen 16: 29 tot 20 en 2
Koningen, hoofdstuk 1 en 2. |
|
Elia en koning Achab
van Israël
Koning Achab heet in de bijbel de koning de
ergste van allen. Met Izébel zijn vrouw introduceert hij de verering
van Baäl. Dat gaat ten koste van Israël God en alles waar deze voor
staat. Anders gezegd. In het leven van de profeet Elia
draait het in wezen om de macht van de sterken (Achab – Baäl), de machtigen
versus het gezag van de armen, de weerlozen. Aan het begin van het verhaal worden we voorgesteld
aan de machthebber, koning Achab. Tegenover hem staat Elia. Hij staat
voor Gods aangezicht, is voorspreker van de God van Israël gedurende
zijn hele leven. De God van Israël is de God van het Uittocht-verhaal,
de God van de slaven, de ontkende en geminachte mensen. Elia ziet zich
geplaatst tegenover de koning. Achab is van 875 tot 853 koning van het “Noord
Rijk” Israël. In die tijd zijn
de 12 Joodse stammen verdeeld over twee “rijken”: 2 stammen bewonen
het Zuidrijk: Judea en Benjamin. Jerusalem is de hoofdstad van het land
van Judea, het "joodse" land. De 10 (overige) stammen bewonen
Israël ( het “Noordrijk”). De hoofdstad is Samaria, vlak bij het tegenwoordige
Nabloes. Koning Achab doet in de ogen van JHWH meer kwaad
dan al zijn voorgangers. (Objectief gezien gaat het Israël ten tijde
van koning Achab goed. Er is meer stabiliteit dan in de periode daarvoor.
Maar de vertellers van deze verhalen is het er ook niet om te doen een
objectief verhaal te schrijven. Zij bekijken alles vanuit het idee:
vóór of tégen G-d, dat wil zeggen: voor of tegen de armen en rechtelozen,
de weduwen en de wees.). Er was in Israël al sprake van afgoderij met
Baäl als één van de afgoden, maar tijdens de heerschappij van
Koning Achab en zijn vrouw Izébel neemt de verering van Baäl nog veel
grotere vormen aan, wordt staatsgodsdienst. JHWH, de God van het verbond, wordt volledig uitgebannen
uit het denken en doen van Israël. Izébel is de dochter van de koning
van Fenicië. Voor hij koning wordt is hij priester van Baäl. Dit verklaart
waarom Izébel zo’n felle aanhangster is van de Baäl-religie. Het is
haar met de paplepel ingegoten. Zij wéét niet beter. Baäl is de god van de vruchtbaarheid. Het draait
bij deze god om alles wat vruchtbaar en vol levenskracht is. Het gaat
hem om de snelle winst, de grootste opbrengst; bij deze god komen de
sterken aan bod en zijn de kleintjes het kind van de rekening. Dan is daar ineens Elia. Elia is afkomstig uit Tisjbe in Gilead, ten westen
van Israël. Elia betekent “JHWH is God”, en dat is precies de boodschap
die Elia keer op keer aan Koning Achab brengt. Het begint met een waarschuwing aan koning Achab.
Er zal geen regen zijn, tenzij wanneer hij zich tot G-d richt. Baäl
(de vruchtbaarheidsgod!) kan geen regen geven. (Baäl de god van vruchtbaarheid
en voorspoed kan geen regen geven.
Hij kan niets geven. Hij neemt alleen maar. In tegenstelling
tot JHWH is hij geen god die geeft maar een god die neemt.) Elia gaat in tegen de staatsgodsdienst. Hij ontkent
en ondergraaft daarmee de machtspositie van de koning. Het maakt hem
niet populair bij de koning. Uiteindelijk zal hij moeten vluchten. G-d
neemt Elia in bescherming. Hij leidt hem naar een veilige plek in de
woestijn. Daar kan Elia zich in leven houden met water uit een beekje.
Raven, notabele rovers, zullen hem brood
en vlees brengen. Raven werden beschouwd als onreine beesten,
de minderen onder de dieren en het is opvallend dat juist déze dieren
voor Elia zorgen. Het benadrukt de tegenstelling met de “hoog in aanzien
staande” koning die níet voor zijn onderdanen zorgt. Omdat het niet meer regent, droogt na verloop van
tijd de beek op. G-d zegt Elia naar Sarepta (bij Sidon) te gaan waar
een weduwe hem van voedsel zal voorzien. Sarepta ligt in Fenicië, het
moederland van Izébel waar de Baäl-dienst vandaan komt. Vanuit Elia
bekeken is dat in zekere zin “het hol van de leeuw”. Wéér komt het voedsel uit onverwachte hoek; een weduwe,
één van de zwakken in deze samenleving, een arme alleenstaande vrouw,
zal haar voedsel met Elia delen. Elia ziet bij de toegangspoort van de stad een weduwe
en spreekt haar aan. De weduwe zegt hem dat ze nauwelijks nog olie en
meel heeft om voor haar en haar zoon een laatste broodje van te maken.
Elia zegt haar dat ze niet bang hoeft te zijn want: “Het meel in de
pot raakt niet op en de kruik met olie raakt niet leeg, eer G-d regen
geeft op het land”. Als mensen met elkaar delen en voor elkaar zorgen,
zorgt G-d voor hen. Enige tijd later wordt de zoon van de weduwe ernstig
ziek en sterft. De weduwe klaagt Elia als het ware aan en vraagt hem
of dit misschien de straf van G-d is voor alle fouten die ze heeft gemaakt
in haar leven. Elia neemt de jongen mee naar zijn kamer en vraagt om
erbarmen voor de weduwe. Tot 3 keer toe (3 is het getal van “de beslissing”)
vraagt hij G-d, de jongen weer tot leven te wekken. En G-d verhoort
Elia. In tegenstelling tot Baäl die zelfs letterlijk levens neemt (o.a.
in de vorm van kinderoffers) geeft G-d leven en toekomst. Na 3 jaar ( 3: de beslissende ommekeer) laat G-d
aan Elia weten dat hij weer regen wil geven. Elia zal dit aan Achab
moet gaan melden. Intussen was in Israël de hongersnood zeer hevig geworden
en Achab zoekt het land af om nog wat water en gras te vinden voor…de
paarden en muildieren. (Deze dieren, de ruggengraat van het leger, zijn
in zijn ogen belangrijker dan zijn onderdanen.) Zelf gaat hij één richting
uit en Obadja, zijn hofmeester stuurt hij een andere richting uit. Deze
Obadja bevindt zich in een lastige positie daar hij zoals hij zijn naam
zegt, dienaar is van G-D. Hij heeft twee x 50 profeten (50 = 7x7+1.
7= het getal van de volheid; tegen 50 kan dus geen getal meer op, hoe
groot ook) voor Izébel verborgen en in leven gehouden. Elia komt eerst
Obadja tegen. In eerste instantie is de laatste blij Elia te zien. Maar
hij wordt bang als Elia hem vraagt aan Achab te zeggen dat Elia er is.
Hij vreest dat Elia weer zal verdwijnen en dat Achab (die z’n best heeft
gedaan Elia te pakken te krijgen) hém daarvan de schuld zal geven en
vermoorden. Elia verzekert Obadja dat hij hem niet in de steek zal laten
en Obadja brengt de boodschap toch aan Achab over.
|
||
![]() |
Koning Achab wordt niet kwaad en gaat Elia zelfs
tegemoet. Voelt de koning zich “als een kat in het nauw” nu er maar
geen eind aan de droogte komt? Achab begint meten met verwijten. Elia
heeft het onheil over Israël gebracht. Maar Elia antwoordt hem dat Achab
dat geheel aan zichzelf te wijten heeft. Hij had zich niet van G-D af
moeten keren om Baäl te gaan dienen. Om dit aan Achab en heel Israël
te tonen, moeten ze zich verzamelen op de berg Karmel, tezamen met 450
profeten van Baäl. Dan zal blijken welke god regen (dus leven) kan geven. Op de Karmel heeft vroeger een altaar ter ere van
JHWH gestaan. Dat is vernietigd. Elia zegt tegen het toegestroomde volk
dat zij niet twee heren kunnen dienen. Maar het volk kan niet kiezen.
Daarom stelt Elia voor dat de Baäl-profeten en hij allebei een stier
slachten en die op een brandstapel leggen. Ieder roept zijn eigen heer
aan om het offer zelf aan te steken. De heer die antwoordt (met het vuur) is de ware.
Het wordt een bokswedstrijd tussen de Goden. Een strijd die geen strijd
is wanneer een partij niet thuis blijkt. Elia geeft de Baäl profeten
eerst de kans en de hele dag proberen ze met gezang en gestamp Baäl
zo ver te krijgen. Steeds wilder gaat het er aan toe, maar het mag niet
baten. Dan gaat Elia aan het werk: hij bouwt het vernielde altaar van
G-D op met 12 stenen, de stammen van Israël. Hij laat tot 3 x toe 4
kruiken (=12!) met water over het altaar sprenkelen. (Om het vuur nog
onwaarschijnlijker te maken.) Daarna vraagt Elia aan G-D om te antwoorden
met het louterende vuur zodat zijn verdwaalde volk de weg
terug naar Hem weer kan vinden. Elia is nog niet begonnen of
het altaar staat in lichterlaaie. Nu wil het volk wel kiezen. G-D hernieuwt
het verbond met het vuur en het volk roept: “G-D is God!” Het volk moet met zijn schuldige verleden afrekenen.
De Baäl-profeten worden door het volk opgebracht en door Elia gedood[1].
Op de Karmel buigt Elia diep voor G-D om hem te danken en te eren. Hij
stuurt zijn knecht om te zien of er al een wolkje te zien is. Als hij
zijn knecht 7 keer heeft weggestuurd om naar de zee te gaan kijken,
ziet deze een wolkje niet groter dan een mensenhand (teken van het verbond
tussen God en de mensen?) aan komen drijven. Elia zegt Achab nu snel
naar zijn zomerverblijf te Jizreël te vertrekken omdat anders de regen
het hem zal beletten. En inderdaad valt niet lang daarna de bevrijdende
en zegenende regen uit de lucht.
|
|
![]() |
||
![]() |
||
Elia gesterkt.Als Achab thuis zijn verhaal doet aan Izébel, gebeurt waar hij al bang voor was. Izébel voelt zich vreselijk vernederd. Ze is ontzettend kwaad. Zij bericht Elia dat ze hém zal vermoorden zoals hij de Baäl-profeten heeft vermoord. Zijn machtigen slechte verliezers? Elia vlucht. Hij wil aan de wraak van de machtige Jezebel ontkomen. Hij kan nergens anders heen dan terug naar het verbond. Elia vlucht de woestijn in. Zou hij door hen gedood worden dan wordt ook alle hoop op verlossing aan het volk ontnomen. Elia is echter zelf wél de hoop verloren dat hij nog iets kan betekenen. Hij vraagt G-D hem te laten sterven. Daarna valt hij in slaap valt bij een bremstruik. ( Net als bij Mozes laat G-D “iets” van zichzelf zien bij de bremstruik, zei het dan in een andere gedaante.) Wat moet de toehoorder van dit verhaal nog meer leren? G-D heeft iets met Elia voor. Als hij wakker wordt treft hij brood en water aan. Voedsel voor onderweg. Is er dan toch leven? Is er een nieuw begin mogelijk. Elia komt op krachten. Hij loopt 40 dagen en 40 nachten om bij de berg Horeb (ergens in de Sinaï gelegen) aan te komen. Die tocht van Elia doet in getal en plaats denken aan de tocht van Mozes en het volk Israël door de woestijn. Op deze plek heeft ook Mozes zijn Heer ontmoet. Het volk trekt 40 jaren (een mensenleven) door de woestijn. Elia vraagt om beëindiging van zijn leven in de woestijn, maar krijgt van G-D een nieuw leven, nieuwe hoop? In een grot stort Elia zijn hart uit. Alle hoop op het terugbrengen van het volk van Israël bij G-D, is verloren. Maar de Heer zegt hem naar buiten te gaan. Daar zal Elia God ontmoeten om te leren wat zijn/Zijn geheim is. Elia staat voor de grot. Er steekt een hevige storm op. Maar dat is God niet. Daarna een aardbeving. Ook niet. Vervolgens de bliksem. Nee. Daarna was er de stilte van een zachte bries, de zachte stem van de stilte, en Elia weet dat hij hier zijn GoD onmoet. Hij bedekt zijn gelaat. Elia zegt nogmaals dat hij alle hoop verloren is. G-d bemoedigt hem. Hij zegt hem dat hij er niet alleen voor staat. Elia wordt net als Mozes met goddelijke macht bekleed en hij krijgt de opdracht Chazaël en Jehu tot koning te zalven (zodat zij hem kunnen steunen). Elisa zal zijn opvolger worden. Alle Baäl-vereerders zullen door hen gestraft worden, maar 7000 man (7 =getal van volheid en 1000 = getal van ontelbaarheid) die zich niet aan afgoderij schuldig hebben gemaakt zullen door G-D worden gespaard. ( Dat er zoveel zíjn moet Elia ook gesterkt hebben.) |
||
|
Elia “roept” Elisa door hem zijn mantel om te werpen. Elisa is op dat moment aan het ploegen achter een koppel van 12 ossen. (Ploegen is het klaarmaken van de grond zodat gezaaid kan worden en de 12 staat weer voor de 12 stammen.) Elisa weet wat hem te doen staat en hij volgt Elia. De mantel staat als het ware voor het ambt van profeet. Elia’s verzet tegen Achabs rechtsverkrachting De wijngaard van Nabot ligt naast het paleis van Achab. Achab biedt de man een bétere wijngaard of geld in ruil voor zijn eigen wijngaard. Nabot antwoordt aan Achab dat hij de grond onmogelijk kán verkopen omdat het zijn erfdeel is. (Zoals alle grond in feite familiebezit was, dat je mocht beheren. De aarde is van God en de mens mag haar beheren en er zeker niet mee woekeren!) Achab laat zijn teleurstelling blijken aan Izébel, zonder de reden die Nabot gaf voor zijn weigering, te vertellen. |
|
|
|
Zij vindt dat een koning zich zo niet laat afschepen en bedenkt een list. In Achabs naam kondigt zij een vastendag af. Het volk zal zich op deze dag verzamelen en er wordt voor gezorgd dat Nabot vooraan plaats neemt. Twee valse getuigen worden geregeld die Nabot beschuldigen van het vervloeken van God en de koning. Nabot wordt buiten de stad gebracht en gestenigd. Niemand komt tegen dit alles in opstand (of durft in opstand te komen). Izébel zegt tegen Achab dat hij nú de wijngaard voor niets in zijn bezit kan nemen. Dit doet Achab.
Nu wordt Elia door G-D naar Achab gestuurd om te zeggen dat hij gestraft zal worden voor de vóór hem verrichtte wandaden. Alle mannen van het huis Achab zullen worden verdelgd en Izébel zal worden verslonden door honden. Dit is zijn straf omdat hij zich niet alleen nu, maar zijn hele leven al tot het kwade heeft laten verleiden. Achab trekt hierop het boetekleed aan en vast. Hij toont oprecht boete en berouw. G-D toont zich niet ongevoelig en bepaalt dat de straf pas ná de dood van Achab ten uitvoer gebracht zal worden. Zelfs nu nog toont G-D zijn mededogen. |
||
![]() |
Gods geest gaat van Elia op Elisa
over. Voordat Elia door G-D in een stormwind zal worden opgenomen, wordt Elia eerst van Gilgal naar Betel gezonden. Ondanks Elia’s tegenwerpingen, wil Elisa hem persé op zijn laatste reis vergezellen. Ook als Elia naar Jericho wordt gestuurd wil Elisa niet achterblijven. (Gilgal, Betel en Jericho zijn grensovergangen van de woestijn naar het beloofde land; het is dus een grensoverschrijdende reis. Ook leefden in deze plaatsen “profetenzonen”, volgelingen van Elia.) Dan stuurt G-D Elia naar de Jordaan en weer reist Elisa mee. 50 Profeten volgen hen maar blijven op afstand als ze bij de Jordaan aankomen. (Het oversteken van de Jordaan staat altijd voor het overschreiden van een grens, het begin van iets nieuws.) Elia rolt zijn mantel op tot een soort staf, slaat ermee op het water en het water wijkt, zodat ze droogvoets de Jordaan kunnen oversteken. (Parallel met de uittocht van Mozes.) Elia is niet alleen bij het grens overschrijden, bij zijn uittocht. Elisa doet een laatste verzoek, om een dubbel deel
(erfenis van de eerstgeborene) van Elia’s geest te mogen ontvangen.
Dit kan Elia niet beloven, maar hij zegt dat als Elisa hem ziet terwijl
hij wordt opgenomen, dat dán zijn wens is vervuld. Plotseling worden
de twee van elkaar gescheiden door een wagen én paarden van vuur en
Elia wordt in een stormwind opgenomen[2].
Elisa raapt de mantel (het ambt) van Elia op en gaat er mee terug naar de Jordaan om deze terug over te steken. Hij slaat met de mantel op het water maar er gebeurt niets. Pas nadat hij G-D heeft aangeroepen en weer op het water heeft geslagen, verdeelt het zich in tweeën. Voor Elisa maar ook voor de toekijkende profeten is dit een bevestiging. De geest van Elia rust op Elisa. De profeten kunnen echter niet geloven dat Elia écht bij G-D is en laten 50 man naar hem gaan zoeken. Ze keren onverricht ter zake na 3 dagen terug. Elisa verklaart hen niets maar zegt alleen: “Ik had u toch gezegd het niet te doen?”
|
|
[1]Een
voetnoot van Jan Engelen, een bekentenis.
Afgelopen 25 jaar heb ik Elia nauwelijks behandeld
in de colleges omwille van deze scène. Voor mij kon dat niet, Elia die eigenhandig
al die Baalpriester ombrengt. Enkele aantekeningen bij dat gevoel.
1.
Blijkbaar lees ik het verhaal primair als een verslag
van feiten. Daarom zie ik niet dat Elia leeft tegen het kwaad dat de samenleving
van zijn dagen kapot maakt. Met hart en ziel is zijn toewijding aan G-d
geheel en al tegen Baal zijn. Hij rekent met Baal en de zijnen af. Dat laat
hij anderen niet opknappen. Die weten niet eens hoe dat moet.
2. Blijkbaar
onderschat ik Baal in Israël. Hij is in het verhaal degene die alle goed-menselijke
verhoudingen onmogelijk maakt, hij verhindert zorg voor de zieken en de
kwetsbaren – "dat schiet niet op", zegt Baal. het levert ook niets
op. Voor Baal hoef je geen beslissingen te nemen, de sterke overwint.
3. Maar
Elia doodt toch die mensen! Nee, hij brengt de Baal-priesters om, de acolieten
van het kwaad. Je mag Elia niet vergelijken met iemand die onschuldigen
opruimt. Hij kent eenvoudigweg geen medelijden met Hitler en de zijnen en
allen die hem/hen op handen dragen.
Daarmee is de discussie niet afgelopen, maar zo je
wilt: Elia is nu niet meer een willekeurige bruut die arme mensen ombrengt.
Het theater op de Karmel presenteert een
heel ander drama.
[2] Hieraan
ontspringt het volksgeloof dat Elia niet gestorven is maar voortdurend tot
de aarde terugkeert om, dikwijls onherkend, de getrouwen in hun noden bij
te staan. Voorts dient men hierbij de profetie van Maleachi 3:23 over de
terugkeer van de profeet Elia vóór de dag des heren te betrekken. Jezus
zelf verklaarde dat Maleachi’s profetie vervuld was in het optreden van
Johannes de Doper (Matt 17:10 e.v.). Groeperingen die het einde der tijden
menen te kunnen aankondigen (zoals kort geleden het Efraïm Genootschap)
stellen ook meestal dat Elia kort daarvoor weer op aarde zal komen.
Elia is een van de twee figuren uit het Oude Testament
die niet gestorven zijn. Blijkbaar is zijn taak niet af. Wat moet Elia dan
nog doen? Wanneer de Messias komt zal Elia voor hem uit gaan, om zijn weg
klaar te maken. In de joodse traditie staat het vast dat de Messias, de
bevrijder, op het bevrijdingsfeest komt, op Pesach/Pasen. Daarom staat bij
ieder Paasmaaltijd een versierde stoel. Die is Voor Elia. Als hij vanavond
komt kan hij zien hoe welkom hij is, hoezeer we op hem wachten. En op tafel
staat een glas vol wijn. Elia is welkom.