Bijlagen:
1. kijkwijzer
Hoofdstuk 1.
HANDLEIDING en DOELSTELLINGEN
Beginsituatie van de leerlingen:
We gaan er vanuit dat de bovenbouwgroep, voor wie deze lessenserie
geschreven is, enigszins bekend is met de bijbel en welke rol God
in de bijbel speelt.
Onderwerp:
Wij hebben 7 verhalen uitgekozen waarin de profeet Jeremia
een belangrijke rol speelt. Jeremia sprak het volk in Jerusalem uit
naam uit van God toe. Hij zegt dat Jerusalem ten onder zou gaan aan
Babylonië. Dit gebeurt uiteindelijk ook, de zgn. “ Val van Jerusalem
“.
De verhalen worden uitgewerkt naar de achterliggende bedoelingen.

Jeremia
in de Sixtijnse Kapel - Vaticaan
Lesopzet:
Elke les heeft een vaste lesopbouw: inleiding, kern, verwerking,
evaluatie.
We hebben gekozen voor creatieve verwerkingsvormen waardoor
het project goed in samenhang met andere vakken gegeven kan worden.
Denk aan drama, tekenen, handvaardigheid, audiovisuele vorming, creatief
schrijven.
Het project bestaat uit 8 lessen. In de loop van het project
maken de kinderen een eigen profetenboek. Ze werken naar een afsluitende
diapresentatie en een tentoonstelling.
Planning:
7 weken (= 7 lessen a 1-1, 5 uur) werken aan de verhalen
in de bijbel over Jeremia.
De onderwijsgevende laat de leerlingen tijdens de 1e
zeven weken van het project dia’s maken. Deze dia’s moeten direct
ontwikkeld worden zodat ze klaar zijn aan het begin van de 8e
week. De leerlingen bereiden in de 8e week een diapresentatie
en een tentoonstelling voor.
Lesbeschrijving:
Elke lesbeschrijving
kan op 1 A-4.
Op de bovenste helft staat beschreven wat de onderwijsgevende
aan voorbereidingen moet doen en welke materialen hij/zij nodig heeft.
Op de onderste helft staat de les, zoals de onderwijsgevende
die aanbiedt, beschreven.
Elke lesbeschrijving begint met een "kopregel".
Hier staan achtereenvolgens:
LESNUMMER – TITEL VAN DE LES- VERWIJZING NAAR DE KBS BIJBEL
De boeken waarnaar verwezen wordt, kunt u terugvinden in
de literuuropgave.
Doelen
Algemeen:
- kinderen
leren om zelf met een onderwerp (uit de bijbel) aan de slag te gaan
- kinderen
leren om in een groepje samen te werken en van daaruit:
-
leren dat elk mens iets heeft waar hij of zij goed in is
-
leren om elkaar te waarderen en te respecteren.
Specifiek:
1.
kinderen leren wat profeten zijn en in het bijzonder Jeremia
2.
kinderen leren dat de verhalen uit de bijbel een boodschap
bevatten
3.
kinderen leren dat verhalen op verschillende manieren geschreven
en geïnterpreteerd kunnen worden
Hoofdstuk 2.
Overzicht lesplanning
Op de 1e informatieavond kan de onderwijsgevende
de ouders al informeren over dit katecheseproject. Als ondersteuning
kunt u de tekst gebruiken die wij voor volwassenen geschreven hebben.
Een week voorafgaand aan de start van het project, kunnen
de ouders middels een brief nog een keer herinnerd worden aan het
komende project. Een voorbeeldbrief vindt u in de bijlagen
Overzicht van de lessen
Les 1. “ Kennismaking met Jeremia” (Jeremia
1).
Boek maken
Les 2. “De Pottenbakker” (Jeremia 18).
Kleien
Les 3. “De verbrijzelde kruik” (Jeremia
19 – 20)
Opstel/rap
Les 4.
“De verbrande Boekrol” (Jeremia 36)
Boekrol
Les 5. “Jeremia, treurend op de puinhopen van
Jerusalem”.
Museumles. Rijksmuseum. Rembrandt van Rijn.
Les
6. “ Het juk” (Jeremia 27, 1-22)
Rollenspel
Les 7. “Jeremia
en Sedekia”/ Val van Jerusalem (Jeremia 37 – 39) Schilderen
Les 8. “Voorbereiding diapresentatie en tentoonstelling”
Extra materiaal
Tijdens alle lessen is er een fototoestel met flitsapparaat
en een diarolletje (36
opnames). Tijdens elke les worden 4 foto’s gemaakt t.b.v. de afsluitende
diapresentatie.
Hoofdstuk 3.
Jeremia - toegelicht
voor volwassenen
De Profeet
Uit: “Het verhaal van de Bijbel” (deel: oude testament)
De profeet spreekt uit naam van God, als het volk afdwaalt
of de moed verliest. Hij waarschuwt of pept op en kan uit alle lagen
van de bevolking komen: boeren, edelen, priesters. Iemand noemt de
profeet een ‘waakhond van God’. In zijn naam immers blaft hij of bijt
hij.
“Woord
van God, tot mij gericht: je was nog niet in de moederschoot en Ik
kende je al, je was nog niet geboren en Ik had al een plan met jou:
profeet zou je worden, profeet voor de wereld”. Jeremia 1: 4-5
“Zo spreekt
God: Kijk, Ik leg mijn woord in jouw mond”.Jeremia1:9
De profeet beschuldigt de patsers die de armen onderdrukken,
die mooi weer spelen tegenover God terwijl ze mensen laten creperen.
Hij spuugt op mensen die alleen maar vertrouwen op geld, wapens, luxe,
kortom: op afgoden.
Hij spaart niemand, ook de koning niet. Hij zegt: als je
niet verandert, ga je voor de bijl. Hij zegt: vergaap je niet aan
idolen, keer je om.
Als het volk, in barre tijden, gaat twijfelen aan Gods belofte
, zegt Jeremia: “hou vol, blijf hopen, God is er ook nog”. Hij gebruikt
woorden, maar ook tekens.
Jeremia loopt met een juk op zijn schouders. Hij wil zeggen,
dat het volk onder het juk van Babel door zal moeten.
Het Hebreeuwse woord voor ‘amandeltak’ is saged. Dit woord lijkt erg op het Hebreeuwse
woord voor ‘ik blijf waakzaam’: soged.
Tijdens zijn eerste contacten met Jeremia vraagt God hem
wat hij ziet. Jeremia antwoordt: “Een Amandeltak”. Zo doelt Jeremia
met die tak, op de waakzaamheid
van God.
Omdat de waarheid hard is, wordt de profeet door zijn tijdgenoten
vaak weggehoond. Maar de profetenwoorden beslaan een derde van de
bijbel.”
Geschiedenis
In grote lijnen
Jeremia is de zoon van Chilkia, een priester uit Anatot.
Jeremia wordt al op jonge leeftijd door God als profeet aangewezen.
Hij profeteert 40 jaar lang – van 626 v. Chr. tot de val van Jerusalem in 586 v. Chr.- onder de laatste vijf koningen
van Juda. Zijn profetieën spelen zich af in Jerusalem.
Het Assyrische rijk, dat vele jaren in de verre omgeving
het gebied overheerst, is in verval en staat op instorten. De nieuwe
machthebbers, de Babyloniërs, zullen uiteindelijk ook Jerusalem en
zijn tempel vernielen. Een groot deel van het volk wordt in ballingschap
naar Babylon gedeporteerd.
In de laatste jaren van het koninkrijk Juda (609-587) is
Jeremia actief. Hij steunt de regering van koning Josia (640-609 v.
chr.), die het land op godsdienstig gebied probeert te hervormen en
te zuiveren van de afgodendienst. Jeremia roept het volk op zich te
bekeren, de afgoden te verwijderen en terug te keren naar de Heer.
De teksten van de hoofdstukken 2-6 worden voor het grootste gedeelte
uitgesproken tijdens de regering van koning Josia. Na koning Josia
komt zijn zoon Jojakim aan de macht. Deze voert een heel andere politiek
dan zijn vader: hij laat het land verwilderen in sociaal onrecht en
afgodendienst. Jeremia ondervindt tegenstand.
Ondanks de orakelspreuken
(7,1-15; 26,1-24), die Jeremia verkondigt, gaan de mensen door
met onrechtvaardigheid, onderdrukking, bloedvergieten en afgodendienst.
Koning Jojakim
luistert nergens naar en verscheurt en verbrandt de boekrol en geeft
zelfs het bevel om Jeremia gevangen te zetten.
Baruch is een volgeling
van Jeremia Als de priesters Jeremia beletten om nog langer in de
tempel te profeteren, zegt Jeremia tegen Baruch: “Nu men mij belet
te profeteren, zal ik je alles dicteren wat ik namens God te zeggen
heb. Schrijf het in een boekrol, ga dan naar de tempel en lees de
boekrol voor alle Judeeërs hardop voor. Misschien bidden ze dan tot
God en bekeren zij zich”. Jeremia 36-37 (aanrader: Bijbel voor de
jeugd, Olav van Outryve)
In 597 wordt
Nebukadnessar de nieuwe koning van Babel. Koning Jojakim wordt weggevoerd
in ballingschap. Sedekia (een oom van Jojakim) volgt Jojakin op.
Jeremia ziet in Nebukadnessar een
instrument van Gods woede. Hij raadt de koningen van Juda aan zich
liever te onderwerpen dan de ondergang tegemoet te gaan. Ook Sedekia
adviseert hij (Jeremia 27,12-15) zich te onderwerpen aan Nebukadnessar.
Sedekia is al aan de koning van
Babylon gebonden door een vazalleneed. Sedekia en de leidende kringen
van Jerusalem steken hun koppen bij elkaar. Ze komen in opstand tegen
Nebukadnessar. Jeremia (37,11-15) zetten ze gevangen. De opstand van
Sedekia in 587 betekent de ondergang van Juda.
Jeremia blijft achter in het land
Juda. Een gouverneur van koning Nebukadnessar bestuurt het land. Na
amper twee maanden wordt de gouverneur vermoord . Jeremia wordt tegen
zijn zin meegenomen naar Egypte. Hier klaagt hij de afgodendienst
van zijn landgenoten aan en kondigt hij de inval van Nebukadnessar
aan.
Waar en hoe Jeremia uiteindelijk
sterft, is niet bekend. Het is mogelijk dat hij in Egypte is gestorven.
Jeremia, door zijn kritische houding vaak beschuldigd van landverraad,
is één van de grote profeten van Israël geworden.
Het boek “Jeremia” (in het oude testament)
Alles over Jeremia is te vinden in het boek “Jeremia”. Men
kan hierin verschillende tekstsoorten vinden: profetieën in poëzie,
redevoeringen in proza, berichten in de eerste persoon en verhalen
over de profeet in de derde persoon ( Baruchbiografie 37-45).
Misschien is het wel de moeite
waard om gedurende enige tijd door Jeremia heen te lezen. Niet willen
begrijpen, kennis maken met. Gewoon lezen. Een heel oude tekst. De
indeling, hier beneden, kan U helpen een beetje orde te vinden in
een langere tekst. Langzaam maar zeker beperkt U zich tot de teksten
die in dit project centraal staan. De andere teksten hebben dan vanzelf
wat couleur locale achter gelaten.
Het kenmerkende aan het boek Jeremia is dat in alle lagen
van de tekst een weerspiegeling herkenbaar is van het verwerkingsproces
van de catastrofe van de ballingschap.
Indeling van het boek:
1.
Het inleidende opschrift en de roeping van Jeremia.
2.
Aanklachten tegen het eigen volk ( 2-25), grotendeels in
poëzie. In dit gedeelte staan ook de belijdenissen van Jeremia ( 11,19-12;
15,10-21; 17,14-18; 18,18-23; 20,7-18.
Vgl.1,4-10; 4,19-22; 6,27-30; 8,18-23; 9,2-9;18,1-17 )
3.
Verhalen over het optreden van de profeet (26-36) Deze sectie bevat woorden van heil(30-31
en 33), en een verhaal(26) dat samen met de tempeltoespraak (7) over
dezelfde gebeurtenissen verslag doet.
4.
Verhalen over het lijden van Jeremia (37-45) die eindigen
met een troostwoord voor zijn secretaris Baruch(45)
5.
Profetieën tegen de volken ( 46-51) die al in 25,14-38 worden
ingeleid.
6.
Een epiloog over de verovering en verwoesting van Jerusalem
(52) besluit het boek.
De mens Jeremia –profeet tegen wil en dank
Jeremia is ongetwijfeld een van de meest dramatische personen
onder de profeten van het oude testament. Hij is de man die het woord
Gods aan het volk in vrees en
beven moet doorgeven. Een onheilsprofeet die over het afvallige
volk het naderende oordeel Gods aankondigt. Maar Jeremia weet zich
zo zeer ook met het volk verbonden, dat hij bij wijze van spreken twee keer moet lijden. Eerst moet hij het oordeel aankondigen.
Daarna beleeft hij de ondergang van zijn
volk moest mee. Zijn hele leven staat in het teken van compassie hebben
met zijn volk, zichzelf weerloos overgegeven.
Hij wordt als kind tot profeet geroepen (Jeremia 1: 4-6)
in 627 voor het begin van de christelijke jaartelling. Op Gods bevel
trouwt hij niet. De kinderen in Juda geboren zullen immers omkomen
door het zwaard, ziekte of honger tijdens de Babylonische overval
(16:4).
Jeremia (Jeremia 1: 6-8) wil eigenlijk
helemaal geen profeet zijn, hij vindt zichzelf te jong. God belooft
hem kracht Jeremia moet wel
de ondergang van Juda aankondigen. Dat is een vreselijke boodschap.
Niemand wil hem ook geloven. Hij wordt verschillende keren voor het
verkondigen van zijn profetieën gevangen gezet. Maar God beschermt
hem.
Och wat lijdt Jeremia in zijn ziel!
(lees Jeremias zielestrijd: Jeremia 20: 6-18, dit is zo ontroerend!).
Hij ondervindt weinig plezier van zijn roeping. Hij pleit voor zijn
volk, maar God zal hen niet redden.
Jeremia wordt beledigd en mishandeld.
Zijn leven wordt bedreigd. Hij verwenst zijn geboorte. Toch kan hij
het profeteren niet laten, want Gods boodschap “is in mijn hart een
brandend vuur, dat mijn gebeente verteert; ik probeer het binnen te
houden, maar dat gaat niet”(20:9). In zijn boze verwijten tegen God
durft hij ver te gaan: “Jij hebt mij bedrogen, Heer en “Je hebt mij
verkracht”.
Uiteindelijk komt Jeremia tegen
zijn zin in Egypte. Daar kondigt hij de inval van Nebukadnessar in
Egypte aan Niet al zijn profetieën zijn somber. Hij had er alle vertrouwen
in dat de joden uit de ballingschap zullen terugkeren, hij voorziet
dat over 70 jaar, maar in feite gebeurde het al in 538 v. chr. Hij
verklaarde dat God de rouw van de joden in vreugde zou veranderen.
Dat hij met hen een nieuw verbond zal sluiten en zijn lering in hun
hart zal schrijven. Waar en hoe Jeremia gestorven is, is niet bekend.
Het boek Jeremia geeft zelf meer
dan eens tegenstrijdige informatie over de persoon van Jeremia. Hierdoor
is Jeremia het prototype van de vervolgde mishandelde en verworpen
profeet geworden, een voorloper van een genre martelaarsverhalen.
In deze verhalen wordt de geschiedenis van Israël, en zijn
“vrome rechtvaardigen”, in een nieuwe
vormgeving verteld.
De verhalen worden duidelijk gemaakt aan de hand van de symbolische
handelingen. Voorbeelden:
¨
De verrotte lendedoek (13,1-11)
¨
De verbrijzelde kruik (19,1-13)
¨
Het houten en ijzeren juk (27,1-22) (28,1-17)
¨
De aankoop van een akker (32,6-46)
Hoe kun je Jeremia plaatsen in deze tijd?
Het verhaal van Jeremia roept veel gedachten bij ons op.
Wat is dat toch dat wij als mensen moeten lijden? Wat leren ons de
bijbelverhalen? Zo oud als de mens is, is er verscheurdheid en strijd
in de wereld.
Strijd om een plek op deze aarde: kijk naar Israël en Palestina.
Strijd om een overtuiging: Ierland, tussen protestanten en
katholieken.
Strijd om macht en anders leven: Amerika en moslimfundamentalisten.
En zo kun je nog wel even doorgaan. Het lijkt erop dat strijd
hoort bij het leven en dat wij hier onze levenslessen uit moeten halen
om een gelukkig leven te hebben hier op aarde.
Wat kunnen de kinderen uit groep 8 nu met Jeremia?
Uit het verhaal van Jeremia kunnen we een aantal gespreksonderwerpen
halen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het kind op weg
naar zijn/haar volwassenheid. We denken aan:
¨
angst
verdriet groepsgedrag
¨
veiligheid regels macht
¨
machteloosheid boosheid eenzaamheid
Maar we denken ook aan: “Kunnen de kinderen zich voorstellen
hoe radeloos God af en toe is ? “ en: “hoe eenzaam zal Jeremia zich
voelen, doordat hij zo anders is?
We
willen de kinderen er zoveel mogelijk zelf achter laten komen wat
die verhalen willen vertellen. Waar draait het eigenlijk om? Als ze
er zelf niet uitkomen, kunnen we proberen hen op weg te helpen door
middel van vragen als: “Hoe ga je met een zogenaamde vijand om? Zijn
er andere mogelijkheden dan strijd voeren? hoe dierbaar is je land
je, als je er niet meer kunt zijn?"
Kortom
We willen de kinderen laten filosoferen over God. Wat heeft
hij in deze verhalen met de mensen voor? Hoe gaat hij met hen om?
Ook willen we de kinderen in staat stellen, hun gevoel bij dit alles
tot uitdrukking te laten komen. Dit kan op meerdere manieren. Denk
aan praten, schrijven, met de handen wat maken, uitbeelden, schilderen
en tekenen. Al deze verwerkingsvormen komen in de lessen terug.
Hoofdstuk 4. Lesbeschrijvingen
Les 1 “
Kennismaking met Jeremia”
Jeremia 1
Boek maken
Algemeen doel:
lln. leren
hoe zij een bijbel en naslagwerken kunnen gebruiken.
Specifiek doel:
lln. leren wat een profeet is; leren dat
Jeremia een profeet is; leren dat God ooit een verbond heeft afgesloten
met de mens.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
- inlezen: -
inleiding op het boek Jeremia én Jeremia 1 (KBS bijbel)
- “Oorlog
en vrede”, blz. 152 uit de Bijbel voor jongeren
- “Josia en de wetsrol” uit: 2
Koningen 22-23, de Bijbel
voor jongeren
- bordwerk: -
tijdsbalk
Overige materialen:
-
wandkaart van het gebied Palestina, Egypte, Mesopotamië.
-
wereldbol (bedoeld om het gebied te kunnen plaatsen op de
aarde, bijv. t.o.v Nederland).
-
boeken (aanschouwelijkheid); verschillende (kinder-)bijbels;
woordenboeken, jeugdencyclopedie.
per leerling:
-
1 voorbedrukte kaft A4 in kleur (zie bijlage) en 5 A-4tjes
“wit.: lln. vouwen dit tot een “profetenboek”.
-
1 landkaartje waarop Israël en het omringende gebied.
-
kopie van “Jeremia”,
blz.119, uit “Woord voor Woord”.
Werkvorm:
Klassikaal starten, uitwerken in groepjes. Interactief lesgeven.
Inleiding
(10 min)
“Ik ga jullie vertellen over een Koning en zijn profeet..............”.
Onderwijsgevende. vertelt een verhaal over koning Josia. Hij was koning
van Juda van 640-609 v. Chr. . God had een verbond afgesloten met
zijn volk, maar dat verbond werd steeds verbroken door de mensen.
Ze deden aan afgoderij en eerden God eigenlijk alleen in de tempel.
Koning Josia wilde de godsdienst van de mensen van Juda her-vormen
(opnieuw vormen) zodat ze zich weer zouden houden aan hun afspraak
met God hielden. Jeremia was als klein jongetje al door God aangewezen
als zijn profeet. God vroeg aan Jeremia of hij namens God wilde spreken.
Jeremia 1: 4-15: De Amandeltak,
“de ziedende ketel die gaapt uit het Noorden!”.
Kern
(30 min.)
Historische plaatsing van het verhaal (ongeveer 7eeuwen voor
Chr.)-tijdsbalk! Dus: over welk
gebied gaat het (wandkaart)? Waar ligt dat gebied t.o.v. ons eigen
land? Over welke tijd praten we? hoe heetten de mensen die er woonden? Jeremia
was een PROFEET: wat is een profeet? Wat is zijn rol in het verhaal
van God? Lln. kiezen een bijbel uit en gaan zelf “bladeren”.
Opdracht
zoek het boek “Jeremia” eens op en lees het eerste verhaal
over
Jeremia. Schrijf trefwoorden op. Begrijp je het ver-haal?
Heb je vragen? Bespreek ze in je groepje. Laat de lln. zoveel mogelijk
antwoord geven op elkaars vragen. Als er vragen onbeantwoord blijven,
dan worden deze klassikaal besproken voordat de lln. tot verwerking
overgaan.
Let op
De onderwijsgevende
heeft een sturende rol in het begeleiden van het gesprek.
Speciale aandacht
geven aan:
- de “Amandeltak”..Wat
zou de betekenis van de ‘amandeltak’ zijn?
- de “kokende ketel”: welk land is bedreigend
voor Jerusalem /Juda? De oorlogsdreiging?
Verwerking
Een combineerd met tekenles.
(15 min.)
lln. krijgen nu hun “lege boekje”, plakken het kaartje erin
en schrijven in eigen woorden het verhaal van Jeremia op.
Tekenlesopdracht
Maak met oliepastel een tekening van de amandelbloesem (tederheid)
met daartegenover de dreiging vanuit het Noorden”.
Evaluatie:
(10 min.)
Een paar kinderen lezen voor uit eigen werk
Les 2: “De
Pottenbakker”
Jeremia 18, 19, 24.
Vaas /pot kleien.
“Israël
is als klei in mijn handen”
Algemeen doel
lln. leren om naar elkaar te luisteren
Specifiek doel
lln. leren dat woorden een letterlijke en een figuurlijke
betekenis kunnen
hebben; lln. leren gedachten te vormen over een onderwerp
uit de bijbel; lln. leren een pot te kleien die zo gemaakt is dat
ze er zelf tevreden over zijn.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Inlezen:
Bijbel, Jeremia 18, 1-7
- de Bijbel voor Jongeren, blz. 158 “Jeremia en het Pottenbakkerswiel
“
Verder:
-
klei klaarzetten: per leerling een stuk klei en per groep
een schoteltje water.
-
bordwerk: tekenen of schrijven: amandelboom, kokende ketel,
pottenbakker, vijgen
Overige materialen:
-
Verschillende bijbels met beeldmateriaal (plaat met amandelboom,
pottenbakker)
-
Vijgen in een mandje
-
Aarden potten
-
Evt. een ketel
Werkvorm
klassikaal, werken in groepen, individueel
Inleiding
(5 min.)
Onderwijsgevende grijpt terug naar de les van vorige week.
Wie was Jeremia ook alweer? Wat was er met dat verbond tussen God
en zijn volk en wat heeft Jeremia daar nu mee te maken?
De onderwijsgevende wijst de kinderen op de tekst of de tekeningen
op het bord en vertelt dat ze straks een verhaal gaan horen waarin
deze bordteksten/-tekeningen voorkomen.
Verhaal voorlezen
de Bijbel voor Jongeren, blz 158 “Jeremia en het Pottenbakkerswiel
“
(zie eventueel ook KBS, Jeremia 18, vers 2-7 )
Kern:
(12 min)
Wie kan het verhaal navertellen?
Waar gaat
het eigenlijk over?
Wat betekent het als God zegt: “Israël is als klei in mijn
handen”.
Kunnen ze deze
boodschap plaatsen in deze tijd? Vergelijk bijvoorbeeld in oktober
2001
de situatie in Afghanistan.
Korte discussie
Verwerking:
(35
min.)
Een pot kleien naar voorbeeld. Wijs de lln. op het kleiproces
in die tijd: Hoge kruiken met fraai gevormde deksels om oude handschriften
in te bewaren; het pottenbakkerswiel etc. Zorg ervoor dat het beeldmateriaal
verspreid door de klas en goed zichtbaar is: de richel van het schoolbord
is o.a. een goede plek, nl. in hoogte verstelbaar.Vorm in klei brengen
door met je duimen de klei te bewerken.
Evaluatie of afsluiting:
Materialen opruimen, elkaars werk bekijken
(13 min) De potten
krijgen in de klas een mooie plek. In de 8e week zullen
de potten onderdeel uitmaken van de t.b.v. de tentoonstelling.
Les 3 “De verbrijzelde kruik”
Jeremia 19 – 20
Rap-opstel-gedicht
“Jeremias zielestrijd”
Algemeen doel:
leren om een tekst goed te lezen.
Specifieke doelen:
leren om in eigen woorden een verhaal op papier te zetten.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Inlezen: uit “En het werd licht”, van Jacob Streit blz 201-202.
Kbs bijbel Jeremia 19-20: Jeremias zielestrijd”.
“De verbrijzelde kruik” uit: “Woord voor Woord” (Blz. 122)
van Karel Eykman.
Verder per leerling:
- kopieerwerk:
blz 122 uit “Woord voor Woord”.
- Blad met sierletters (bijv. kalligrafie)
Overige materialen:
Kladpapier om verhaal op te schrijven (later in het “net”
in profetenboek)
Werkvorm:
klassikaal en individueel
Inleiding:
(10 min.)
Voorkennis activeren,
wat weten we nog over Jeremia? Voorlezen uit Karel Eykman, Woord voor
Woord, “De verbrijzelde kruik” (blz 122).
Kern:
(15 min.)
Kinderen gaan
het verhaal lezen en bedenken wat ze er mee willen.
Instructie geven
& opdracht uitleggen: “Lees het verhaal op het stencil en probeer
er
een boodschap
uit te halen”. Als iedereen het stuk gelezen heeft vraagt onderwijsgevende
of er
een “boodschap”
of een “thema” in het verhaal zit.
We schrijven
een aantal steekwoorden op het bord waar je aan zou kunnen denken:
-
uiterlijk is dat belangrijk?
-
vertrouwen en vriendschap,
heb je hier ervaringen mee?
-
wat doe jij als je boos bent?
-
pijn (in je ziel) hebben
Verwerking:
(25 min.) Opdracht: “Schrijf een “rap”,
een lied, gedicht of opstel ” over het verhaal dat je gelezen hebt.Probeer
daarin ook te laten zien hoe Jeremia zich zal voelen. Maak eerst op
kladpapier je eigen “woordspin” en en schrijf op kladpapier jouw “verhaal”
(rap, lied, gedicht, opstel). Minimaal een ½ A4.
Na goedkeuring van de onderwijsgevende mag het verhaal, eventueel
in sierschrift, in het “profetenboek” geschreven worden.
Evaluatie of afsluiting:
Voorlezen, wie wil, uit eigen werk. (12 min.)
Lied, gedicht, rap en opstel kunnen voorgedragen worden tijdens
de presentatie.
Les 4. “De
verbrande Boekrol”
Jeremia, hoofdstuk 36
Boekrol maken
Algemeen doel:
lln.leren om in een groepje taken te verdelen
Specifieke doelen:
- lln. leren
na te denken over het doel van wetten (afspraken)
- lln. leren met elkaar te filosoferen, te discussiëren.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Inlezen:
- Bijbel, Jeremia 36-37
-
Jacob Streit En het
werd licht. Blz 199
-
Nu dan, luister. blz 97 en 98
Verder per leerling:
-
een kopie van het verhaal uit: Nu dan, luister “de verbrande
boekrol”.
Bordwerk
Op het bord schrijven met mooie letter “Woorden vervliegen,
schrift blijft”. Onderwijsgevende schrijft op stroken verschillende
situaties waarin regels van belang zijn: op straat, thuis, in de klas,
in de winkel, omgaan met elkaar, sport, in een dierentuin, in het
openbaar vervoer, in een museum* (Tip: ivm museumbezoek de laatste
2 situaties zeker opnemen in uw aanbod).
Overige materialen:
Verder: per groepje van 4 kinderen:
-
4 kroontjespennen
-
4 potjes inkt
-
Speciaal perkamentpapier of behangrol
-
Stokken: om het papier om heen te draaien. Zie voor een voorbeeld: “Verhalen uit de Bijbel”, blz
16 óf “de Nieuwe kinderbijbel, blz. 87
Eventueel kan men tijdens een les beeldende vorming aandacht
schenken aan de uiteinden van de boekrol (houtsnijwerk).
-
Verschillende bijbels met beeldmateriaal: voorbeeld boekrol
(plaat met amandelboom, pottenbakker)
Werkvorm:
klassikaal en
in groepjes.
Inleiding:
(5 min.)
Onderwijsgevende. grijpt terug naar de eerste les. Die les
ging over Josia en de wetsrol.
Voorkennis activeren; wie weet nog wat dat voor een rol is?
Kern:
(15 min)
Praten over de tien geboden die op die rol beschreven staan.
Onderwijsgevende. deelt kopieën uit van het verhaal van de
verbrande boekrol.
Na het lezen poneert onderwijsgevende. stelling (op het bord):
“Woorden vervliegen, schrift blijft”.
Wat betekent
deze uitspraak? Klopt het? Is het niet andersom?
Onderwijsgevende.
stuurt het gesprek naar: het belang van het maken van regels en afspraken.
Verwerking:
boekrol maken (25 min.)
Onderwijsgevende stelt groepjes samen (denk aan de groepssamenstelling:
dominante/verlegen kinderen).
Onderwijsgevende geeft aan ieder groepje een strook waarop
“een situatie” staat. De lln. gaan met elkaar regels bedenken die
zij belangrijk vinden voor de gegeven situatie. De lln. schrijven
om beurten de regels op de rol en “tekenen in hun eigen “profetenboek”
een wetsrol met daarop de regels voor een zelfbedachte situatie (bijvoorbeeld
voor hun slaapkamer).
Evaluatie of afsluiting:
(15 min.)
De verschillende boekrollen worden voorgelezen door de groepjes.
Andere groepjes mogen kort kritiek geven op de regels. De wetsrollen
worden in de klas opgehangen. In de 8e week zullen de wetsrollen
onderdeel uitmaken van de t.b.v. de tentoonstelling.
Les 5
Museumbezoek.
Jeremia treurt over Jerusalem,
een schilderij van Rembrandt in het
Rijksmuseum van Amsterdam

Algemeen doel:
Met de groep nar een museum
gaan. Hoe doe je dat. Waar moet je op letten. Regels voor onderweg.
Specifiek doel:
- lln.
leren dat (een deel van ) de geschiedenis door kunstenaars in beelden
is vastgelegd.
- ln.
leren dat een schilderij niet zomaar een plaatje is, maar dat achter
veel schilderijen een verhaal zit.
- ln. leren dat mensen een verschillende
mening hebben en leren dit te respecteren.
In het Rijksmuseum te Amsterdam hangt een schilderij van
de hand van Rembrandt van Rijn waarop Jeremia is afgebeeld.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
uitzoeken m.b.t. museum en openbaar vervoer: openingstijden
museum, meest geschikte dag en tijdstip, wie betaald? (school, projectgeld,
ouderraad, ouders),
U kunt bij het
museum informatie opvragen over het werk dat zij tentoonstellen. U
kunt ook heel gericht naar bijbelse afbeeldingen vragen. Soms is het
mogelijk een rondleiding te krijgen.
Zorg dat u zelf kort daarvoor al een keer een bezoek aan
het museum heeft gebracht. U weet dan wat de lln. ongeveer kunnen
verwachten en u kunt de lln. daardoor ook beter enthousiasmeren voor
hetgeen ze te zien krijgen.
Verder:
- kopiëren per leerling: 2 kijkwijzers (zie bijlage)
Inleiding:
Een dag van tevoren praat u met de lln. over het komende
museumbezoek: wat zijn de afspraken?
Kern: in het museum:
De kinderen vullen allemaal een kijkwijzer in over het schilderij
waarop Jeremia afgebeeld staat.
De tweede kijkwijzer mag ingevuld worden over een kunstwerk
naar keuze.
Verwerking:
Opdracht: Maak op een apart blaadje een verslag van het Museumbezoek.
De kinderen kunnen elkaar interviewen. Verslag en/of interview
worden later in het profetenboek geplakt.
Schrijf op wat
er nog meer te zien was. Wat vond jij belangrijk en/of leuk vindt.
Is je ook nog iets opgevallen met betrekking tot bijbelverhalen en
kunst?
Evaluatie of afsluiting:
(20 min.)
In de klas vindt een kringgesprek plaats. Was er herkenning
van de verhalen die tot nog toe zijn verteld? Laat de lln. zoveel
mogelijk met elkaar praten
over wat ze gezien hebben en hoe ze het vonden. Let wel op argumenten!
De kinderen mogen iets “stom of lelijk” vinden, maar ze moeten het
wel onderbouwen.
Les 6. “ Het juk”
Jeremia 27, 1-22
Rollenspel-tableau-mime
Algemeen doel:
lln. leren een verhaal uit te beelden (drama)
Specifiek doel:
lln. laten ervaren
wat onderdrukking betekent door het uit te laten beelden
Let op:
Deze les wordt gecombineerd met een dramales!
Beginsituatie: tijdens de vorige dramalessen is aandacht
geschonken aan: “tableaux”, pantomime, toneel, interviews.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Inlezen:
- Bijbel: Jeremia 27, 1-22
-
Woord voor woord blz. 125-126-127
Verder:
-
Onderwijsgevende. bedenkt een scenario voor een toneelstuk
m.b.t. het verhaal. Als een groepje er niet uitkomt dan kan onderwijsgevende.
“tips”geven om het groepje op weg te helpen.
-
kopiëren van dat hoofdstuk voor alle kinderen.
-
Bedenken, in grote lijnen, van een scenario
-
Kleding. lakens, decor, tekst of niet! Denk aan tableau maken!
Werkvorm:
klassikaal,in groepjes en individueel.
Inleiding:
(5 min.)
Onderwijsgevende. blikt kort terug naar de lessen van de
vorige keren en legt uit dat de lln.naar een verhaal gaan luisteren
dat zij daarna moeten uitspelen.in verschillende spelvormen (tableaux,
mime, toneel).
Onderwijsgevende. leest het verhaal van het juk voor uit:
“Woord voor woord”, blz. 125.
Kern:
Onderwijsgevende en kinderen bespreken het verhaal en de
vorm waarin ze het gaan uitbeelden.
(45 min.)
Taakverdeling bespreken. Leid dit strak en kort.
Kinderen gaan aan de slag met hun opdracht.
Evaluatie of afsluiting:
(20
min.)
Kinderen laten
aan elkaar zien wat ze bedacht hebben.
Kort aangeven
wat goed was, wat beter kon?
Klassikaal: wat
vond je ervan om op deze manier met het onderwerp bezig te zijn?
Les 7 Jeremia en Sedekia
Jeremia
37, 1-10; 39, 1-18
schilderen
“De val van Jerusalem”
Algemeen doel:
leren om samen te werken in een “materialenles”.
Specifiek doel:
Lln. leren om zich te verplaatsen in een verhaal/ in een
figuur van een verhaal.
Lln. leren om één aspect van een verhaal te tekenen.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Inlezen:
- Bijbel: Jeremia 37, 1-10; 39, 1-18
-
“Woord voor woord”, blz.
130 en 131
-
“En het werd licht”, blz. 205, 206, 207
Overige materialen:
-
behangrollen
-
verf (oliepastel, houtskool, schoolverf, kleurpotloden, grijs
potlood)
-
kwasten, verschillende diktes
-
verschillende boeken die kunnen dienen als beeldmateriaal
Werkvorm
klassikaal, in groepjes, individueel.
Inleiding:
(5 min.)
Teruggrijpen
naar museumbezoek: waarom zou Rembrandt van Rijn Jeremia hebben willen
schilderen? Voorkennis activeren.
Kern:
(10 min.)
Voorlezen verhaal uit: “En het werd licht”, blz. 205, 206,
207 (De gevangenneming
van Jeremia en “Jeremia in de
put”).
Bespreken van het verhaal over Jeremia en Sedekia: waarom
gelooft Sedekia
Jeremia niet? Waarom wordt Jeremia gevangen genomen? Waarom
sluit Jeremia
zich niet aan bij Sedekia? Of: waarom geeft Jeremia niet
op?
Zouden jullie in
de schoenen willen staan van Jeremia?
Opdracht: “maak een tekening over een aspect dat jou het
meeste
aanspreekt, uit het voorgelezen verhaal).
Groepjes samenstellen mbt tot het gekozen materiaal.
Verwerking:
(30 min.)
Aan de slag!
Evaluatie
of afsluiting: (20 min.)
Lln. bekijken en bespreken elkanders werk aan de hand van
de “kijkwijzer”.
Evt. kunnen de begrippen subjectief en objectief geïntroduceerd
worden.
Les 8 Tentoonstelling
/ presentatie: Jeremia
Tentoonstelling/diapresentatie
Algemeen doel:
gezamenlijk aan
een project leren werken.
Specifiek doel:
lln. laten zien waar ze de afgelopen weken mee bezig zijn
geweest.
Organisatie voor de onderwijsgevende:
Onderwijsgevende:
coördineert en begeleidt de organisatie. Geeft de grote lijnen aan.
Overige materialen:
¨
alle materialen die de afgelopen weken zijn ontstaan en gebruikt.
¨
eventueel decormateriaal.
Werkvorm:
klassikaal; in groepjes; evt. individueel.
Inleiding:
(5 min.)
Interactief gesprek
over hoe de tentoonstelling eruit moet gaan zien.
Dus: “wat moet er gebeuren?”
Kern:
(10 min.)
Groepjes en taken
worden verdeeld. Taken kunnen zijn:
-
Uitnodiging maken aan de ouders.
-
Dia’ –groepje: bijv. volgorde van dia’s, presentator, plaats
van presentatie,
dia-scherm
-
Decor-groepje: bepalen hoe profetenboekjes, boekrollen, aardewerk,
boeken,
platen etc. worden uitgestald.
-
Catering-groep: koffie en thee en een lekker hapje.
Etc.
Verwerking:
(40 min.).
Kinderen gaan aan het werk in hun groepje.
Evaluatie of afsluiting:
(20 min.)
Elk groepje doet verslag van wat ze gedaan hebben.
Na de tentoonstelling en de presentatie vindt er een klassegesprek
over het project plaats. Belangrijkste vragen:
-
“Vond je het leuk?”
-
“Heb je er iets van geleerd?”
Hoofdstuk 5. Literatuuropgave
Boeken
schrijver Dr. Claude Bernard Costecalde
titel Verhalen uit de Bijbel
uitgever J.H. Gottmer, Haarlem
jaar van uitgave 1998
schrijver Karel Eykman*
titel Woord voor Woord, kinderbijbel
uitgever Piramide
jaar van uitgave 1998
schrijver Penny Frank, vertaald door Marijke Bleij
(vanaf 8jaar)
titel Jeremia
uitgever Ark boeken, kinderbijbel 25
jaar van uitgave 1987
schrijver T.M.Gilhuis en Liselot Ribbens
titel Nu dan, luister. Bijbelse verhalen nieuw
gehoord
uitgever J.H. Kok, Kampen
jaar van uitgave 1990
schrijver T.M.Gilhuis en Liselot Ribbens*
titel De Bijbel, Willibrordvertaling, schooleditie
uitgever Katholieke Bijbelstichting, ‘sHertogenbosch
jaar van uitgave 1999
schrijver Selina Hastings, vertaald door Harriet
Laurey
titel De Bijbel voor Jongeren
uitgever J.H. Gottmer, Haarlem
jaar van uitgave 19
..
schrijver Jacques Musset
titel Het verhaal van de bijbel - Oude Testament-
De wereld op zak
uitgever Zwijsen, Tilburg
jaar van uitgave 1989
schrijver Olav E. Outryeve (vanaf 11 jaar)
titel Bijbel voor de jeugd, het oude testament
*
uitgever Altiora - Averbode, Katholieke Bijbel
Stichting Boxtel
jaar van uitgave 1983
schrijver Ann Pilling, illustraties Kady MacDonald
Denton.
titel De Nieuwe Kinderbijbel
uitgever Uitgever: Ploegsma, Amsterdam
jaar van uitgave
Druk: 1993
schrijver Jacob Streit*
titel En het werd licht
uitgever Christofoor
jaar van uitgave 1992
schrijver Martin Woodlow
titel mensen in de bijbel
uitgever in Helmond
jaar van uitgave 1987
Readers
schrijver J.C.M. Engelen
titel Alef en Beth
uitgever Hogeschool Ipabo, Amsterdam
jaar van uitgave 1999
Overige
materialen
Kiezels, kwartaalblad voor geloofsopvoeding thuis, april/juni
2000
Reis van je leven, Informatieset methode levensbeschouwing
voor katholiek primair onderwijs
Trefwoord, kalender, Ipabobibliotheek
Internet
www.heilighart.nl.docenten
www.detaak.nl.algemeen.htm
website
katechese ipabo
Bijlage
2