Otto Tanck

V2 2003 – zelfstandig project

 

Opmerking

Alleen door eigen, liefst enigermate creatief werk maak je een verhaal tot je eigen verhaal. Dan heb je ook iets te vertellen en geef je de kinderen iets te doen en te verwerken – te leren, om zelf te verkennen en te leren. Onderstaande is daar een duidelijk herkenbaar en navoelbaar voorbeeld van.

Jan Engelen 110303

Jona

een lessenserie over het boek Jona

 

1. Inleiding

2. Het boek Jona, hoofdstuk 1, 2, 3, 4

3. Een lessenserie n.a.v. Jona, les 1, les 2, les 3

& Enkele opmerkingen achteraf

 

 

1. Inleiding

“Jona in de vis”. Dit beeld staat veel mensen wel voor ogen, maar wie is Jona eigenlijk? Hoe komt hij ín die vis en hoe loopt het met Jona af? Dit zijn vragen waar de meesten van ons minder snel een antwoord op weten. Toch is Jona een interessant en belangwekkend verhaal.

Jona is een profeet. Het boek Jona vertelt het verhaal over een man die zich uitverkoren weet, maar de God die zijn bevoorrechte positie mogelijk heeft gemaakt wil en kan hij niet met de andere volken delen. Jona wil zijn Heer, een barmhartige Heer die bevrijding brengt, exclusief voor zichzelf en de zijnen houden.

 

Het boek van Jona begint met een vluchtende hoofdpersoon. Jona’s afkeer van de volkeren is zo groot dat hij zich liever voor de Heer verbergt dan dat hij de opdracht van de Heer, om de heidenen in Ninive de wacht aan te zeggen, ten uitvoer brengt. Zijn vlucht over zee is zinloos en eindigt in de ingewanden van een monsterlijke vis. God is Jona echter genadig en geeft hem een tweede kans. Jona reist naar de grote en zondige stad Ninive maar verricht slechts een minimale inspanning om de inwoners hun dwalingen te doen inzien. De mensen van Ninive keren echter massaal op hun schreden terug en de Heer schenkt hen genade. Dit tot groot afgrijzen van Jona. Een God die genade toont voor de verdorven volkeren beantwoordt in het geheel niet aan zijn beeld van God.

 

Het boek van Jona is voor mij om twee redenen interessant voor kinderen.

In de eerste plaats vind ik het van belang dat kinderen het hele verhaal van Jona horen. Het beeld van de man in de vis maakt al sinds mensenheugenis deel uit van onze visuele cultuur, maar het verhaal dat bij dit beeld hoort is slechts weinigen bekend. Daarnaast vind ik het gewenst dat het thema van het boek Jona wordt besproken. lk vind het waardevol om de boodschap dat God er is voor alle mensen en niet alleen voor een kleine groep uitverkorenen met kinderen te delen en te bespreken, zeker met het oog op de multiculturele samenstelling van de gemiddelde hedendaagse schoolklas.

lk heb daarom het boek Jona bewerkt tot een serie van drie lessen, bestemd voor kinderen in de bovenbouw. Het is bij de lessen die ik heb ontworpen van belang dat er een goede interactie is tussen de docent en de kinderen en ik verwacht dat deze interactie in de bovenbouw het best gewaarborgd is.

Daarnaast verwacht ik dat de bespreking van het zojuist gememoreerde thema in de bovenbouw het meest succesvol zal zijn.

 

Omdat het verhaal van Jona met enige goede wil een reisverhaal genoemd kan worden heb ik de lessenserie opgehangen aan een grote wandkaart, verdeeld in de delen A, B en C, waarop het gebied waarin het verhaal zich afspeelt vereenvoudigd is weergegeven.

Elk van de drie lessen wordt begonnen met een gesprek met de kinderen, ingeleid met het lesmateriaal dat ik heb ontworpen. Les één begint met een bespreking van wandkaart A. Deze kaart en de daarop aansluitende kaart (B) worden in de eerste les geïntroduceerd en er wordt een begin gemaakt met de vertelling van het verhaal. Als geheugensteun, en ter verlevendiging van de kaart en de lessen, worden tijdens de vertelling 8 geïllustreerde cirkels op de kaart geplaatst. In de eerste les zijn dat de cirkels 1, 2 en 3.

 

Les twee wordt begonnen met een bespreking van twee brieven. Van beide brieven heb ik een te kopiëren exemplaar bij het lesmateriaal gevoegd. Na de bespreking wordt het verhaal verder verteld. Kaart C wordt tijdens de vertelling naast kaart B gehangen en cirkel 4, 5 en 6 worden op de wandkaart geplaatst. De laatste les begint met een discussie naar aanleiding van een zelfgemaakte afbeelding van de koning van Ninive. Het laatste gedeelte van het verhaal wordt verteld en cirkels 7 en 8 worden in het verhaal verweven. De laatste les eindigt met een klassikale discussie over het verhaal en het thema dat in het verhaal wordt uitgewerkt.

 

lk verwacht dat de kinderen geboeid zullen zijn door het door mij ontwikkelde lesmateriaal. Het werken met een kaart is voor kinderen in de bovenbouw een bekend en gewaardeerd fenomeen. De cirkels die op de kaart worden aangebracht maken de kaart nog aantrekkelijker en betrekken de kinderen tegelijkertijd bij het verhaal. Ook maken de cirkels het mogelijk, voor zowel de kinderen als de docent, het voorafgaande nog eens op te halen. Met de zeekaart (kaart A), de brieven en de discussieplaat denk ik aansprekend introductiemateriaal te hebben ontworpen. Via dit materiaal wordt bij de kinderen interesse opgewekt voor het verhaal dat volgt. Van alle genoemde lessen is een uitgebreide en concrete lesbeschrijving te vinden in deel drie van dit werkstuk. In dit deel bied ik ook de genoemde lesmaterialen aan. Verder leg ik hier uit hoe mijns inziens het verhaal het best verteld kan worden en waar het verhaal in diverse kinderbijbels terug te vinden is. Eerst volgt echter nog deel twee van mijn werkstuk, een uitleg van het bijbelgedeelte waar het allemaal om draait, het boek Jona.


zeelinks

zeerechts

zeelinks groot
zeerechts groot

Download, verstevig,
maak er een openklapbare kaart van. Zo ook de andere kaarten.


koning of profeet
discussieplaat klein of groot

2. Het boek Jona

Jona 1.

Jona wordt door de heer opgeroepen naar Ninive te gaan. Wie is Jona? Zijn naam betekent "duif”. Jona hoort bij “de twaalf kleinere profeten”. Ze heten klein omdat het bescheiden verhalen zijn.  Jona is een profeet is. Hij is zelfs de enige profeest die uit Galilea afkomstig is.

Waarom moet Jona naar Ninive? In Ninive, een grote stad in het rijk van de Assyriërs. Voor Babylon was Ninive de hoofdstad vande wereld. Ninive was de hoofdstad van de Assyriërs. Ze hebben het gebied van de tien stammen, het Noordrijk, een groot deel van Israël veroverd en verwoest. Dit is achtergrondinformatie. U weet nu dat Ninive niet enkel een aandoenlijk plaatsje was.

Ninive, een hoofdstad van de volkeren, heeft het te bont gemaakt. Het is een "verdorven" stad. Jona moet de inwoners van Ninive gaan vertellen dat hun verdorvenheid is doorgedrongen tot de hemel. God zal het er niet bij laten zitten. Dat moet Jona gaan aankondigen. En wat doet Jona? Hij “staat op om naar Tarsis te vluchten, weg van de Heer'. Hij trekt dus niet naar het oosten, maar juist naar het westen. Hij gaat niet het gebergte in, omhoog, maar daalt af naar de zee, daalt af in het schip (en zal straks afdalen in de vis tot diep, onder in de zee).

Jona vlucht. ln de KBS‑vertaling staat er dat Jona naar Jaffa ging en aan boord gaat van een schip. In andere vertalingen gaat hij niet maar daalt hij twee maal af, een duidelijker verwijzing naar de aard van Jona's vlucht. Waarom vlucht Jona voor de Heer? Verderop in het verhaal zal het duidelijk worden.

Eenmaal op zee komt het schip in een zware storm terecht, ontstaan doordat de Heer "een grote wind naar de zee smeet". De zeelieden, vertegenwoordigers van de volkeren, worden bang en roepen hulp bij hun eigen goden. En Jona?

Jona ligt te slapen. Hij lijkt onberoerd door de storm. Hij is ten derde male afgedaald en is, in het diepst van het ruim, in een diepe slaap gevallen. Misschien denkt Jona zo aan zijn opdracht te kunnen ontkomen. Maar hij wordt door de kapitein van het schip het dek opgetrommeld.

De zeelieden zijn ervan overtuigd dat het ongeluk waarin ze zijn terecht gekomen te wijten is aan één van de opvarenden. Om de verantwoordelijke te vinden wordt er geloot. In diverse kinderbijbels wordt dit gespecificeerd: er wordt gedobbeld of er worden strootjes getrokken. Het lot wijst Jona aan en de zeelieden, nieuwsgierig geworden, vragen Jona wie hij eigenlijk is en tot welk volk hij behoort. En Jona antwoordt: "IK ben een Hebreeër en ik vrees de Heer, de God van de hemel, die de zee en het land gemaakt heeft".

De zeelieden worden nu bang. Jona's God is duidelijk een machtige god. Ze begrijpen dan ook Jona's gedrag niet: hoe kan hij ook maar proberen zo'n machtige god te ontvluchten? De vrees van de zeelieden (de volkeren) voor de God van de hemel, de zee en het land is groter dan Jona's vrees, alhoewel de laatstgenoemde anders beweert! Ze vragen Jona: 'Wat moeten we met u doen om door de zee met rust gelaten te worden?" En Jona raadt ze aan hem maar in zee te smijten, dan zullen de zeelieden wel van de storm verlost worden. Jona volhardt dus in zijn vluchtgedrag. Hij wil nog steeds niets weten van de opdracht waarmee het verhaal begon.

 

De zeelieden gaan niet meteen in op de aangeboden ontsnappingskans. Ze tonen mededogen en proberen eerst roeiend de storm te overwinnen. Dit heeft echter geen enkele zin: de storm wordt alleen maar heviger. Uiteindelijk besluiten ze toch maar op Jona's voorstel in te gaan, maar voor ze dit doen roepen ze wel de Heer (Jona's Heer!) aan: "Ach HEER, laat ons niet te gronde gaan, wanneer wij deze man om het leven brengen, en reken ons dit niet aan als het vergieten van onschuldig bloed, want U, HEER, hebt immers verlangd dit te laten gebeuren!". Jona wordt overboord geworpen en "de woede van de zee bedaart"




b-rechts
 

Jona 2.

Dit hoofdstuk begint met het gedeelte waar het boek van Jona bekend om is geworden: Jona verdrinkt niet, want "de Heer zendt een grote vis om Jona te verzwelgen. En Jona is in de buik van de vis, drie dagen en drie nachten". In de buik van de vis komt Jona tot inkeer en hij "bidt tot de HEER, zijn God".

Hoofdstuk 2 van Jona wordt grotendeels gevuld door dit gebed, een verzameling van fragmenten uit diverse psalmen, aangevuld met enkele regels van Jona zelf. Zo verklaart Jona: "tot aan het grondvlak van de bergen ben ik in de onderwereld afgedaald". Weer is er dus sprake van afdalen, maar nu voor de laatste maal. Jona bevindt zich nu, naar eigen zeggen, in de onderwereld, op het grondvlak van de bergen: dieper kan hij eenvoudigweg niet afzakken.

Jona richt zijn blik nu niet meer naar het westen, naar de vlucht, maar oostwaarts, in de richting van (de heilige tempel van) de Heer. In zijn gebed dankt Jona de Heer voor zijn redding van de verdrinkingsdood. Ook bevestigt Jona zijn geloof in de God van Israël door in zijn gebed te spreken over "het riet van de zee" (NBG‑vertaling), een verwijzing naar Mozes en de tocht door de Rode Zee (Rietzee). Aan het eind van zijn gebed blijkt echter dat Jonas escapades op zee hem geen echte wijsheid hebben gebracht: "Degenen die waanbeelden dienen geven hun genade prijs Maar ik, ik wil onder lofgezang Offers aan u brengen, lk wil mij houden aan mijn gelofte Bij de Heer is redding". (KBS) "Zij die ijdele idolen dienen vallen buiten de trouw van God lk echter, ik zal U offers brengen onder luide dank geloften die ik heb gedaan zal ik inlossen De bevrijding is van de Heer' (NBG)

Jona voelt zich, als een van de uitverkorenen, nog steeds ver verheven boven de heidenen, de volkeren, ook al hebben de heidense zeelieden zich heel wat Godvrezender gedragen dan Jona zelf. Ook zijn vrome beloftes komen, na al het gebeurde, een beetje schijnheilig over. De Heer is echter genadig, want "de Heer spreekt tot de vis en de vis spuwt Jona op het droge".

   

Jona 3.

Weer aan land wordt Jona voor de tweede maal door de Heer opgedragen naar Ninive te gaan: "Sta op, ga naar Ninive, de grote stad, en kondig haar aan wat ik u te zeggen heb gegeven". Nu we de eerste twee hoofdstukken hebben gelezen hebben we een vermoeden voor Jona's aanvankelijke weigering deze opdracht ten uitvoer te brengen: Jona heeft geen al te hoge pet op van de volkeren en de Ninevieten zijn, in zijn ogen, zo mogelijk de grootste heidenen. Maar dit maal gaat Jona wel. Ninive is een grote stad, "drie dagen gaans". Maar Jona gaat slechts "één dagreis ver'. Een speldenprik van een dag moet voldoende zijn. Zijn amsterdam begint en eindigt in Noord of Buitenveldert. In kinderbijbels zien we Jona daarom in een buitenwijk van de stad arriveren, ver buiten het centrum. Zijn motivatie is nog steeds niet erg groot en zijn boodschap aan de Ninevieten is dan ook kort: "Nog veertig dagen en Ninive gaat ondersteboven". (NBG).

Het is belangrijk om deze vertaling te hanteren, of een vertaling als "Ninive wordt geschokt" of "Ninive gaat om" en niet "Ninive wordt met de grond gelijk gemaakt" zoals de KBS‑vertaling luidt. Deze laatste vertaling kan nauwelijks een dubbele betekenis kan hebben. Precies deze mogelijke dubbele betekenis is voor het verhaal van groot belang. Want Ninive gaat inderdaad ondersteboven of om, maar niet zoals Jona had voorspeld en gehoopt.

De bewoners van Nineve komen, o hemel, tot inkeer. De koning voorop! De koning legt zijn gewaad af, hult zich in een boetekleed ("zak") en neemt plaats in het stof ("as"). In heel Ninive wordt gevast en boete gedaan. Zelfs de dieren doen mee.

De Ninevieten roepen massaal God aan in de hoop dat God "terugkomt op zijn besluit en er spijt van krijgt". En God ziet wat zij doen; Hij ziet dat zij terugkomen van hun slechte wegen. En God krijgt spijt dat Hij hen met dit onheil bedreigd heeft. Hij brengt het niet ten uitvoer".

 

 

Jona 4.

Wat vindt Jona van dit alles? Hij vindt het helemaal niks! "Hij wordt nijdig". Nu wordt ook duidelijk waarom Jona in eerste instantie weigerde naar Ninive te gaan. In een gebed tot de Heer verklaart hij: "lk wist (immers) dat U een genadige en barmhartige God bent, toegevend en rijk aan liefde, U hebt altijd berouw over onheil". Jona weet dat God de inwoners van Ninive genadig zal zijn, en de gedachte dat God zijn erbarmen aan (een van) de volkeren zou tonen is een gedachte die Jona niet kan verdragen. Hij wil God exclusief voor zichzelf en de zijnen ("mijn land", 4,2), een God voor Israël alleen. Jona is over het gebeurde zelfs zo nijdig dat hij liever dood wil: "U kunt mijn levensadem van mij wegnemen, HEER: de dood is mij liever dan het leven". Jona zit te mokken op eenheubel ten Oosten van Ninivé. De Heer doet dan toch een poging om Jona uit te leggen, waarom Hij Ninive wel moet bewaren.

God laat een boom opschieten op Jona's heuvel waaronder deze aangenaam, in de schaduw, kan verpozen. De volgende dag echter kwijnt de boom al weer weg en gaat de zon nog heviger dan anders schijnen. Jona raakt uitgeput van de hitte en is kwaad om het verlies van zijn wonderboom. Weer vraagt Jona de Heer om maar een eind aan zijn leven te maken. Daarop sprak de Heer: "Jij bent bekommerd om de wonderboom die je niet zelf hebt groot gemaakt. Eén nacht oud is hij geworden, één nacht oud ging hij te gronde. Zou ik dan niet bekommerd zijn om Ninive, die grote stad, waar zoveel mensen zijn ‑meer dan twaalf (de stammen van Israël) maal tienduizend ‑ die het verschil niet weten tussen rechts en links, en ook nog zoveel dieren?' Of Jona de boodschap begrepen heeft? We weten het niet, want hier eindigt zijn verhaal.

 

groter formaat

Circels 1, 2 en 3

3. Een lessenserie n.a.v. Jona

 

vooraf

Het is raadzaam dat de leerkracht het verhaal van Jona goed kent. Liefst vertel je het in de klas, in eigen woorden na. Door het verhaal zelf te vertellen kan een onderwijsgevende beter inspelen op de inbreng van de kinderen, een inbreng die in de nu volgende lessenserie van wezenlijk belang is.

Om inzicht in het verhaal te krijgen verwijs ik, behalve naar het boek Jona en mijn uitleg hiervan, naar Woord voor Woord van Karel Eykman en Bert Bouman (het Oude Testament, Wageningen 1976) en/of de Groeibijbel van Piet van Midden en Cees Otte (deel 6, Hoevelaken 2002). Dit zijn twee kinderbijbels die ik bruikbaar acht voor mijn lessenserie, ook als je er toch voor kiest het verhaal niet zelf te vertellen maar voor te lezen.

 

lesmateriaal

Bij de lessenserie hoort het volgende lesmateriaal. In de afzonderlijke lesbeschrijvingen wordt naar dit materiaal verwezen. Eventueel kunt u het materiaal downloaden en printen. Verstevig het wel, zodat het iets van materialiteit heeft.

 

Een kaart (plattegrond) in drie delen

A: de zee

B: de zee, Israël, de volkeren

C: de volkeren, de stad Ninive

 

Acht geïllustreerde cirkels

1. de boot

2. de storm

3. Jona in de vis

4. de vis spuwt Jona uit

5. een kameel (symbool voor Jona's tocht naar Ninive)

6. Jona op de heuvel

7. de wonderboom

8. de verdorde wonderboom

 

Twee kopieerbladen

a. brief aan moeder

b. gebed van Jona

 

Een discussieplaat

De koning van Ninive

 

De leerkracht moet zelf zorgen voor magneten waarmee de kaarten en de bladen aan het bord bevestigd kunnen worden en voor plakband waarmee de cirkels op de kaart geplakt kunnen worden.

 

Les 1.

Lesmateriaal (bijgevoegd)

Kaart A

Kaart B

Cirkel 1

Cirkel 2

Cirkel 3

Magneten

Plakband

 

Introductie

Ik ben dit weekeinde de stad uitgegaan. Ik ben naar een mooie, rustgevende plek geweest en daar heb ik deze tekening gemaakt".

Hang kaart A op het bord.

Vervolgens komt er, via vragen, een gesprek met de leerlingen op gang.

“Waar ben ik geweest? Wat zie je?" Wie is er ook wel eens aan zee geweest? Wat deed je daar?" Wie is er wel eens op zee geweest? Waarom was je daar?" Waarom gaan mensen de zee op?" "Gaan er ook wel eens mensen de zee op om te vluchten? Wie?" Vermoedelijk komt het gesprek nu wel op bootvluchtelingen, zo niet, begin er dan zelf over.0

 

Jona

“Ik ken een heel bijzonder verhaal over een ander soort bootvluchteling".

Begin nu het verhaal van Jona. Hang aan het begin van het verhaal kaart B naast kaart A. Vertel waar Jona vandaan kwam, waar hij heen moest en waar hij heen ging. Laat met de kaart goed het oost ‑ west verschil zien. Plak tijdens je verhaal, op het daarvoor geschikte moment cirkel 1, cirkel 2 en cirkel 3 op de kaarten. Stop het verhaal als Jona in de vis zit.

Eindig de vertelling met een korte discussie: Wat zijn de eerste reacties op het verhaal? Wat vinden de kinderen van Jona? Begrijpen ze zijn acties?

 

circels 4, 5 en 6

groot formaat

Les 2.

Lesmateriaal (bijgevoegd)

Brief a. Voor elke leerling één kopie

Brief b. Voor elke leerling één kopie

Kaart A en B hangen op het bord

Cirkels 1, 2 en 3 zijn op de kaart bevestigd

Kaart C

Cirkel 4

Cirkel 5

Cirkel 6

Magneten

Plakband

 

Introductie

lk heb, tussen een stapel oud papier, een brief gevonden. Het is eigenlijk niet netjes

om andermans post te lezen, maar op deze brief staat geen adres of afzender, dus

ik weet niet over wie het gaat. ik heb de brief voor jullie gekopieerd. lk vind het

namelijk nogal een mysterieuze brief. Misschien dat we samen de brief een beetje

kunnen ontcijferen."

Deel brief a uit aan de kinderen. Via vragen aan de kinderen worden aard en motief

van de brief bepaald

"Aan wie is de brief gericht? Wie heeft de brief geschreven?

"Waar gaat de brief over? Wat wil de schrijver vertellen?"

"Waar bevindt de schrijver zich? Waarom denk je dat?

Samen komen we tot de conclusie dat het een spijtbetuiging is van iemand die

hoogstwaarschijnlijk gevangen zit.

lk heb nog een spijtbetuiging van een gevangene".

Deel nu brief b uit aan de kinderen. .

 

Jona

Via dezelfde vragen bespreken we brief b. Dit is echter geen brief, het is een gebed en wei (een gedeelte van) het gebed van Jona, die vastzit in de grote vis. Ais de kinderen hier niet zelf achter komen vertel je dit. Je gaat nu verder met het verhaal door achtereenvolgens te vertellen over de terugkeer van Jona op het land (cirkel 4), het tweede verzoek van de Heer en de reis naar Ninive. Hang daarvoor nu ook kaart C op het bord en plak cirkel 5 op deze kaart. Vertel over de korte donderpreek die Jona houdt in een buitenwijk van de stad.

Eindig je verhaal met de mededeling dat Jona zich terugtrekt op een heuvel ten oosten van Ninive. Plak dan ook cirkel 6 rechts van de stad, in de rechter bovenhoek van kaart C.

Vertel nog niets over de gevolgen van Jonas onheilstijding. Beëindig de les met een korte inventarisatie van de reacties van de kinderen op het zojuist vertelde gedeelte van het verhaal.

 

Lieve moeder,

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik twee dagen in mijn nieuwe onderkomen. Het is erg klein en er zit ook maar een heel klein raampje in. lk voel me hier erg eenzaam en alleen. lk heb met bijna niemand contact. Ik wissel eigenlijk alleen met de man die het eten komt brengen af en toe een paar woorden uit. Ik heb nu wel de tijd om goed na te denken, met name over de oorzaak van mijn verblijf alhier. Ik heb nog niet alles goed op een rijtje, maar wel wil ik u alvast vertellen dat ik ontzettend veel spijt heb van het gebeurde. lk hoop dat u me kunt vergeven en dat u me later, als ik u weer op mag zoeken, de kans wilt geven alles weer goed te maken. Hopelijk tot ziens,

Uw liefhebbende zoon

In mijn nood roep ik de HEER aan, en Hij heeft mij geantwoord.

Uit de schoot van de onderwereld schreeuw ik: Luister naar mijn stem!

U hebt mij in de afgrond geworpen, in het hart van de zee;

stromen water omgeven mij; al uw brekers, al uw golven slaan over mij heen

 

Tot aan het grondvlak van de bergen ben ik in de onderwereld afgedaald;

haar grendels zijn achter mij dichtgegaan, voor eeuwig.

Trek mij levend omhoog uit de grafkuil, Heer mijn God!

Nu mijn levensadem het begeeft, gaan mijn gedachten naar de HEER.

Laat mijn gebed tot U komen, In uw heilige tempel.

   

Les 3.

Lesmateriaal (bijgevoegd)

Discussieplaat: de koning van Ninive

Kaarten A, B en C op het bord

Cirkels 1 t/m 6 op de kaart

Cirkel 7

Cirkel 8

Magneten

Plakband

 
groot

Introductie "

“Ik heb weer eens een tekening gemaakt voor jullie"

Discussieplaat laten zien. Er volgt weer een gesprek met de kinderen aan de hand van diverse vragen. Neem genoeg tijd voor de ideeën van kinderen. Wat zien jullie? Wat draagt de man? "Wie is deze man, denk je?" "Hoe is hij volgens jullie in deze situatie terecht gekomen?' Waar staat hij trouwens op?" (Een paar kinderen laten kijken, ruiken, voelen, evt. zelfs proeven) "Deze man zit dus letterlijk in zak en as. Maar hij is geen (zwerver, dakloze ... ), deze man is een koning. Dit, jongens en meisjes, is de koning van Ninive..

 
de koning van ninive in zak en as

Jona

Ga verder met je vertelling en begin met de bekering van de Ninevieten en de barmhartigheid van God. Richt daarna je aandacht weer op Jona, nog steeds te zien op cirkel 6, op de heuvel ten oosten van de stad. Maak goed duidei#k dat Jona het allemaal maar niks vindt, zon God die mededogen toont met de heidenen. Vertel vervolgens het verhaal van de wonderboom. Vervang cirkel 6 eerst door cirkel 7 en uiteindelijk door cirkel 8. Sluit de lessenserie af met een discussie. Wat vinden de kinderen van Jona? Begrijpen ze zijn boosheid? Besteed veel aandacht aan de godsbeelden die in het verhaal naar voren komen: Jona wil God voor zichzelf (en zijn volk) houden, God is er echter ook voor de andere volken. Begrijpen de kinderen dit verschil? Kunnen de kinderen de discussie naar (situaties in) het heden tillen?

 

NB

Je kunt de lessenserie ook anders afsluiten. Omdat het verhaal zo abrupt eindigt daag je de kinderen uit een eigen einde te bedenken. Laat ze op een vel papier hun gedachten verwoorden. Wat doet Jona na God's uitleg over de wonderboom? Gaat zijn reis nog verder? Geef de kinderen ook een lege negende cirkel waarop ze een tekening mogen maken die aansluit bij hun ideeën. Beëindig deze extra (stel)les weer met een inventarisatie van de diverse ideeën.

 

   

Enkele opmerkingen achteraf

Het lijkt mij leuk om lessen te ontwerpen met bijbelverhalen en bijbelfiguren als onderwerp. Bijbelverhalen kunnen voor kinderen erg aantrekkelijk en interessant zijn. Maar je moet de verhalen danwel goed aanreiken. Vertel zo dat de kinderen nieuwsgierig worden, betrokken. Dat kan alleen maar als je zelf betrokken bent bij je verhaal. Ik merk dat je daarmee een eind komt, wanneer je zelf materiaal voor je lessen gaat bedenken, uitproberen.

 

lk heb geprobeerd aanschouwelijk materiaal bij de lessen te maken. De wandkaarten en de bijbehorende cirkels vormen tezamen een kleurrijk geheel dat een tijd lang het klaslokaal zal verlevendigen. Ook probeer ik de lessen zo interactief mogelijk te maken. lk vind het belangrijk dat kinderen zich betrokken voelen bij de les en dat ze merken dat hun inbreng en ideeën worden gebruikt en gewaardeerd. Tenslotte probeer ik via brieven en een discussieplaat, de drie lessen op een verrassende en inspirerende manier te introduceren.

 

De zelfstudiemodule voor katechese mij relatief veel tijd heeft gekost. Maar ik heb met veel plezier de lessen bedacht en, met name, het lesmateriaal geproduceerd. Hiermee kom ik terug op de opmerking die ik aan het begin van deze reflectie gemaakt heb. lk vind het spannend om lessen met bijbelverhalen en bijbelfiguren als onderwerp te ontwerpen. Dit is voor mij het belangrijkste dat het vak katechese mij de afgelopen twee jaar heeft opgeleverd. lk heb geleerd om een verhaal te gebruiken als uitgangspunt voor lesontwerpen.

lk ben er aan gewend geraakt een verhaal vaak meerdere malen goed te lezen. Ik wil proberen te doorgronden wat er nu eigenlijk staat. lk heb ook, door het zelf te doen, geleerd om tijdens het lezen van een bijbelverhaal constant te letten op de mogelijkheden die het verhaal voor kinderen biedt. En door veel zelf bezig te zijn met eigen lesideeën naar aanleiding van diverse bijbelverhalen heb ik plezier en vaardigheid gekregen in het maken van, hopelijk aantrekkelijke, lessen. Voor mij is dat winst.

Otto