Otto Tanck
V2 2003 – zelfstandig project
|
Opmerking Alleen door eigen, liefst enigermate creatief werk maak je een verhaal tot je eigen verhaal. Dan heb je ook iets te vertellen en geef je de kinderen iets te doen en te verwerken – te leren, om zelf te verkennen en te leren. Onderstaande is daar een duidelijk herkenbaar en navoelbaar voorbeeld van. Jan Engelen 110303 Jona een lessenserie over het boek Jona 2. Het boek
Jona 3. Een lessenserie
n.a.v. Jona “Jona
in de vis”. Dit beeld staat veel mensen wel voor ogen, maar wie is Jona
eigenlijk? Hoe komt hij ín die vis en hoe loopt het met Jona af? Dit
zijn vragen waar de meesten van ons minder snel een antwoord op weten.
Toch is Jona een interessant en belangwekkend verhaal. Jona is een profeet. Het boek Jona vertelt het verhaal over een man die
zich uitverkoren weet, maar de God die zijn bevoorrechte positie mogelijk
heeft gemaakt wil en kan hij niet met de andere volken delen. Jona wil
zijn Heer, een barmhartige Heer die bevrijding brengt, exclusief voor
zichzelf en de zijnen houden. Het
boek van Jona begint met een vluchtende hoofdpersoon. Jona’s afkeer
van de volkeren is zo groot dat hij zich liever voor de Heer verbergt
dan dat hij de opdracht van de Heer, om de heidenen in Ninive de wacht
aan te zeggen, ten uitvoer brengt. Zijn vlucht over zee is zinloos en
eindigt in de ingewanden van een monsterlijke vis. God is Jona echter
genadig en geeft hem een tweede kans. Jona reist naar de grote en zondige
stad Ninive maar verricht slechts een minimale inspanning om de inwoners
hun dwalingen te doen inzien. De mensen van Ninive keren echter massaal
op hun schreden terug en de Heer schenkt hen
genade. Dit tot groot afgrijzen van Jona. Een God die genade toont voor
de verdorven volkeren beantwoordt in het geheel niet aan zijn beeld
van God. Het boek van Jona is voor mij om twee redenen interessant voor kinderen. In de eerste plaats vind ik het van belang dat kinderen het hele verhaal
van Jona horen. Het beeld van de man in de vis maakt al sinds mensenheugenis
deel uit van onze visuele cultuur, maar het verhaal dat bij dit beeld
hoort is slechts weinigen bekend. Daarnaast
vind ik het gewenst dat het thema van het boek Jona wordt besproken.
lk vind het waardevol om de boodschap dat God er is voor alle mensen
en niet alleen voor een kleine groep uitverkorenen met kinderen te delen
en te lk
heb daarom het boek Jona bewerkt tot een serie van drie lessen, bestemd voor kinderen in de bovenbouw. Het is bij de lessen
die ik heb ontworpen van belang dat er een goede interactie
is tussen de docent en de kinderen en ik verwacht dat deze interactie
in de bovenbouw het best gewaarborgd is. Daarnaast
verwacht ik dat de bespreking van het zojuist gememoreerde thema in
de bovenbouw het meest succesvol zal zijn. Omdat
het verhaal van Jona met enige goede wil een reisverhaal genoemd kan
worden heb ik de lessenserie opgehangen aan een grote wandkaart,
verdeeld in de delen A, B
en C, waarop het gebied waarin het verhaal zich afspeelt
vereenvoudigd is weergegeven. Elk
van de drie lessen wordt begonnen met een gesprek met de kinderen, ingeleid
met het lesmateriaal dat ik heb ontworpen. Les één begint met een bespreking
van wandkaart A. Deze kaart en de daarop aansluitende
kaart (B) worden in de eerste les geïntroduceerd
en er wordt een begin gemaakt met de vertelling van het verhaal. Als
geheugensteun, en ter verlevendiging van de kaart en de lessen, worden
tijdens de vertelling 8 geïllustreerde cirkels op de kaart geplaatst.
In de eerste les zijn dat de cirkels 1, 2 en 3. Les twee wordt begonnen
met een bespreking van twee brieven.
Van beide brieven heb ik een te kopiëren exemplaar bij het lesmateriaal
gevoegd. Na de bespreking wordt het verhaal verder verteld. Kaart
C wordt tijdens de vertelling naast kaart B gehangen en cirkel 4,
5 en 6 worden op de wandkaart geplaatst. De laatste les begint met een
discussie naar aanleiding van een zelfgemaakte afbeelding
van de koning van Ninive. Het laatste gedeelte van het verhaal wordt
verteld en cirkels 7 en 8 worden in het verhaal verweven. De laatste
les eindigt met een klassikale discussie over het verhaal en het thema
dat in het verhaal wordt uitgewerkt. lk verwacht dat de kinderen
geboeid zullen zijn door het door mij ontwikkelde lesmateriaal. Het
werken met een kaart is voor kinderen in de bovenbouw een bekend en
gewaardeerd fenomeen. De cirkels die op de kaart worden aangebracht
maken de kaart nog aantrekkelijker en betrekken de kinderen tegelijkertijd
bij het verhaal. Ook maken de cirkels het mogelijk, voor zowel de kinderen
als de docent, het voorafgaande nog eens op te halen. Met de zeekaart
(kaart A), de brieven en de discussieplaat denk
ik aansprekend introductiemateriaal te hebben ontworpen. Via dit materiaal
wordt bij de kinderen interesse opgewekt voor het verhaal dat volgt.
Van alle genoemde lessen is een uitgebreide en concrete lesbeschrijving
te vinden in deel drie van dit werkstuk. In dit deel bied ik ook de
genoemde lesmaterialen aan. Verder leg ik hier uit hoe mijns inziens
het verhaal het best verteld kan worden en waar het verhaal in diverse
kinderbijbels terug te vinden is. Eerst volgt echter nog deel twee van
mijn werkstuk, een uitleg van het bijbelgedeelte waar het allemaal om
draait, het boek Jona. |
||||||
![]() zeerechts |
zeelinks groot Download,
verstevig, |
|
||||
|
Jona 1. Jona wordt door de heer
opgeroepen naar Ninive te gaan. Wie is Jona? Zijn naam betekent "duif”.
Jona hoort bij “de twaalf kleinere profeten”. Ze heten klein omdat het
bescheiden verhalen zijn. Jona
is een profeet is. Hij is zelfs de enige profeest
die uit Galilea afkomstig is. Waarom moet Jona naar
Ninive? In Ninive, een grote stad in het rijk van de Assyriërs. Voor
Babylon was Ninive de hoofdstad vande wereld.
Ninive was de hoofdstad van de Assyriërs. Ze hebben het gebied van de
tien stammen, het Noordrijk, een groot deel van Israël veroverd
en verwoest. Dit is achtergrondinformatie. U weet nu dat Ninive niet
enkel een aandoenlijk plaatsje was. Ninive, een hoofdstad
van de volkeren, heeft het te bont gemaakt. Het is een "verdorven"
stad. Jona moet de inwoners van Ninive gaan vertellen dat hun verdorvenheid
is doorgedrongen tot de hemel. God zal het er niet bij laten zitten.
Dat moet Jona gaan aankondigen. En wat doet Jona? Hij “staat op om naar
Tarsis te vluchten, weg van de Heer'. Hij trekt dus niet naar het oosten,
maar juist naar het westen. Hij gaat niet het gebergte in, omhoog, maar
daalt af naar de zee, daalt af in het schip (en zal straks afdalen in
de vis tot diep, onder in de zee). Jona vlucht. ln de KBS‑vertaling
staat er dat Jona naar Jaffa ging en aan boord gaat van een schip. In
andere vertalingen gaat hij niet maar daalt hij twee maal af, een duidelijker
verwijzing naar de aard van Jona's vlucht. Waarom vlucht Jona voor de
Heer? Verderop in het verhaal zal het duidelijk worden. Eenmaal op zee komt
het schip in een zware storm terecht, ontstaan doordat de Heer "een
grote wind naar de zee smeet". De zeelieden, vertegenwoordigers
van de volkeren, worden bang en roepen hulp bij hun eigen goden. En
Jona? Jona ligt te slapen.
Hij lijkt onberoerd door de storm. Hij is ten derde male afgedaald en is, in het diepst van het ruim, in een diepe slaap gevallen.
Misschien denkt Jona zo aan zijn opdracht te kunnen ontkomen. Maar hij
wordt door de kapitein van het schip het dek opgetrommeld. De zeelieden zijn ervan
overtuigd dat het ongeluk waarin ze zijn terecht gekomen te wijten is
aan één van de opvarenden. Om de verantwoordelijke te vinden wordt er
geloot. In diverse kinderbijbels wordt dit gespecificeerd: er wordt
gedobbeld of er worden strootjes getrokken. Het lot wijst Jona aan en
de zeelieden, nieuwsgierig geworden, vragen Jona wie hij eigenlijk is
en tot welk volk hij behoort. En Jona antwoordt: "IK ben een Hebreeër
en ik vrees de Heer, de God van de hemel, die de zee en het land gemaakt
heeft". De zeelieden worden
nu bang. Jona's God is duidelijk een machtige god. Ze begrijpen dan
ook Jona's gedrag niet: hoe kan hij ook maar proberen zo'n
machtige god te ontvluchten? De vrees van de zeelieden (de volkeren)
voor de God van de hemel, de zee en het land is groter dan Jona's vrees,
alhoewel de laatstgenoemde anders beweert!
Ze vragen Jona: 'Wat moeten we met u doen om door de zee met rust gelaten te worden?"
En Jona raadt ze aan hem maar in zee te smijten, dan zullen de zeelieden
wel van de storm verlost worden. Jona volhardt dus in zijn vluchtgedrag.
Hij wil nog steeds niets weten van de opdracht waarmee het verhaal begon.
De zeelieden gaan niet
meteen in op de aangeboden ontsnappingskans. Ze tonen mededogen en proberen
eerst roeiend de storm te overwinnen. Dit heeft echter geen enkele zin:
de storm wordt alleen maar heviger. Uiteindelijk
besluiten ze toch maar op Jona's voorstel in te gaan, maar voor ze dit
doen roepen ze wel de Heer (Jona's Heer!) aan: "Ach HEER, laat
ons niet te gronde gaan, wanneer wij deze man om het leven brengen,
en reken ons dit niet aan als het vergieten van onschuldig bloed, want
U, HEER, hebt immers verlangd dit te laten gebeuren!". Jona wordt
overboord geworpen en "de woede van de zee bedaart" |
||||||
|
||||||
|
Dit hoofdstuk begint
met het gedeelte waar het boek van Jona bekend om is geworden: Jona
verdrinkt niet, want "de Heer zendt een grote vis om Jona te verzwelgen.
En Jona is in de buik van de vis, drie dagen en drie nachten".
In de buik van de vis komt Jona tot inkeer en hij "bidt tot de
HEER, zijn God". Hoofdstuk 2 van Jona
wordt grotendeels gevuld door dit gebed, een verzameling van fragmenten
uit diverse psalmen, aangevuld met enkele regels van Jona zelf. Zo verklaart
Jona: "tot aan het grondvlak van de bergen ben ik in de onderwereld
afgedaald". Weer is er dus sprake van afdalen,
maar nu voor de laatste maal. Jona bevindt zich nu, naar eigen zeggen,
in de onderwereld, op het grondvlak van de bergen: dieper kan hij eenvoudigweg
niet afzakken. Jona richt zijn blik
nu niet meer naar het westen, naar de vlucht, maar oostwaarts, in de
richting van (de heilige tempel van) de Heer. In zijn gebed dankt Jona
de Heer voor zijn redding van de verdrinkingsdood. Ook bevestigt Jona
zijn geloof in de God van Israël door in zijn gebed te spreken over
"het riet van de zee" (NBG‑vertaling), een verwijzing
naar Mozes en de tocht door de Rode Zee (Rietzee). Aan het eind van
zijn gebed blijkt echter dat Jonas escapades op zee hem geen echte wijsheid
hebben gebracht: "Degenen die waanbeelden dienen geven hun genade
prijs Maar ik, ik wil onder lofgezang Offers aan u brengen, lk wil mij
houden aan mijn gelofte Bij de Heer is redding". (KBS) "Zij
die ijdele idolen dienen vallen buiten de trouw van God lk echter, ik
zal U offers brengen onder luide dank geloften die ik heb gedaan zal ik
inlossen De bevrijding is van de Heer' (NBG) Jona voelt zich, als
een van de uitverkorenen, nog steeds ver verheven boven de heidenen,
de volkeren, ook al hebben de heidense zeelieden zich heel wat Godvrezender
gedragen dan Jona zelf. Ook zijn vrome beloftes komen, na al het gebeurde,
een beetje schijnheilig over. De Heer is echter genadig, want "de
Heer spreekt tot de vis en de vis spuwt Jona op het droge". |
||||||
|
Weer aan land wordt
Jona voor de tweede maal door de Heer opgedragen naar Ninive te gaan:
"Sta op, ga naar Ninive, de grote stad, en kondig haar aan wat
ik u te zeggen heb gegeven". Nu we de eerste twee hoofdstukken
hebben gelezen hebben we een vermoeden voor Jona's aanvankelijke weigering
deze opdracht ten uitvoer te brengen: Jona heeft geen al te hoge pet
op van de volkeren en de Ninevieten zijn, in zijn ogen, zo
mogelijk de grootste heidenen. Maar dit maal gaat Jona wel. Ninive
is een grote stad, "drie dagen gaans". Maar Jona gaat slechts
"één dagreis ver'. Een speldenprik van een dag moet voldoende zijn.
Zijn amsterdam begint
en eindigt in Noord of Buitenveldert. In kinderbijbels
zien we Jona daarom in een buitenwijk van de stad arriveren, ver buiten
het centrum. Zijn motivatie is nog steeds niet erg groot en zijn boodschap
aan de Ninevieten is dan ook kort: "Nog veertig dagen en Ninive
gaat ondersteboven". (NBG). Het is belangrijk om
deze vertaling te hanteren, of een vertaling als "Ninive wordt
geschokt" of "Ninive gaat om" en niet "Ninive wordt
met de grond gelijk gemaakt" zoals de KBS‑vertaling luidt.
Deze laatste vertaling kan nauwelijks een dubbele betekenis kan hebben.
Precies deze mogelijke dubbele betekenis is voor het verhaal van groot
belang. Want Ninive gaat inderdaad ondersteboven of om,
maar niet zoals Jona had voorspeld en gehoopt. De bewoners van Nineve komen, o hemel, tot inkeer. De koning voorop! De koning
legt zijn gewaad af, hult zich in een boetekleed ("zak") en
neemt plaats in het stof ("as"). In heel Ninive wordt gevast
en boete gedaan. Zelfs de dieren doen mee. De Ninevieten roepen massaal God aan in de hoop dat God "terugkomt op
zijn besluit en er spijt van krijgt". En God ziet wat zij doen;
Hij ziet dat zij terugkomen van hun slechte wegen. En God krijgt spijt
dat Hij hen met dit onheil bedreigd heeft. Hij brengt het niet ten uitvoer". |
||||||
|
||||||
|
Wat vindt Jona van dit
alles? Hij vindt het helemaal niks! "Hij wordt nijdig". Nu
wordt ook duidelijk waarom Jona in eerste instantie weigerde naar Ninive
te gaan. In een gebed tot de Heer verklaart hij: "lk wist (immers)
dat U een genadige en barmhartige God bent, toegevend en rijk aan liefde,
U hebt altijd berouw over onheil". Jona weet dat God de inwoners
van Ninive genadig zal zijn, en de gedachte dat God zijn erbarmen aan
(een van) de volkeren zou tonen is een gedachte die Jona niet kan verdragen.
Hij wil God exclusief voor zichzelf en de zijnen ("mijn land",
4,2), een God voor Israël alleen. Jona is over het gebeurde zelfs zo
nijdig dat hij liever dood wil: "U kunt mijn levensadem van mij
wegnemen, HEER: de dood is mij liever dan het
leven". Jona zit te mokken op eenheubel
ten Oosten van Ninivé. De Heer doet dan toch
een poging om Jona uit te leggen, waarom Hij Ninive wel moet bewaren. God laat een boom opschieten
op Jona's heuvel waaronder deze aangenaam, in de schaduw, kan verpozen. De volgende dag echter kwijnt de boom al weer weg
en gaat de zon nog heviger dan anders schijnen. Jona raakt uitgeput
van de hitte en is kwaad om het verlies van zijn wonderboom. Weer vraagt
Jona de Heer om maar een eind aan zijn leven te maken. Daarop sprak
de Heer: "Jij bent bekommerd om de wonderboom die je niet zelf
hebt groot gemaakt. Eén nacht oud is hij geworden, één nacht oud ging
hij te gronde. Zou ik dan niet bekommerd zijn om Ninive, die grote stad,
waar zoveel mensen zijn ‑meer dan twaalf (de stammen van Israël)
maal tienduizend ‑ die het verschil niet weten tussen rechts en
links, en ook nog zoveel dieren?' Of Jona de boodschap begrepen heeft?
We weten het niet, want hier eindigt zijn verhaal. |
||||||
|
Circels 1, 2 en 3 |
![]() |
|||||
|
3. Een lessenserie
n.a.v. Jona vooraf Het is raadzaam dat
de leerkracht het verhaal van Jona goed kent. Liefst vertel je het in
de klas, in eigen woorden na. Door het verhaal zelf te vertellen kan
een onderwijsgevende beter inspelen op de inbreng van de kinderen, een
inbreng die in de nu volgende lessenserie van wezenlijk belang is. Om inzicht in het verhaal
te krijgen verwijs ik, behalve naar het boek Jona en mijn uitleg hiervan,
naar Woord voor Woord van Karel Eykman en Bert Bouman (het Oude Testament,
Wageningen 1976) en/of de Groeibijbel
van Piet van Midden en Cees Otte (deel 6, Hoevelaken 2002). Dit
zijn twee kinderbijbels die ik bruikbaar acht voor mijn lessenserie,
ook als je er toch voor kiest het verhaal niet zelf te vertellen maar
voor te lezen. lesmateriaal Bij de lessenserie hoort
het volgende lesmateriaal. In de afzonderlijke lesbeschrijvingen wordt
naar dit materiaal verwezen. Een kaart (plattegrond) in drie delen B:
de zee, Israël, de volkeren C:
de volkeren, de stad Ninive Acht geïllustreerde cirkels 1. de boot 2. de storm 3. Jona in de vis 4. de vis spuwt Jona uit 5. een kameel (symbool voor Jona's tocht naar
Ninive) 6. Jona op de heuvel 7. de wonderboom 8. de verdorde wonderboom Twee kopieerbladen a. brief
aan moeder b. gebed van Jona Een discussieplaat De
koning van Ninive De leerkracht moet zelf
zorgen voor magneten waarmee
de kaarten en de bladen aan het bord bevestigd kunnen worden en voor
plakband waarmee de cirkels op de kaart
geplakt kunnen worden. Lesmateriaal (bijgevoegd) Magneten Plakband Introductie Ik ben dit weekeinde
de stad uitgegaan. Ik ben naar een mooie, rustgevende plek geweest en
daar heb ik deze tekening gemaakt". Hang kaart A op het bord. Vervolgens komt er, via vragen, een gesprek met de leerlingen
op gang. “Waar ben ik geweest? Wat zie je?" Wie is er ook wel
eens aan zee geweest? Wat deed je daar?" Wie is er wel eens op
zee geweest? Waarom was je daar?" Waarom gaan mensen de zee op?"
"Gaan er ook wel eens mensen de zee op om te vluchten? Wie?"
Vermoedelijk komt het gesprek nu wel op bootvluchtelingen,
zo niet, begin er dan zelf over.0 Jona “Ik ken een heel bijzonder
verhaal over een ander soort bootvluchteling". Begin nu het verhaal van Jona. Hang aan het begin van
het verhaal kaart B naast kaart A. Vertel waar Jona vandaan kwam, waar
hij heen moest en waar hij heen ging. Laat met de kaart goed het oost
‑ west verschil zien. Plak tijdens je verhaal, op het daarvoor
geschikte moment cirkel 1, cirkel 2 en cirkel 3 op de kaarten. Stop
het verhaal als Jona in de vis zit. Eindig de vertelling met een korte discussie: Wat zijn
de eerste reacties op het verhaal? Wat vinden de kinderen van Jona?
Begrijpen ze zijn acties? |
||||||
|
circels 4, 5 en 6 |
![]() |
|||||
|
Lesmateriaal (bijgevoegd) Brief
a. Voor elke leerling één kopie Brief
b. Voor elke leerling één kopie Kaart
A en B hangen op het bord Cirkels
1, 2 en 3 zijn op de kaart bevestigd Kaart
C Magneten Plakband Introductie lk heb, tussen een stapel oud papier, een brief gevonden. Het is eigenlijk
niet netjes om andermans
post te lezen, maar op deze brief staat geen adres of afzender, dus ik weet
niet over wie het gaat. ik heb de brief voor jullie gekopieerd. lk vind
het namelijk
nogal een mysterieuze brief. Misschien dat we samen de brief een beetje kunnen ontcijferen." Deel brief a uit aan de kinderen. Via vragen
aan de kinderen worden aard en motief van de brief bepaald "Aan wie is de brief gericht? Wie heeft de brief geschreven? "Waar gaat de brief over? Wat wil de schrijver vertellen?" "Waar bevindt de schrijver zich? Waarom denk je dat? Samen komen we tot de conclusie dat het
een spijtbetuiging is van iemand die hoogstwaarschijnlijk gevangen zit. lk heb nog een spijtbetuiging van een gevangene". Deel nu brief b uit aan de kinderen. . Jona Via
dezelfde vragen bespreken we brief b. Dit is echter geen brief, het
is een gebed en wei (een gedeelte van) het gebed van Jona, die vastzit
in de grote vis. Ais de kinderen hier niet zelf achter komen vertel
je dit. Je gaat nu verder
met het verhaal door achtereenvolgens te vertellen over de terugkeer
van Jona op het land (cirkel 4), het tweede verzoek van de Heer en de
reis naar Ninive. Hang daarvoor nu ook kaart C op het bord en plak cirkel
5 op deze kaart. Vertel over de korte donderpreek die Jona houdt in
een buitenwijk van de stad. Eindig
je verhaal met de mededeling dat Jona zich terugtrekt op een heuvel
ten oosten van Ninive. Plak dan ook cirkel 6 rechts van de stad, in de rechter bovenhoek van
kaart C. Vertel
nog niets over de gevolgen van Jonas onheilstijding. Beëindig de les
met een korte inventarisatie van de reacties van de kinderen op het
zojuist vertelde gedeelte van het verhaal. |
||||||
|
Lesmateriaal (bijgevoegd) Discussieplaat:
de koning van Ninive Kaarten
A, B en C op het bord Cirkels
1 t/m 6 op de kaart Magneten Plakband Introductie "
“Ik heb weer eens een
tekening gemaakt voor jullie" Discussieplaat laten zien. Er volgt weer een gesprek
met de kinderen aan de hand van diverse vragen. Neem genoeg tijd voor
de ideeën van kinderen. Wat
zien jullie? Wat draagt de man? "Wie is deze man, denk je?"
"Hoe is hij volgens jullie in deze situatie terecht gekomen?' Waar
staat hij trouwens op?" (Een paar kinderen laten
kijken, ruiken, voelen, evt. zelfs proeven) "Deze man zit dus
letterlijk in zak en as. Maar hij is geen (zwerver, dakloze ... ), deze
man is een koning. Dit, jongens en meisjes, is de koning van Ninive..
Jona Ga verder met je vertelling en begin met de bekering
van de Ninevieten en de barmhartigheid van God. Richt daarna je aandacht
weer op Jona, nog steeds te zien op cirkel 6, op de heuvel ten oosten
van de stad. Maak goed duidei#k dat Jona het allemaal maar niks vindt,
zon God die mededogen toont met de heidenen. Vertel vervolgens het verhaal
van de wonderboom. Vervang cirkel 6 eerst door cirkel 7 en uiteindelijk
door cirkel 8. Sluit de lessenserie af met een discussie. Wat vinden
de kinderen van Jona? Begrijpen ze zijn boosheid? Besteed veel aandacht
aan de godsbeelden die in het verhaal naar voren komen: Jona wil God
voor zichzelf (en zijn volk) houden, God is er echter ook voor de andere
volken. Begrijpen de kinderen dit verschil? Kunnen de kinderen de discussie
naar (situaties in) het heden tillen? NB Je kunt de lessenserie
ook anders afsluiten. Omdat het verhaal zo abrupt eindigt daag je de
kinderen uit een eigen einde te bedenken. Laat ze op een vel papier
hun gedachten verwoorden. Wat doet Jona na God's uitleg over de wonderboom?
Gaat zijn reis nog verder? Geef de kinderen ook een lege negende cirkel
waarop ze een tekening mogen maken die aansluit bij hun ideeën. Beëindig
deze extra (stel)les weer met een inventarisatie
van de diverse ideeën. |
||||||
|
Het lijkt mij leuk om
lessen te ontwerpen met bijbelverhalen en bijbelfiguren als onderwerp.
Bijbelverhalen kunnen voor kinderen erg aantrekkelijk en interessant
zijn. Maar je moet de verhalen danwel goed aanreiken. Vertel zo
dat de kinderen nieuwsgierig worden, betrokken. Dat kan alleen maar
als je zelf betrokken bent bij je verhaal. Ik merk dat je daarmee een
eind komt, wanneer je zelf materiaal voor je lessen gaat bedenken, uitproberen.
lk heb geprobeerd aanschouwelijk
materiaal bij de lessen te maken. De wandkaarten en de bijbehorende
cirkels vormen tezamen een kleurrijk geheel
dat een tijd lang het klaslokaal zal verlevendigen. Ook probeer ik de
lessen zo interactief mogelijk te maken. lk vind het belangrijk dat
kinderen zich betrokken voelen bij de les en dat ze merken dat hun inbreng
en ideeën worden gebruikt en gewaardeerd. Tenslotte
probeer ik via brieven en een discussieplaat, de drie lessen op een
verrassende en inspirerende manier te introduceren. De zelfstudiemodule
voor katechese mij relatief veel tijd heeft gekost. Maar ik heb met
veel plezier de lessen bedacht en, met name,
het lesmateriaal geproduceerd. Hiermee kom ik terug op de opmerking
die ik aan het begin van deze reflectie gemaakt heb. lk vind het spannend
om lessen met bijbelverhalen en bijbelfiguren als onderwerp te ontwerpen.
Dit is voor mij het belangrijkste dat het vak katechese mij de afgelopen
twee jaar heeft opgeleverd. lk heb geleerd om een verhaal te gebruiken
als uitgangspunt voor lesontwerpen. lk ben er aan gewend
geraakt een verhaal vaak meerdere malen goed te lezen. Ik wil proberen
te doorgronden wat er nu eigenlijk staat. lk heb ook, door het zelf
te doen, geleerd om tijdens het lezen van een bijbelverhaal constant
te letten op de mogelijkheden die het verhaal voor kinderen biedt. En
door veel zelf bezig te zijn met eigen lesideeën naar aanleiding van
diverse bijbelverhalen heb ik plezier en vaardigheid gekregen in het
maken van, hopelijk aantrekkelijke, lessen. Voor mij is dat
winst. Otto |
||||||