Hella van Mil,

V2 - April 2002


Naomi en haar beide schoondochters door Marc Chagall  

Ruth

 

 Dit is een helder werkstuk. Alle oog voor tekst en alle oog voor activiteiten voor kinderen. Je kunt dit werk bestuderen vanuit de vraag: waarom is dit goed voor kinderen. Jan Engelen augustus 2002

 

 Intro

Bij het selecteren van een bijbeltekst heb ik gezocht naar een verhaal dat mij inhoudelijk aanspreekt, en dat ook voor kinderen herkenbaar is. Mijn oog viel op Ruth: vriendschap, trouw en de omgang met vreemdelingen staan in dit boek centraal.

 

 

De tekst:

 

Het boek Ruth heeft 4 hoofdstukken; het verhaal speelt zich af rond 1100 voor Christus (de tijd van de Rechters).

 

Het volk Israël is in Kanaän (het Beloofde Land) komen wonen, maar de verwachtingen over het goede leven in het Beloofde Land lijken niet uit te komen: er heerst hongersnood.

Elimelek en zijn vrouw Noömi en hun zonen Machlon en Chiljon verlaten Kanaän en wijken uit naar het buurland Moab (een heidens gebied ten oosten van de Dode Zee). Elimelek sterft, en Noömi blijft achter met haar twee zonen. Machlon en Chiljon trouwen beiden met een Maobitische vrouw, Orpa en Ruth. Als na ongeveer tien jaar haar beide zonen sterven, wil Noömi terug naar het land Kanaän. Samen met haar schoondochters Orpa en Ruth gaat Noömi op weg. Noömi dringt erop aan dat Orpa en Ruth in hun eigen land Moab blijven. Orpa verlaat Noömi, maar Ruth wil bij Noömi blijven: Waar u gaat, ga ik; waar u blijft, blijf ik. Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Waar u sterft wil ik sterven en daar wil ik ook begraven worden (1;16). Noömi en Ruth reizen samen verder en komen aan in Betlehem bij het begin van de gerste-oogst.

In het Beloofde Land gelden regels die de armen en vreemdelingen beschermen. In Leviticus (23;22) is te lezen: Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij de oogst niet geheel afmaaien, en wat van de oogst is blijven liggen, zult gij niet oprapen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen.

Ruth maakt gebruik van dit recht en komt terecht op de akker van Boaz, een bloedverwante van Elimelek. Boaz heeft gehoord dat Ruth Noömi is trouwgebleven, en helpt en beschermt haar: hij geeft haar te eten en te drinken, en geeft zijn knechten de opdracht om Ruth aren te laten rapen. Ruth hoort van Noömi dat Boaz familie is van Elimelek, en dat hij daarom verplichtingen heeft tegenover hen. Boaz maakt die verplichtingen meer dan waar: hij koopt de grond van Elimelek (om het stuk land in de familie te houden) en hij trouwt met Ruth (om de naam en het erfdeel van de overledenen te kunnen doorgeven).

Ruth en Boaz krijgen een zoon: Obed. Noömi wordt gezien als de grootmoeder van dit kind. Obed krijgt een zoon (Isaï), die op zijn beurt vader wordt van (Koning) David. Ruth, de Moabitische vrouw, wordt dus de stammoeder van de Messias (Jezus), die uit het geslacht David geboren zal worden.


De namen in dit verhaal hebben een bijzondere betekenis:

-         Betlehem = broodhuis;

-         Elimelek = God is koning;

-         Noömi = lieflijke;

-         Machlon = ziekelijke;

-         Chiljon = zwakke;

-         Ruth = vriendin, gezellin;

-         Orpa = afvallige;

-         Boaz = in hem is kracht;

-         Obed = vereerder van God.

 

 

 

De lessen:

 

Het boek Ruth biedt vele mogelijkheden voor lessen op de basisschool. Onderstaande lessen zijn bedoeld voor kinderen van ongeveer 10 jaar (groep 6/7). De lessen zijn zó opgebouwd, dat er variatie is in werkvormen en activiteiten, zodat er voor alle kinderen aantrekkelijke elementen in de lessenserie zitten. Tegelijkertijd is de volgorde van de lessen zó gekozen, dat er gaandeweg steeds meer verdieping komt: er wordt vanuit oriëntatie en verkenning van het verhaal toegewerkt naar de kern van de lessenserie in de lessen 6, 7 en 8. De lessen die daarop volgen zijn te beschouwen als verwerking en afronding. In de laatste les wordt gewerkt aan een presentatie/tentoonstelling.

 

De lessen worden hier eerst kort genoemd; ze worden later uitgebreid besproken in de handleiding.

 

Les 1: Het verhaal over Ruth wordt verteld. Naar aanleiding van het vertelde verhaal maken de kinderen een tekening. 

Les 2: De tekeningen worden klassikaal bekeken en besproken. Het gaat hierbij vooral om de keuzes van de kinderen (en dus niet om een waardering voor hun tekenkunst!).

Les 3: De kinderen luisteren naar een muziekfragment en relateren de tekst van dit nummer aan de thematiek van het verhaal over Ruth.

Les 4: M.b.v. een kaartje, een atlas en een wandkaart in de klas oriënteren de kinderen zich op de gebieden waar het verhaal van Ruth zich afspeelt.

Les 5: De betekenissen van namen worden besproken.

Les 6: Er wordt een kringgesprek gevoerd over ervaringen als “vreemdeling”.

Les 7: Er wordt met de hele groep een kringspel over “vreemdelingenvrees” gespeeld. Hierbij wordt tevens een lied aangeleerd.

Les 8: “Sociale wetten” in de klas: n.a.v. de lessen 6 en 7 wordt besproken hoe de groep en de individuele kinderen anderen zouden kunnen helpen, en er wordt een “wetboek” gemaakt.

Les 9: Er wordt gewerkt met gerst- en korenhalmen, en de kinderen malen hun eigen meel.

Les 10: Stelopdracht: de kinderen schrijven een brief of e-mail naar een denkbeeldige vriend die is vertrokken naar het buitenland. 

Les 11: De klas schildert/schrijft met elkaar een stripverhaal over het boek Ruth. Het gezamenlijke resultaat wordt in de school tentoongesteld.

 

 

 

 rode en witte koepels van Paul Klee, 1914

 

 

Handleiding bij de lessen:

 

Dit is een lessenserie n.a.v. het boek Ruth. In het boek staan de thema’s vriendschap, trouw en de omgang met vreemdelingen centraal. Deze thema’s sluiten aan bij de belevingswereld van kinderen. De tekst is hierboven beschreven, evenals een beknopte omschrijving van de lessen-serie voor kinderen van basisschoolgroep 6 en/of 7. In deze handleiding wordt achtergrond-informatie gegeven bij de lessen.

 

Algemeen

De lessen zijn zó opgebouwd, dat er (door variatie in werkvormen en activiteiten) voor alle kinderen aantrekkelijke elementen in de lessenserie zitten (differentiatie). De volgorde van de lessen is zó gekozen, dat er gaandeweg steeds meer verdieping komt: er wordt vanuit oriënta-tie en verkenning van het verhaal toegewerkt naar de kern van de lessenserie in de lessen 6, 7 en 8. De lessen die daarop volgen zijn te beschouwen als verwerking en afronding.

 

 

Les 1

Niet alle kinderbijbels bevatten het verhaal van Ruth. In “Om te beginnen” van B. van Pelt en A. de Fluiter is het verhaal wel opgenomen, maar wellicht vindt de leerkracht het taal-gebruik voor zijn/haar klas te kinderachtig om voor te lezen. Toch is het verhaal in deze kinderbijbel zeer compleet. Het is aan te raden om deze tekst als leidraad te nemen bij de vertelling. Het vertellen (i.p.v. voorlezen) biedt tevens de mogelijkheid meer met de tekst te “spelen”, waardoor de kinderen nog meer betrokken zullen zijn bij het verhaal.

Na de vertelling kiezen de kinderen zélf (individueel) het fragment dat hen het meeste aan-spreekt, en maken daar een tekening over. Alle tekeningen worden in de klas opgehangen.

Benodigdheden: A4-tekenpapier, (kleur-)potloden, viltstiften. Zorg voor voldoende ruimte om alle tekeningen bij elkaar op te hangen.

 

Les 2

Klassikale nabeschouwing en nabespreking van de tekeningen. Ook de motivatie van de kinderen bij hun keuze voor het fragment komt ter sprake n.a.v. vragen als: Wat heb jij gete-kend; waarom heb je voor dat gedeelte van het verhaal gekozen? Wat vind je mooi, zielig, goed, … aan dat deel van het verhaal?

Opmerking: Zorg ervoor dat iedereen alle tekeningen goed kan zien. Maak bijvoorbeeld een grote halve cirkel rond de wand waar alle tekeningen hangen. Geef geen waarde-oordeel over de tekenkunst van de kinderen, en sta niet toe dat de kinderen hun eigen of elkaars werk beoordelen in termen van mooi, lelijk, goed of minder goed gelukt!

 

Les 3

Muziek: laat het eerste couplet en het refrein horen van het nummer “Vriendschap” van de groep Het Goede Doel. Na het beluisteren krijgen de kinderen de tekst op papier (bijlage 1), waarna nogmaals geluisterd wordt naar het nummer. In de nabespreking staat de vraag centraal wat de tekst temaken heeft met het verhaal over Noömi en Ruth.

Benodigdheden: cassettebandje met het eerste couplet en het refrein van het nummer “Vriendschap” van Het Goede Doel, cassetterecorder, voor ieder kind een kopie van de tekst (bijlage 1).

Opmerking: in de bespreking moet aan de orde komen dat Ruth trouw blijft aan Noömi. Een echte vriend(in) laat je niet in de steek.


 

Les 4

Aardrijkskunde: Geef de kinderen de kaart (bijlage 2) en laat hen zich m.b.v. de atlas oriënteren. (Egypte is een duidelijk oriëntatiepunt.) Waar liggen de landen Kanaän en Moab? Hoe worden deze landen tegenwoordig genoemd? Kun je aangeven waar Betlehem ligt? Hang in de klas de wereldkaart (grote wandkaart) op en geef m.b.v. plakfiguren aan waar Ruth en Noömi leefden.

Benodigdheden: voor ieder kind een kaartje, per twee kinderen één atlas, een grote wandkaart van de wereld, plakfiguurtjes om op de wandkaart te plakken.

 

Les 5

Vertel de kinderen over de betekenis van de namen uit het verhaal van Ruth (Elimelek = God is koning; Noömi = lieflijke; Machlon = ziekelijke; Chiljon = zwakke; Ruth = vriendin, gezellin; Orpa = afvallige; Boaz = in hem is kracht; Obed = vereerder van God). Iedereen heeft een naam gekregen; weten de kinderen waarom hun ouders hebben gekozen voor déze naam? Laat het hen thuis navragen, en bespreek het later in de klas. Ook m.b.v. een voornamen-woordenboek kunnen de kinderen de betekenis van hun naam opzoeken.

            Benodigdheden: diverse voornamen-woordenboeken.

Opmerking: Laat de kinderen hun ouders thuis vragen naar de betekenis van hun naam. De les wordt dus op een later moment afgerond (door elkaar te vertellen over de betekenis van de namen).

 

Les 6

In een kringgesprek wordt aangestuurd op het vertellen van ervaringen als “vreemdeling”. Leid deze les in door nog eens te vertellen dat Noömi met haar man en kinderen naar een vreemd land ging, met een andere cultuur en andere gewoontes. Ook Ruth verliet haar eigen land. Laat de (allochtone) kinderen vertellen uit eigen ervaring en/of n.a.v. wat ze van hun ouders en/of grootouders hebben gehoord over de verhuizing naar een ander land. Bespreek de taalproblemen, verschillen in gewoontes zoals het eten, familiebezoek, feesten, vrije dagen, bezoek aan kerk, moskee, synagoge,…, verschillen m.b.t. huizen, (huis-)dieren, het weer,…

Opmerking: Ook voor Nederlandse kinderen is dit thema herkenbaar: denk aan een verhuizing, verandering van school en vakanties in een vreemde omgeving…

Deze les kan nog meer inhoud krijgen als de kinderen er thuis over spreken. Laat de kinderen er dan in een volgende les over vertellen. In dat geval bestaat deze les dus uit twee afzonderlijke lesmomenten.

 

Les 7    (Wanneer Ubeschikt over "Het volk van Eigenland)

Met de hele groep wordt een kringspel (“Het volk van Eigenland”) gespeeld. Het is een spel over “vreemdelingenvrees” en sluit goed aan bij de vorige les. Leer de kinderen eerst het lied aan en bespreek de tekst kort met elkaar. Vervolgens wordt snel overgestapt naar de kern van deze les: het kringspel. Bij een grote groep kan ervoor worden gekozen om twee kinderen tegelijk de rol van de vreemdeling te geven. Dan kan iedereen aan de beurt komen en ervaren hoe het is om buitenstaander te zijn t.o.v. een gesloten groep.

Na het spelen wordt het spel nabesproken: Wat is de betekenis van de “geschenken”? (het waardevolle dat iedereen in zich draagt; uiteindelijk blijkt dat alle geschenken samen ervoor kunnen zorgen dat de gesloten kring open breekt, en dat er ruimte komt voor iedereen.) Bespreek ook hoe dit spel het leven van alledag cq de maatschappij symboliseert. Verwijs hierbij expliciet naar de verhalen die de kinderen bij les 6 hebben verteld/gehoord.

Benodigdheden: voldoende ruimte (bijv. de gymzaal of het speellokaal), voor ieder kind een kopie van de tekst en een puzzelstuk (bijlage 3).

Opmerking: Neem voldoende tijd voor deze les: laat ieder kind de rol van de vreemdeling spelen (evt. in duo’s), en zorg dat er voldoende tijd is voor de nabespreking! Bespreek de betekenis van de “geschenken”, het effect van de (gesloten) cirkel en de uiteindelijke oplossing van het probleem (slinger i.p.v. kring). Leg voorzichtig de link naar de maatschappelijke problematiek (wees evenwel voorzichig met het ventileren van eigen politieke opvattingen!!!)

 

Les 8

“Sociale wetten” in de klas: in Kanaän gold de wet dat de armen en de vreemdelingen moesten worden geholpen. Bespreek in een kringgesprek de volgende vraag: Als er in onze klas iemand hulp nodig heeft, wat zou je dan kunnen doen? (bijv. een kind dat nieuw in de klas komt; een kind dat zich bezeert; een kind dat wordt gepest; een kind dat niet zo goed kan leren,…).Wat kun je in je eentje voor zo’n kind doen, en wat doe je als groep? Laat een groepje kinderen de “wetten” op het bord schrijven (rol van griffier in de rechtbank), en laat een ander groepje deze “wetten” op de computer uitwerken tot een boekje (het wetboek van de klas). Natuurlijk worden deze democratisch opgestelde wetten vanaf nu ook nageleefd!

Benodigdheden: een schoon bord, voldoende bordkrijt, een computer en printer, papier om een mooi wetboek te kunnen maken.

Opmerking: Zorg voor een veilige sfeer, waarbij iedereen zich prettig en gehoord voelt. Geef beurten om te zorgen dat iedereen zijn zegje kan doen. Kies een zódanige opstelling, dat iedereen het bord goed kan zien (halve cirkel). Kies de griffiers en de wetboekmakers zo mogelijk democratisch, of kies hiervoor de kinderen die bij het kringgesprek niet zo uit de verf kwamen. Geef het “wetboek” een plaats in de klas, en zie erop toe dat de “wetten” worden nageleefd.

 

Les 9

In deze les staat het oogsten centraal. De kinderen werken met gerste- en korenhalmen: ze maken er schoven van en malen de graankorrels tussen platte stenen zelf tot meel. Dit zelfgemalen meel wordt de basis van zelfgebakken broodjes.

Benodigdheden: halmen van diverse soorten graan (gerst, koren, rogge,…), binddraad, voor ieder kind twee platte stenen (zelf laten zoeken, schoonboenen en meenemen), meel uit de winkel om het zelfgemalen meel aan te vullen, gist, zout,… (zie recept op de pakken meel), oven om de broodjes in te bakken.

 

Les 10

Laat nog eens het eerste couplet en het refrein horen van het nummer “vriendschap” van Het Goede Doel (zie les 3 en bijlage 1). Vervolgens wordt de stelopdracht ingeleid: Stel je voor dat je beste vriend(in) verhuist naar een ander land. Natuurlijk spreken jullie af dat je elkaar zult schrijven/mailen. Jij bent heel benieuwd hoe het dáár is, maar je vriend(in) wil natuurlijk ook weten hoe het híer verder gaat. Wat schrijf je? Schrijf je over alle dagelijkse dingen of juist alleen over de bijzonderheden? Bespreek dit met de groep (zijn er eigen ervaringen?), alvorens de kinderen aan deze stelopdracht te zetten: Maak een brief of e-mail aan een goede vriend die is verhuisd naar een ander land. Bespreek de brieven met de groep na: Wie wil zijn brief voorlezen? Wat zou de ontvanger van deze brief vinden? Krijgt hij/zij een beeld van hoe het hier gaat? Wat zou hij/zij nog meer willen weten?

Benodigdheden: cassetterecorder en cassette met het muziekfragment, verschillende soorten (post-) papier.

Opmerking: geef de kinderen de gelegenheid om een idee te laten rijpen! Laat hen niet “hier en nu” direct een brief schrijven. Geef hen bijv. een week de tijd om het voor te bereiden en te laten “ontstaan”. Geef ook de ruimte om hun eigen materiaal te kiezen, zoals eigen briefpapier of een computerprint (e-mail). Maak van tevoren duidelijk dat je alle brieven wilt lezen; laat de kinderen echter wel zelf bepalen of ze hun brief in de klas willen voorlezen. Bespreek de brieven na (en/of  “beoordeel” ze) vanuit de rol van de ontvanger.


 

Les 11

We bekijken nog eens de tekeningen uit de 1e les, waarbij verschillende fragmenten van het verhaal over  Ruth in beeld zijn gebracht. Laat de kinderen aan de hand van deze tekeningen het verhaal vertellen. Als we het verhaal weer helder voor ogen hebben, wordt in deze laatste les het hele verhaal als stripverhaal geschilderd. Er wordt in duo’s gewerkt; het verhaal wordt gezamenlijk in (visualiseerbare) fragmenten verdeeld, en ieder duo schildert op A2-formaat één fragment. Van tevoren moeten er afspraken worden gemaakt over bijv. kleding, zodat alle schilderijen samen één geheel vormen. Het resultaat wordt met zijn allen geëvalueerd en gezamenlijk wordt besloten wat voor teksten er bij komen (tekstballoons met merkstift laten beschrijven en in de schilderijen laten plakken). Het uiteindelijke resultaat wordt in de gang van de school op ooghoogte opgehangen.

Benodigdheden: per twee kinderen een vel A2-schilderpapier, potloden, kwasten, verschillende kleuren verf, A4-papier (tekstballoons), scharen, merkstiften, expositieruimte op de gang (evt. pijlen om de route en volgorde aan te geven).

Opmerking: Zorg dat er duidelijke afspraken zijn  m.b.t. kleding etc, zodat de schilderijen een samen-hangend geheel vormen. Schrijf deze afspraken op het bord, en wijs de kinderen er af en toe op.

Zorg ervoor dat alle kinderen de tijd hebben om hun werk met zorg af te maken. Het belangrijkste is dat iedereen tevreden is over z’n eigen werk, en dat de kinderen het gevoel hebben dat ze samen iets hebben gemaakt.

 

Bijlagen:

1: bij les 3

 

 

 

Bronnen:

-         De bijbel. Willibrordvertaling Schooleditie, uitgave 1995

-         T. de Vries: Om te beginnen. (Callenbach, 1985)

-         B. van Pelt en A. de Fluiter: Om te beginnen. (NZV, 1997)

-         K. Eykman: Als er een God is. (Piramide, 1998)

-         F. Walton : Op ontdekkingstocht door de bijbel. (Benjamin, 1994)

-         Internet: www.kinderkerk.nl


Bijlage 1 (bij les 3)

 

 

 

 

Vriendschap  (Het Goede Doel)

 

 

 

 

Als kind had ik een vriend waarmee ik alles deed:

Als hij begon te vechten, dan vocht ik met hem mee.

Als ik in het water sprong, dook hij er achteraan.

Een mooiere vriendschap, kon er in mijn ogen niet bestaan.

Totdat hij verhuisde naar een andere stad;

Ik heb als ik het goed heb nog één kaart van hem gehad.

 

Eén keer trek je de conclusie:

Vriendschap is een illusie,

Vriendschap is een droom,

Een pakketje schroot en een dun laagje chroom!