Herderskoningen

Er was een tijd in de geschiedenis, waarin het aantal schapen dat men bezat, maatgevend was voor iemands rijkdom en een bron van macht. Een tijd van herderskoningen, die enorme kudden bezaten. Latijnse woorden pecus = vee en pecunia = geld, hebben dezelfde oorsprong.

In de Bijbel, onder Spreuken 27; 23, 24 staat geschreven: “Draag zorg voor uw kudden, want rijkdom is niet blijvend”.

 

 

 

 

Schapen en hun herder

 

 

door mevr. TA – van Deeltijd-2, 2001, (na 2 modules katechese)

 

 

 


 

 

 


Inhoud

 

 

Literatuur  

 

Hoofdstuk 1.  Hoezo dit onderwerp?

 

Hoofdstuk 2. Enkele verhalen uit het Oude Testament

-         Genesis: Jozef

-         Exodus: De tiende plaag

-         Leviticus: Het slachtoffer

 

Hoofdstuk 3.. Enkele verhalen uit het Nieuwe Testament
-         De herders gaan op zoek
-         Het verhaal van de goede herder

-         Mattheüs: “Schapen zonder herder”

 

Hoofdstuk 4. Het schaap

 

Hoofdstuk 5. Conclusie

 

Hoofdstuk 6. Suggesties voor lessen

 

Bijlagen:
De perkamentmaker

Aan het origineel waren toegevoegd 2 krantenartikelen (vervoersverbod schapen en geiten, problemen voor offerfeesten) en een project van het Katechetisch centrum Katholiek Onderwijs Centrum Hoorn:, "Licht in de winter". Het is technisch niet mogelijk een copy te maken voor deze site.

 

 

 

Literatuur

De Bijbel Willibrordvertaling

Woord voor woord, kinderbijbel

Karel Eykman – Bert Bouman

Het verhaal: “De herders gaan op zoek”

D. Bruna: Kerstmis

Katechese projekt-boekjes voor de onderbouw

Katechetisch centrum Katholiek Onderwijs Centrum Hoorn
Eigenwijs (liedjes)

“Hoor eens even”, verhalen van Jezus voor kleuters bewerkt door Karel Eykman

“Bijbelse verhalen voor jonge kinderen”, D.A. Cramer-schaap
De schaapskudde, nr. 404 van Informatie-junior

Lekturama encyclopedie: Reuzen van het oerwoud

Op verkenning bij de dieren: Han Rensenbrink

Krantenartikelen:    - Vervoersverbod schapen en geiten

- Offerfeesten in de knel

Ganzenveren en schapenvellen: De Perkamentmaker

 

 

Hoofdstuk 1. Hoezo dit onderwerp?

 

 

In de Bijbel kom je veelvuldig uitspraken en zinnen tegen waarin het woord schaap of lam genoemd wordt. Waarom geen associaties met paarden, kikkers of eenden?

Waarom nu juist iedere keer dit dier? Wat is er nu zo bijzonder of kenmerkend voor een schaap dat de  volgelingen van Jezus ermee worden vergeleken? Het lam als offer, of zelfs de naam voor Jezus in het evangelie van Johannes: het Lam Gods.

Daarom heb ik dit onderwerp gekozen. De herder is onlosmakelijk verbonden met schapen. Beide begrippen vaak in één adem noemen.

 

 

 

 


 



Hoofdstuk 2:  EnkeIe verhalen uit het Oude Testament

 

Genesis: Jozef

Zoals in Genesis 37 wordt gezegd, was Jozef de zoon van Jacob. Zijn vader hield meer van hem dan van zijn andere broers omdat hij hem nog op latere leeftijd had gekregen. Jozef was zeventien jaar toen hij met zijn broers de kudde hoedde. Jacob stuurde hem naar Sichem, zijn broers weidden daar de kudden van hun vader, om te kijken of alles in orde was met zijn broers en het vee. Toen zijn broers hem hadden verkocht aan de Ismaëlieten hadden verkocht slachtten ze een geitenbokje, het schaap behoort tot de familie van de geiten, en doopten het kleed in het bloed om zo hun vader om de tuin te leiden.

 

Toen de farao aan Jozef de opdracht gaf om zijn families te halen, kwamen zij naar Gosen. Jozef droeg hen op: “Als de farao jullie ontbiedt en naar hun beroep vraagt, moeten jullie antwoorden: Uw dienaren zijn van jongs af aan veehouders geweest, evenals hun voorvaderen. Dan krijgen jullie wel verlof om in Gosen te gaan wonen; want de Egyptenaren hebben een afkeer van alles wat schaapherder is.

Jozef schonk hen, in opdracht van de farao, een stuk land in het beste deel van Egypte

Jacobs volk kreeg vaste bezittingen, was vruchtbaar en werd talrijk.

 

Exodus

In het boek Exodus 37 wordt gezegd dat Mozes de kudde hoedde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Toen hij zijn kudde tot ver in de woestijn dreef, kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Hier verscheen hem een engel van de Heer.


Zijn herdersstaf, wordt gebruikt om hem geloofwaardig over te laten komen door te veranderen in een slang.

 


De tiende plaag

Het paasfeest in Exodus 12 waarin wordt verteld dat op de tiende van deze maand, iedere familie een lam moet uitkiezen, ieder huis een lam. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. De dieren moeten vastgehouden worden tot de 14e van de maand en dan moeten ze geslacht worden in de avondschemering. Vervolgens moet het bloed uitgestreken worden over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt.

Die nacht zal de Heer door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, slaan. Het bloed aan de huizen zal een teken zijn dat u daar woont, als ik het bloed aan uw huizen zie, zal ik aan u voorbijgaan.

 

Het slachten van het paaslam moet als plechtigheid in ere gehouden en steeds opnieuw herhaald worden als paasoffer voor de Heer, omdat hij in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan terwijl Hij de Egyptenaren sloeg.

Alleen als eerst alle mannelijke leden van een familie zich hebben laten besnijden mogen ze het Paasfeest vieren, omdat je dan als een geboren Israëliet geldt.

 

Leviticus

In Leviticus 3 wordt gesproken over het aanbieden van een slachtoffer aan de heer. Wil je een schaap of een geit offeren dan mag het een vrouwelijk of mannelijk schaap zijn, als het maar gaaf is. Biedt hij een schaap aan, dan brengt hij het dier voor het aangezicht van de Heer, legt het de hand op de kop en slacht het bij de tent van samenkomst. Het bloed wordt over het altaar gesprenkeld en alleen het vet wordt als offergave aangeboden. Al het vet laat de priester op het altaar in rook opgaan, als spijs, als geurige gave voor de Heer. Als blijvende bepaling voor alle generaties, waar u ook woont, geldt: nuttig nooit vet of bloed.

 

 

Hoofdstuk 3: Enkele verhalen uit het nieuwe testament

 

De herders gaan op zoek

Schrijver: D. Bruna: Kerstmis

 

Het gebeurde in een donkere nacht, heel lang geleden, dat er herders in het veld waren, die de wacht hielden over hun schapen. Zij stonden net wat met elkaar te praten, toen ze plotseling een licht zagen. Dat licht was zo mooi en zo helder, dat het leek alsof het dag werd. Maar dat werd het niet.

Het licht kwam van een engel. Een engel, die een boodschap kwam brengen van God. “Wees maar niet bang”, zei de engel, want de herders waren wel een beetje geschrokken. Ik kom jullie iets heel fijns vertellen, luister maar:

 

In Bethlehem is een kindje geboren, dat Jezus heet en dat alle mensen gelukkig maken zal. Ga maar kijken, het is in doeken gewonden en het ligt in een kribbe. Toen de engel dat gezegd had, kwam er nog een engel, en daarna nog één en nog één, net zo lang tot de lucht vol was met engelen.

En allemaal samen zongen ze een lied. Dat klonk zo prachtig dat de herders en de schapen in het veld heel stil stonden te luisteren. Ere zei God, zongen zij, ere zij God in den hoge en vrede op aarde.

 

Toen het lied uit was, verdwenen de engelen weer. O, wat was dat mooi, zeiden de herders teen elkaar. Laten we gauw naar Bethlehem gaan, dan kunnen we zien wat de engel ons verteld heeft. En zij gingen op weg. Nadat ze een tijdje gelopen hadden, kwamen ze bij een stal. Het was een witte stal met groene houten deuren en een raam, dat niet dicht kon omdat er geen luik was.

Het was een stal waarin de dieren mochten slapen als het buiten te koud was.

Zou het hier zijn? Vroegen de herders aan elkaar. Zou Jezus in een stal geboren zijn? De engel had gezegd, dat ze hem zouden vinden, gewonden in doeken en liggend in een kribbe. En een kribbe is een bak, waar de dieren uit eten. Laten we maar naar binnen gaan, zeiden de herders. En ze vonden een kindje, dat in doeken gewikkeld was en in een kribbe lag, net zoals de engel gezegd had. Naast de kribbe stonden Maria en Jozef. Zachtjes kwamen de herders dichterbij. O, wat waren ze blij dat ze Jezus gevonden hadden. En aan Maria en Jozef vertelden ze de boodschap, die de engel gebracht had.

 

 

 

De goede herder

 

Er kwamen altijd veel mensen naar Jezus luisteren Ook allerlei mensen die niet zo goed bekend stonden. Een groot aantal Joden, de Farizeeën bijvoorbeeld, vonden dat schandalig en zeiden: “Die man gaat om met tollenaars, met allerlei mensen die er niet bij horen; en hij eet met ze”. Toen vertelde Jezus hun deze gelijkenis:

 

Iemand heeft honderd schapen en opeens is er één verdwenen. Dan laat hij de negenennegentig andere schapen achter waar ze aan het grazen zijn, om dat ene schaap te gaan zoeken tot hij het vindt. En als hij het heeft teruggevonden neemt hij het dolblij op zijn schouders. Hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren en zegt: “Laten we samen feestvieren, want ik heb het schaap teruggevonden dat ik kwijt was”.

 

Ook zei Jezus het volgende tegen de mensen:

 

“Ik ben de goede Herder. Voor mijn kudde wil ik mijn leven even. Als iemand niet door de poort op het erf komt waar de schapen zijn, dan is hij een dief en een rover. Maar hij die door de poort naar binnen gaat is de herder van de schapen. Hij roept zijn schapen bij de naam één voor één, en zij volgen hem naar buiten. Als ze allemaal buiten zijn loopt hij voor hen uit. De schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Maar ze zullen geen onbekende achterna gaan. Omdat ze zijn stem niet zullen herkennen.

Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Als iemand alleen maar op de schapen past om geld te verdienen, en als de schapen niet van hem zijn, dan zal hij zijn schapen in de steek laten en er vandoor gaan zodra hij de wolf ziet komen. En dan jaagt de wolf de kudde uit elkaar en sleurt de schapen weg. Ik ben de goede herder, ik ken mijn schapen, en mijn schapen kennen mij.

 


Ik zet mijn leven op het spel voor mijn kudde. Nog andere schapen heb ik die niet uit deze kooi zijn. Ook voor hen wil ik een goede herder zijn en zij zullen naar mijn stem luisteren. Alle mensen zullen samen één kudde van God zijn. Zij zullen maar één herder hebben, de goede herder”.

 


Als schapen zonder herder

In Mattheüs 9 vers 35 staat dat Jezus onder de indruk was van de mensenmenigte die naar hem kwam luisteren en dat ze geplaagd en gebroken waren omdat ze waren als schapen zonder herder. Hij gaf zijn twaalf leerlingen de macht om onreine geesten uit te drijven en elke ziekte en elke kwaal te genezen. Zij kregen onderricht van hem maar vooral moesten ze op zoek gaan naar de verloren schapen van het huis Israël.

Zij worden de arbeiders van Jezus. Hij stuurt ze als schapen tussen de wolven.


 

 


Een monnik koopt perkament bij de perkamentmaker.

Op de achtergrond is een vel opgespannen op een raam.

Een schraapmes ligt erbij.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4: Het schaap

 

Uiterlijk

Schapen zijn familieleden van de runderen. Ze hebben horens bestaande uit een stuk been op de kop, bekleed met aan de buitenkant verhoornde huid.

Schapen behoren tot dezelfde groep dieren als geiten. Allebei zijn het bergdieren, maar de schapen leven in vlakkere delen van het gebergte, terwijl de geiten echte klauteraars zijn die zich langs steile hellingen thuis voelen.

 

Het ons bekende huisschaap geeft eigenlijk geen goede indruk. Schapen worden meestal voor de wol gekweekt. Ze hebben daardoor in de loop der tijden veel zwaardere vachten gekregen dan ze in de natuur hadden.

Vrijwel alle haren die bij een schaap het lichaam bedekken zijn wolharen. Alleen aan kop en poten zit nog gewoon haar.

Vandaar dat een wild schaap, zoals de moeflon, door veel mensen niet zo gauw als een schaap herkend wordt. De moeflon heeft een normale beharing en in de winter een vacht, die niet zo zwaar is als die van de gewone huisschapen. In het voorjaar valt de wol uit en maakt plaats voor een gewoon haarkleed. Dat zou bij een huisschaap ook gebeuren als de schapenscheerder er niet aan te pas kwam, maar het verharen gaat bij een schaap wel moeizaam. Het dier zou, als het niet geschoren werd, een groot deel van de zomer met de resten van de wintervacht blijven rondlopen. Overigens is dat niet de reden waarom schapen geschoren worden: het gaat natuurlijk om het verkrijgen van de wol.

 

 


 

 


Het scheren van de schapen

 

 

 

 

 

Uitdoving instincten

In de loop van de tijden zijn schapen heel veel gaan afwijken van de oorspronkelijke dieren. Men zegt wel een: zo mak als een lammetje.

Schapen zijn hun natuurlijke voorzichtigheid kwijtgeraakt. Dat betekent dat ze zich in het wild beslist niet meer kunnen redden. Als ze niet onder toezicht worden gehouden terwijl ze grazen, vallen ze gemakkelijk ten prooi aan allerlei gevaren. Vandaar dat men schaapskudden vaak laat oppassen door een herder, geholpen door de herdershond.

 

Het is zeker dat het schaap al sinds onheuglijke tijd getemd is. Het was de voornaamste bron van rijkdom van de herdersvolken. Het is wel zeker dat het temmen de instincten van het schaap heeft uitgedoofd. Want het schaap heeft geen scherpe zintuigen meer en het mist de nervositeit van aanverwante soorten. Niet zo zeer door zijn beweeglijkheid, maar door zijn evenwichtsgevoel is het schaap in staat te grazen op ontoegankelijke terreinen.

Zijn gang is traag en zwaar en van aard is het lui en schuw.

Het is een typisch kuddedier en door het leven in de “massa” is bij hem al het initiatief uitgedoofd. Wanneer schapen gevaar vermoeden, verspreidt de hele kudde zich zonder enig doel.

 

Soorten schapen

In de bergen van Azië leeft een zeer oud soort wild schaap, dat wordt gezien als een van de voorouders van het tamme schaap: de argali. Evenals het huisschaap gaat zijn voorkeur uit naar schaars begroeide weiden.

Het bergschaap is de enige levende vertegenwoordiger van de Amerikaanse wilde schapen. Het bergschaap is bij de wet beschermd. Men was uit op zijn vlees, bont en zijn duurzame huid.

De moeflon is het enige wilde schaap in Europa. De meeste wilde schapensoorten leven in Azië. Sinds het midden van de vorige eeuw heeft men moeflons in verschillende Midden-Europese landen uitgezet, voornamelijk als jachtwild.

De moeflon kwam veel voor in alle berggebieden op de eilanden rond de Middellandse Zeelanden. Door de  jacht, die er sinds het Oude Rome op hem gemaakt werd, heeft hij alleen nog maar weten te overleven op de oostkust van Sardinië en op Corsica. Moeflons hebben scherpe zintuigen en zijn vrij snel en beweeglijk in vergelijking tot andere schapen.

 

 

Verblijf

Als het mooi weer is blijven de schapen ook ’s nachts buiten maar in de winter slapen de dieren in een stal: de schaapskooi. Een schaapskooi is meestal van hout gemaakt. Het is belangrijk dat er voldoende frisse lucht in de kooi kan komen. Het mag er niet vochtig zijn want dan worden de schapen ziek.

(In de bijbelse tijd is de schaapskooi een wal van opgegooide stenen in een circel. Wanneer de kudde naar binnen trok ging de herder in de "deuropening" staan. Hij joeg de schapen tussen zijn benen door. Ze kon hij ze gemakkelijk tellen. In dit verband moet je een zin begrijpen als: "Ik ben de deur van de schapen". (Evangelie volgens Johannes, 10,7 en 9. De Voorhof van de Tempel had in het grieks de naam aula. De aula was de griekse naam ook voor een schaapskooi.)

 

De schepersschep

Als een herder wil dat de kudde een stukje door moet lopen gebruikt hij zijn schepersschep. Met die schep schept de herder een kluit aarde op. Die gooit hij vlak voor het voorste schaap. Van schrik gaat het dier lopen! De andere dieren volgen vanzelf. Aan de steel van de schepersschep zit een krul. Als het nodig is kan de herder daarmee een schaap bij de poot grijpen. Soms ziet de herder dat één van de schapen wat moeilijk loopt. Het schaap heeft een takje of steentje tussen zijn hoeven gekregen. Met de krul van de schep trekt de herder het schaap naar zich toe. Hij peutert voorzichtig het takje tussen de hoef vandaan.

Wist je, dat de staf van de bisschop eigenlijk en oorspronkelijk een schepersschep is?

 

 


 


Herder met schepersschep

 

Hoofdstuk 5: Conclusie

 

Het volk van Israël was een volk van herders. Het klimaat en de omgeving leenden zich ervoor. Hun kudden waren van levensbelang. De schapen zorgden o.a. voor vlees, melk, wol, kleding (huiden).

Het slachten van het paaslam, het offeren van een lam toen Abraham op de proef gesteld werd, waarom dit dier?, gewoon omdat het voor handen was, denk ik.

 

Jezus werd geboren in een stal. Er waren schapen en lammetjes, in de streken rond Betlehem moeten dus schaapskudden zijn geweest, de herders waren in de buurt om als eersten een bezoek te brengen aan het kind en zijn ouders.

Schaapherders hoefden  niet geteld te worden, alleen hun schapen werden geteld!

 

Jezus vergelijkt ons met de kudden. Zelf noemt hij zich de Herder, die zorg draagt voor zijn schapen. Iedereen telt, arm of rijk, goed of slecht.

Zoals het schaap zijn natuurlijke voorzichtigheid is kwijtgeraakt omdat het deel uitmaakt van een kudde, die beschermd wordt en geleid wordt door een herder die ze brengt naar plaatsen waar het goed voor ze is, waar voedsel is, zo maken wij deel uit van Zijn kudde. Je hoeft niet bang te zijn, want er wordt op je gelet.

Zoals elk schaap belangrijk is voor de herder, zo zijn wij dat ook voor Hem.

Ieder mens wil meegeteld worden, aanvaard worden door anderen zoals hij/zij is, zonder zich te hoeven bewijzen, gewoon om wie je bent.

 

Dwalen we van het rechte pad dan moeten we erop vertrouwen dat we geholpen worden om, net als de schapen, weer bij de Herder terug te komen.

Als je gelooft ben je een volgeling. In blind vertrouwen volg je hetgeen of degene in wie je gelooft, zoals een schaap zijn herder volgt.

Ook vertrouwen in de mensheid houd je op de goede weg. De steun die je kunt hebben door te geloven in God, is in mijn leven van grote waarde.

Leuk om te weten:

1. De herder kent de schapen. Hij kent hen volgens Johannes bij naam.
Bijbels kennen is verbonden zijn met, een zijn met. Wat iemand die je kent overkomt dat voel je aan of mee alsof het jezelf overkomen is. Denk maar aan het kind in de praktijkklas dat blij is wanneer een "moeilijke" opgave gelukt is. Haar of zijn vreugde voel je als onderwijsgevende helemaal mee.

2. In het paasverhaal van Johannes noemt "Jezus die verrezen is" Maria bij haar naam. Jezus uit de doden opgestaan is volgens Johannes de goede herder. Dus met Pasen, op het feest van de uittocht "uit dood en slavernij" (Oosterhuis) vieren we de goede herder.

2. De herder loopt in de bijbelse traditie altijd voorop. Hij is de voorganger - niet opdat de anderen kunnen blijven zitten uiteraard, maar om hen ook te laten gaan. Let my people go. 

 

 

Hoofdstuk 6: Suggesties voor lessen

De verhalen (of een keuze) vertellen, spelen, verbeelden en natuurlijk gesprekken over. Voor onder en middenbouw kun je, indien mogelijk, ook denken aan

Spinnen van wol
Kijken bij het schapenscheren
Bezoek (kinder)boerderij
Potlam in de klas
Van closetrollen maken we herders en schapen, je zet ze in een optocht (naar de stal)

Voor de bovenbouw:
Spreekwoorden en gezegden waarin het woord schaap of lam voorkomt
Gesprek over mond- en klauwzeer bij schapen
Schrijven op perkamentpapier
Project: Licht in de winter (Alkmaar)

Liedjes:
Zeg eens herder
Lammetje, lammetje
Schaapje, schaapje heb je witte wol
Slaap kindje slaap
De herdertjes lagen bij nachte

 

Bijlage 

 

Terugblik en weging (bij module DH-Ka-1).

Voor het maken van dit werkstuk heb ik me nog weer eens door bepaalde stukken van de Bijbel heen gelezen. Dat het onderwerp, schapen en hun herder, zo door alles heen is verweven en steeds en belangrijke plaats inneemt, heb ik me tot nu toe eigenlijk nooit gerealiseerd. Ik lees nu in de Bijbel met andere ogen dan daarvoor. TA

Opmerking:

Omdat het een opdrcht is in het kader van een studie ga je aan het werk. Opeens komen woorden dichterbij en verhalen. Omdat je zelf zoekt vind je ook. Je betrokkenheid vertaalt zich in resultaat. Je hebt gevonden. Voor iemand met ervaring in het onderwijs kan het nietmoeilijk zijn, het gevondene om te zetten in speel- leersituaties voor kinderen, onderzoek, avontuur. proberen, en tot je verwondering zien wat je eigenlijk kunt. Het werkstuk is daar een geschikt voorbeeld van. Jan Engelen, 19 augustus 2001.