voor groep 5 en 6
door KK, deeltijd 2, 2001 (na 2 modules ka)
Aan- en inleiding Eenvoudig
is dat niet, een keuze maken uit alle bijbelse verhalen die in één van
de twee readers aan de orde komen. Vorig jaar hebben we bij katechese
met een groepje studenten door middel van een aantal “tableaux vivants”
het leven van Isaak gepresenteerd. We kwamen uit bij Jakob en Esau.
Het laatste tableau beeldde toen het moment uit waarop Isaak bedrogen
werd door Jakob en de laatste in plaats van Esau de zegen ontving. De
andere groep presenteerde wat er daarna met Jakob gebeurde. Wij zijn
daar toen niet op ingegaan. Alsof je met een verhaal dat je speelt wat
hebt. Je kunt je de figuren beter voorstellen. Het leek me nu mooie
gelegenheid, me wat diepgaander te verdiepen in de geschiedenis van
Jakob. Dat wordt dus mijn opdracht. Ik heb bij de bestudering van de
verhalen verschillende bijbels gebruikt (Rembrandt bijbel in de NBG-vertaling,
een bijbelvertaling uit de grondtekst in opdracht van de apologetische
vereniging “Petrus Canisius” en de Willibrordusvertaling), de teksten
van de website en aantekeningen bij de bijbelteksten uit “Leven
met een toekomst II”, een boek dat ik
in de boekenkast op mijn stageschool aantrof. Ook heb ik in verschillende
kinderbijbels gelezen om te zien hoe verschillende schrijvers de verhalen
naar kinderen brengen, wat zij belangrijk vinden om te vertellen en
op welke manier ze dat doen. De mij van vroeger nog goed voor de geest
staande verhalen ( “de linzensoep” en “de zegen”) kwamen nu, alhoewel
prettig vertrouwd, in een nieuw licht te staan. Ook kwamen de vergeten
verhalen, beelden en namen weer terug. (Zoals “Rachel” en “het gevecht
met de engel”; tenminste mijn oma had vroeger een schilderij waarop
Jakob in gevecht met een engel stond afgebeeld.) Natuurlijk heb ik nu
ook een heleboel nieuws gelezen en geleerd en heb ik er weer een heleboel
nieuwe vragen bij gekregen! Wat
ik me van te voren niet had gerealiseerd is dat ik al studerende nu
het bij mij aanwezige “gat” tussen Isaak en Jozef heb ingevuld! Mooi
in dit verband is dat in de bijbel, hoofdstuk 37 vers 2 staat: Dit is
de geschiedenis van Jacob. Jozef, zeventien jaar oud…….. Gingen
eerst mijn gedachten specifiek uit naar de verhalen over het begin van
de geschiedenis van Jakob en Esau (om naar de kinderen te brengen),
al lezende drongen zich steeds meer verhalen op en nu zal ik in het
kader van dit werkstuk dus wéér moeten kiezen voor een paar nader uit
te werken verhalen! De groep waarvoor ik ze uitwerk is
in mijn gedachten een groep 5 of 6.
|
|
Het eerste verhaal: Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan
Jakob. Voor
mij zelf begint dit verhaal bij de geboorte van Esau en Jakob. Eigenlijk
nog daarvoor. Want meteen valt op dat nét als in het geval van Abraham
en Sara, ook Isaak en Rebekka niet zondermeer een kind kunnen krijgen.
Ook nu moet er specifiek om gebeden worden. Zijn al de kinderen van
Israël geboren in (uit) de genade van God? Is het de bedoeling dat
alle lezers zich realiseren dat het krijgen van kinderen een genade
is? Al
voor de geboorte van de tweeling krijgt Rebekka van God te horen dat
ze een tweeling verwacht; de oudste zal de jongste dienen. De rossige
dichtbehaarde eerstgeborene noemt men Esau (de rossige, als de kleur
van de rode aarde), en de tweede noemt men Jacob. Deze naam is afgeleid
van het Hebreeuwse woord “hiel”. Jacob betekent zoiets als “beentje
lichter” of bedriegen. Een verwijzing naar de toekomst. Meermalen
zal Jakob belangrijke wendingen in zijn leven afdwingen met behulp
van de firma “list en bedrog”. Dat
Esau één minuut eerder is geboren geeft hem volgens het gebruik in
die tijd het eerstgeboorterecht. Een recht en een plicht. Maar de
uitverkiezing van de jongste breekt door dit recht heen. Je vindt
dat vaker in bijbelse verhalen: omkering van het vanzelfsprekende.
Dat gaat tot in de verhalen van Jezus zo. De jongere krijgt de voorkeur
boven de oudere (hij moet deze wel verdienen, zoals uit het
verhaal blijkt), de mindere boven de meerdere. Jezus trekt
op met zondaars en tollenaars, de minderen van het volk, hij is dienaar
en geen koning. De laatsten zullen de eersten zijn! In
de leeswijzer bij de kijkbijbel vond ik een hele duidelijke uiteenzetting
van wat dit eerstgeboorterecht nu eigenlijk in de praktijk inhield.
De oudste zoon kreeg een dubbel erfdeel, maar was daarmee ook verplicht
zich in te zetten voor de andere kinderen. Hij moest dus ook verantwoording
nemen. Esau, de vrije jongen, heeft geen oren naar die verantwoordelijkheid.
Hij maakt dat duidelijk door zijn eerstgeboorterecht af te staan in
ruil voor een kom soep. Met name door de tekst die hij daarbij heeft:
“Zie, ik ga toch sterven, waartoe dient mij het eerstgeboorterecht?”
Zijn honger is hem belangrijker, het hemd nader dan de rok. Alleen
denkend aan onmiddellijke behoeftebevrediging, vergeet hij de goddelijke
zegen en belofte die hem in de toekomst “toe zou komen”. Opstap naar en verwerking van Genesis 25: 19-34 Ik zou een opstap maken naar dit verhaal door met de kinderen een boek of verhaal over tweelingen te lezen. Een verhaal over identieke tweelingen die voor de grap van persoon verwisselen is makkelijk te vinden. Vaak komt er ook nog in voor dat één van de twee tóch de oudste is. Echte opstap: Ter voorbereiding op het verhaal van Esau en Jacob een klassengesprek over tweelingen – over identieke tweelingen maar ook over tweelingen die heel verschillend zijn en of ze daar voorbeelden van kennen uit hun omgeving. Daarna zou ik het verhaal vertellen waarvoor ik bijgevoegde voorbeelden als inspiratie zou gebruiken. Verwerking: -Omdat de linzensoep zo’n prominente rol in dit verhaal speelt lijkt het me leuk om als het kan tijdens het verhaal een pan linzensoep op te warmen, zodat de kinderen de geur er al goed van opsnuiven en na dat het verhaal verteld is met elkaar linzensoep te eten. -Als de kinderen het lekker vinden kun je er natuurlijk ook een kookles aan koppelen waarbij je linzensoep maakt (op een later tijdstip). -Een klassengesprek voeren over het thema “de oudste zijn”. Ik zou het gesprek openen met de vraag: Wie is zelf het oudste kind thuis? En er daarna over praten of je dan ook meer mag of moet dan de anderen. Misschien zijn er wel kinderen die graag de oudste zouden willen zijn. (Ik kan in elk geval het voorbeeld vertellen van mijn eigen dochter, die het heel erg vindt dat ze niet de oudste is. Ze wil met alles, dus ook met het meemaken van alles, de eerste zijn.) Praten over de eventuele voor- of nadelen van het oudste of jongste zijn. -Met elkaar allerlei tegenstellingen bedenken en opschrijven en naar aanleiding daarvan een tegenstellingen-collage met behulp van plaatjes uit tijdschriften. -In een bewegingsles tegenstellingen in manieren van beweging uitbeelden. Bijv.: ik beweeg heel snel, de groep reageert met langzaam bewegen. (Hoog-laag,licht-zwaar, sterk-zwak etc.) Tweede verhaal:Jakob steelt de zegen van
zijn vader voor Esau. Dit verhaal begint eigenlijk in Genesis 26:34 waar we lezen dat Esau op 40-jarige leeftijd (net zo oud als zijn vader Isaak toen hij met Rebekka trouwde) trouwt met twee vrouwen uit de stam der Hethieten. Deze huwelijken zijn een grote ergernis voor Isaak en Rebekka. Men trouwde bij voorkeur met nichtjes. Vrouwen van vreemde herkomst zijn dochters van een vreemde god. Voor dat het verhaal begint wordt nog aan ons duidelijk gemaakt dat Esau op de verkeerde lijn zit.
Het feit dat Isaak bijna blind is zou misschien ook een verwijzing kunnen zijn naar een figuurlijk blind zijn voor de toekomst van zijn geslacht. Rebekka weet in elk geval wél wat er moet gebeuren en neemt het heft in handen. Of Isaak écht niet door heeft wie hij zegent is de vraag. Tot drie keer toe vraagt hij wie hij voor zich heeft. (Het kan ook een test zijn; volhardt Jacob in zijn bedrog?) En de zegen die hij geeft is veel toepasselijker voor iemand die van de opbrengst van het land leeft dan voor een jager. Vroeger realiseerde ik me niet dat het in principe niet de bedoeling kan zijn dat een mens door list en bedrog de plannen van Jahweh uit laat komen. Ik vond de reactie van Esau ook altijd erg overdreven en niet terecht. Hij had immers zelf zijn eerstgeboorterecht verkwanseld? Nu zie ik wel in dat Jakob daartoe wel misbruik maakte van de situatie en dat dat niet goed te keuren valt. Het doel heiligt dus niet de middelen en Jakob krijgt het eerstgeboorterecht niet in de schoot geworpen. Hij moet het eerst verdienen (en dus dienaar zijn) en er voor vechten (met God en de mensen). Dat Isaak niet echt spijt heeft van het feit dat hij de zegen aan Jakob heeft gegeven blijkt misschien ook als hij hem naar Laban stuurt met (nu eigenlijk pas) de zegen die Jahweh aan Abraham heeft gegeven. Aan het eind van het verhaal blijkt ook nog eens het verschil tussen de twee broers: Esau trouwt om zijn ouders een plezier te doen óók nog “even” met een vrouw uit zijn eigen stam. Jakob zal 14 jaar lang zijn oom dienen om met Rachel, de vrouw waar hij van houdt, te kunnen trouwen. Opstap naar en verwerking van Genesis
27:1-46 In mijn opstap naar dit verhaal zou ik allerlei spelen doen met de kinderen die met het blind zijn van Isaak te maken hebben. Zoals bijvoorbeeld het blind proeven van verschillende eetbare stoffen. Het spel “blindemannetje” in het speellokaal doen, waarbij als de blindeman iemand gevonden heeft, deze met een verdraaide stem iets moet zeggen en de blindeman moet raden wie het is. Ook laat ik de kinderen ervaren hoe het is om “blind op iemand te moeten vertrouwen”. De een wordt door de ander door de ruimte heen geleid waar de nodige obstakels staan opgesteld (terwijl hij geblinddoekt is) en ervaart hoe dit voelt. Als de tijd om is kun je nog laten raden in welk deel van de zaal hij zich op dat moment bevindt. Als iedereen aan de beurt is geweest kun je er dan over praten hoe de kinderen dit ervaren hebben. Was het moeilijk om je zo op een ander te verlaten, of viel dat wel mee?
Hierna vertel ik het verhaal met behulp van bijgevoegde teksten als inspiratiebron. Verwerking: -Een klassengesprek houden over “je anders voordoen dan je bent”. Wanneer doe je dat misschien? Hoe doe je dat? Door je anders te gedragen, andere kleren aan te trekken, andere woorden te gebruiken. -Jakob kruipt eigenlijk letterlijk in de huid van iemand anders. Als je dat doet wordt je ook een beetje die ander. Wie zouden de kinderen wel eens willen zijn? Ze mogen verkleedspullen meenemen en in groepjes oefenen op een soort van presentatie-modeshow van de personages die ze voorstellen. -In de huid van de figuren uit het bijbelverhaal kruipen door in groepjes verschillende momenten uit het verhaal in een tableau vivant te laten zetten en de kinderen van elkaar te laten raden welk moment wordt uitgebeeld. -De kinderen kunnen een “voel-wenskaart” maken. Door materiaal te gebruiken wat door zijn textuur goed voelbaar is en dit in de gewenste vormen te knippen en op een kaart te plakken, kun je een wenskaart maken. Bijvoorbeeld met bloemen erop, of hartjes of een taart en ballonnen etc. Derde verhaal:Jakob verzoent zich met
Esau Als Jakob net onderweg is, richting Esau, om genade in zijn ogen te vinden, komen hem engelen tegemoet. Wat komen ze doen? Hem bemoedigen, dat hij op de goede weg is? Zoals de engelen in het visioen te Betel het begin van Jakobs vlucht markeerden, zo zijn deze engelen misschien het teken van het naderende einde van Jakobs vlucht. Jakob krijgt te horen dat Esau onderweg is naar hem toe met wel vier honderd man! Dat Jakob de schrik om het hart slaat is niet verwonderlijk. Maar waarom komt Esau met vierhonderd man op hem af? Is hij soms ook bang? Esau is in elk geval iemand die het van fysieke kracht moet hebben en niet zo zeer van slimme praatjes. Jakob maakt allerlei plannen om zich tegen de mogelijke vijandigheid van Esau in te dekken. Hij draait de zaken voor even om; hij stelt zich op als de mindere, de dienaar, om zo de genade van Esau te kunnen krijgen. Allerlei cadeau’s worden vooruit gestuurd om de “wilde” Esau gunstig te stemmen. Als ze bij de Jabbok (worsteling,strijd) aankomen is het grootste gedeelte van zijn bezittingen dus al aan de overkant, maar zijn familie en hij zijn zelf het laatst. ’s Nachts zet hij hen naar de overkant, maar zelf kan hij deze overgang niet zomaar maken. Er moet eerst iets gebeuren. Helemaal alleen, teruggeworpen op zichzelf moet Jakob een gevecht aangaan. Dit gevecht vormt het keerpunt in het leven van Jakob. Wat ik wel vreemd vind aan dit gevecht is dat er staat: “toen hij zag dat hij hem niet kon overwinnen…… en vervolgens kreupelt de engel Jakob door hem alleen maar aan te raken. De engel (God) kan toch doen met Jakob wat hij wil? Naar mijn idee wordt hier bedoeld dat God zag dat Jakob de strijd niet wilde opgeven. God kan nu zijn belofte gestand doen omdat Jakob er voor gevochten heeft. Als een nieuw mens kan hij de rivier oversteken in de richting van het beloofde land. Hij krijgt dan ook een nieuwe naam: Israël. Fysiek zwakker (kreupel), maar geestelijk sterker komt hij uit de strijd. Kreupel. Zijn lopen is een verhaal. Over die nacht. Vóórdat hij naar het beloofde land kan gaan moet hij echter de schuld die hij op zich geladen heeft ten opzichte van zijn broer, inlossen. Daarom wil hij ook persé dat Esau de geschenken aanneemt ook al vindt deze dat helemaal niet nodig. Jakob gaat ook niet in op het aanbod van zijn broer om een aantal van zijn mannen hem op zijn reis te laten vergezellen. Er zou dan wéér sprake zijn van “schuld” en Jakob zou weer in een afhankelijke positie raken. Hij moet nu vrij zijn. Opstap naar en verwerking van Genesis
32 en 33: 1-17 Als opstap zou ik de betekenis van namen gebruiken. Misschien weten sommige kinderen wel wat hun naam betekent en anders dit uitzoeken met behulp van een namenboek. Bijnamen hebben ook vaak een betekenis of zijn gekoppeld aan een bepaalde gebeurtenis, waardoor het kan zijn dat je er zo aan gehecht raakt dat je echte naam vervangen wordt, of dat je er juist op een gegeven moment van af wil. Ik heb zelf een bijnaam die voor mijn gevoel mijn echte naam is en ik heb een broer die op twaalfjarige leeftijd juist van zijn door iedereen gebruikte bijnaam af wilde. Nu draagt zijn eigen zoon die bijnaam als échte naam! Een naam kun je stom vinden omdat je iemand kent die je stom vindt die zo heet, of andersom. Kortom de kinderen realiseren zich de gevoelswaarde van namen, ook als die niet een echte betekenis hebben. Ze merken hoezeer hun naam met hun persoon is verbonden. Je wil geen nummer zijn, je mag een naam hebben. Het verhaal zou ik denk ik in twee delen vertellen. Na het gevecht houden we de spanning er nog even in wat betreft de ontmoeting met Esau. Wel zou ik aandacht besteden aan de manier waarop werd gereisd in een karavaan met kamelen en allerlei dieren, zodat de kinderen daar zich een beetje een beeld van kunnen vormen. Verwerking: -De kinderen tekenen allerlei dieren en mensen die meetrekken in de karavaan. Ze worden uitgeknipt en tot één collage van een karavaan in de woestijn gemaakt. -Twee aan twee tekenen de kinderen elkaars portret zodat ze heel goed naar elkaars gezicht moeten kijken en naar zich moeten laten kijken. Ieder schrijft z’n eigen naam in mooie letters bij z’n portret. -In een bewegingsles oefenen op een slow-motion gevecht met een onzichtbare tegenstander. -Praten over :een gevecht met jezelf, een overwinning op jezelf. -Praten over: ruzie hebben en het weer goed maken. Hoe doe je dat? Is het moeilijk om je ongelijk toe te geven? Hoe doe je dat? Praat je erover, doe je het met een gebaar, een cadeautje, een kaartje? Nawoord Was dit de bedoeling van de opdracht? Ik denk in ieder geval dat ik met dit pakketje een aantal lessen goed kan invullen. Ik heb er wel veel tijd in moeten stoppen om tot dit eindproduct te komen. Vier dagen heb ik er tijdens de schooltijden van de kinderen en ‘s avonds aan gewerkt. Daarom zie ik wel een beetje op tegen de zelfstudieopdracht, waarin als ik het goed begrijp een flink wat grotere productie van ons wordt verwacht. Deze ervaring zal me in elk geval wel tot steun zijn. |
|
Opmerking achteraf:
|