Salomo en de Tempel

 

 

deze pagina is nog in bewerking
maar teveel mogelijkheden voor een praktijk om achter te houden

inspirerend

JE 020422

 

door CvdW&JS_D3_02

 

 

 

Salomo ’s bede om wijsheid.

 

Dit project voor drie weken is gebaseerd op 1 Koningen 1:1-49    

Zoals gewoonlijk, de echte bijbeltekst is te pittig voor kinderen. We willen hem iets gemakkelijker aan de kinderen aanbieden. We herschrijven de tekst. Om de tekst heen groeperen we activiteiten voor drie weken.

 

 

Een cadeau van God voor Salomo.

 

David, de koning van het beloofde land sterf.

Zijn zoon Salomo wordt dan koning van het Beloofde Land.

Salomo bouwt een paleis voor zichzelf.

Een tempel voor de Heer en

Een muur om Jeruzalem heen.

Omdat er nog geen tempel is ter ere van de Heer, viert het volk de offerfeesten of de offerhoogten.

Salomo zélf toont zijn liefde voor de Heer door de aanwijzingen van zijn vader op te volgen.

Ook heeft hij de gewoonte de offerdieren te slachten en te verbranden op die offerhoogten.

 

 

Zo gaat koning Salomo voor het brengen van offers op een keer naar Gibeon.

Gibeon is de belangrijkste offerhoogte van het land.

Op het altaar brengt Salomo wel 1000 brandoffers.

In Gibeon verschijnt de Heer ’s nachts aan Salomo in zijn droom.

“Vraag wat je wilt” zegt God.

“Ik zal het je geven”

 

Salomo weet niet meteen wat hij hebben wil en zegt:

“Ik zal erover nadenken”

“Morgen zal ik het antwoord weten”

 

Salomo laat zijn vier raadgevers bij zich komen.

Twee wijze mannen en twee wijze vrouwen.

Salomo zegt dat God hem heeft gevraagd om een wens te doen.

“Alles wat ik Hem vraag, zal precies zo gebeuren”, legt Salomo uit.

“Vertel me toch, wat zal ik vragen?”

 

De eerste raadsheer staat op:

“Als ik u was koning Salomo, zou ik vragen of ik heel oud mocht worden”

“Tweehonderd of zo”

De raadsheer gaat weer zitten”

Alle paleisbedienden die eromheen staan knikken.

Iedereen wil wel heel oud worden.

Salomo bedankt de eerste raadsheer.

Hij mompelt: “jazeker, heel oud worden is natuurlijk reuze prettig”

 

Dan vraagt Salomo aan de tweede raadsvrouw:

“Vertel me, wat zal ik vragen?”

De raadsvrouw staat op en zegt:

“Als ik u was, zou ik om het allersterkste leger van de hele wereld vragen

“Dan verslaat u daarmee alle andere koningen en wordt u de machtigste koning op aarde”

De raadsvrouw gaat zitten en iedereen knikt.

Want wie zou er nu niet de machtigste koning op aarde willen worden?

Salomo bedankt de raadsvrouw en zegt:

“Ja, dat is ook niet nikst om de sterkte koning te worden”

 

Dan zegt hij tegen de derde raadsheer:

“Vertel, wat zal ik vragen?”

De derde raadsheer staat op en zegt:

“Ik zou 1000 kisten met goud vragen.

Met dat goud kun je alles kopen wat u hebben wilt”

De paleisdienaren knikten wederom.

Want iedereen zou wel alle goud van de wereld willen hebben.

Wat zou ja daar wel niet allemaal voor kunnen kopen?  Alles toch!

De koning bedankte de derde raadsheer.

Hij knikte bedachtzaam.

Duizend kisten met goud… Salomo wordt er duizelig van als hij erover nadenkt.

 

De vierde raadsvrouw is aan de beurt.

“Vertel me, wat zou ik aan God moeten vragen?” 

De vierde raadsvrouw staat op en zegt:

“Als ik koning was, zou ik om wijsheid vragen”
”Een wijze koning weet het goede antwoord op moeilijke vragen”

“Een wijze koning weet van wie het water is en hoe we het moeten verdelen”

“Een wijze koning weet van wie het land is en hoe we ervan kunnen leven.

“Zo zal niemand dorst of honger hebben”

“U zult onze rechter zijn en u zult wijze vragen stellen”

“En er zal niemand in de gevangenis komen die onschuldig is”

 

De raadsvrouw gaat weer zitten.

Sommige dienaren knikken en zeggen:

“Ja, een wijze koning, dat is het beste voor het land”

Maar andere dienaren weten het niet zeker.

“Wijsheid?”   zeggen ze, “wat kun je daar nou voor kopen?”

“Nog geen honingkoek”

 

 

Salomo bedankt de vierde raadsvrouw.

Hij zegt:

Wijsheid……….ja, dat is toch het allermooiste wat ik me als koning kan wensen

 

De volgende dag gaat Salomo naar God en zegt:

“Heer, mijn god, u hebt mijn vader David Uw grote liefde getoond omdat hij U trouw heeft gevolgd”

“En steeds eerlijk en oprecht tegen u is geweest”

“die liefde hebt u hem bewezen door hem een zoon te schenken, die nu op de troon mag zitten”

“U bent het geweest die mij koning heeft gemaakt, de opvolger van mijn vader David.”

“Maar ik ben jong en mis ervaring”

Leer mij luisteren zodat ik uw volk kan leiden en goed en kwaad weet te onderscheiden”

“Want hoe kan ik anders leiding geven aan dit belangrijke volk van U?”

 

God vindt het een goede zaak dat Salomo hierom vraagt.

“Je hebt niets voor jezelf gevraagd.

“geen lang leven”

“geen rijkdom”

“niet de dood van je vijanden”

“Je hebt gevraagd om goed te kunnen luisteren en zo recht van onrecht te kunnen onderscheiden”

“Daarom zal ik je wens vervullen en je zoveel wijsheid en inzicht geven dat niemand je kan evenaren”

“Niet in het verleden noch in de toekomst”

“Ik zal je ook geven wat je niet hebt gevraagd: “rijkdom en roem, zoveel dat tijdens je leven geen koning je zal evenaren”

“en als je de wegen volgt die IK je wijs, door je te houden aan mijn wetten en geboden naar voorbeeld van je vader, dan zal ik je ook een lang leven schenken.”

 

Salomo wordt wakker en begrijpt dat hij gedroomd heeft.

In Jeruzalem aangekomen gaat hij voor de verbondskist van de Heer staan om brandoffers op te dragen en offers voor de heilige maaltijd.

Voor zijn dienaren geeft hij een feest.

 

 

 

                                               INHOUD:

 

1:      Klassikaal: Discussiëren over de vraag:

“wat zijn mijn wensen?”

“wensen categoriseren”

 

2:      Individueel: Gedicht schrijven over een wens

 

3:      Klassikaal:Leerkracht vertelt over Salomo en vervolgens het verhaal: “op zoek naar wijsheid”

                                              

4:      Klassikaal:Aansluitend: discussie:
“wat is wijsheid?”

“Is wijsheid hetzelfde als slim zijn?”

 

5:      Groepjes: Teksten lezen in de bijbel die ook over “de tempel” gaan. Deze teksten bespreken. Vervolgens de tekst tekenen en eigen tekst/ eigen bewoordingen eronder zetten.

 

6:      Individueel:Een gebed schrijven net als Salomo.

 

7:      Individueel:Glas in lood maken van papier en karton. (zoals nu in de kerken te zien is ; in Salomo ’s tijd hadden ze mooi houtsnijwerk)

 

8:      Individueel:“De kerk” / “de tempel” en zijn betekenis. Het tekenen van wasco een kerk en uittijdschriften  diverse mensen zoeken en deze in de kerk plakken.

 

9:      Individueel:Tekst Mattheüs lezen: 6: 28-29. Wat betekent dit in relatie tot de rijkdom die Salomo heeft?

Bloemen drogen en boekenlegger maken.

 

10:     Individueel:Zeilboten knutselen waar Salomo in voer.

 

11:     Klassikaal: Gesprek over “offeren” Wat is dat? Wanneer doe je dat?”

 

12:     Klassikaal: Presentatie van het verhaal aan andere klas door het te spelen.

Of: in tableau te presenteren.

 

 

 

1:                                            Klassikaal.

 

Zonder dat het verhaal verteld wordt, kan met de kinderen uit groep 5 of 6 prima gesproken worden over het maken van wensen. Alle kinderen zeggen wel eens: als je een vallende ster ziet, mag je een wens doen…. Wat wens je dan?

 

De leerkracht kan hierover met kinderen in gesprek gaan.

Hij kan aan de kinderen vragen wat ze het liefst zouden willen.

Laat de kinderen maar dingen opnoemen die ze graag zouden willen.

De leerkracht schrijft de wensen op het bord.

 

Vervolgens praat hij met de kinderen over de vraag of die wensen uit gekomen zijn.

Welke wel en welke niet?

Hoe is dat zo gekomen?

 

Daarna kan de leerkracht met kinderen de wensen bespreken: waar slaan die wensen op?

Zijn het wensen puur voor jezelf?

Zitten er ook wensen tussen die iemand wenst voor een ander?

Een medemens?

Of misschien voor een huisdier?

De wensen kunnen zo gecategoriseerd worden naar:

1: Wensen voor mijzelf/ hebben betrekking op mezelf

2: Wensen van mezelf voor een ander.

 

 

2:                                            Individueel:

 

De wensen die je hebt kun je op een blaadje schrijven.

Ik wens…..of

Ik wil…….

Maar je kunt ook een grote wens hebben en daar een reden voor hebben dát je dat zo graag wilt.

 

Denk maar eens verder dan je neus lang is en schrijf eens een kort gedichtje of versje over iets wat je wenst voor anderen.

 

De leerkracht geeft de kinderen opdracht een gedichtje mét motivatie te schrijven over een wens die de kinderen hebben (individueel) voor een ander. Het mag een wens zijn die moeilijk is om uit te komen, dat geeft niet.

Bijvoorbeeld:         Als ik een wens mocht doen,

                            dan wenste ik nog geen miljoen.

                            Want wat ik wens op dit moment,

                            dat kan ik nog niet betalen met één cent.

                            Een wens dat er geen oorlog meer is,

                            nee dát is een wens dat is niet mis.

                            Maar kán het ook, een wereld zónder geweld?

                            zonder een tv die alleen maar ellende meldt?

                            Wie weet?

 

 

3:                                           Klassikaal:

 

De leerkracht verteld iets over de geschiedenis van Solomo:

 

Salomo regeerde in de gouden eeuw van Israël. Hij stelde een professioneel leger met 1400 strijdwagens, paarden in en een regering. Hij zorgde voor een koper,- en ijzerindustrie. Hij bouwde vele handelscontacten op. Door zijn handelscontacten kon hij grote bouwprojecten doen en herbouwde hij bijvoorbeeld de steden: Gezer en Hazor.

Salomo importeerde goud, zilver, ivoor, juwelen, specerijen, fraai hout, pauwen.  De steden kregen dubbele stadsmuren, poorten en grote voorraadschuren. Hij liet vooral in Jeruzalem mooie openbare gebouwen en paleizen bouwen. Verder had hij het plan van zijn vader David aangepakt en liet hij een tempel bouwen die waardig genoeg was om de Ark van het Verbond in te zetten. De tempel van Salomo was het grootste bouwwerk van Israël. Zeven jaar is er over gedaan om het af te krijgen. Jeruzalem was de hoofdstad en godsdienstige centrum van Israël. Dat is nu nog zo. Later is de stad ook voor moslims en christenen een heilige stad geworden. Doordat in Salomo’s tijd veel gebouwd werd zag je een scheidding tussen arm en rijk. Voor die grote bouwprojecten moesten slaven en dwangarbeiders worden ingezet en hoge belastingen worden betaald.

 

De muren van de Tempel van Salomo waren van binnen versierd met panelen van cederhout en met goud. Een hal leidde naar een wierookaltaar met een rituele kaarsenstandaard en een tafel voor het broodoffer op de Sabbat. In totaal 12 nieuwe broden, een voor elke stam. Daarachter lag het binnenste heiligdom: het Heilige der Heiligen waar ook de Ark stond. Alleen priesters mochten daar komen.

Salomo bouwde de tempel als huis voor God, niet als een ontmoetingsplaats voor het volk van God.

 

Offers en offergaven: als teken van dank of boetedoening werden dierenoffers aan God gebracht. Alleen de beste dieren mochten geofferd worden. Arme mensen brachten offers als meel, olie en koren mee. Gebed was een belangrijk onderdeel van de tempeldienst.

 

De tempel is verwoest door Babyloniërs maar op de plek waar het ooit gestaan heeft staat nu de Klaagmuur: bedevaartsplek voor Joden om de verwoesting van hun tempel te herdenken.

 

 

4:                                            Klassikaal:

 

Vervolgens verteld de leerkracht het verhaal over Salomo en

“zijn wens om wijsheid.”

Met de kinderen wordt ingegaan op de vraag:

“wat verstaan we onder wijsheid?”

“wanneer ben je wijs?”

Noem eens enkele situaties?

Is “wijs” zijn hetzelfde als slim zijn?”

“motiveer je antwoord!”

 

5:                                            Groepjes:

 

Zoals gezegd heeft Salomo de opdracht van zijn vader vervuld: een tempel voor God bouwen.  Salomo die een tempel voor God heeft gebouwd is één van de tempelverhalen die in de bijbel voorkomen.

We kennen er meer.

 

De leerkracht maakt groepjes leerlingen.

Elke groep leest een tempelverhaal uit de bijbel bijvoorbeeld:

Toen Jezus op aarde was, bezocht Hij de tempel van Herodes in Jeruzalem.

 

1:  Lukas: 2:41-49:       Jezus als jongen.

2:  Markus: 11:15-17:   Jezus drijft de handelaren uit de tempel

3:  Lukas 21:1-4:          Het offer van de weduwe.

 

(zie hieronder)

 

De kinderen krijgen de opdracht de verhalen te lezen.

Vervolgens nemen de kinderen fragmenten uit het verhaal: maken hier een tekening over en plakken deze achter elkaar. Vervolgens schrijven ze hier hun eigen tekst eronder.

 

De verhalen worden gebundeld als het boek van  “de tempelverhalen

Over de betekenis van de verschillende verhalen kan gediscussieerd worden maar dan moeten de kinderen de teksten allemaal op een A4tje krijgen zodat ze die kunnen lezen.

 

                   Lukas 2: 41-49: De 12 jarige Jezus in de tempel:

 

Elk jaar reisden zijn ouders naar Jeruzalem om er het paasfeest te vieren. Toen Jezus 12 jaar was, ging men, als gebruikelijk, ook weer naar het feest. Na afloop van de feestdagen keerde iedereen naar huis terug, maar de jongen bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het merkten. Ze dachten dat hij bij de andere reizigers was. Na een dag reizen gingen ze hem zoeken bij verwanten en kennissen. Toen ze hem niet vonden, keerden ze naar Jeruzalem terug om hem daar te zoeken. Na drie dagen vonden ze hem in de tempel: hij zat tussen de schriftgeleerden, luisterde naar hen en stelde hun vragen. Iedereen die hem hoorde, stond verbaasd over zijn inzicht en over wat hij zei. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze verbijsterd. Zijn moeder zei tegen hem: Jongen, wat heb je ons aangedaan. Je vader en ik zaten in angst en hebben je overal gezocht. Maar hij zei: Waarom hebt u mijn gezocht. Wist u niet dat ik moet zijn waar mijn Vader is? Maar zij begrepen niet wat hij tegen hen zei. Hij ging met hen terug naar Nazaret het gehoorzaamde zijn ouders. Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. Met de jaren nam Jezus’ wijsheid toe en hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.

 

                   Markus 11:15-17: Jezus drijft handelaren uit de tempel:

 

En ze kwamen in Jeruzalem. Jezus ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers van het tempelplein te jagen. De tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars gooide hij omver. Mensen die met hun handelswaar het plein over wilden hield hij tegen. Hij wees hen op de Schrift en zei: Staat er niet geschreven: Mijn huis zal Huis van gebed heten, voor alle volken?

Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!

             Lukas 21:1-4: Het offer van de weduwe

 

Toen Jezus opkeek, zag hij de rijke mensen hun bijdrage in de offerkist doen, maar hij zag ook een arme weduwe er twee koperen muntjes ingooien. En hij zei: Ik zeg jullie, die arme weduwe heeft er meer ingedaan dan al die anderen. Want allemaal hebben ze er iets ingegooid van hun rijkdom, maar zij van haar armoede: zij heeft alles wat zij had erin gegooid: alles waarvan zij moest leven. Enkele van zijn leerlingen zeiden dat de tempel zo mooi gebouwd was en zo fraai versierd met wijgeschenken. Toen zei Jezus: Er komt een tijd waarin alles wat je daar ziet met de grond wordt gelijkgemaakt: geen steen zal op de andere blijven.

 

 

 

6:                                            Individueel:

 

Toen de tempel klaar was, loofde Salomo God met een gebed.

 

Loven is een beetje typisch woord. We gebruiken het bijna niet meer.

De onderwijsgevende kan de kinderen vragen een gebed te schrijven, waarin ze God loven voor al het goede dat HIJ voor hen gedaan heeft. De kinderen beginnen dan met deze woorden:

 

Ik eer U God, voor……………..

Ik dank U God, voor…………

 

 

7:                                            Individueel:

 

De tempel van koning Salomo was van binnen prachtig versierd met houtsnijwerk. Veel kerken hebben tegenwoordig mooi glas in lood ramen. Tekeningen of patronen van stukjes gekleurd glas worden dan bij elkaar gehouden door loodranden.

 

 

De leerkracht geeft de kinderen de opdracht zelf een glas in lood raam te maken.

 

 

Dat gaat als volgt:

1: Kinderen knippen eerst uit het zwarte papier een raamvorm naar keuze

2: Daarin knippen de kinderen gaten.

3: Achter de gaten plakken kinderen gekleurd vloeipapier.

4: De glas in lood ramen kunnen voor het raam gehangen worden zodat er licht doorheen valt.

 

 

 

 

 

8:                                            Individueel:

 

Salomo noemde zijn tempel: het huis van god. Maar eigenlijk wist hij dat het niet groot genoeg was voor God om in te wonen. God is onmetelijk groot.

Volgelingen van Jezus hadden geen speciale gebouwen om samen te komen, zij ontmoetten elkaar gewoon in hun eigen huis. Wij hebben tegenwoordig kerken waar we heen gaan om aan God te denken. Maar naast de kerk als gebouw, worden ook de mensen die God liefhebben ook “de kerk” genoemd!

 

De leerkracht geeft de kinderen de opdracht om een grote kerk te tekenen of schilderen (A3 formaat). Vervolgens zoeken kinderen in tijdschriften allemaal mensen uit: jong en oud, dik en dun, van diverse afkomst en plakken deze in de getekende of geverfde kerken.

 

 

 

9:                                            Groepjes

 

Salomo was zoals gezegd heel erg rijk. Hij bezat geweldige schatten, was “bevriend met God” en God had nog meer aan Salomo gegeven dan hij maar kon wensen.  Maar Jezus zegt dat God iets gemaakt heeft dat nóg veel mooier is.

 

 

De leerkracht geeft de kinderen de opdracht om op te zoeken de tekst:

Mattheüs 6 : 28-29.

 

 

Daar staat vermeld: Geen valse zorgen:

En waarom maakt u zich zorgen over kleding?

Let eens op hoe de veldbloemen groeien.

Ze werken niet en ze spinnen niet.

Maar ik zeg u: zelfs Salomo was in zijn staatsiegewaad niet zo mooi gekleed als een van deze bloemen.

Zo mooi kleedt God het gras, dat vandaag nog op het veld staat en morgen al in de oven wordt gegooid. Zou God u dan niet nog veel beter kleden? Wat is uw geloof  klein!

 

 

De leerkracht bespreekt de tekst met de kinderen:

Waar doelt Jezus volgens jullie op?

 

Daarna gaan de kinderen bloemblaadjes drogen tussen kranten.

Op de kranten dikke boeken leggen zodat ze goed drogen.

Na een week ongeveer kunnen de gedroogde bloemen gebruikt worden om bijvoorbeeld een boekenlegger te maken of om een kaart voor een vriend te maken.

 

 

 

Boten.

 

De Phoeniciërs waren de beste zeelui uit de Oudheid. Salomo riep hen altijd te hulp bij het bouwen van zijn eigen boot. De schepen die werden gemaakt hadden een paardenhoofd aan de voorkant en een vissenstaart van achteren. Ze hadden roeiriemen en een groot zeil.

Salomo voer hier dus zelf ook op!

 

 

Na dit verteld te hebben, geeft de leerkracht de kinderen de opdracht zelf een boot te maken zoals beschreven is.

Hiervoor heeft de leerling nodig:  dik karton, stukjes stof, touw, rietjes, lijm.

1: leerlingen tekenen de vorm van de boot.

2: knippen deze uit.

3: vervolgens maken ze met rietjes en stof de mast met zeil

4: aan de zijkant kunnen roeiriemen geplakt worden.

 

 

 

Klassikaal:

 

Salomo offerde veel voor God en deed dit op de Gibeon.

(Waar God ook aan hem verscheen en aan Salomo vroeg om een wens te doen)

Met name dieren, de beste dieren, offerde hij voor God.

 

 

Met de kinderen kan de leerkracht Gibeon laten opzoeken in een (bijbel) atlas. 

Vervolgens kan hij met de kinderen praten over de volgende vragen:

 

1:  wat betekent “offeren” 

2:  wanneer “offer” je?”

3:  is “offeren”  net als liefdadigheid?

4:  heb je wel eens geofferd? Wanneer en waarom?

 

 

12:                                          Klassikaal:

 

Het verhaal: “op zoek naar wijsheid” kan ter afsluiting nagespeeld worden.

 

De leerkracht gaat met de kinderen na welke elementen belangrijk in het verhaal zijn.

Welke kun je goed in scčne zetten? Uitbeelden?

Welke fragmenten moet je na elkaar zetten om het als een logische reeks te kunnen presenteren? ( met als gevolg dat het een echt verhaal wordt als je de fragmenten achter elkaar ziet)

 

De kinderen spelen het verhaal in fragmenten, leerkracht maakt van elke scčne een foto.

Groot laten ontwikkelen zodat de verhaallijn terug te zien is als de foto’s achter elkaar gezet worden.

 

Het verhaal zou ook, als de klas hiertoe in staat is, nagespeeld kunnen worden. De presentatie kan dan voor een andere klas(sen) zijn.

Voorwaarde is wel dat er geoefend kan worden.

De leerkracht moet helpen bij de rolverdeling en aanwijzingen geven.

Ten tweede moet het verhaal iets uitgebreid worden omdat het anders te kort zou kunnen zijn.

 

 

                           

         Draaiboek bij het verhaal:

                                      “op zoek naar wijsheid”

 

 

Week 1:

 

 

Maandag:                        Discussie: wat zijn mijn wensen?

                                                      wensen categoriseren.

 

                                      Gedicht laten schrijven over een grote wens.

 

 

Dinsdag:                         Leerkracht verteld over Solomo ( zie bijgevoegde

                                      informatie punt 3)

                                      Vervolgens vertelt hij het verhaal:

                                      “op zoek naar wijsheid.”

 

                                      Leerkracht gaat discussie aan over de vraag:

                                      “wat is wijsheid?”

                                      “is wijsheid net als slim zijn?”

 

Woensdag:            Leerkracht vertelt dat het verhaal dat gisteren

                                      Verteld is een tempelverhaal is.

                                      Laat kinderen nog een tempelverhaal

                                      opzoeken. Die samen met kinderen lezen en

                                      bespreken.

                                      Wat vind je van het verhaal?               

                                      Wat spreekt je aan en wat niet?

                                      Hoe komt dat?

                                      (Er zijn drie teksten over de tempel genoemd bij

                                      punt 5)

                                      De teksten kunnen door kinderen getekend worden

en in eigen woorden verteld en geschreven worden.

 

Donderdag:           Leerkracht refereert aan Salomo: die mocht een

                                      wens aan God doen en bad veel tot God.

                                      Laat leerlingen ook een gebed schrijven net als

                                      Salomo deed.

                                      (zie voor meer informatie punt 6)

 

Vrijdag:                          Kinderen gaan glas in lood maken van papier en

                                      karton.  In Salomo’s tijd was er mooi houtsnijwerk.

                                      Nu vinden we in kerken mooie glas in

                                      lood ramen.

                                      Samen bekijken van afbeeldingen en kinderen

                                      zelf een glas in lood raam laten maken.

Week 2:

 

Maandag:                        De kerk en de tempel hebben betekenis.

                                      Hierover praten met kinderen.

                                      Zie bij punt 8 voor meer info)

                                      Vervolgens gaan kinderen een grote kerk

                                      tekenen  en uit tijdschriften diverse mensen

                                      zoeken en in deze getekende kerk plakken.

 

 

Dinsdag:                         Kinderen lezen de tekst van Mattheüs: 6.28-29.

                                      Vervolgens gaat de leerkracht in op de betekenis

                                      van die tekst.

                                      Zie punt 9 voor meer informatie.

                                      Vervolgens gaan kinderen van gedroogde bloemen

                                      boekenleggers en kaarten maken voor vrienden

                                      vriendinnen.

                                     

Woensdag:                      Afmaken van boekenleggers.

 

Donderdag:           Kinderen gaan zeilboten knutselen waar Salomo in

                                      voer.

                                      Vooraf gaat leerkracht met kinderen oude boten

                                      bekijken. Hoe zagen ze eruit?

                                      Daarna knutselen kinderen van karton/ dozen en

                                      papier zelf een zeilboot.

 

Vrijdag:                          Afmaken van kaarten met gedroogde bloemen,

                                      boekenleggers en zeilbootjes.

 

 

Week 3:

 

Maandag:                        Discussie over “offeren”

                                      Wat is dat? 

                                      Heb je wel eens geofferd?

                                      Wanneer doe je dat?

                                     

 

Dinsdag:                         Verhaal in fragmenten opdelen.

                                      Bespreken van het verhaal.

 

Woensdag:            Rollen verdelen en oefenen hoe het verhaal

                                      in toneelstuk gegoten kan worden.

                                      Kinderen bedenken zelf tekst/ rode draad is

                                      het verhaal met belangrijkste fragmenten die

                                      terug moeten komen.

Oefenen van toneelstukje/ verzamelen van materialen.

 

Donderdag:           Oefenen toneelstukje/ verzamelen materialen

                                      decor bouwen.

                                      Kleding verzamelen, maken.

 

Vrijdag:                          Verhaal opvoeren voor de leerlingen uit andere

                                      klassen of de hele school.

                           

                                     

                                              

Literatuur:

Bijbel.

De tijd van de Bijbel.Amanda O Neil

De geschiedenis in beeld.

 

Het toneel van de Bijbel

Kijk op de bijbel

Israël en de landen rondom.