Salomo en de Tempel
maar teveel mogelijkheden voor een praktijk om achter te houden
door CvdW&JS_D3_02
Salomo ’s bede om wijsheid.
Dit project voor drie weken is gebaseerd op
1 Koningen 1:1-49
Zoals gewoonlijk, de echte bijbeltekst is te
pittig voor kinderen. We willen hem iets gemakkelijker aan de kinderen aanbieden.
We herschrijven de tekst. Om de tekst heen groeperen we activiteiten voor
drie weken.
Een cadeau van God voor Salomo.
David, de koning van het beloofde land sterf.
Zijn zoon Salomo wordt dan koning van het Beloofde
Land.
Salomo bouwt een paleis voor zichzelf.
Een tempel voor de Heer en
Een muur om Jeruzalem heen.
Omdat er nog geen tempel is ter ere van de Heer,
viert het volk de offerfeesten of de offerhoogten.
Salomo zélf toont zijn liefde voor de Heer door de
aanwijzingen van zijn vader op te volgen.
Ook heeft hij de gewoonte de offerdieren te slachten
en te verbranden op die offerhoogten.
Zo gaat koning Salomo voor het brengen van offers op
een keer naar Gibeon.
Gibeon is de belangrijkste offerhoogte van het land.
Op het altaar brengt Salomo wel 1000 brandoffers.
In Gibeon verschijnt de Heer ’s nachts aan Salomo
in zijn droom.
“Vraag wat je wilt” zegt God.
“Ik zal het je geven”
Salomo weet niet meteen wat hij hebben wil en zegt:
“Ik zal erover nadenken”
“Morgen zal ik het antwoord weten”
Salomo laat zijn vier raadgevers bij zich komen.
Twee wijze mannen en twee wijze vrouwen.
Salomo zegt dat God hem heeft gevraagd om een wens
te doen.
“Alles wat ik Hem vraag, zal precies zo gebeuren”,
legt Salomo uit.
“Vertel me toch, wat zal ik vragen?”
De eerste raadsheer staat op:
“Als ik u was koning Salomo, zou ik vragen of ik
heel oud mocht worden”
“Tweehonderd of zo”
De raadsheer gaat weer zitten”
Alle paleisbedienden die eromheen staan knikken.
Iedereen wil wel heel oud worden.
Salomo bedankt de eerste raadsheer.
Hij mompelt: “jazeker, heel oud worden is natuurlijk
reuze prettig”
Dan vraagt Salomo aan de tweede raadsvrouw:
“Vertel me, wat zal ik vragen?”
De raadsvrouw staat op en zegt:
“Als ik u was, zou ik om het allersterkste leger
van de hele wereld vragen”
“Dan verslaat u daarmee alle andere koningen en wordt
u de machtigste koning op aarde”
De raadsvrouw gaat zitten en iedereen knikt.
Want wie zou er nu niet de machtigste koning op aarde
willen worden?
Salomo bedankt de raadsvrouw en zegt:
“Ja, dat is ook niet nikst om de sterkte koning te
worden”
Dan zegt hij tegen de derde raadsheer:
“Vertel, wat zal ik vragen?”
De derde raadsheer staat op en zegt:
“Ik zou 1000 kisten met goud vragen.
Met dat goud kun je alles kopen wat u hebben wilt”
De paleisdienaren knikten wederom.
Want iedereen zou wel alle goud van de wereld willen
hebben.
Wat zou ja daar wel niet allemaal voor kunnen kopen?
Alles toch!
De koning bedankte de derde raadsheer.
Hij knikte bedachtzaam.
Duizend kisten met goud… Salomo wordt er duizelig van
als hij erover nadenkt.
De vierde raadsvrouw is aan de beurt.
“Vertel me, wat zou ik aan God moeten vragen?”
De vierde raadsvrouw staat op en zegt:
“Als ik koning was, zou ik om wijsheid vragen”
”Een wijze koning weet het goede antwoord op moeilijke vragen”
“Een wijze koning weet van wie het water is en hoe
we het moeten verdelen”
“Een wijze koning weet van wie het land is en hoe we
ervan kunnen leven.
“Zo zal niemand dorst of honger hebben”
“U zult onze rechter zijn en u zult wijze vragen stellen”
“En er zal niemand in de gevangenis komen die onschuldig
is”
De raadsvrouw gaat weer zitten.
Sommige dienaren knikken en zeggen:
“Ja, een wijze koning, dat is het beste voor
het land”
Maar andere dienaren weten het niet zeker.
“Wijsheid?”
zeggen ze, “wat kun je daar nou voor kopen?”
“Nog geen honingkoek”
Salomo bedankt de vierde raadsvrouw.
Hij zegt:
“Wijsheid……….ja, dat is toch het allermooiste wat
ik me als koning kan wensen”
De volgende dag gaat Salomo naar God en zegt:
“Heer, mijn god, u hebt mijn vader David Uw grote liefde
getoond omdat hij U trouw heeft gevolgd”
“En steeds eerlijk en oprecht tegen u is geweest”
“die liefde hebt u hem bewezen door hem een zoon te
schenken, die nu op de troon mag zitten”
“U bent het geweest die mij koning heeft gemaakt,
de opvolger van mijn vader David.”
“Maar ik ben jong en mis ervaring”
“Leer mij luisteren zodat ik uw volk kan leiden
en goed en kwaad weet te onderscheiden”
“Want hoe kan ik anders leiding geven aan dit
belangrijke volk van U?”
God vindt het een goede zaak dat Salomo hierom vraagt.
“Je hebt niets voor jezelf gevraagd.
“geen lang leven”
“geen rijkdom”
“niet de dood van je vijanden”
“Je hebt gevraagd om goed te kunnen luisteren en
zo recht van onrecht te kunnen onderscheiden”
“Daarom zal ik je wens vervullen en je zoveel wijsheid
en inzicht geven dat niemand je kan evenaren”
“Niet in het verleden noch in de toekomst”
“Ik zal je ook geven wat je niet hebt gevraagd:
“rijkdom en roem, zoveel dat tijdens je leven geen koning je zal evenaren”
“en als je de wegen volgt die IK je wijs, door
je te houden aan mijn wetten en geboden naar voorbeeld van je vader, dan zal
ik je ook een lang leven schenken.”
Salomo wordt wakker en begrijpt dat hij gedroomd heeft.
In Jeruzalem aangekomen gaat hij voor de verbondskist
van de Heer staan om brandoffers op te dragen en offers voor de heilige maaltijd.
Voor zijn dienaren geeft hij een feest.
INHOUD:
1: Klassikaal:
Discussiëren over de vraag:
“wat zijn mijn wensen?”
2: Individueel: Gedicht schrijven over een wens
3: Klassikaal:Leerkracht
vertelt over Salomo en
4: Klassikaal:Aansluitend:
discussie:
“Is wijsheid hetzelfde als slim zijn?”
5: Groepjes:
Teksten lezen in de bijbel die ook
6: Individueel:Een
gebed schrijven net als Salomo.
7: Individueel:Glas
in lood maken van papier en karton. (zoals
nu in de kerken te zien is ; in
8: Individueel:“De
kerk” / “de tempel” en zijn betekenis.
9: Individueel:Tekst
Mattheüs lezen: 6: 28-29.
Bloemen drogen en boekenlegger maken.
10: Individueel:Zeilboten knutselen waar Salomo
in voer.
11: Klassikaal: Gesprek over “offeren” Wat is dat? Wanneer
12: Klassikaal:
Presentatie van het verhaal aan andere klas door het te spelen.
Of: in tableau te presenteren.
1:
Klassikaal.
Zonder dat het verhaal verteld wordt, kan met
de kinderen uit groep 5 of 6 prima gesproken worden over het maken van wensen.
Alle kinderen zeggen wel eens: als je een vallende ster ziet, mag je een wens
doen…. Wat wens je dan?
De leerkracht kan hierover met kinderen in gesprek
gaan.
Hij kan aan de kinderen vragen wat ze het liefst
zouden willen.
Laat de kinderen maar dingen opnoemen die ze graag
zouden willen.
De leerkracht schrijft de wensen op het bord.
Vervolgens praat hij met de kinderen over de vraag
of die wensen uit gekomen zijn.
Welke wel en welke niet?
Hoe is dat zo gekomen?
Daarna kan de leerkracht met kinderen de wensen bespreken:
waar slaan die wensen op?
Zijn het wensen puur voor jezelf?
Zitten er ook wensen tussen die iemand wenst voor
een ander?
Een medemens?
Of misschien voor een huisdier?
De wensen kunnen zo gecategoriseerd worden naar:
1: Wensen voor mijzelf/ hebben betrekking op mezelf
2: Wensen van mezelf voor een ander.
2:
Individueel:
De wensen die je hebt kun je op een blaadje
schrijven.
Ik wens…..of
Ik wil…….
Maar je kunt ook een grote wens hebben en daar
een reden voor hebben dát je dat zo graag wilt.
Denk maar eens verder dan je neus lang is en
schrijf eens een kort gedichtje of versje over iets wat je wenst voor anderen.
De leerkracht geeft de kinderen opdracht een gedichtje
mét motivatie te schrijven over een wens die de kinderen hebben (individueel)
voor een ander. Het mag een wens zijn die moeilijk is om uit te komen, dat
geeft niet.
Bijvoorbeeld:
Als ik een wens mocht doen,
dan wenste ik nog geen miljoen.
Want wat ik wens op dit moment,
dat kan ik nog niet betalen met één cent.
Een wens dat er geen oorlog meer is,
nee dát is een wens dat is niet mis.
Maar kán het ook, een wereld zónder geweld?
zonder een tv die alleen maar ellende meldt?
Wie weet?
3:
Klassikaal:
De leerkracht verteld iets over de geschiedenis
van Solomo:
Salomo regeerde in de gouden eeuw van Israël. Hij stelde
een professioneel leger met 1400 strijdwagens, paarden in en een regering.
Hij zorgde voor een koper,- en ijzerindustrie. Hij bouwde vele handelscontacten
op. Door zijn handelscontacten kon hij grote bouwprojecten doen en herbouwde
hij bijvoorbeeld de steden: Gezer en Hazor.
Salomo importeerde goud, zilver, ivoor, juwelen, specerijen,
fraai hout, pauwen. De steden kregen
dubbele stadsmuren, poorten en grote voorraadschuren. Hij liet vooral in Jeruzalem
mooie openbare gebouwen en paleizen bouwen. Verder had hij het plan van zijn
vader David aangepakt en liet hij een tempel bouwen die waardig genoeg was
om de Ark van het Verbond in te zetten. De tempel van Salomo was het grootste
bouwwerk van Israël. Zeven jaar is er over gedaan om het af te krijgen. Jeruzalem
was de hoofdstad en godsdienstige centrum van Israël. Dat is nu nog zo. Later
is de stad ook voor moslims en christenen een heilige stad geworden. Doordat
in Salomo’s tijd veel gebouwd werd zag je een scheidding tussen arm en rijk.
Voor die grote bouwprojecten moesten slaven en dwangarbeiders worden ingezet
en hoge belastingen worden betaald.
De muren van de Tempel van Salomo waren van binnen
versierd met panelen van cederhout en met goud. Een hal leidde naar een wierookaltaar
met een rituele kaarsenstandaard en een tafel voor het broodoffer op de Sabbat.
In totaal 12 nieuwe broden, een voor elke stam. Daarachter lag het binnenste
heiligdom: het Heilige der Heiligen waar ook de Ark stond. Alleen priesters
mochten daar komen.
Salomo bouwde de tempel als huis voor God, niet als
een ontmoetingsplaats voor het volk van God.
Offers en offergaven: als teken van dank of boetedoening
werden dierenoffers aan God gebracht. Alleen de beste dieren mochten geofferd
worden. Arme mensen brachten offers als meel, olie en koren mee. Gebed was
een belangrijk onderdeel van de tempeldienst.
De tempel is verwoest door Babyloniërs maar op de plek
waar het ooit gestaan heeft staat nu de Klaagmuur: bedevaartsplek voor Joden
om de verwoesting van hun tempel te herdenken.
4:
Klassikaal:
Vervolgens verteld de leerkracht het verhaal over Salomo
en
“zijn wens om wijsheid.”
Met de kinderen wordt ingegaan op de vraag:
“wat verstaan we onder wijsheid?”
“wanneer ben je wijs?”
Noem eens enkele situaties?
Is “wijs” zijn hetzelfde als slim zijn?”
“motiveer je antwoord!”
5:
Groepjes:
Zoals gezegd heeft Salomo de opdracht van zijn
vader vervuld: een tempel voor God bouwen. Salomo die een tempel voor God heeft gebouwd is één van de tempelverhalen
die in de bijbel voorkomen.
We kennen er meer.
De leerkracht maakt groepjes leerlingen.
Elke groep leest een tempelverhaal uit de bijbel bijvoorbeeld:
Toen Jezus op aarde was, bezocht Hij de tempel van
Herodes in Jeruzalem.
1: Lukas:
2:41-49: Jezus als jongen.
2: Markus:
11:15-17: Jezus drijft de handelaren
uit de tempel
3: Lukas
21:1-4: Het offer van de weduwe.
(zie hieronder)
De kinderen krijgen de opdracht de verhalen te lezen.
Vervolgens nemen de kinderen fragmenten uit
het verhaal: maken hier een tekening over en plakken deze achter elkaar.
Vervolgens schrijven ze hier hun eigen tekst eronder.
De verhalen worden gebundeld als het boek van “de tempelverhalen”
Over de betekenis van de verschillende verhalen kan
gediscussieerd worden maar dan moeten de kinderen de teksten allemaal op een
A4tje krijgen zodat ze die kunnen lezen.
Lukas 2: 41-49: De 12 jarige Jezus in de tempel:
Elk jaar reisden zijn ouders naar Jeruzalem
om er het paasfeest te vieren. Toen Jezus 12 jaar was, ging men, als gebruikelijk,
ook weer naar het feest. Na afloop van de feestdagen keerde iedereen naar
huis terug, maar de jongen bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders
het merkten. Ze dachten dat hij bij de andere reizigers was. Na een dag reizen
gingen ze hem zoeken bij verwanten en kennissen. Toen ze hem niet vonden,
keerden ze naar Jeruzalem terug om hem daar te zoeken. Na drie dagen vonden
ze hem in de tempel: hij zat tussen de schriftgeleerden, luisterde naar hen
en stelde hun vragen. Iedereen die hem hoorde, stond verbaasd over zijn inzicht
en over wat hij zei. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze verbijsterd. Zijn
moeder zei tegen hem: Jongen, wat heb je ons aangedaan. Je vader en ik zaten
in angst en hebben je overal gezocht. Maar hij zei: Waarom hebt u mijn gezocht.
Wist u niet dat ik moet zijn waar mijn Vader is? Maar zij begrepen niet wat
hij tegen hen zei. Hij ging met hen terug naar Nazaret het gehoorzaamde zijn
ouders. Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. Met de jaren nam
Jezus’ wijsheid toe en hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.
Markus 11:15-17: Jezus drijft handelaren uit de tempel:
En ze kwamen in Jeruzalem. Jezus ging de tempel
binnen en begon de kopers en verkopers van het tempelplein te jagen. De tafels
van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars gooide hij omver.
Mensen die met hun handelswaar het plein over wilden hield hij tegen. Hij
wees hen op de Schrift en zei: Staat er niet geschreven: Mijn huis zal Huis
van gebed heten, voor alle volken?
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!
Lukas 21:1-4: Het offer van de weduwe
Toen Jezus opkeek, zag hij de rijke mensen hun
bijdrage in de offerkist doen, maar hij zag ook een arme weduwe er twee koperen
muntjes ingooien. En hij zei: Ik zeg jullie, die arme weduwe heeft er meer
ingedaan dan al die anderen. Want allemaal hebben ze er iets ingegooid van
hun rijkdom, maar zij van haar armoede: zij heeft alles wat zij had erin gegooid:
alles waarvan zij moest leven. Enkele van zijn leerlingen zeiden dat de tempel
zo mooi gebouwd was en zo fraai versierd met wijgeschenken. Toen zei Jezus:
Er komt een tijd waarin alles wat je daar ziet met de grond wordt gelijkgemaakt:
geen steen zal op de andere blijven.
6:
Individueel:
Toen de tempel klaar was, loofde Salomo God
met een gebed.
Loven is een beetje typisch woord. We gebruiken het
bijna niet meer.
De onderwijsgevende kan de kinderen vragen een gebed
te schrijven, waarin ze God loven voor al het goede dat HIJ voor hen gedaan
heeft. De kinderen beginnen dan met deze woorden:
Ik eer U God, voor……………..
Ik dank U God, voor…………
7:
Individueel:
De tempel van koning Salomo was van binnen prachtig
versierd met houtsnijwerk. Veel kerken hebben tegenwoordig mooi glas in lood
ramen. Tekeningen of patronen van stukjes gekleurd glas worden dan bij elkaar
gehouden door loodranden.
De leerkracht geeft de kinderen de opdracht zelf een
glas in lood raam te maken.
Dat gaat als volgt:
1: Kinderen knippen eerst uit het zwarte papier een
raamvorm naar keuze
2: Daarin knippen de kinderen gaten.
3: Achter de gaten plakken kinderen gekleurd vloeipapier.
4: De glas in lood ramen kunnen voor het raam gehangen
worden zodat er licht doorheen valt.
8:
Individueel:
Salomo noemde zijn tempel: het huis van god.
Maar eigenlijk wist hij dat het niet groot genoeg was voor God om in te wonen.
God is onmetelijk groot.
Volgelingen van Jezus hadden geen speciale gebouwen
om samen te komen, zij ontmoetten elkaar gewoon in hun eigen huis. Wij hebben
tegenwoordig kerken waar we heen gaan om aan God te denken. Maar naast de
kerk als gebouw, worden ook de mensen die God liefhebben ook “de kerk” genoemd!
De leerkracht geeft de kinderen de opdracht om een
grote kerk te tekenen of schilderen (A3 formaat). Vervolgens zoeken
kinderen in tijdschriften allemaal mensen uit: jong en oud, dik en
dun, van diverse afkomst en plakken deze in de getekende of geverfde kerken.
9:
Groepjes
Salomo was zoals gezegd heel erg rijk. Hij bezat
geweldige schatten, was “bevriend met God” en God had nog meer aan Salomo
gegeven dan hij maar kon wensen. Maar
Jezus zegt dat God iets gemaakt heeft dat nóg veel mooier is.
De leerkracht geeft de kinderen de opdracht om op te
zoeken de tekst:
Mattheüs 6 : 28-29.
Daar staat vermeld: Geen valse zorgen:
En waarom maakt u zich zorgen over kleding?
Let eens op hoe de veldbloemen groeien.
Ze werken niet en ze spinnen niet.
Maar ik zeg u: zelfs Salomo was in zijn staatsiegewaad
niet zo mooi gekleed als een van deze bloemen.
Zo mooi kleedt God het gras, dat vandaag nog
op het veld staat en morgen al in de oven wordt gegooid. Zou God u dan niet
nog veel beter kleden? Wat is uw geloof klein!
De leerkracht bespreekt de tekst met de kinderen:
Waar doelt Jezus volgens jullie op?
Daarna gaan de kinderen bloemblaadjes drogen
tussen kranten.
Op de kranten dikke boeken leggen zodat ze goed drogen.
Na een week ongeveer kunnen de gedroogde bloemen gebruikt
worden om bijvoorbeeld een boekenlegger te maken of om een kaart
voor een vriend te maken.
Boten.
De Phoeniciërs waren de beste zeelui uit de
Oudheid. Salomo riep hen altijd te hulp bij het bouwen van zijn eigen boot.
De schepen die werden gemaakt hadden een paardenhoofd aan de voorkant en een
vissenstaart van achteren. Ze hadden roeiriemen en een groot zeil.
Salomo voer hier dus zelf ook op!
Na dit verteld te hebben, geeft de leerkracht de kinderen
de opdracht zelf een boot te maken zoals beschreven is.
Hiervoor heeft de leerling nodig: dik karton, stukjes stof, touw, rietjes, lijm.
1: leerlingen tekenen de vorm van de boot.
2: knippen deze uit.
3: vervolgens maken ze met rietjes en stof de mast
met zeil
4: aan de zijkant kunnen roeiriemen geplakt worden.
Klassikaal:
Salomo offerde veel voor God en deed dit op
de Gibeon.
(Waar God ook aan hem verscheen en aan Salomo
vroeg om een wens te doen)
Met name dieren, de beste dieren, offerde hij
voor God.
Met de kinderen kan de leerkracht Gibeon laten opzoeken
in een (bijbel) atlas.
Vervolgens kan hij met de kinderen praten over
de volgende vragen:
1: wat betekent
“offeren”
2: wanneer
“offer” je?”
3: is “offeren”
net als liefdadigheid?
4: heb je wel
eens geofferd? Wanneer en waarom?
12:
Klassikaal:
Het verhaal: “op zoek naar wijsheid” kan ter
afsluiting nagespeeld worden.
De leerkracht gaat met de kinderen na welke elementen
belangrijk in het verhaal zijn.
Welke kun je goed in scčne zetten? Uitbeelden?
Welke fragmenten moet je na elkaar zetten om het als
een logische reeks te kunnen presenteren? ( met als gevolg dat het een echt
verhaal wordt als je de fragmenten achter elkaar ziet)
De kinderen spelen het verhaal in fragmenten,
leerkracht maakt van elke scčne een foto.
Groot laten ontwikkelen zodat de verhaallijn terug
te zien is als de foto’s achter elkaar gezet worden.
Het verhaal zou ook, als de klas hiertoe in staat is,
nagespeeld kunnen worden. De presentatie kan dan voor een andere klas(sen)
zijn.
Voorwaarde is wel dat er geoefend kan worden.
De leerkracht moet helpen bij de rolverdeling en aanwijzingen
geven.
Ten tweede moet het verhaal iets uitgebreid worden
omdat het anders te kort zou kunnen zijn.
Draaiboek
bij het verhaal:
“op zoek naar wijsheid”
Week 1:
Maandag:
Discussie: wat zijn mijn wensen?
wensen categoriseren.
Gedicht laten schrijven over een grote wens.
Dinsdag:
Leerkracht verteld over Solomo ( zie bijgevoegde
informatie punt 3)
Vervolgens vertelt hij het verhaal:
“op zoek naar wijsheid.”
Leerkracht gaat discussie aan over de vraag:
“wat is wijsheid?”
“is wijsheid net als slim zijn?”
Woensdag:
Leerkracht vertelt dat het verhaal dat gisteren
Verteld is een tempelverhaal is.
Laat kinderen nog een tempelverhaal
opzoeken. Die samen met kinderen lezen en
bespreken.
Wat vind je van het verhaal?
Wat spreekt je aan en wat niet?
Hoe komt dat?
(Er zijn drie teksten over de tempel genoemd bij
punt 5)
De teksten kunnen door kinderen getekend worden
en in eigen woorden verteld en geschreven worden.
Donderdag:
Leerkracht refereert aan Salomo: die mocht een
wens aan God doen en bad veel tot God.
Laat leerlingen ook een gebed schrijven net als
Salomo deed.
(zie voor meer informatie punt 6)
Vrijdag:
Kinderen gaan glas in lood maken van papier en
karton. In Salomo’s tijd was er mooi houtsnijwerk.
Nu vinden we in kerken mooie glas in
lood ramen.
Samen bekijken van afbeeldingen en kinderen
zelf een glas in lood raam laten maken.
Week 2:
Maandag:
De kerk en de tempel hebben betekenis.
Hierover praten met kinderen.
Zie bij punt 8 voor meer info)
Vervolgens gaan kinderen een grote kerk
tekenen en uit tijdschriften diverse mensen
zoeken en in deze getekende kerk plakken.
Dinsdag:
Kinderen lezen de tekst van Mattheüs: 6.28-29.
Vervolgens gaat de leerkracht in op de betekenis
van die tekst.
Zie punt 9 voor meer informatie.
Vervolgens gaan kinderen van gedroogde bloemen
boekenleggers en kaarten maken voor vrienden
vriendinnen.
Woensdag:
Afmaken van boekenleggers.
Donderdag:
Kinderen gaan zeilboten knutselen waar Salomo in
voer.
Vooraf gaat leerkracht met kinderen oude boten
bekijken. Hoe zagen ze eruit?
Daarna knutselen kinderen van karton/ dozen en
papier zelf een zeilboot.
Vrijdag:
Afmaken van kaarten met gedroogde bloemen,
boekenleggers en zeilbootjes.
Week 3:
Maandag:
Discussie over “offeren”
Wat is dat?
Heb je wel eens geofferd?
Wanneer doe je dat?
Dinsdag:
Verhaal in fragmenten opdelen.
Bespreken van het verhaal.
Woensdag:
Rollen verdelen en oefenen hoe het verhaal
in toneelstuk gegoten kan worden.
Kinderen bedenken zelf tekst/ rode draad is
het verhaal met belangrijkste fragmenten die
terug moeten komen.
Oefenen van toneelstukje/ verzamelen van materialen.
Donderdag:
Oefenen toneelstukje/ verzamelen materialen
decor bouwen.
Kleding verzamelen, maken.
Vrijdag:
Verhaal opvoeren voor de leerlingen uit andere
klassen of de hele school.
Literatuur:
Bijbel.
De tijd van de Bijbel.Amanda O Neil
De geschiedenis in beeld.
Het toneel van de Bijbel
Kijk op de bijbel
Israël en de landen rondom.