Il prigioniero

Luidi Dallapicola

 

Van 5 tot 14 maart 2010 bevolkt een groep moniken en condemnati, veroordeelden de catacomben van het Muziektheater aan de Amstel. Het stuk speelt rond 1500, de tijd van de Inquisitie. De monikken zijn theater-Dominicanen. Er zijn genoeg klassiek getrainden bij de figuranten die weten: domini canes, de honden van de Heer. Alsof er niets gebeurt trekken de processies over het toneel om verbijsterd getuige te zijn van de executie op de brandstapel.

De Nederlandse Opera brengt van Luigi Dellapicola Il Prigioniero. Het is ontstaan in 1943, voltooid in 1948. Thema: De suggestie van vrijheid is de laatste kwelling die het totalitaire systeem de mensen die het offert aandoet.

In Odeon wordt het stuk een voorbeeld genoemd van Stimmungstheater. "Niet de tekst maar juist de non-verbale, impliciete en atmosferische aspecten van het theater" staan centraal. Ga maar na, in ongeveer 48 minuten 5 decors die de activiteiten van een groot orkest, een fors koor, een stapel figuranten en enkele solisten door het technisch kunnen van decorbouwers en meesters van het licht tot een geheel smeden.

In het Operaboek de DNO steeds bij een voorstelling uitgeeft staat een prachtig artikel over het ontstaan van de Il Prigioniero. Het stuk verwerkt het gevoel dat te vaak in de geschiedenis en ook nu nog speelt, het gevoel verdrukt, weggedrukt te worden en hoe onrechtvaardig dat is. Op onverantwoordelijke wijze wordt van ons geëist, op te komen voor de vrijheid en de integriteit van de ander. Die eis is wellicht de kern van het leven van mensen.

Het zou mij (en degenen die tijdens de voorstelling mijn buren zijn) niet verbazen wanneer de voorstelling grote indruk maakt op degenen die het zien. Theater is afgeleid van het griekse theaomai, met bewondering of verbazing bekijken, zien, (toe)(aan)schouwen.

Onderstaande foto's zijn afkomstig uit het laatste uur voor de voorstelling.

Jan Engelen, Amsterdam 1 maart 2010

 

nagekomen: van Cynthio

 

 

wachten

een beetje onwennig, de eerste keer

alles ligt en staat precies gereed. Zie de schoenen boven de spiegel, eenb hemd op tafel, sokjes voor de spiegel, je naam op de spiegel

overal de naam in

 

 

 

 

 

 

 

 

Collega Olav Veigar Davíðsson gaf de volgende plaatjes

 

voor de generale

sommigen krijgen een kaal hoofd
dat is een echte productie

Janneke - die overal op let en voortreffelijk leidt - wil wl eigenlijk niet op de foto - maar het is niet zo gevaarlijk

 

vanavond, 5 maart is de premiere
Jan Engelen

foto's van Jan Benit

nagekomen maar wel gevonden (vrijdag is er weer een camera: als je wilt ...)

 

 

 

foto's van Jos van Heeswijk

en als het dan allemaal klaar is:

Intussen blijken nogal wat mensen - zelf iemand van wie ik het niet wist, de voorstelling gezien te hebben - de voorstelling te hebben meegemaakt. Ze spreken me aan en zeggen twee dingen, ieder in dezelfde volgorde.
Ze zeggen: a) indrukwekkend, en b) prachtig.
Als medespeler kan ik alleen het laatste zeggen. Als je mee doet zie je immers niks. Als je er in zit, sta je er buiten. Typisch!

Een vriend begroette me en zei: "Fratello". Zo simpel is het, zo erg ook wanneer je woorden misbruikt. De noten bij deze woorden blijken itteratieven in de orkestbak: "Fratello". "Ben ik soms mijn broeders hoeder." Ik hoorde het in alle drukte voor het opgaan, een van ons zeggen. Precies. That's the question.

Intussen hebben we als figuranten, naast de nodige concentratie, ook veel plezier. Daarnaast, zo blijkt, is en blijft spannend, mensen tegen te komen.
10.03.2010.
Jan E