een onderwijsgevende voor basisonderwijs

home

1. Niet de onderwijsgevende.
2. Niet het basisonderwijs.
3. Binnen een gebied van enkel variabelen zal men steeds pogen lijnen of samenhangen te schetsen[1].
4. Bij de publicaties rond het katholiek onderwijs of Godsdienst/Levensbeschouwing blijkt één betrokkene constant afwezig. Zoiets als een blinde vlek manifesteert zich in het nadenken over het katholieke in katholiek onderwijs.
5. Woorden die in het katholieke verleden vanzelfsprekend waren worden nog steeds als zodanig gebruikt. Denk aan woorden als Christendom, evangelische inspiratie, "verhalen uit de christelijke traditie (met name uit de bijbel)", de Heilige Schrift, "geloven dat in Jezus Christus God zich op definitieve en onherroepelijke wijze heeft geopenbaard"[2], "schepping in de christelijke traditie", bidden, genade, Rijk Gods, weg ten leven[3]. Alsof de bron van heel die geschiedenis en taal onbekend is en herbronning of herformulering overbodig is.

 

Twee wegen zijn er mogelijk. Schematisch geef ik ze aan.

  1. We gaan door met het gebruik van ons gezond dan wel geleerd (hebbend) verstand en proberen de immense taak van katholiek onderwijs in het derde millennium in kaart te brengen en om te vormen op basis van waar we al 2000 jaar goed in zijn, ons gezonde verstand. We hebben genoeg kennis en metacognitieve vaardigheden in huis om onszelf en alles en allen te redden. Dat moet wel lukken!

  2. Zo niet, dan is er iets anders aan de hand!
    Bij alle veranderingen en variabelen blijft de basis buiten beschouwing die ook de geschiedenis van het christendom uiteindelijk draagt. Dat is een essentieel gebrek. Hoe kun je opmerken wat ons schort en waar we blijkbaar geen oog voor hebben?

 

In de organisaties rond het katholiek onderwijs doet men alsof.

  1. Alsof de bijbel en bijbelse taal een volstrekt door en door gekende en geaccepteerde taal is.

  2. Alsof het systematische van het bijbelse spreken ons systeem[5] is. Niets is minder waar. Het bijbels spreken is enkel te vinden in en rond[4] bijbelteksten, in de wijze waarop in de loop van de geschiedenis daarmee omgegaan is. Het mag niet uitgesloten worden geacht dat het urgent is, de christelijke geloofstaal meer te laten bepalen door het bijbelse spreken

 

Niet geheel toevallig is sinds de vorige eeuw een hardnekkig gerucht in en rond onze contreien opgestaan. De bijbel zou niet het boek van ons grote gelijk zijn. De bijbel is niet het boek waarin opgeschreven is wat er gebeurd is. De bijbel is niet historisch. De bijbel is niet geïnteresseerd in wat wij buiten het boek om aanzien voor kennen en weten of wetenswaardigheden. De bijbel is zelfs niet een boek dat ooit geschreven is. De erfenis die wij bijbel noemen heeft een andere oorsprong en dynamiek dan ons systematisch en zogenoemd wetenschappelijk spreken6].
Is dat dan zo? Is het waar dat de bijbelse literatuur een ander verhaal is? Is het waar dat de bijbelse literatuur zich baseert en richt tot mensen die eerst willen horen of zien?

Wat christenen kennen als geloofsbelijdenis, heeft de synagoge niet. De synagoge - waarom zouden we haar niet noemen bij haar eigen naam - de sjoel leeft bij gratie van het horen. Sjema Jisraeel, hoor Israël. Het oude verhaal begint steeds opnieuw, als nieuw. Dat is geen archeologie, chrono- of andere -logie. Ons omgaan met het Boek van Alle Verhalen heeft waarschijnlijk een bijstelling nodig. Wanneer die bijstelling niet gebeurt in het onderwijs, dan gebeurt zij nergens.


Het zou kunnen zijn dat wij in het onderwijs onze aandacht niet moeten verbreden tot het veelvoud van de gehele samenleving. Natuurlijk moet dat ook, net zoals dat in het Openbaar Onderwijs gangbaar of wenselijk is. Maar wanneer de katholieke traditie elementen bevat die er om vragen dat er zoiets als katholiek onderwijs is, dan dienen wij zorgvuldig en behoedzaam terug te gaan naar de bronnen waar Abraham van gedronken heeft.  

 meer over dit onderwerp

Basisonderwijs en Bijbel

De website houdt zich bijna voortdurend bezig met bijbel. Zoals de man of de vrouw in de tuin voortdurend bezig is met de grond.
Is de zwoegende eenling in de tuin niet bezig met alles wat groeit en bloeit? De man of vrouw in de tuin haalt zijn of haar verwachting en inspiratie niet uit de grond, maar uit de planten en bloemen die hij of zij ziet of zou willen zien.
Man of vrouw in de tuin weten niets zeker. Ze denken hoogsten dat ... Denken betekent binnen de beperkte ruimte van de tuin vermoeden of verwachten. Alles proberen ze in de hoop dat het lukt.

In het onderwijs is het "het" waarvan we hopen dat het lukt het kind of de groep(en) en in dat perspectief het onderwijs. Voor het werk in de tuin van het onderwijs vraagt deze website een zeer speciale aandacht. Die gaat in de richting van Het Boek. Bijbel en basisonderwijs vechten voortdurend om de meeste aandacht. Zou het anders kunnen? Gunnen ze elkaar graag de voorrang? De motor van het onderwijs is uiteindelijk in feite het simpele burgermansfatsoen dat zegt: Na U!  Zolang het onderwijs duurt gaat het om de ander(en)[7].

Een meer bijbelse benadering voor het basisonderwijs brengt geen varianten op historische verschijnselen uit het ook levensbeschouwelijk georiënteerd onderwijs dichterbij. Het gaat in deze site niet om een herhaling of reproductie van museummateriaal. Het steeds terugkerende refrein "alsmaar meer van hetzelfde" is niet de enige logica. Er is ook zoiets als een bijbelse grammatologie of semantiek, een samenhang en conceptualiteit die blijkbaar buiten ons om vast ligt[8], een eigen "leven" leidt en aan ons denken vooraf gaat.

  1. Deze website vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de bijbelse traditie, voor de wijze waarop met bijbelverhalen omgegaan wordt.
  2. Binnen het geheel dat godsdienst/levensbeschouwing genoemd, ook voor het basisonderwijs, vraagt deze website ruimte voor de bijbelse literatuur met haar eigen aardigheden.
  3. Na eeuwenlang geknecht en uitgebuit te zijn blijkt de bijbelse taal mondig genoeg om recht van spreken te krijgen. Dat is geen natuurrecht of natuurlijk en vanzelfsprekend recht. Dat is een recht dat toegekend wordt, een kwestie van fatsoen[9].

De fouten die wie destijds geleerd hebben hoeven we niet door te geven. Er is betere informatie beschikbaar.

©Jan Engelen
Herten, 19 oktober 2001


[1] Er zijn wel enkele constanten. Die liggen in de sfeer van de rapportage of planning. Zo kan men, zonder uitputtend te willen zijn -  wijzen op de volgende publicaties.

NKSR, Identiteit, richting gevende uitspraken,, z.j. (De tekst baseert zich op publicaties tot 1993.)
Raamplan godsdienst/levensbeschouwing voor de opleiding primair onderwijs op katholieke scholen (1995).
Katholiek onderwijs in de komende tijd, Oproep tot bezinning aan allen die bij het onderwijs betrokken zijn. Bisschoppelijke Brieven nr. 33. Utrecht 1996.
Kiezen en Delen, aanzet tot een longitudinale planning en onderlinge afstemming van godsdienst/levensbeschouwing in het katholiek onderwijs, (advies in opdracht van het College van Bisschoppelijk gedelegeerden voor het katholiek onderwijs samengesteld door de werkgroep 'longitudinale curriculumontwikkeling godsdienst/levensbeschouwing', bestaande uit A.Brant, H.Burggraaff, C.Hermans, P.Hoogenboom, A.de Jong, C.Sinnema en L.Withagen.)
GEURTS, Th., Leren van zin. Contouren voor de inhoud van levensbeschouwelijke educatie in de katholieke basisschool, Best 1997.
"Leerlijnen bij het Raamplan Godsdienst/Levensbeschouwing op Katholieke Basisscholen" of, "het Raamleerplan voor Godsdienst/levensbeschouwing op Katholieke Basisscholen"
Beroepsprofiel leraar primair onderwijs. Katholiek onderwijs. ontwikkeld en geaccordeerd door de Bond van Besturen van Katholieke Scholen voor Basisonderwijs en de Kathoieke Onderwijsvbakorganisatie, 1994.
Kerndoelen voor het vak godsdienst/levensbeschouwing in het katholiek primair onderwijs,College van Bisschoppelijk Gedelegeerden voor het katholiek onderwijs. 's-Gravenhage, 1996.

Startbekwaamheden leraar primair onderwijs, Istartbekwaamheden en situaties, Utrecht 1997.
Gemeenschappelijk curriculum PABO, PML, Den Haag 1998
Raamleerplan voor Godsdienst/Levensbeschouwing op Katholieke Basisscholen, NKSR, Den Haag 1999.
Leerlijnenbij het  Raamleerplan Godsdienst/levensbeschouwing op Katholieke Basisscholen, Een Exemplarische Uitwerking, College van Bisschoppelijk Gedelegeerden en Nederlands Katholieke Schoolraad, Den Haag 2000.
Kwaliteitskader II, Uitwerking van ontwikkellijnen voor pabo's, 2001. SKIF, Red. M.Denters, G.v.Brakel, T.v.Himbergen.,

[2] Elk van die woorden blijkt zonder toelichting gebruikt te worden. Toch, wanneer het lerend omgaan met deze dingen aan de orde is, lijkt het niet verkeerd eens toe te lichten wat men bedoelt met geloven, Jezus, Christus, God, definitief, onherroepelijk, zich openbaren.

[3] Ook de "exemplarische uitwerking" (zie noot 1) loopt over van niet uitgelegde of gesitueerde woorden.

[4] Rond wat wij bijbel noemen is dat de mondelinge traditie (Talmoed), de geschiedenis van de westerse filosofie, theologie en geschiedenis vanaf ongeveer de 2e eeuw in Eurazië, en sinds het einde van de Middeleeuwen in Afrika en Zuid Amerika. Maar probeer ook oog te krijgen van de "profane literatuur" naast de dominante christelijke stroom, of kijk en luister naar de niet te temmen of klein te krijgen expressie in de beeldende kunsten, in poëzie en drama.

[5] Mag ons systeem bekend worden verondersteld? Ons is in ieder geval  westers, technisch, koloniaal en kolonialiseren, imperialistisch, zo arrogant als de macht van bazen en vooral baasjes altijd geweest is. De geschiedenis illustreert dat voldoende. Het jaar 2000 is weliswaar tevergeefs, maar niet toevallig verdronken in de schuldbelijdenissen. "Tevergeefs", want de structuren van de macht buigen niet voor verbaal materiaal. Als je nooit ziet dat je iemand pijn doet of daar geen oog voor hebt, heb je altijd gelijk en ga je gewoon door. De rest komt wel.

[6] Houden we het boek dicht, doen we alsof er geen geheimen zijn – met alle veranderingen blijft dan alles uiteindelijk ons verhaal, ons monopolie en onze monomanie. Religie is dan religie en waarden zijn waarden. Iedereen bidt wel eens, steekt een kaarsje aan of heeft een moment van goede voornemens. Ergens is er een God, een Hoogste Wezen, of een Diepe Dynamiek. Er zijn Normen die de Hoogsten blijken. Na de kranten met "feiten" en "de waan van de dag" van vandaag komt morgen die van morgen. Geloven kom je dan niet meer tegen in de kunst, in de liefde of in de ontroering, in het leven van elke dag.

[7] Daarom is binnen de Nederlandse cultuur het onderwijs net zo'n zorgenkind als de zorgsector. Het levert geen geld op, kost alleen maar.

[8] Ingegrift, ingekrast, ingeslopen, vastgelegd. Gramma is grieks. Schrift, letter, gravure, kras, handschrift, signatuur, kenmerk, stijl, plooi. Iets verraadt de aanwezigheid van iets anders, van meer dan ik en mijn oog of woord alleen. Er is een surplus, een reserve, een te goed, krediet, voorbehoud, spoor. Met deze en dergelijke woorden pleit Jacques Derrida (De la Grammatologie. Parijs 1968) voor het andere dat zich blijft onttrekken, dat anders is en blijft, verscheiden in alle identiteit, vreemd in alle nabijheid. Woorden als vrede, gastvrijheid, vriendschap bevinden zich in hetzelfde traject.

[9] Is dat waar? Als je geen respect voor verhalen hebt, heb je ook geen respect voor mensen.