Leerling

"Ga heen en maakt alle volkeren tot leerlingen" (Mt 28,16). Zo begint de zending van de leerlingen door Jezus: "Maakt alle volken tot leerling". Zo absoluut staat het er: "Maakt hen tot leerling’. Niet, tot "mijn" leerling, niet "tot leerling van het christendom", maar zonder meer "tot leerling".

Wat is dat, leerling?
Te veel om op te noemen, maar in ieder geval dit.
Een leerling is nog niet gevangen in een zeker weten.
Een leerling is leergierig.
Hij vraagt.
Hij treedt zijn omgeving tegemoet met een open blik. Ontvankelijk. Belangstellend.
Een leerling is niet het centrum van zijn eigen heelal.
Hij heeft een open oor.
Zijn tong legt de mensen en dingen niet vast in schema’s, maar ontketent de waarheid. Deze leerling wordt door de profeet Jesaja aldus getekend:

De Heer heeft mij
als leerling leren spreken.
Iedere ochtend wekt hij mij het oor
om  als een leerling te horen ( Jes. 50) 

Iedereen heeft wel leren spreken. Maar slechts weinig hebben leren spreken als een leerling.
Leren spreken als een leerling is: zo spreken dat de ander aan het woord komt.
Spreken als een leerling is: vragen stellen, zich laten gezeggen.
Horen kan ook vrijwel iedereen, maar horen als een leerling – dat kunnen er maar weinigen. De meeste zijn doof als een otter: je kunt zeggen wat je wilt, maar het komt toch niet binnen, het dringt niet echt door.

De echte leerling leert zo spreken dat de ander gaat spreken,
leert zo horen dat de ander binnen kan komen.
Maar er is meer.
Een echte leerling leert ook luisteren naar zijn eigen hart, naar wat daarin geschreven staat.
Hij leert luisteren naar de wijzing (tora) in zijn hart. Zoals de profeet Jesaja zegt:

Dit is het nieuwe verbond
dat ik in de toekomst sluit met Israël:
Ik schrijf de Wijzing in hun binnenste,
Ik grif die in hun hart.
Dan zal de een de ander niet meer leren,
niet tegen zijn broer zeggen:
Leer de Heer kennen!
Iedereen, groot en klein, kent mij. ( Jesaja 31)

De echte leerling leert luisteren naar de hartslag van zijn leven, het klopt uit  puur genade. De leerling leert luisteren naar de Wijzing in zijn binnenste. In het binnenste horen wij onmiddellijk de Naam: ‘Wees er! Leef! Heb oog voor mijn schepping’. De wijzing van ons hart doet ons de Levende voelen.
Leerling zijn is: leerling van God zijn, en van niemand anders. Leren horen hoe Hij spreekt tot ons hart: heb mij lief. Bemin de Heer je God met heel je hart, met heel je ziel, met heel je kracht. Bemin. Dit is het nieuwe verbond. Dit is de wijzing in ons binnenste. Dit is geschreven in ons hart. Hier zijn wij leerling van God. Hier hoeven wij de volken niets te leren. Wij hoeven hen slechts tot leerling te maken, tot leerling van God die ons zijn liefde wijst, die zijn liefde heeft geschreven in ons hart, die ons zijn Naam heeft doen voelen.

Wie leerling van God wordt, wordt vertrouwd gemaakt met de liefde, hij wordt ondergedompeld in de drie-ene liefde van de Naam: Vader, Zoon en de liefdesband tussen beiden. Leerling zijn is: gedoopt worden in de Naam van de Vader die zegt: ‘Ik heb je lief’, en de Zoon die zegt: ‘Ik weet mij bemind, oneindig bemind, onvoorwaardelijk bemind’, en de Geest van liefde die de Minne zelf is.
Leerling zijn is ondergedompeld worden in deze drie-ene liefde, of liever: leren zien hoe wij van alle eeuwigheid reeds zijn gedoopt in deze eeuwige liefde. Op dit punt hoeven we elkaar niet te leraren, we hoeven niet tegen onze broer of zus te zeggen; leer de drie-ene Liefde kennen. Want iedereen, groot en klein, kent reeds deze Liefde die ingegrift staat in ons hart, en als een eeuwige Wet staat ingeschreven in ons binnenste.
We hoeven slechts leerlingen te maken: mensen die leren luisteren naar de wet van de Liefde die ademt in de intimiteit van het hart. Maak leerlingen!

Om dit te kunnen moeten we ons centrum verlaten, het centrum van ons zeker weten, het centrum van onze gevestigde opvattingen, het centrum van ons voortdurende eigen gelijk.

Daarom staat er; ‘ga uit en maak allen tot leerling’! Ga weg uit het centrum van de macht, ga heen uit het centrum van het gevestigde weten. Dit heengaan is een voortdurend loslaten en sterven. ‘Wie mij niet volgt en zijn kruis niet opneemt, kan mijn leerling niet zijn’. Leerling zijn en leerlingen maken is uitgaan, heengaan, mijn gevestigde overtuigingen loslaten, belangstelling hebben voor de ander, ontdekken hoe Gods liefde staat geschreven in zijn hart.

Ga dan heen,
maak alle volken tot leerling
en dompel hen onder
in de Naam van de Vader
de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.


Kees Waaijman, 15 juni 2003
Overweging naar aanleiding van Mt. 28, 16-20

Opmerking
Wijzing is een vertaling of omschrijving van Tora, het Onderricht (van Mozes), vaak ook vertaald als Wet (van weten).

Deze overweging is gehouden op drievuldigheidszondag, 15 juni 2003, tijdens een dienst van de Elia-gemeenschap in Nijmegen, Titus Brandsma Memorial. 's Zondags worden deze diensten om 11.30 uur gehouden in de Jozefkerk te Nijmegen, 5 minuten lopen van het station.
Prof.Dr.Kees Waayman is hoogleraar Bijbelse spiritualiteit en Mystiek op de Kath.Universiteit Nijmegen.
Jan Engelen  010803

home