Een
onbetrouwbare partner wanneer het gaat over zaken doen Suurmond Trouw 5 april 2005 Maar hoe moet ik mijn bedrijf dan leiden?" Met lichte
wanhoop keek de ondernemer mij aan. Ik was op bezoek bij de Kleine Club, een
gezelschap van zakenlieden dat zich onder lunchtijd af en toe bezighoudt
met spiritualiteit. Zijn wanhoop is goed te begrijpen. Het bedrijfsleven
draait immers om de economische wet van de schaarste. De ziel kampt met overvloed. God is namelijk een slechte zakenman. Hij
is zelfs goed gek. Niet zo'n charmante afwijking
waarvan je vergoelijkend kunt zeggen dat het eigenlijk best wel meevalt.
Hij investeert roekeloos, zonder eerst te berekenen of het wel voldoende
rendement oplevert. Atheïsten, die immers vaak een fundamentalistisch
godsbeeld hebben, zullen nu denken daar heb je Suurmond,
weer met zijn exotische geloof. Niks hoor, dit is doodgewoon christendom. Een kennis van mij hoogleraart
jaarlijks een tijdje aan de pauselijke universiteit in Rome. Momenteel
staat daar de pausmobiel met een panne van eeuwigheid tot eeuwigheid,
amen, maar ook in normale tijden is het echt geen plek voor frivole
theologie. Elke keer verzekert hij er de studenten dat God gek is.
Toch heeft de Zwitserse garde hem nog nooit met de vele mogelijkheden
van hun gevreesde zakmes kennis laten maken. God is een uitslover. Zo klopt een christen niet eens zijn eigen hart. Dat wordt voor hem
gedaan. Ook staat hij, niet bij nacht en ontij op om de zon boven de
horizon te krikken. Dat gebeurt geheel buiten hem om. Hij organiseert
geen verliefdheid, verwondering of andere gelukservaring. Die overkomen
hem. Zelfs zijn haar beslist soeverein wanneer het krult, grijs wordt
of uitvalt. Kortom, een christen leeft met: het leven voltrekt zich
aan hem of haar. Alles wordt hem ongevraagd door, God geschonken. Overvloed
en onbehagen, zeg dat wel. Waar moet een mens het allemaal laten? Gelovigen zijn daarom altijd op zoek naar
mensen aan wie ze iets kwijt kunnen. Zieken, rouwenden,
eenzamen, demente bejaarden, noem maar op. Zelfs vijanden zijn niet
veilig voor christenen die maar al te graag hun teveel aan genade op
hen dumpen. Puur eigenbelang, die christelijke naastenliefde.
En ze kijken wel uit om iemand een hak te zetten,want dat geeft God alleen maar een excuus om nóg meer te geven.
Hele pretpakketten, worden er dan over je uitgestort,
met vergeving,& bijpassend berouw & opluchting & ontroerde
omhelzingen & gefluister van lieve woordjes, & een alles-is‑weer‑goed
etentje tot slot. Te veel van het goede. Ter bescherming van de gelovigen proberen kerkelijke
concilies en synodevergaderingen regelmatig God onder curatele te stellen,
om die incontinente stroom genade enigszins in te dammen. Zo staat er
in een recent synodaal geschrift over
Jezus Christus van de Protestantse
Kerk in Nederland : 'hun die hun schuld belijden, wil God verzoening
schenken.' Dat is nou een duidelijk contract,
dacht ik opgelucht toen ik dat las: zolang ik mijn onschuld belijd levert
hij dus niets. Maar het werkt niet. Mijn schuldige hart klopt gestadig
verder. De zon blijft door een belachelijk blauwe hemel, rollen,
het lentegroen is irritant mooi. Mijn haar gaat zijn onbedwingbare gang.
Zelfs voel ik me verzoenend
naar president Bush ‑ inderdaad, ondanks mezelf, dat is nou juist
het probleem. Er valt met God eenvoudig weg geen zakelijke afspraak
te, maken. Voor een zakenman of
‑vrouw is overvloed even nutteloos als een vrachtwagen doorgedraaide
tomaten of als lachen een verschijnsel dat slechts een verspilling
van kostbare tijd is. Maar een gelovige is veroordeeld tot een leven
dat overcompleet is. De is religie zo'n koopje.
Een pastor stuurt je na een bezoek geen nota, kerkdiensten
zijn gratis en Pasen is eigenlijk één goddelijke grap. De leden van de Kleine
Club werden zich langzamerhand bewust van een probleem. Spiritualiteit
en verstandig ondernemerschap lijken elkaar uit te sluiten. Kon ik,
als theoloog, hen verder helpen? Ik ging eens verzitten in de designstoel
en zette me schrap. Beste mensen, ik moet u afraden om met God in zee
te gaan. Hij staat bekend als een volstrekt onverantwoordelijke zaken partner." Onrust voer door het
gezelschap. "Maar",
zei iemand, "als ondernemers discussiëren wij toch over normen
en waarden, we stimuleren maatschappelijk engagement..."Mooi en
nuttig", antwoordde ik. "Helaas is God nutteloos." Stilte. "Maar waar dient
God volgens u voor?", Stilte. Toen begon een van
de aanwezige vrouwen zachtjes te schudden. Eerst met haar mond dicht,
het gezicht rood aanlopend,
zakdoekje erbij. Daarna met hortende, bepaald onzakelijke klanken. De
een na de ander ,volgde, totdat het hele gezelschap
enthousiast tijd aan het verspillen was. Ik vertelde dat P. Fentener
van Vlissingen, die een snuifje spiritualiteit in zijn onderneming
doet, eens van het organisatiebureau McKinsey
het compliment kreeg dat er in zijn bedrijf zo opvallend veel gelachen
werd. Het bureau vermoedde dat dit positief uitwerkte op het bedrijfsresultaat.
' De dwaasheid van God als wijsheid voor de ondernemer.
Jean-Jacques Suurmond |