|
bij de herder – meeklinken
uit een Dkw: door HB V1 - 2003 Collegeweek 5 Vandaag heb ik de eerste vier uur op school gemist. Ik zit dus heerlijk fris in de les. We kunnen het vandaag rustig aan doen. Ik heb niet veel geschreven maar veel geluisterd. Johannes 10. Jezus is de goede herder. We hebben het over de schapen, de stem, de herder. De herder hoort bij het Bijbelse landschap. Een schaapskooi is niet meer dan een stuk land omringd door lage muurtjes. Ik vond het stukje mooi over de stem. Ik woonde vroeger in een kinderrijke buurt en wat ik achteraf mooi vind is dat wanneer het etenstijd was, je feilloos wist welk ‘klappen’ van je eigen moeder was, als signaal dat we moesten eten. Ik herinner me ook een liedje over iemand die dood is of weg is gegaan en dat de laatste zin van het liedje is; ‘het ergste, het allerergste is, dat ik je stem niet meer ken’. Dat klinkt heel aangrijpend. Met stemmen is veel te doen, voor bovenbouw; kinderen vinden hun eigen stem nooit mooi, je kunt stemmen opnemen en er met de kinderen naar luisteren, erover praten. Hoe verschillend kunnen stemmen zijn en waardoor komt dat, daar kunnen mooie muzieklessen over gemaakt worden. En voor de onderbouw is het spel; ‘tik, tik, tik, wie ben ik’ook een mooie oefening om stemmen te herkennen. Hfst. 20 vers 14, gaat ook over de stem. Hoe gaat Maria Jezus herkennen; ook door zijn stem. De herder gaat voorop. De belhamel (letterlijk; mannelijk schaap met een bel om). De herder is de deur. De herder laat de schapen naar binnen (door zijn benen, want dan kan hij de schapen tellen) ‘Kinderen
zijn niet altijd de schapen’. Soms zijn kinderen de herder; bv. op de
momenten dat ze iets goeds doen, of door iets te zeggen, zeer troostend
kunnen zijn voor een ander kind of voor een volwassene, op dat moment
zijn zij de herder. Gisteren moest ik mee met mijn stageklas naar het Vondelpark. Als oppas. Aangezien ik minder aan mijn hoofd had als de leerkrachten zat ik op een plek en was als een van de weinigen voor de kinderen goed terug te vinden. Daardoor had ik een veel beter zicht op waar de kinderen waren. Regelmatig kwamen juffen paniekerig informeren waar of ‘die of die was’. Om te ontspannen kletsten ze met elkaar over hele andere zaken en hadden op de momenten dat er een kind wat wilde geen tijd. Dit is wel erg zwart-wit maar ‘kort door de bocht’ kwam het er wel op neer. Het was voor mij zeer leerzaam. Door te kijken naar de kinderen kreeg ik erg veel terug, ik zag prachtige dingen, bv. hoe kinderen (wanneer ze uit het pierebadje kwamen) in alle rust zich aankleden; wat toch een hele klus kan zijn wanneer je 5 jaar bent en je lijf niet helemaal afgedroogd is. Wanneer je zelf druk bezig bent heb je alweer 10 x geholpen. Dit was veel leuker. Hoofdstuk 8, de overspelige vrouw. Met overspel wordt ook bedoeld: je heil ergens anders zoeken. Je met heidense praktijken bezighouden. Het heeft waarschijnlijk niets met seksualiteit te maken. De Hoge raad mag mensen ter dood veroordelen, je vermoordt echter jezelf. Je eigen leven op het spel zetten. De hoge raad stelt niet de daad. De vrouw is het beeld van het volk. Zondigen is het verbond verbreken, begin opnieuw (vers 11). Psalm 23; mij ontbreekt niets, dan heb je het over wat anders als ik heb alles, je weet in dit geval van ontbreken. 31 mei is er binnen de schoonfamilie van mijn broer een jongen dodelijk verongelukt. 6 Jongens, net eindexamen gedaan, willen naar de kermis in X. Op het laatst mag een jongen een busje lenen en ze gaan op weg. De bestuurder een jongen van 19 jaar rijdt te hard en bij een wegversmalling gaat het mis. Hij vliegt uit de bocht en het neefje van mijn broer wordt hiervan het dodelijke slachtoffer. De andere jongens hebben nauwelijks iets. De bestuurder wordt vastgehouden. Ik heb me ook beziggehouden met die jongen…hoe moet hij verder. Hij straft zichzelf in wezen en de omgeving kan het in wezen niet erger voor hem maken. Een ander verhaal wat een aanleiding was van dit verhaal was dat een Palestijnse man zijn zoon is verloren in de oorlog. Hij kan dit niet verwerken, is vol haat en wrok en krijgt het advies dat hij het pas een plek kan geven door een zoon te adopteren van Israelische zijde die zijn ouders is verloren in de oorlog en hem groot te brengen in zijn eigen geloof. Dat geeft te denken. |