Dkw – digitaal katechetisch werkboek
Blok 4.
Deeltijd 2e jaar
MF
17 april 2003 - 1
Vandaag hebben we kort
besproken wat Pasen en Pesach inhoudt. De eerste volle maan na de lente is het
Pesach. Je zou hier in de bovenbouw een mooi thema over kunnen houden. Je
bespreekt wat Pesach is en hoe het wordt gevierd. Je behandelt dan vanzelf
volle maan. Wat gebeurt er eigenlijk als het volle maan is? Hoe lang is het volle maan? Je kunt hier heel veel mee doen. Het is een
leuk aanknopingspunt om wat meer over de zon en de maan te behandelen.
In het vorige blok hebben we
het Oude Testament behandeld. In dit trimester behandelen we Johannes uit het
Nieuwe Testament. Het stuk over Johannes was voor mij helemaal nieuw.
Jezus liet zich zien aan zijn leerlingen bij de zee van
Tiberias. Simon Petrus gaat vissen maar vangt niets. Jezus
staat aan de kant en vraagt aan Simon Petrus of hij iets te eten voor hem
heeft. Jezus is immers een mens dat gewoon trek kan
hebben. Jezus adviseert het net aan de andere kant van
de boot naar buiten te gooien. Dat vangen ze 153 vissen.
Ik vind het een leuk stuk om
te gebruiken bij een taalles. Je kunt hier heel goed de afkomst van
spreekwoorden mee verduidelijken. Als kinderen zien hoe het ooit bedoeld is,
dan onthouden ze het veel beter. Zo zijn in dit stukje de volgende
spreekwoorden te halen: ‘de beste stuurlui staan aan wal’ en ‘en het over een
andere boeg gooien’.
Bij het stuk over Maria die
het graf van Jezus bezoekt, komt ter sprake dat Joodse mensen altijd een
steentje op het graf van de overledene leggen als ze er zijn geweest. Op deze
manier hopen ze dat de dode met rust wordt gelaten. Het is een goed onderwerp
om te gebruiken; hoe worden mensen begraven? In elke cultuur hetzelfde? Wat
zijn de verschillen? Wordt iedereen begraven of zijn er ook andere manieren?
Dit zijn interessante onderwerpen voor de bovenbouw: de dood in verscheidene culturen.
Wat weten we van Johannes
als we beginnen aan Johannes 2?
Johannes was door de Heer
uitgekozen om de laatste profeet te zijn, die de komst van de Messias aan de
Joden moest verkondigen. Johannes vertelde aan iedereen dat ze alles in
gereedheid moesten brengen om de Koning te ontvangen. De Koning zou de zonden
vergeven! Johannes doopte de mensen die hun zonden beleden. Hij vertelde de
mensen dat zij een ander evenveel moesten gunnen als zichzelf; ze moesten hun
kleren en hun voedsel delen met hen die niets hadden. De mensen waren zo
ontroerd door alle vermaningen van Johannes de Doper dat ze begonnen te denken
dat hij de beloofde Messias, de Christus, was. Johannes begreep dat ze dit
dachten, maar vertelde de mensen dat hij Hem niet waard was om Zijn schoenriem
los te maken. Hij vertelde hen dat de Zaligmaker Zijn volk zou verzamelen, maar
hen die Hem niet liefhebben, zou Hij voor eeuwig verstoten.
Jezus van Nazareth reisde naar de plaats in de Jordaan
waar Johannes preekte en doopte en hij wilde zelf ook gedoopt worden. Dat kon
Johannes niet begrijpen. Maar door gedoopt te worden, kon hij de zonden van
heel Zijn Volk betalen. Toen hij weer op de oever stond, klonk de stem van God
uit de hemel: Deze is Mijn Zoon Die Ik liefheb, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!
Johannes zijn opdracht was nu vervuld.
De Hoge Raad, het Sanhedrin
dat in Jeruzalem vergaderde, wilde precies weten wie Johannes de Doper was en
waarop hij doopte. Ze waren niet onder de indruk van zijn antwoord, “Ik ben een
stem die roept in de woestijn; Maakt de weg van de Heere
recht, zoals Jesaja, de profeet heeft gezegd!”. Zij hoopten op een Messias die
zijn rijk in het land van Israel zou stichten, een
Zaligmaker dachten zij niet nodig te hebben.
Johannes laat de Heer Jezus
aan het volk en zijn volgelingen zien en zij volgden Hem. Johannes en Andreas,
de twee leerlingen, volgden Jezus en werden door hem uitgenodigd.
24 april 2003 - 2
Naar aanleiding van de
vorige les heb ik in de bibliotheek een Kinderbijbel van Evert
Kuijt gehaald. Het was interessant die eens naast de
bijbel te leggen die we in de klas lezen. Er rezen een boel vragen: in de
Kinderbijbel wordt over Johannes de Doper gepraat, die naam komt in de ‘andere’
bijbel niet voor, hoe zit dat? Dit was voor de les aanleiding om over de
diverse vertalingen die er zijn te praten. Dit is een interpretatie van Evert Kuijt (die overigens goed
bekend staat), zo zijn er vele vertalingen. Vele mensen interpreteren de Bijbel
op vele manieren, het is goed daar af en toe bij stil te staan. Niet iedereen
hoeft hetzelfde uit de Bijbel te halen. Ik vond het wel leuk om te zien, dat ik
de lijn van het verhaal van Johannes goed begrepen had. Tijdens het overleg met
mijn klasgenoten hadden weinig mensen begrepen dat je Johannes de Doper en
Johannes hebt. Ik vind het dan ook handig om de Kinderbijbel tegelijkertijd te
lezen, het biedt mij in ieder geval veel houvast en ook veel ideeën.
In de les hebben we vrij
lang stil gestaan bij ‘de derde dag’. Deze opening van de zin begon al bij
Genesis 1: de dag waarop de hemel open gaat. Juist omdat het bij de bruiloft van
Kana weer terug komt, kun je het goed in de les gebruiken. Zo
zie ik duidelijk een taalles voor ogen: waarom is het derde en niet; driede? Het is een mooi aanknopingspunt om een les
te geven over eerste, tweede, derde…. Voor kinderen is dat in het begin helemaal
niet logisch. Je kunt er een oefening mee maken waarin je de kinderen een eigen
verhaal laat schrijven waarin elke alinea moet beginnen met een zin waarin het
rangtelwoord wordt gebruikt. Bijvoorbeeld: op de eerste maandag van december
ging ik het donkere woud in, op tweede Kerstdag werd
ik gevangen genomen door de rovers van het bos, mijn derde poging om te
ontsnappen lukte… etc.
“De toekomst is onderdeel
van het verleden”. Ook deze zin viel me meteen op. Je kunt de begrippen
behandelen en er ook prachtig bij kunnen aansluiten om de werkwoorden te
oefenen. Schrijf allemaal maar eens tien zinnen op waarin je het verleden, het
heden en de toekomst in andere woorden uitdrukt. Hoe veranderen de werkwoorden
dan? Gisteren ging ik naar de Albert Heijn. Volgend
jaar ga ik naar Australie. Nu is het echt genoeg
geweest!
Datzelfde idee had ik bij
het voorbeeld dat in de les gegeven werd over ‘geloven’. Met dat hart in het
midden, love. Het is een geweldig creatieve oefening
met taal om de kinderen hier mee te laten experimenteren. Wie kent er andere
woorden waarin je een woord herkent wat je met een tekeningetje zou kunnen
aangeven? Kun je misschien een hele zin op deze manier maken? Kun je zo
opdrachten aan je buurman/ vrouw geven? Kinderen zijn zo heel intensief met
onze taal bezig en omdat het uitdagend is, is het ook erg leuk.
In de tekst over de bruiloft
wordt gesproken over ‘metreten water’. Wat zijn metreten? Het zijn Joodse, eigenlijk Griekse, maten van
ongeveer 40 liter. Bestaan er nog meer woorden die iets uitdrukken? Denk maar
aan gallon of inch. Maar ook aan een dozijn, een etmaal. Je kunt kinderen zelf
voorbeelden laten bedenken of ze voorbeelden geven en ze die op internet laten opzoeken. Waar komen de woorden vandaan? Zijn
het Nederlandse woorden of komen ze uit het buitenland? Het is leuk om ze met zo’n gerichte zoekopdracht het internet op te sturen.
De bruiloft van Kana bied ook weer veel aanknopingspunten voor een les. In de les
werd al het voorbeeld gegeven om kinderen deel te laten nemen aan de bruiloft.
Laat de kinderen maar eens een brief schrijven met als onderwerp deze bruiloft
uit de tekst.
Een ander idee is om ze de
bruiloft te laten schilderen. Er ontstaan vele beelden bij de tekst. Hoe zou
het eruit hebben gezien, denk je? Schilder de hoofdpersonen maar eens hoe jij
denkt dat ze eruit zien.
De bruiloft biedt nog veel
meer. Hoe trouwen Joodse mensen tegenwoordig? Beschrijf eens zo’n
Joodse bruiloft. Wat zijn de verschillen met een klassieke bruiloft in
Nederland? Kun je ook op andere manieren een verbinding aangaan? Hoe gebeurt
dat in andere landen? Wat spreekt jou het meeste aan?
De bruiloft kan ook een
beginpunt zijn om het thema ‘feest’ te behandelen. Je kunt je richten op Joodse
feesten: beschrijf de Sabbat, het Joods nieuwjaar, het Loofhuttenfeest, het
Chanoekafeest etc. Maar je kunt het ook breder trekken en gaan bekijken welke
feesten in andere culturen en/ of landen gevierd worden. Naast beschrijven kun
je de kinderen ook de opdracht meegeven afbeeldingen te zoeken van deze feesten
en deze te ordenen volgens bepaalde bevo-principes.
Welke afbeeldingen stralen rust uit? Welke juist beweging? Welke zijn in een en
dezelfde kleurschaal gemaakt? Welke juist uit meerdere?
Naast de bruiloft, heb ik
hierboven nog meer gedeelten beschreven die gebruikt kunnen worden in
onderwijssituaties.
.