Basiscurriculum katechese

Gegeven: Kwaliteitskader deel II: Uitwerking van de ontwikkelingslijnen voor pabo's op de Hogeschool IPABO

 

home
terug naar toelichting

Bij leerlijn 5,12

 

Prolegomena

  1. De verscheidenheid is nergens zo groot als waar wij één zijn. Denk bij die eenheid aan de adressen van onze missie: de studenten op de Hogeschool IPABO en de kinderen op de basisschool van morgen. In alle verscheidenheid tekent zich een taak af. Het is een voor de hand liggende optie, de eenvoud van die taak te beschrijven. Het stellen van de taak betekent evenwel noodzakelijk een simplificatie. Ieder verheldering reikt ook een volgende mogelijke verfijning aan.

Het concrete geeft het beste aan wat we voor katechese op de IPABO plannen en doen. De hoogste vorm van concreetheid van katechese op de IPABO blijkt uit twee producten: de colleges en het onderwijswerk. Het college is primair een verantwoordelijkheid van de docent(e), het onderwijswerk van de student(e).

Les en werk zijn beiden resultaat van samenwerking. Deze wordt minimaal gegarandeerd door de continuïteit gedurende een kortere periode (module – verplichte aanwezigheid – voorbereiding van de college - studiebegeleiding [katechetisch journaal en aftekenblad voor studieresultaten]) en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de docent(e) (spreekuur, e-mail).

 

  1. Het medium, de inhoud van de missie, is in ons geval katechese. Katechese is de naam van een vakgebied op de Hogeschool IPABO (voor studenten die de opleiding volgen tot het door de katholieke organisaties erkende diploma godsdienst/levensbeschouwing). Het vakgebied katechese voor de katholieke studenten en voor de studenten die voor dit vakgebied kiezen, is één van de mogelijkheden om de katholieke dan wel interreligieuze of oecumenische identiteit van een bijzondere basisschool tot uiting te brengen.

Gegeven de gegroeide pluriformiteit dient katechese zich uitdrukkelijk bezig te houden met de kern van die identiteit, de verhalen die ons dragen. Met die verhalen wordt - zonder af te dingen op pedagogische dan wel didactische kwaliteiten en voorwaarden - op de eerste plaats bedoeld: bijbelverhalen. Zij kunnen niet centraal staan zonder de naar zichzelf verwijzende structuur waarin zij zich aanbieden, het geheel van de bijbelse literatuur en cultuur. Het vakgebied katechese zal zich zeer laten bepalen door hoofdlijnen uit de bijbelse literatuur en het op verantwoorde wijze kunnen werken met meer bekende bijbelverhalen op een voor kinderen toegankelijke manier, zodat zij, de verhalen, ruimten voor hen, de kinderen, kunnen zijn.

 

  1. Betekent de massieve optie voor bijbelse literatuur geen beperking van het vakgebied katechese? Wat wij als katecheten op de Hogeschool IPABO zouden moeten/kunnen doen reikt eigenlijk uiteraard veel verder. Voorbeelden reiken dit exemplarisch aan. Denk aan bibliodrama, de rol van expressie en creativiteit binnen de colleges. Denk aan "eenvoudige" zaken als vertellen, kunnen praten met kinderen, leerstof gedifferentieerd kunnen aanbieden. Maar niet alles hoeft te gebeuren binnen de beperkte tijd voor katechese. Veel van de gewenste modaliteiten maken ook zonder exhaustief te willen zijn, deel uit van vakgebieden als pedagogiek, intercultureel onderwijs, nederlands, geschiedenis, beeldende vorming, de praktijk en de academische omgang met elkaar.

Onze directe missie beperkt zich derhalve tot de eerste beginselen, de kennismaking met, de eerste verhalen, de eerste opzetjes om uiteindelijk te komen tot onderwijsprojecten met oog voor klassikale en meer individuele mogelijkheden voor kinderen. De ervaring zal betrokkenen in dit leerproces dwingen tot eerlijkheid en reflectie, tot betrokkenheid en respect voor kinderen en voor de ons en onze taal dragende verhalen[1].

 

  1. De meest concrete invulling van het leerplan is een keuze op basis van mogelijkheden en ervaring. Delen of gehelen van de onderwerpen waar de modulen op gebaseerd zijn kunnen uiteindelijk ook ingeruild worden voor anderen. Vanaf ongeveer halverwege de beschikbare tijd mag er daarom meer mogelijk zijn dan het geboden. Wie daarna een meer individualiserend leerplan wil uitvoeren kan daartoe, mits de bereikbaarheid en beschikbaarheid van docent en student(e) het toelaten, een meer door de student ingevuld en uitgewerkt traject indienen en bespreken om te komen tot een door alle betrokkenen aanvaardbaar plan. De verantwoording van de ingezette dan wel in te zetten uren is daarbij normatief.

 

 

Vakgebied/subsectie

katechese

De vakspecifieke doelen (Pl.& P2.  Kl.K2.K3) van de leerlijn 5.12 komen overeen met de doelen geformuleerd in het programma. Dit geldt voor de voltijd en de diverse deeltijden. De verschillen in de programma's komen voort uit de heterogeniteit die de instroom kenmerkt. Bijvoorbeeld: 17 en 18 jarige worden op een andere wijze ingeleid in het programma katechese dan de Versnelde Deeltijdstudenten. (Het spoor blijft hetzelfde, maar de trein heeft een ander tempo en anders werkend personeel.)

 

[toelichting

a .        De vakspecifieke doelen van SKIF hebben wij verbijzonderd in die zin, dat waarden en normen, geestelijke stromingen en multicultureel niet primair bij de basisvorming voor katechese horen.  Zij maken immers deel uit van het geheel van de IPABO-opleidingen. en komen daarin ook werkelijk aan de orde. Denk aan ICO, geestelijke stromingen.

b.            Ontwikkeling van de morele ontwikkeling (Kwaliteitskader II, pag. 31 punt 4) hoort  thuis bij peda en alles wat daar aan de orde komt m.b.t. het zich ontwikkelende kind. Met betrekking tot morele ontwikkeling heeft katechese geen andere of meer toegespitste kennis dan bijvoorbeeld pedagogiek.

c.            Godsdienst/levensbeschouwing zien wij derhalve beperkt tot omgaan met de bijbelse, joodse en christelijke traditie en wat daar uit voortvloeit, als hernieuwde kennismaking voor henzelf, maar ook ook als mogelijkheden voor onderwijs voor kinderen op de basisschool.

d.         Het studiepunt P2 heet op de IPABO H-Ka-1 [naast H-Ka-2 en H-Ka-3].)]

 

praktisch

De ontwikkelingslijn uit Kl zetten we voort in K2.  In K3 mondt dit uit in een "miniproject afstuderen".  Daarin wordt de ingezette leergang P en K exemplarisch en coherent afgebouwd.  Dit miniproject geeft zicht op het (zelfstandig uit te voeren) onderwijswerk voor de afstudeerperiode (differentiatie  en specialisatie).

 

 

 

Vakconcept. Katechese

 

[oude tekst – uit leerplan

Moduletitel    Verkenning en de eerste verhalen.           VDEELT99

Code             D-P-Ka-1  & V-Ka-1

Afdeling    Deeltijd & Verkorte Deeltijd

Leerroute    Kernprogramma

Fase              Propedeuse (of Verkorte deeltijd-studieplan)

Stage             Middenbouw

Periode    1

Herkansing    Mondeling op afspraak met docent

 

Leerdoelen

1. Katechese op de basisschool, wat is dat? Je kunt een werkomschrijving geven en deze verantwoorden.

2. Waarom heb je voor katechese op de basisschool het geheel van de bijbelse literatuur nodig? Je kunt dit verwoorden en je kunt aangeven wat dit praktisch betekent voor je rol als onderwijsgevende.

3. Je kunt, samen met anderen, een eerste beschrijving geven van katechese op je stageschool.

4. Je kunt op verantwoorde en creatieve wijze omgaan met eerste bijbelteksten, zodanig dat deze toegankelijk zijn voor kinderen in groepen van het basisonderwijs. Het kunnen stellen van zinvolle vragen en het toegankelijk maken van kernthemata door middel van bijvoorbeeld 'tekenen' of het werken met poppen staat centraal. Uit je korte theoretische verantwoording blijkt dat je pas verworven kennis en ervaring uit de sector cultuur in je overwegingen betrekt.

5. Je bent in staat je studie voor dit vakgebied bespreekbaar te maken door middel van een katechetisch journaal.

 

Leerinhoud

De colleges zijn gewijd aan:

- Inleiding katechese/katechetiek

- Inleiding bijbelse literatuur

- Didactisch mobiliseren van bijbelse materialen

Deze inhouden worden geconcretiseerd in een essay, een beperkt werkstuk en een korte presentatie.

 

Basisliteratuur

1. Een bijbel in een vertaling van KBS of NBG)

2. Reader P/H - Ka-1 (Alef-Basic)

 

Opmerkingen

Opdrachten voor verwerking van de leerstof, voor de stage en een lijst met overige te bestuderen literatuur worden toegelicht in 'Krenten in de pap', een verantwoording en uitwerking van het leerplan. Je vind dit 'basisplan' achter in reader Alef. Eventuele varianten worden aan het begin van de betreffende periode door de docent uitgedeeld en toegelicht.

 

Toetsing

1. Een essay, 1 werkstukje, 1 katechetisch journaal. Deze drie producten lever je tegelijk met je katechetisch journaal aan het einde van blok 4 op de af te spreken tijd in. In het journaal sluit je ieder blok af met een evaluaties waarin jouw werk centraal staat. Indien je werk als kwalificatie 'onvoldoende' scoort volgt een evaluatiegesprek met de docent..

 

Samenstelling studiepunten

Een studiepunt bij voldoende resultaat.]

 

P. 1

vakconcept

Leren werken met bijbelverhalen voor kinderen. Aan de orde komt een selectie die het eigene van de bijbelse literatuur kan duiden. In en naar aanleiding van die verhalen zullen kinderen aangesproken worden en aan het woord komen.

Een en ander vraagt van de student: basiskennis van de bijbelse literatuur en ontwikkeling van de vaardigheden daarmee om te gaan, het communiceren van deze kennis met medestudenten en het beschrijven van mogelijke interactie met kinderen van een bepaalde groep op de basisschool op basis van genoemde kennis en vaardigheden.

 

ondergrond en achtergrond

De student krijgt een eerste zicht op de structuur van de bijbelse literatuur, op hoofdverhalen en kernwoorden. Je ontwikkelt vaardigheden om uit een bijbelverhaal woorden op te pikken als bouwstenen voor verhalen. Met behulp van methoden of anderszins kun je eerste schetsen van lessen of gesprekken maken die je zou kunnen gebruiken voor kinderen uit de groep waarin je stage loopt.

 

onderwijswerk

De student(e)

-         kan onderscheid maken tussen lessen voor grotere of kleinere groepen;

-         gaat vanuit de behoefte om vanuit het belang van kinderen niet enkel klassikaal bezig te zijn en daarop toegesneden activiteiten ontwikkelen met behulp van materialen uit methoden of uit eigen verdieping, gericht op de ook levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen;

-         de student zoekt uitdrukkelijk naar mogelijkheden en vormen om meer vierend met de kinderen bezig te zijn, met oog voor de ook levensbeschouwelijke kwaliteiten daarvan.

 

 

K. 1, 2 en 3

[oude tekst in leerplan

Moduletitel  Twee getuigen: Markus en Lukas

Code          DHKa-1 en D_3jr-Ka-1

Afdeling   Deeltijd

Leerroute   Kernprogramma

Fase          Hoofdfase

Stage         (Onderbouw of "open")

Periode       7

Herkansing   Mondeling

 

 

Leerdoelen

1. Je kunt uitleggen, in hoeverre de twee hoofddelen van de bijbelse literatuur in verband staan met elkaar.

2. Je kunt aangeven welke themata/woorden meeklinken wanneer het over de Messias gaat en welke betekenis dit alles kan hebben voor mensen anno-nu.

3. Je beschrijft de relevantie en mogelijkheden van vijf verhalen voor het jonge kind op de basisschool, inventariseert de ped. en didactische mogelijkheden van dezelfde groep en maakt van drie verhalen een voorstel tot kringactiviteit en aansluitend de speelwerktijd, waarbij minstens 12 kinderen aan de aktiviteiten rond het thema deelnemen.

4. Zelfevaluatie en formulering van leerdoelen (katechetisch journaal)

 

Leerinhoud

1. Kennis van de samenhang tussen de twee hoofddelen van het bijbelse literatuur.

2. Feiten en mogelijkheden rond katechese aan kleuters - een inventarisatie en inleiding.

3. Vervaardigen van didactisch verantwoord materiaal voor katechese met kleuters.

 

Basisliteratuur

KBS-Bijbel (Wb1995)

Reader Alef-Basic.

Reader Beth

 

Opmerkingen

Opdrachten voor verwerking van de leerstof, voor stage en mogelijke literatuur wordt aan het begin van de periode door de docent uitgedeeld en toegelicht. Wellicht is het voorstel geformuleerd onder leerdoelen 3 in het kader van PGO of Pedagogiek te combineren met daar geldende opdrachten voor de praktijk. Je zou dan je eigen werk kunnen uitvoeren en toetsen aan de praktijk.

De colleges zijn gedurende dit blok verplicht.

 

Toetsing

De werkstukken beschreven onder inhoud dienen als voldoende gekwalificeerd te worden. Bij onvoldoende resultaat volgt een evaluatiegesprek met de docent.

 

Samenstelling studiepunten.

Een studiepunt bij voldoende resultaat.

 

Lessen/ontwikkelaktiviteiten in de perode K1 (onze Hoofdfase deel 1 van de 3)

Alle aktiviteiten binnen de module DH-Ka-1 worden afgerond in leerdoel 3 en 4. Daar gaat het over het maken van lessen rond een vijftal verhalen, denkend aan wat mogelijk en wenselijk is voor jonge kinderen, de uitvoering en de verantwoording daarvan.

Vraag: is het de bedoeling dat de modulebeschrijvingen zoals tot nu toe verdwijnen, of komen de leerlijnen in het kader van het kwaliteitskader in plaats van de "modulen". Ik denk dat dat niet de bedoeling is, maar hoe zien jullie dat?                                            ]

 

 

 

De competentieontwikkeling.

vakconcept

Leren werken met bijbelverhalen voor kinderen. Aan de orde komt een selectie die het eigene van de bijbelse literatuur kan duiden. In en naar aanleiding van die verhalen zullen kinderen aangesproken worden en aan het woord komen.

Een en ander vraagt van de student: basiskennis van de bijbelse literatuur en ontwikkeling van de vaardigheden daarmee om te gaan, het communiceren van deze kennis met medestudenten en het beschrijven van mogelijke interactie met kinderen van een bepaalde groep op de basisschool op basis van genoemde kennis en vaardigheden.

 

Sequentiëring.

Vanuit een inzicht in wat de verhalen willen is een student in staat rond de verhalen een didactisch circuit op te zetten waarin het verhaal en de kinderen van de basisschool (concreet de groep waarin je stage loopt) enigermate tot hun recht komen.

 

Doelen. 

Komen tot een voortgaande toename en integratie van kennis en inzichten – en het daarmee creatief en open kunnen omgaan – in het werkconcept van de student. Deze voortgang blijkt uit het communiceren over deze zaken met anderen en uit de kwaliteit van het materiaal dat uit de samenwerking en het individueel werk tot stand komt.

 

(vakdidactisch handelingsrepertoire).

-         De student(e) kan omgaan met de pluriformiteit die een groep leerlingen kenmerkt. Je bent in staat de mogelijkheden van een bijbelverhaal verkennen. Je kunt inschatten welke mogelijkheden de communicatie tussen het verhaal en de kinderen en tussen de kinderen onderling optimaal maakt. Een en ander komt tot uiting in lesopzetten en uitwerkingen, feedback, planning en continuïteit, afronding (viering) en ped.did. evaluatie.

-         De student(e) let bij het door hem of haar ontwikkelde materiaal voor onderwijs in toenemende mate op mogelijkheden voor alternatieve materialen voor minder klassikaal onderwijs.

Leeromgeving en middelen. 

Al dan niet uit het aangeboden (methodisch) materiaal series van lessen concipiëren voor een bepaalde groep. Veiligheid en nieuwsgierigheid voor kinderen, betrokkenheid en presentie van de onderwijsgevende markeren zienswijze, beleving en continuïteit van de onderwijsleerprocessen staan centraal.

 

 

  

Nieuwe uitwerking van de module. Zover zijn we nog niet. Terugkijkend zijn wij van mening, dat het leerproces voor de deeltijdstudent IPABO op de eerste plaats veiligheid en studeerbaarheid moet bieden. Bescherming, bemoediging, instructie, stimulering en waardering zijn in het hele proces gegarandeerd in de onschuldige omschrijving die DH-KA1 biedt.

 

 



[1] Voor een bredere verantwoording en uitwerking: zie Basisplan2000.

 

 

 


© Monique Leygraaf en Jan Engelen, Am*dam, februari 2001