Anders gezegd.

"Voor ons is de Tora voor al een taal van het geloven. Het gaat over ons leven en onze dood. De tekst is existentieel. Al lezend identificeren we ons met het verhaal. Wanneer we het horen, thuis of in de synagoge, dan is het alsof het allemaal hier en nu gebeurt."[1] De bijbelse taal construeert narratieve[2] alternatieven om aldus het verhaal bij de tijd te brengen. Zo wordt met Kerstmis ook de Verlosser geboren[3] voor wie bij de les is, voor wie lezen of horen wil.

 

terug naar een meer bijbelse katechese

[1] M.-A. Ouaknin, La plus belle histoire de Dieu, Parijs, Éd. de Seuil 1997, p. 56.

[2] In de meest brede zin van het woord. In taal, verhaal, expressie, beeld en verbeelding, het imaginaire, de verbazing, verwondering, het afschuwelijke, het ontroerend.

[3] Het lijkt diepzinnig maar het is een ervaring die iedereen iedere dag kan doen. We identificeren ons de hele dag met beelden, geluiden, verhalen, mythen, gebeurtenissen. Daar komt herkenning of betrokkenheid uit voort, leren.